Van Aartsen was wel de aanvoerder van de VVD, maar niet echt de baas

2 minuten leestijd
Jozias van Aartsen in 2010
Jozias van Aartsen in 2010 (CC BY 2.0 - Jos van Zetten - wiki)

Elke politieke partij heeft een leider die bepaalt welke koers er wordt gevaren. Maar sommige partijleiders zitten vaster in het zadel dan andere. Ze kunnen zich een miskleun veroorloven, omdat ze weten dat ze er populair genoeg voor zijn. Van de huidige leiders is vooral de positie van VVD-leider Dilan Yeşilgöz tamelijk zwak. Ze is niet de eerste VVD-chef die zoiets overkomt.

Met uitzondering van Pieter Oud, Hans Wiegel, Frits Bolkestein en Mark Rutte, maakten de meeste andere partijleiders een minder sterke indruk, al maakte de een een slechtere indruk dan de ander. Neem Jozias van Aartsen. Toen hij aan het bewind kwam was Gerrit Zalm net fractievoorzitter geweest, bij de liberalen een teken dat je de hoogste positie hebt bereikt. Zalm was de baas van de fractie tijdens het kabinet met de LPF, begin deze eeuw.

Zootje ongeregeld

Gerrit Zalm, bedenker van de zalmnorm (CC BY 2.0 - Roel - wiki)
Gerrit Zalm, de lachende minister van Financiën, 2006 (CC BY 2.0 – Roel Wijnants – wiki)
Maar Zalm was het moe. Hij had er meer dan genoeg van om leiding te geven aan het zootje ongeregeld dat een fractie kan zijn, zeker bij de VVD. Niet dat hij de politiek vaarwel wilde zeggen, maar hij verlangde terug naar de ministerspost van Financiën, die hij ook in de paarse jaren had bezet.

Dat ambt wilde hij weer vervullen toen de VVD in 2003 de kans kreeg te gaan regeren. Zalm werd tevens vicepremier. Voor het vacant komende fractievoorzitterschap deed hij, naar het zich laat aanzien, een beroep op Jozias van Aartsen. Die kende hij goed uit zijn paarse periode, toen Van Aartsen respectievelijk minister van Landbouw en van Buitenlandse Zaken was. Zalm had mazzel: de VVD-fractie vond Van Aartsen ook heel geschikt als fractievoorzitter.

Zalm, een nogal rechtlijnige politicus, wilde echter wel graag de baas blijven in de VVD. Van Aartsen had, gezien de partijgeschiedenis (met uitzondering van Wiegel die ook vicepremier was onder CDA’er Dries van Agt) het recht op het leiderschap, maar hij mocht zich van het partijcongres niet meer dan ‘aanvoerder’ noemen. Het is niet zeker, maar het vermoeden dat Zalm daar een aanzienlijke bemoeienis mee had is alleszins gewettigd.

De VVD was dan ook ten tijde van het tweede kabinet-Balkenende een partij met een onduidelijk leiderschap. Formeel was alles goed geregeld. Volgens Zalm had hij het voor het zeggen als het ging om kabinetszaken, terwijl Van Aartsen in de fractie de chef was. Maar in de praktijk is één leider wiens wil wet is, geboden.

Politicus van het jaar

Geert Wilders in 2006
Geert Wilders in 2006 (CC BY-SA 2.0 – wiki)
De vrij progressief-liberale Van Aartsen, in 2004 nog door de parlementaire pers verkozen tot politicus van het jaar, had ook pech. Tijdens zijn fractievoorzitterschap scheidde Geert Wilders zich van de VVD-fractie af en begon voor zichzelf. Bij haar eerste verkiezingsdeelname in 2006 bleek de PVV van Wilders een flink electoraat te hebben opgebouwd. Dat bestond ongetwijfeld vooral uit kiezers die anders bij de VVD waren beland.

Van Aartsen trok uit deze gang van zaken zijn consequenties. Hij liet kort voor de gemeenteraadsverkiezingen van dat jaar weten dat hij zijn baan zou opgeven als de partij waarvan hij de leiding had minder dan 14 procent van de stemmen zou halen. Het werden er 13,8, dus Van Aartsen was weg als fractievoorzitter. Willibrord van Beek nam tijdelijk zijn plaats in.

Van Aartsen liet zich niet meer herkiezen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006. Zijn opvolger in de fractie was Mark Rutte. Van Aartsen is later nog burgemeester van Den Haag geworden. Zalm werd na het verlaten van de politiek onder meer directeur bij ABN Amro. Beiden zijn nog in het land der levenden.

×