Haagse rijkeluiskinderen in het midden van de zeventiende eeuw misdroegen zich nogal eens. Ze feestten erop los, kropen geregeld liever in het bed van een ander dan tussen de eigen lakens, sloegen voor de lol eerzame burgers in elkaar en bezondigden zich soms aan verkrachting en zelfs moord. Een vooraanstaand lid van de losbandige bende was Elisabeth Maria Musch (1639-1699).
Elisabeth Maria’s vader, Cornelis Musch, stamde uit een Rotterdams koopmansgeslacht. Als griffier van de Staten-Generaal was hij berucht om zijn corruptie. Toen hij ter verantwoording dreigde te worden geroepen pleegde hij in 1650 zelfmoord.

Aandacht voor Elisabeth Maria Musch zou overbodig zijn als niet de populaire schrijver Jacob van Lennep (1802-1868) haar tot heldin had verheven in de roman Elisabeth Musch: tafereel uit de zeventiende eeuw (drie delen, 1850-1851). Haar biograaf meent dat Van Lennep haar veel te fraai voorstelt. Japikse:
Hare moraliteit liet als echtgenoote en weduwe evenzeer te wenschen over, als toen zij nog ongehuwd was. Zij bezat een goed verstand en wordt geestig in den omgang genoemd; zij was, behalve in hooge mate lichtzinnig, listig, oploopend en wraakgierig.
Hoe zeg je dat in modern Nederlands? Een slimme, lekkere meid met een beroerd karakter, een welbespraakte lellebel – zoiets.
Een landverrader als echtgenoot
In 1664 trouwde ze met ritmeester Henri Buat. Zelfs de prins van Oranje verscheen op het huwelijksfeest. Maar Buat was niet de man om Elisabeth Maria in te tomen. Als militair was hij zeer dapper, maar hij was ook een daverend drankorgel. En toen hij met instemming van raadspensionaris Johan de Witt – de Republiek was in oorlog met Engeland – correspondeerde met de Engelsen over mogelijke vredesbesprekingen, haalde hij een lelijke streek uit. Naast de brieven die hij aan De Witt liet zien, voerde Buat een twee correspondentie. De Republiek bevond zich in het eerste stadhouderloze tijdperk (1650-1672). Buats geheime briefwisseling had ten doel met hulp van de Engelsen het Oranjehuis in de Nederlanden weer op het schild te hijsen. Ook verwijdering tussen de Republiek en Frankrijk was een geheim doel.

Na de terechtstelling vertrok weduwe Elisabeth Maria naar Frankrijk om particuliere zaken te regelen. Daar namelijk had haar man haar aardig wat grondbezit nagelaten. Omdat de Staten van Holland liever van haar af waren, kreeg ze toestemming naar Frankrijk te reizen, maar werd haar verboden naar Holland terug te keren. Daarom vestigde ze zich in 1669 in Breda.
Gevangenschap
Toen de Republiek in oorlog raakte met Frankrijk, reisde Elisabeth Maria in 1672 nogmaals daarheen. Ze wilde voorkomen dat haar Franse landgoed als vijandig bezit in beslag zou worden genomen. Maar ze had pech. In Brussel was een vooraanstaande Française achter de tralies gezet en als tegenmaatregel liet Lodewijk XIV de weduwe Buat gevangen nemen. Uiteindelijk kwam ze vrij en werd ze door de Zonnekoning zelfs in audiëntie ontvangen.
En omdat het de Oranjepartij sinds 1672 in Holland weer voor de wind ging, mocht ze zich ook daar weer vertonen. In het vervolg verdeelde ze haar tijd tussen Holland en Frankrijk. In 1685 bekeerde ze zich tot het katholicisme. Veertien jaar later overleed ze in Saint Cyr-sur-Morin, ten noordoosten van Parijs, waar Buat haar aanzienlijk grondbezit had nagelaten. Daar is ze ook begraven.
Alles overziend heeft Elisabeth Maria niets noemenswaardigs gepresteerd. Ze was de kleindochter van, de dochter van, de echtgenote en weduwe van en ze had een weinig verheffende reputatie. Slechts aan schrijver Van Lennep dankt ze dat haar naam nog voortleeft, zij het vermoedelijk alleen in kringen van literatuurspecialisten.
Hoe Cornelis Musch ten onder ging aan zijn eigen macht
Sleutel tot Japan: Hendrik Heusken
Een vorstelijke snijder: Arnoldus Fey
Willem van Enckevoirt: boezemvriend van de Nederlandse paus