Onder het weelderige, groene bladerdek van El Salvador verbergt zich een bijzonder gewas, dat dit Midden-Amerikaanse land eens beroemd maakte. Want door fermentatie van de bladeren ontstaat een heldere, krachtige kleurstof: indigoblauw.
De indigo uit El Salvador gold als de beste en zuiverste ter wereld en ging onderdeel vormen van de identiteit van de bewoners. Ze is tot hun cultuur gaan behoren en verbindt hen met de verre voorouders. Want het waren de Maya’s die deze kleurstof al gebruikten, waardoor het een essentieel element vormde in de Pre-Colombiaanse beschaving van El Salvador. En toen de Spaanse veroveraars er vijf eeuwen geleden geen goud ontdekten, namen ze deze kennis en ervaring over en veranderden het land in één grote indigoplantage.

Historici vermoeden dat al vóór de Middeleeuwen de economie van deze regio op indigo gebaseerd moet zijn geweest en dat het van hieruit door het hele Maya-rijk geëxporteerd werd. Het diende niet enkel als kleurstof, maar bijvoorbeeld ook als medicijn tegen maagaandoeningen. De met indigo gekleurde objecten konden overigens sterk in intensiteit variëren, zoals te zien is aan muurschilderingen en aardewerk waarop indigo is toegepast. Ver vóór de komst van de Spanjaarden speelde de kleurstof dus al een belangrijke rol.

Dat de plant juist hier voorkomt is te danken aan de vruchtbare- en niet al te vochtige bodem, waarvoor de vulkanen gezorgd hebben. Rondom St. Andrès zijn er maar liefst zeven, die voor de aanplant van indigo weliswaar nuttig waren, maar bij hun uitbarstingen veel angst en paniek veroorzaakten, zoals de reusachtige Ilopango verschillende malen heeft gedaan. De bijkomende aardbevingen troffen destijds een groot deel van El Salvador en vernietigden daarbij vermoedelijk een groot deel van de Maya-samenleving. Diegenen die het overleefden vluchtten weg naar noordelijke streken.
Bij één van deze uitbarstingen bedekte een asregen het dal van San Salvador met een plaatselijk vijftien meter dikke laag. Ze vond plaats in de vijftiende eeuw en was naar schatting tien maal zo krachtig als die van de Vesuvius waarbij Pompeji verwoest werd. Nog geen eeuw later doken vervolgens de Spaanse veroveraars op . Ze onderkenden na verloop van tijd het economisch potentieel van indigo en besloten de teelt uit te breiden.

Suchitoto
Suchitoto geldt onder de inwoners van El Salvador als de mooiste regio van het land en is tegelijkertijd de hoofdstad van de indigo. Ook hier is het de vruchtbare vulkanische bodem die nog altijd voor rijke oogsten zorgt. Wereldwijd zijn zo’n honderdvijftig verschillende indigo-plantensoorten bekend. Alleen de meerjarige planten van El Salvador kunnen meer dan 1.80 meter hoog worden. De kleurstof bevindt zich niet in de bloemen, maar in de bladeren die tweemaal per jaar geplukt worden. Op de geelgroene bladeren zijn vaak al blauwe vlekken te herkennen die de biologische vorming van de kleurstof verraden en een aanwijzing vormen dat er spoedig geoogst kan worden.
Plantages

Om aan de stijgende vraag uit Europa te kunnen voldoen moesten er steeds meer plantages worden aangelegd. Daardoor ging het op den duur aan voldoende arbeidskrachten ontbreken en dwongen de overheersers de bevolking om zeven dagen in de week te werken, hetgeen ook gold voor de slaven die men uit Afrika liet halen. Over de generaties heen begonnen de bevolkingsgroepen zich te vermengen. Spaanse kolonisten die alleen gekomen waren knoopten relaties aan met inheemse vrouwen, waardoor een nieuwe bevolkingsklasse ontstond die de indigoteelt voort zette en het land een ongekende bloeiperiode bezorgde.

In dorpen als Panchimalco, die diep in de bergen verstopt liggen, wist de oorspronkelijke inheemse bevolking zich echter goed te handhaven, hoewel deze ook hier niet ontkwam aan de bekering tot het katholicisme door de koloniale overheersers. Het kerkgebouw dateert er uit de zestiende eeuw, maar kreeg zijn rijke versiering twee eeuwen later tijdens de hoogtijdagen van de indigohandel. Een vloer van terracotta, een altaarstuk met barokke beelden en een plafond dat beschilderd is met indigo zijn allemaal te danken aan de rijkdom die deze kleurstof er toen bracht. De kerk ging zelf overigens ook deelnemen aan de indigohandel door grond aan te kopen en ondernemers geld te lenen voor het aanleggen van een plantage. Als tegenprestatie schonken deze vervolgens klokken en kostbaarheden voor het kerkinterieur. Belastingen en tienden konden toen zelfs in indigo worden betaald.
Aan deze bloeiperiode kwam echter een einde toen Spanje door Napoleon werd bezet. Net zoals andere landen in de regio verklaarde El Salvador zich in 1821 onafhankelijk. Aanvankelijk beleefde de indigohandel nog een korte heropleving, maar door de opkomst van synthetische kleurstoffen in de tweede helft van de negentiende eeuw liep de afzet sterk terug. In 1992 eindigde na dertien jaar de burgeroorlog in El Salvador en beleefde de blauwe kleurstof een comeback.
Op kleine schaal zetten sindsdien vooral vrouwen zich in om deze kennis en vaardigheid te behouden. Daarmee vormen ze een onderdeel van een lange geschiedenis. El Salvadoranen kopen in toenemende mate hun artikelen omdat ze lokaal vervaardigd zijn en symbool staan voor de cultuur van het land.
Een boek uit 1692 met ‘alle kleuren’
Hoe guerrillastrijders hun aantrekkingskracht verloren
Cultuurstelsel in Nederlands-Indië (vanaf 1830)
Doña Marina, de tolk van Hernán Cortés
Dwaze voorspellingen van Maya’s, priesters en politici