Kun je iets over jezelf vertellen?
“In de kleine schoolbibliotheek van de Corbulo school in Zoeterwoude werd ongeveer een halve meter ingenomen door een serie kleine gele boekjes met harde kaft. Deze serie, die de naam Echo der Eeuwen droeg, trok al vroeg mijn aandacht. Voor mij was het een logische stap om van sprookjes over prinsessen en ridders over te gaan op spannende verhalen die zich in de Middeleeuwen afspeelden. Titels als Hoe jonker Jan zijn sporen verdiende en Rinke, de lijfeigene werden keer op keer geleend en verslonden. Jaren later kon ik de boekjes op de rommelmarkt kopen, wat ik natuurlijk meteen gedaan heb, waarna mijn kinderen ze ook verslonden.

Toen ik in 1994 op zoek ging naar een studie, was geschiedenis dan ook een logische keuze. Negentien jaar oud schreef ik me in Leiden in, onder mijn meisjesnaam Suzanne Struik. Het was de stad waar ik geboren was, waar ik naar de middelbare school ging en waar ik later dus ging wonen en studeren. In die stad is geschiedenis overal aanwezig: in grachten, oude gebouwen en natuurlijk de universiteit zelf.
Hoewel ik uiteindelijk nooit een carrière heb gemaakt van mijn studie — ik koos bewust voor het thuis moederschap — is mijn interesse in geschiedenis altijd gebleven. Wat mij al vanaf de middelbare school fascineerde was de begrafenis- en rouwcultuur. De manier waarop verschillende samenlevingen omgaan met dit onderwerp laat zo goed zien wat mensen van waarde achtten. De vergelijking tussen de begrafeniscultuur in de Middeleeuwen en die in de Victoriaanse tijd was het onderwerp van mijn eindwerkstuk voor geschiedenis op de middelbare school en beïnvloedde later ook mijn keuze voor mijn eindscriptie.
Wat is je favoriete geschiedenisboek?
“Toen Sonja Renaud mij vroeg het stokje van haar over te nemen voor deze rubriek, dacht ik dan ook in eerste instantie aan het boek The Hour of Our Death van Philippe Ariès. Het was immers dat boek dat mij destijds aanzette tot het kiezen van het onderwerp van mijn eindwerkstuk. Ariès laat de lezer zien hoe de westerse omgang met sterven en rouw door de eeuwen heen is veranderd.

Zijn er andere geschiedenisboeken die je geïnteresseerde lezers zou aanraden?
“Hoewel ik The Hour of Our Death meerdere keren heb gelezen, wil ik hier twee andere boeken onder de aandacht brengen die voor mij bijzonder zijn — ze zijn namelijk veel nieuwer dan het boek van Ariès, dat in 1981 verscheen.
Alice Roberts heeft met Crypt: Life, Death and Disease in the Middle Ages and Beyond — het laatste deel van een trilogie — een boek geschreven dat zeer toegankelijk is voor een breed publiek. Als archeologe en historica, met specialismen in de menselijke anatomie en evolutie, brengt zij de Middeleeuwen op een bijzondere manier tot leven. Aan de hand van archeologische opgravingen, onder meer van begraafplaatsen, laat Roberts zien hoe mensen in het verleden leefden, stierven en hun doden begroeven.
Botten vertellen verhalen: over ziekte, voeding, arbeid en sociale omstandigheden. Tegelijkertijd laten begrafenisrituelen zien hoe mensen betekenis gaven aan dood en verlies. Wat dit boek zo interessant maakt, is dat het duidelijk maakt dat de mensen uit de Middeleeuwen uiteindelijk niet zo heel anders waren dan wij. Ook toen probeerden mensen om te gaan met verlies en herinnering. Uiteindelijk gaat het, toen net als nu, om mensen die liefhebben, lijden en rouwen.

Dat brengt me bij het tweede boek dat ik graag wil aanbevelen: Rites of Passage: Death and Mourning in Victorian Britain van Judith Flanders. Een andere periode dan de Middeleeuwen, maar minstens zo fascinerend. Zowel de Middeleeuwen als de Victoriaanse tijd zijn periodes waarin de dood en de manier waarop men ermee omging een belangrijk onderdeel van de cultuur vormde.
In dat laatste tijdperk bestond er een uitgebreid systeem van rouwrituelen: van kledingvoorschriften tot sociale etiquette en herdenkingspraktijken. Het niet volgen van deze rituelen had gevolgen voor hoe je status in de samenleving beleefd werd, zowel in hogere kringen als in de lagere delen van de maatschappij. Flanders beschrijft deze wereld met veel oog voor detail en met talrijke voorbeelden uit het dagelijkse leven. Daardoor ontstaat een levendig beeld van een maatschappij waarin rouw niet alleen een persoonlijke ervaring was, maar ook een sociaal en cultureel ritueel.

Wat mij in beide boeken aanspreekt, is dat ze uiteindelijk hetzelfde doen als die kleine gele boekjes uit mijn schoolbibliotheek ooit deden: ze vertellen verhalen. Verhalen over mensen uit andere tijden die uiteindelijk met dezelfde vragen worstelden als wij. Misschien is dat ook wel de reden dat geschiedenis mij altijd is blijven fascineren. Omdat het verleden niet alleen bestaat uit grote gebeurtenissen, maar juist ook uit kleine menselijke ervaringen.
Aan wie geef je het stokje door?
“Ik geef het stokje door aan Marc Vlek met wie ik halverwege de jaren negentig geschiedenis studeerde in Leiden.
Hoe de dood uit het Westen verdween
Het favoriete geschiedenisboek van Tom Pfeil
De Historiae van Herodotus: al 2500 jaar bewonderd én bekritiseerd
Het favoriete geschiedenisboek van Philip Dröge