Moordenaar Hendrik Jut en zijn kop-van-jut

/
4 minuten leestijd
Kop-van-jut - Gipsen afgietsel van het hoofd van Hendrik Jut in het Universiteitsmuseum Groningen (CC BY-SA 3.0 - Vysotsky - wiki)
Kop-van-jut - Gipsen afgietsel van het hoofd van Hendrik Jut in het Universiteitsmuseum Groningen (CC BY-SA 3.0 - Vysotsky - wiki)

De kop-van-jut is een bekende kermisattractie, bestaande uit een hefboom waarop hard geslagen moet worden. Slaat men hard genoeg, dan knalt een gewicht op de hefboom zo hard naar boven dat deze tegen een bel aankomt. Daarnaast kennen we de zegswijze ‘kop van jut’, die gebruikt wordt voor personen die het slachtoffer of de zondebok zijn. Veel minder bekend is dat zowel de uitdrukking als de kermisattractie hun naam danken aan een persoon die echt heeft bestaan, namelijk de moordenaar Hendrik Jut.

De eenentwintigjarige Hendrik Jut had in 1872 dringend geld nodig. Zijn vijf jaar oudere vriendin Christina Goedvolk was namelijk zwanger. Hendrik wilde wel met haar trouwen maar had daarvoor te weinig geld. Hij werkte als kelner maar verdiende daarmee klaarblijkelijk niet genoeg. Het oog van het op geld beluste jonge stel viel op de rijke weduwe Van der Kouwen, die in een mooie woning in de Bocht van Guinee in Den Haag woonde. Christina had jaren daarvoor enige tijd als dienstmeisje voor deze dame gewerkt en wist dus dat bij haar thuis wel wat te halen viel…

Hendrik Jut en zijn vrouw Christina Goedvolk (Nieuwsblad van het Noorden, 10-05-1976 - Delpher)
Hendrik Jut en zijn vrouw Christina Goedvolk (Nieuwsblad van het Noorden, 10-05-1976 – Delpher)

Een bloedbad

Een paar keer probeerden Hendrik en zijn vrouw in te breken bij de weduwe. Tevergeefs. Telkens waren de hondjes van de dame gaan keffen en had het inbrekerspaar snel de benen genomen. Hendrik Jut besloot het toen maar gewelddadiger aan te pakken. Van geld dat hij van zijn moeder leende, kocht hij twee pistolen en een dolk. Samen met Christina trok hij vervolgens naar de woning van de weduwe. Jut en Christina belden aan. Toen het dienstmeisje van de weduwe opendeed, beweerde Christina dat ze nog twee laarsjes in het huis had staan. Nietsvermoedend nodigde de dame, die het gesprek bij de deur vanaf een afstandje volgde, haar vroegere werkneemster uit om even boven te komen en de hondjes gedag te zeggen. Eenmaal binnen richtten Jut en Christina een bloedbad aan. Zowel het dienstmeisje van de weduwe als de weduwe zelf werden met messteken om het leven gebracht. Hierna doorzochten de twee geliefden de woning op kostbaarheden en vertrokken uiteindelijk met een flinke lading sieraden en geld.

Hendrik Jut had nu voorlopig genoeg geld. Hij trouwde met Christina en wist drie jaar lang uit handen van justitie te blijven. Na de moord pakte de politie verschillende onschuldigen op, maar uiteindelijk wist men toch de échte daders te pakken te krijgen. Dit had Hendrik Jut aan zichzelf te danken. In een dronken bui versprak hij zich waardoor bekend werd dat hij achter de gruwelijke roofmoord zat. Zowel Hendrik als Christina werden hierna gearresteerd. In de rechtszaak die volgde kreeg Hendrik Jut een levenslange tuchthuisstraf opgelegd; zijn vrouw moest twaalf jaar het tuchthuis in.

Een handig kermisexploitant

Kop-van-jut op de kermis in Amsterdam, 1917
Kop-van-jut op de kermis in Amsterdam, 1917
Veel inwoners van Den Haag en omstreken vonden de straffen te laag en hadden liever gezien dat Jut de doodstraf had gekregen. Die was echter net afgeschaft. De moordenaar werd overigens verdedigd door de jonge advocaat Pieter Cort van der Linden. Veertig jaar later zou die premier van Nederland worden.

Naar verluidt liepen er in de dagen rond de rechtszaak tegen de moordenaars verschillende Hagenezen door de straten die woedend waren op Jut en leuzen riepen als:

“Jut, Jut, Jut, Jut moet in put!”

Moderne kop-van-jut
Moderne kop-van-jut (CC BY 3.0 – FoxLad – wiki)
Een kermisuitbater speelde handig in op de volkswoede en ontwikkelde een speciale attractie. Hij bood al zijn klanten de mogelijkheid hun woede te koelen op een speciale slagmachine: de kop-van-jut.

Hendrik Jut werd na zijn veroordeling overgebracht naar een tuchthuis in Leeuwarden. Daar overleed hij in 1878 op zesentwintigjarige leeftijd. Zoals gebruikelijk bij gevangenen werd zijn lichaam ter beschikking gesteld van de wetenschap. In het Academisch Ziekenhuis in Groningen ontleedden artsen in opleiding – waaronder naar verluidt Aletta Jacobs – het lichaam van de misdadiger. Zijn hoofd werd op sterk water gezet, maar ging uiteindelijk toch verloren doordat de pot niet goed was afgesloten en de alcohol verdampte.

In het Universiteitsmuseum Groningen is nog wel een gipsen afgietsel van de ‘kop van Jut’ te vinden. Deze is waarschijnlijk gemaakt op het sterfbed van de moordenaar.

Boek: Moord en doodslag – 16 verjaarde zaken

Bronnen

-Universiteitsmuseum Groningen

-https://www.trouw.nl/home/stille-tovenaar-op-het-binnenhof~aa5ababa/
-Nieuwsblad van het Noorden, 10-05-1976 – https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011017543
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Kop-van-jut