Herdenkingsmonument voor Jan Palach en Jan Zajíc bij het Nationaal Museum in Praag, opgericht ter nagedachtenis aan hun protest tegen de Sovjetbezetting. (CC BY 3.0 - Chmee2 - wiki)
Jan Palach, een twintigjarige geschiedenisstudent uit Tsjecho-Slowakije, stak zichzelf op 16 januari 1969 op het Wenceslasplein in Praag in brand, uit protest tegen de stalinisatie van zijn land en de bezetting door Warschaupact-troepen. Drie dagen later overleed hij in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.
Jan PalachTsjecho-Slowakije maakte in 1968 een periode van liberalisering door. Onder politiek leider Alexander Dubček kregen de Tsjechoslowaken meer vrijheid. Deze periode werd bekend onder de naam Praagse Lente. Dubček, eerste secretaris van de Communistische Partij van Tsjechoslowakije, schafte de censuur af en gaf politieke partijen dezelfde rechten als de communistische partij.
De liberalisatie was niet naar de zin van de Sovjet-Unie. In de nacht van 20 op 21 augustus 1968 viel een Sovjet-troepenmacht, samen met enkele andere leden van het Warschaupact, Tsjecho-Slowakije binnen om de orde te herstellen. De student Jan Palach protesteerde fel tegen de stalinistische regering die hierna de touwtjes in handen kreeg. Eind augustus nam hij deel aan de grote studentenprotesten tegen de Sovjetinvasie en hij schreef verschillende brieven naar de regering, waarin hij eiste dat censuur en propaganda werden opgeheven. Verder eiste Palach het aftreden van politici die met de Sovjets collaboreerden.
Johannes HusNadat hij verschillende brieven verstuurd had, vertrok Palach op 16 januari 1969 naar het Wenceslausplein in Praag. Getuigenverklaringen, vastgelegd in een politiedossier, maken het mogelijk de handelingen vlak voor de zelfverbranding nauwkeurig te reconstrueren. Volgens deze verklaringen legde Palach zijn jas af bij de fontein en haalde hij een fles met brandbare vloeistof uit zijn aktetas. Vervolgens overgoot hij zich met de vloeistof en stak zichzelf in brand. De jonge student werd later vergeleken met kerkhervormer Johannes Hus, die in de veertiende eeuw na openlijk kritiek te hebben geleverd op de katholieke kerk veroordeeld werd tot de brandstapel.
Navolging
Trambestuurder Jaroslav Spirek zag de brandende student gillend de weg op rennen en besloot hard op de rem te trappen. De man wist de vlammen te doven door zijn jas over hem heen te gooien. Jan Palach was op dat moment echter al zeer ernstig gewond en moest naar het ziekenhuis overgebracht worden. In zijn winterjas vond men een brief waarin onder meer stond:
Graf van Jan Palach (CC BY-SA 4.0 – VitVit – wiki)“Omdat wij zien dat onze volkeren aan de rand van de wanhoop staan, hebben wij besloten ons protest te laten horen en de bevolking van dit land op de volgende wijze wakker te schudden. Onze groep bestaat uit vrijwilligers die vastbesloten zijn zichzelf levend te verbranden in dienst van onze zaak. Ik heb de eer gehad als eerste het lot te trekken en daarmee het recht verworven deze eerste brief te schrijven en de eerste toorts te zijn. Onze eisen zijn:
1) de onmiddellijke afschaffing van de censuur;
2) een verspreidingsverbod voor Zpravy.
Tenzij onze eisen binnen vijf dagen, dat wil zeggen op 21 januari 1969, worden ingewilligd en tenzij de bevolking ze voldoende ondersteunt (dat wil zeggen door een staking voor onbepaalde tijd), zullen meer toortsen worden ontstoken.
(was getekend) Toorts nr. 1
Plaquette op het Jan PalachpleinHoewel een arts zijn situatie als uitzichtloos bestempelde, bleef Jan Palach nog drie dagen in leven en zo nu en dan was hij ook nog bij bewustzijn. Enkele uren na zijn opname werd de kliniek overspoeld door journalisten, waarna de behandelend artsen besloten het ziekenhuis af te sluiten voor de pers en ook politieonderzoekers slechts beperkt toe te laten. Tijdens momenten van bewustzijn liet Palach zich informeren over de reactie op zijn daad. Toen hij vernam dat het land geschokt was, de communistische bewindhebbers overspoeld werden met brieven die zijn eisen ondersteunden en er duizenden bloemen in het ziekenhuis waren bezorgd, slaagde hij er naar verluidt zelfs nog in te glimlachen.
Na drie dagen bezweek Palach alsnog aan zijn verwondingen. Voorafgaand aan de begrafenis was in het Karolinum in Praag gelegenheid om afscheid te nemen van Jan Palach. Tienduizenden mensen trokken aan zijn kist voorbij. Verzoeken om de gestorven student te begraven in de Slavín-tombe, waar Tsjechische prominenten hun laatste rustplaats hebben, werden door de autoriteiten tegengehouden. Tijdens zijn begrafenis, die grotendeels georganiseerd werd door studentenorganisaties, liepen honderdduizenden inwoners mee in een stille tocht, die het karakter kreeg van een massademonstratie.
De begrafenis van Jan Palach groeide uit tot een massaal protest tegen de bezetting. (CC BY-SA 4.0 – Miloň Novotný – wiki)
Een anonieme deelnemer verklaarde dat het voelde alsof ‘Tsjecho-Slowakije gestorven was’. De Britse journalist William Shawcross omschreef de reactie op de zelfverbranding in 1970 als volgt:
“Palachs dood maakte onmiddellijk iets groots wakker in de Tsjechische ziel, iets dat sedert augustus de voortdurende straffen met schouderophalen had aanvaard. Nu werden de schouders rechtgetrokken en een week lang gaf Praag zich over aan de glorie van deze jongeman. Dat hij zulke diepe gevoelens wakker riep, kwam omdat de bevolking, nadat ze haar geloof in Dubček had verloren, wanhopig zocht naar een ander idool dat kon dienen als symbool voor de nationale hoop en vertwijfeling. Op de meest tragische en heroïsche wijze verschafte Jan Palach zo’n symbool. Door de volstrekt buitenproportionele aard van zijn offer nam hij bovendien een stuk verplichting tot actie weg van de schouders van de rest van de bevolking. En daarvoor waren de mensen hem dankbaar: de noodzaak om tot beslissende actie over te gaan was weer eens naar later verschoven; de verering van Jan was voor het moment voldoende aanleiding tot nationale eenheid en nationaal voortbestaan.
Onze jaren 1945-70 – Deel 100, p.3169-3170
Jan Zajíc (CC BY-SA 3.0 – Luděk Kovář – wiki)Hoewel veel inwoners groot respect hadden voor de moedige daad van de student en Palach een symbool werd van het protest tegen de Sovjet-invasie, werden zijn eisen over het algemeen als onrealistisch beschouwd. Met name studenten reageerden op de oproep van de overleden Tsjecho-Slowaak. Zij organiseerden onder meer sit-in-stakingen en eisten een terugkeer naar de principes van de Praagse Lente. Andere grote landelijke stakingen bleven echter uit.
Hierna volgden, zoals Palach al aangekondigd had, inderdaad meer zelfverbrandingen. Ruim een maand later, op 25 februari 1969, stak ook de achttienjarige student Jan Zajic zichzelf op het Wenceslausplein in brand. Hij overleed nog diezelfde dag. Ook hij liet een briefje na met daarop de tekst:
Ik doe dit niet omdat ik wil dat mensen om mij huilen of omdat ik beroemd wil worden of omdat ik gek ben geworden. Ik doe dit om ervoor te zorgen dat jullie je verzetten en je niet laten meesleuren door dictators. Laat mijn fakkel jullie hart aansteken en jullie verstand verlichten. Laat mijn fakkel de weg naar een vrij en gelukkig Tsjecho-Slowakije verlichten.
Monument voor Jan Palach en Jan Zajíc (CC BY-SA 4.0 – Roger Veringmeier – wiki)
In totaal zouden tien studenten zich in Praag uit protest in brand steken. Jan Palach is van hen veruit de bekendste. Hij was, zoals hij schreef, inderdaad de eerste toorts. In de massamedia werden de latere zelfverbrandingen veelal afgedaan als psychopathische daden. Een half jaar later was het protest grotendeels verstomd.
In Praag is een plein naar Jan Palach vernoemd en op het Wenceslausplein is een plaquette te vinden ter nagedachtenis aan zowel Palach als Zajic.
-Kroniek van de twintigste eeuw – Aart Aarsbergen e.a. (Agon) p.834
-Algemeen Handelsblad, 17-01-1969 (https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000035470:mpeg21:a0012)
-Het vrije volk, 18-01-1969 (https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010956807:mpeg21:a0172)
-Onze jaren 1945-70, Deel 100, p.3169-3170
–1968 – You Say You Want a Revolution – Roel Janssen (2018)
Historiek is een onafhankelijk online geschiedenismagazine voor een breed publiek. We willen geschiedenis en actualiteit met elkaar verbinden en geschiedenisverhalen gratis toegankelijk maken.