Kunstenaar legde oorlogsverwoestingen vast met potlood en pen

Herman Moerkerk en zijn reis door verwoest Nederland in 1945
7 minuten leestijd
Verwoestingen in IJmuiden, tekening van Herman Moerkerk in ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’
Verwoestingen in IJmuiden, tekening van Herman Moerkerk in ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’

Kunstschilder en illustrator Herman Moerkerk (1879-1949) maakte in 1945, kort na de bevrijding, een reis door delen van Nederland die zwaar getroffen waren door het oorlogsgeweld. De in ‘s-Hertogenbosch geboren kunstenaar legde zijn ervaringen vast in het datzelfde jaar nog gepubliceerde boekje ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ waarvoor hij zelf ook de illustraties verzorgde. Het is een bescheiden, maar aangrijpende verslaglegging van de deprimerende staat waarin het land na afloop van de Tweede Wereldoorlog verkeerde.

De barbaren zijn weg

Verwoest nederland - moerkerk
 
Moerkerk, die onder andere werkte als illustrator voor kranten en ontwerper van boekomslagen, wilde met zijn boekje uit 1945 bij “velen de oogen openen voor de ellende van ontelbare landgenooten”. Daarnaast hoopte hij dat lezers de publicatie zouden “bewaren voor den tijd als wij fier zullen zeggen: ‘Dat hebben wij met elkaar weer opgebouwd!’” Hij koesterde een diepe haat jegens de bezetter en schreef in zijn inleiding:

De barbaren zijn weg, maar de wonden, die zij hebben geslagen, bloeden nog. Niet genoeg kunnen wij de misdadigers verachten, die, alle beloften ten spijt, met verkrachting van wet en oorlogsrecht, zich op ons land hebben geworpen.

Behalve dat hij pleitte voor bestraffing van verraders en profiteurs riep hij op om de slachtoffers te helpen. Dat deed hij met de volgende woorden:

Van de daken zou ik het willen roepen: in God’s naam helpt de slachtoffers! De duizenden, die alles verloren hebben, geen steen van hun huis meer bezitten, in gekregen kleeren loopen, met een onuitsprekelijk verdriet in het hart en een heimwee naar hun verloren dierbaren, dat óns de tranen uit de oogen perst.

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman Moerkerk
Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ – Herman Moerkerk

Alleen de poes

In zijn verslag deelde hij zijn observaties van de vernielingen die hij aanschouwde. In Limburg stuitte hij op de resten van een woning, verwoest door een voltreffer van een granaat. Een vader en moeder met vier kinderen kwamen daarbij om het leven. De enige overlevende was een kat die zichzelf schoon likte “op een klein bordes, dat tusschen hemel en aarde zweeft”. Moerkerk werd bij het huis door een “oud heertje” aangesproken:

‘Die weet het,’ zegt-ie, wijzend naar de poes, ‘die gelooft het wel … de eenige, die overbleef. Drie dagen heb ik bij de familie in de kelder gezeten. Toen dacht ik: Kom, ik zal het maar weer eens wagen en ging naar huis, maar ik was nog niet binnen of een granaat sloeg in hun dak. Ineens was het afgelopen … alle zes … ja alleen de poes nog …’

Hedel

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman Moerkerk
 
Eén van de plaatsen die Moerkerk bezocht was Hedel in de Bommelerwaard. Vanaf oktober 1944 lag Hedel aan het front en eind april 1945 vonden hier zware gevechten plaats tussen de Prinses Irene Brigade en Duitse troepen die werden ondersteund door Nederlandse Waffen-SS-vrijwilligers. De kunstenaar schrok van de enorme schade die het oorlogsgeweld had aangericht. Vele huizen waren onbewoonbaar geworden en hij zag hoe dorpsbewoners leefden in schuren en provisorisch gebouwde hokken. Hij vergeleek Hedel met “een in elkaar gezakt menschelijk geraamte” en schreef:

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman MoerkerkTusschen verkoolde boomen, verschroeide boomgaarden, stukgeschoten daken en gapende kelderopeningen rijst hoog-op het gekartelde silhouet van den toren. De Maasbrug ligt in de rivier gesmakt. Hier en daar staat een donkere populier als een cypres op het kerkhof. Ik spreek niet van de dooden, de honderden, die hier en elders in deze zuidelijke streken gevallen zijn. Beter is het hen te gedenken met groote dankbaarheid, want velen zijn gestorven als martelaars.

Een spookstad

Moerkerk noemde Nijmegen “een doodenstad” waaruit het hart leek weggeschoten. De Gelderse stad was op 22 februari 1944 getroffen door een Amerikaans bombardement en van 17 tot 20 september 1944 had hier een strijd gewoed tussen de Duitsers en de geallieerden. Moerkerk beschreef de vernietigingen als volgt:

stefanuskerk nijmegen
 
Een veld van puinen, een woestenij is de binnenstad geworden. Gapende kelders tusschen afbrokkelde fundamenten, kerkgeraamten, welker gothische lijnen vooral in den avond een luguber schouwspel bieden. In zoo’n maanbeschenen nacht heb ik de binnenstad bezocht en het was alsof ik door een spookstad ging. Sommige muren rijzen hoog op, onbegrijpelijk dun en gebogen en werpen lange schaduwen. Fantomen worden het met dreigende armen en raadselachtige gezichten. Het licht speelt door de gaten en werpt bundels op den grond, waarin weer vreemde vormen bewegen, de schaduwen in de nabijheid der bouwvallen.

De Stefanuskerk [Stevenskerk] is een wonderlijk-mooi sprookjesslot geworden, haar monumentale ingang, hoe fraai ook, werd een overbodig ding … een ingang zonder kerk … De schoonheid der ruïne.”

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman Moerkerk
 
Terwijl de maan de ruïnes bescheen, sneed het geluid van een blokfluit door de stilte. Het muziekinstrument werd bespeeld door een “magere jongen” die op een puinhoop zat. Het kind had geen thuis meer, zijn ouders waren vermoedelijk overleden. “Hij is een van de ontelbare kleine jongens, die op de straten, veelal blootvoets, gekleed in lompen, rondzwerven en reeds ontstellend gerijpt zijn”, schrijft Moerkerk.

Schilderachtig

In Wageningen, dat zowel in mei 1940 als in 1945 in de frontlinie lag, viel het oog van de kunstenaar opnieuw op de esthetiek van de ruïne van een kerk. Het ging om de in romaanse stijl gebouwde Grote Kerk of Johannes de Doperkerk. Het gebedshuis was tijdens de slag om de Grebbeberg door Nederlandse artillerie beschoten en zwaar beschadigd geraakt, maar na renovatiewerkzaamheden in 1943 weer in gebruik genomen. De terugtrekkende Duitsers bliezen de toren echter in april 1945 op. Moerkerk zag hoe de kerk “gedeeltelijk ter aarde” lag en beschreef de schade in de volgende woorden:

De bouwval is wel schilderachtig, de kleur der bestorven steenen, die door den tijd en het weer zijn afgerond en hun scherpte hebben verloren is wel zeer fraai, maar dat is de schoonheid van de bloem die verwelkt.

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman Moerkerk
 

IJmuiden

Moerkerk bezocht ook IJmuiden en omgeving in Noord-Holland. De Duitse ‘Festung IJmuiden’ was herhaaldelijk gebombardeerd door de geallieerden. De fabrieken langs het Noordzeekanaal lagen in puin. Vanwege de aanleg van de Atlantikwall waren vele woningen in opdracht van de bezetter ontruimd en afgebroken. Andere huizen waren beschadigd geraakt tijdens de bombardementen. Langs de weg van Driehuis-Santpoort aanschouwde de kunstenaar bergen van gebikte stenen van gesloopte woningen. “De fundamenten vertoonen met hun rechte lijnen nog den plattegrond”, schreef hij, “… de huizen zijn verdwenen en de bewoners? […] Waarheen moesten zij vluchten?”

Overal zag hij nog de sporen van de levens die hier eens werden geleefd:

De straten tusschen de uitgebrande, leeggeroofde woningen zijn als weiden vol onkruid geworden. Tusschen het puin ligt het huisraad met zijn weemoedige herinneringen. Een geldlade, een fietswiel, vogelkooien, een verscheurde lap met vroolijk, kleurig patroontje, wellicht bestemd voor een feestelijke jurk. Je moet bij die dingen niet terugdenken aan het drama, dat er zich bij heeft afgespeeld. Het stijgt je naar de keel.

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman Moerkerk
 

Domme Duitschers

Onderweg kwam Moerkerk Duitse militairen tegen die krijgsgevangen waren genomen. Hij omschreef ze als “een troep domme Duitschers […] in verkleurde uniformen”:

Ze worden gedreven door een gewapende Canadees. Ze zingen niet meer, de vlegels. Ze kijken niet eens naar de verwoesting, die ze hebben aangericht, afgestompt door de aartsdomme ideologie, die hen tot leege wreedaards heeft gemaakt.

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman Moerkerk
 

Verdronken landen

Behalve door bommen, granaten en geweervuur was een deel van de oorlogsschade in Nederland ook het gevolg van inundaties. In mei 1945 stond nog bijna 10% van de Nederlandse grond onder water. Terwijl Walcheren op 3 oktober 1944 tijdens de Slag om de Schelde door geallieerde bombardementen op de dijken onder water was gezet, waren andere delen van het land in 1944 en 1945 door de Duitsers geïnundeerd om de vijandelijke opmars te stuiten. De onderwaterzetting in Zeeland met zout water maakte landbouwgrond voor jaren onbruikbaar. Moerkerk legde het volgende vast:

In Zeeland heeft de oorlogsstorm gewoed zooals nauwelijks elders. Hoe vaak heeft dit land den strijd moeten aanbinden tegen de zee, die het zijn beschermer noemde. Nu kwam de verwoestende aanval van twee kanten. Terwijl het water met donderend geweld door de dijken brak, de vruchtbare weiden overstroomde, huizen, oogst en vee meesleepte, de nijvere bevolking voor zich uit joeg, brak uit de lucht dood en verderf onder de vluchtenden los. Wat de zee niet vernietigde in haar wilde vaart, dat verwoestten de granaten en bommen.

Hoeveel herinneringen gingen weer verloren in Middelburg, Vlissingen, Domburg, Veere … Gemarteld en verminkt liggen de dorpen waarover zich de wateren sluiten; verdronken zijn de landen waarop zich zulk een belangrijk deel der geschiedenis van ons land heeft afgespeeld.

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman Moerkerk
Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ – Herman Moerkerk

De handen ineen

Ondanks alle vernietiging ervoer Moerkerk dat de Nederlanders zich niet klein hadden laten krijgen. Hij bewonderde ook de kracht van de “sterke Zeeuwen”:

Den blik omhoog gericht, steken zij de stoere koppen op. Een zelfde ongebroken vertrouwen als dat der Brabanders en Limburgers steunt de kracht dezer diep beproefde landgenooten. Zij ballen de vuisten, verbeten en vastbesloten gaan ze den nieuwen weg. Wéér terug naar het land van de zee, wéér aan het werk. De ééne vijand is overwonnen, nu nog het water. Ook de zee zal moeten wijken.

Afbeelding uit ‘Verwoest Nederland: een tocht langs de puinen’ - Herman MoerkerkMet de boodschap dat alle Nederlanders de handen ineen moesten slaan om de landgenoten te helpen die door de oorlog waren getroffen, sloot Moerkerk zijn verslag af. “God helpe ons arme land en heffe het op uit zijn ellende”, luidde de slotzin.

25 miljard gulden

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) schat het aantal Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog op 250.000, van wie 102.000-104.000 Joodse Nederlanders die het slachtoffer werden van nazivervolging. De materiële oorlogsschade werd in 1955 berekend op in totaal 25 miljard gulden, naar de geldwaarde van 1945. De meteen na de oorlog begonnen wederopbouw duurde voort tot halverwege de jaren 60. De Marshallhulp (1948-1952), het Amerikaanse economische hulpprogramma voor de heropbouw van Europa, speelde daarbij een belangrijke rol.

Herman Moerkerk maakte het volledige herstel van Nederland niet meer mee; hij stierf in 1949 op 70-jarige leeftijd. Exemplaren van zijn boekje ‘Verwoest Nederland’, dat in 1945 werd verkocht voor 0,95 gulden, worden nog vaak aangeboden bij de antiekboekhandel. Hoewel het taalgebruik achterhaald is, vormt de publicatie nog immer een krachtige aanklacht tegen oorlog.

×