Jacob van Lennep (1802-1868) – Een bezielde schavuit

Schrijver en politicus Jacob van Lennep (1802-1868) leidde als ‘bezielde schavuit’ een fascinerend leven. Hij kwam uit een voorname Amsterdamse familie, maar koos zijn eigen weg. Van Lennep zat in de Tweede Kamer, was een fervente rokkenjager en wordt vooral herinnerd vanwege zijn spotverzen over de vaderlandse geschiedenis. Van Lenneps turbulente leven komt in alle gradaties aan bod in Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit, een boek van Marita Mathijsen gepubliceerd bij Uitgeverij Balans.

Keerpunt in Van Lenneps leven & complexe tijd

Jacob van Lennep
Jacob van Lennep
Volgens Jacob van Lennep was de dood van zijn moeder, in oktober 1816 – Jacob was toen veertien, een keerpunt in zijn leven. Van Gennep zelf:

“De dood mijner moeder was een onherstelbaar verlies. Hoe vele dwaasheden, die mijn onbedachtzaam en lichtzinnig karakter mij deed bedrijven, had haar moederlijke zorg misschien weten te voorkomen.” [zie pag.8]

Naast de dood van zijn moeder vormde ook de complexe tijd waarin hij leefde Jacob van Lennep. En het sociale milieu waarin hij opgroeide. Van Lennep leefde in de roerige tijd van ná de Franse Revolutie, de tijd waarin Napoleon Europa introk, en pikte op jonge leeftijd veel cultuur mee via het welgestelde milieu van zijn ouders waarin hij opgroeide. Al op zijn vijfde jaar bezocht hij de toneelvoorstelling Gijsbrecht van Aemstel van Joost van den Vondel. Nog voor zijn zesde kende Jacob dit hele drama uit zijn hoofd.

Het was een tijd waarin moderniteit (liberalisme en industrialisatie) en behoudzucht (denk aan Isaäc da Costa’s Bezwaren tegen den geest der eeuw uit 1823 en aan de opkomst van gereformeerden en katholieken) hand in hand gingen. Volgens Da Costa was de uitvinding van de boekdrukkunst een oorzaak van de zedenverwildering in Europa. Maar, paradoxaal genoeg, verspreidde Da Costa dit idee zelf weer via de door hem verfoeide boekdrukkunst… Ook in het leven van Jacob van Lennep komt deze tweespalt voor. Hij groeide op in een liberaal milieu, maar stond in zijn studententijd in Leiden in de jaren 1822-1830 – via een leeskring van studenten – onder invloed van de conservatief-religieuze schrijver Willem Bilderdijk. In zijn tomeloze dadendrang was Van Lennep daarentegen ook modern: hij was een zeer actief, opbouwend en geëngageerd sociaal werker.

- advertentie -

Samenvattend is het beeld dat Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit schetst, dat van een persoon vol van tegenstrijdigheden en een man die uniek was voor zijn tijd:

“Hij is een publieke figuur met een gedrevenheid voor het welzijn van de natie. Hij heeft een hoge opvatting van het schrijverschap en stelt zijn pen in dienst van de verbetering van de maatschappij. Maar tegelijkertijd is hij ook de schavuit die de moraal aan zijn laars lapt en zijn schrijverschap gebruikt om medeburgers voor paal te zetten. Inwendig is hij het vrije individu van de Romantiek die zijn eigen normen stelt, maar zijn geboorte verplicht hem tot een uitwendig opvoedend publiek schrijverschap.” [zie pag.13]

Voorgeslacht Van Lennep

Portret van Van Lennep door Johann Georg Schwartze (detail)
Portret van Van Lennep door Johann Georg Schwartze (detail)
De biografie duikt eerst kort in de voorgeschiedenis van de Van Lenneps. In de moeilijke tijd van de jaren 1780, de Patriottentijd, kwam Jacobs opa Cornelis van Lennep op een zijspoor te staan, omdat hij met de patriotten sympathiseerde tegen de stadhouder, Willem V en de prinsgezinden. Ongetwijfeld heeft Jacob van Lennep de verhalen over deze tijd van zijn opa gehoord. In zijn boek De voornaamste geschiedenissen van Noord-Holland (1865) schreef Jacob ook uitgebreid over de Patriottentijd, met anekdotes over de situatie in Amsterdam die hij heel goed van zijn grootvader te horen gekregen zou kunnen hebben.

Via de geschiedenis van de Bataafse Republiek maken we vervolgens kennis met Jacobs vader David Jacob van Lennep, een jurist, en zijn moeder Cornelia Christian van Orsoy die…

“…niet heel mooi, maar wel aantrekkelijk was.” [pag.29]

Op 30 september 1800 stapten beide tortelduifjes in het huwelijksbootje.

Jacob van Lennep – jonge jaren

Hun eerste zoon Jacob van Lennep werd geboren op 24 maart 1802 aan de Keizersgracht 369 in Amsterdam. Kort daarop werd Jacob gedoopt in de Waalse Kerk in Amsterdam. Hij kreeg later onderwijs op een Franse School met enorm lange schooldagen voor hedendaagse begrippen: van 9.00u tot 19.00u:

“In de middagpauze, als het regende en de kinderen niet buiten konden spelen, vertelde Van Lennep aan zijn schoolgenoten ridderromans van eigen vinding.” [pag.52]

Van 1815-1819 volgde Van Lennep de Latijnse School, het latere Barlaeus-gymnasium. Hier was vooral Latijn een belangrijk vak, omdat die taal in Van Lenneps tijd nog gangbaar was op universiteiten. In deze tijd verdiepte Van Lennep zich vermoedelijk verder in de literatuur. Maar al op jonge leeftijd was hij een fervent lezer en had hij werken gelezen van en over Voltaire, Rancine en de gedichten van P.C. Hooft, Vondel, Jacob Cats en Pieter Langendijk. Ook las hij vertalingen van boeken van Goethe, Lessing en Kotzebue. En ik 1815 vertaalde hij Shakespeare’s Hamlet.

Na de Latijnse School volgde vanaf 1819 het Athenaeum Amsterdam. In die tijd profileerde hij zichzelf als rokkenjager:

“In 1819 valt hij als een blok voor Henriëtta Roëll, in 1821 schrijft hij een ondeugend gedicht aan juffrouw Guépin, in datzelfde jaar verklaart hij zijn liefde aan Cootje Elout en er is uit die tijd ook nog een zeer minvallige brief aan Martha Amersfoodt, de zus van zijn goede vriend Jan.” [pag.107]

Drukke jaren: maatschappelijk en als schrijver

In 1830 was Van Lennep erg actief. Hij had veel functies en werkzaamheden, waaronder Rijksadvocatenwerk, lid van de landbouwcommissie, secretaris van de curatoria van twee scholen en allerlei bezigheden voor het Koninklijk-Nederlandsch Instituut van Wetenschappen. In de jaren na 1830 nam hij ook veel maatschappelijke taken op zich vanuit het door hem aangehangen Verlichtingsideaal…

“Kennis kweekt deugd.” [pag.211]

Zo was hij actief bezig met geldinzamelingen voor maatschappelijke projecten en schrijfwerk voor de in die tijd nog bestaande stadsarmenscholen. Ook zijn schrijfwerk was groots en werd breed gewaardeerd:

“Als een buitenlander rond 1850 aan een Nederlander gevraagd zou hebben wie de grote drie van die jaren waren, dan zou Van Lennep waarschijnlijk als eerste genoemd zijn, dan Nicolaas Beets, dan Geertruida Toussaint.” [pag.402]

Jacob van Lennep speelde als auteur mee in het blijspel De neven van Helvetius van den Bergh en zijn eigen stuk Rembrandt van Rijn was in het theater te zien. Op vrijwel alle schrijvers- en taalcongressen gaf hij acte de presence en debatteerde hij mee over spelling, literatuur en toneel. Van Lennep publiceerde ook tal van romans, waaronder Elizabeth Musch (1850) en De Vermakelijke Spraakkunst (1865), en veel korte verhalen. Jaarlijks rolden er meer dan 100.000 woorden uit zijn pen, met als een van de hoogtepunten een heruitgave van alle werken van Joost van den Vondel.

Grondig werk van Marita Mathijsen

Auteur Mathijsen is diepgravend en grondig te werk gegaan. Ze las duizenden brieven, spitte archiefmateriaal door, las originele werken van Van Lennep en ruim voldoende secundaire literatuur.

Jacob van Lennep - Een bezielde schavuit
Jacob van Lennep – Een bezielde schavuit
Afsluitend poneert Mathijsen dat een van de rode draden in Van Lenneps leven met de term ‘lotswisseling’ gevat kan worden:

“Ik zie in vrijwel elk werk van hem dat de onzekerheid van iemands status centraal staat. Het leven lacht iemand toe, en dan gebeurt er iets waardoor die in de ellende stort.” [pag.534]

Het maatschappelijk leven van Van Lennep, zo concludeert de auteur, werd bepaald door drie thema’s:

“De zoektocht naar een moeder, het werken aan maatschappelijke vooruitgang en bekommernis om de zwakken.” [pag.535]

Boek: Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: