‘Chris van der Heijden laat essentiële context weg in boek over oorlogsverleden ouders’

16 minuten leestijd
Huwelijksfoto van Henk van der Heijden en Miep van der Velde in het Studentenfront
Huwelijksfoto van Henk van der Heijden en Miep van der Velde in het Studentenfront - Archief Harold Makaske
In zijn nieuwe boek Over de rand laait het vuur onderzoekt historicus Chris van der Heijden het nationaalsocialistische verleden van zijn ouders. Beide ouders sloten zich in de oorlogsjaren aan bij de NSB en de SS. Van der Heijden probeert hun keuzes te begrijpen en context te geven. Harold Makaske, onder meer gespecialiseerd in het antisemitisme van de NSB en nationaalsocialistisch drukwerk, las het boek kritisch. In onderstaande bijdrage plaatst hij kanttekeningen bij de wijze waarop Van der Heijden het verleden van zijn vader presenteert.

Over de rand mee dwarrelen in het vuur

In het boek Over de rand laait het vuur neemt historicus Chris van der Heijden de lezer mee in zijn zoektocht naar het oorlogsverleden van zijn ouders Henk van der Heijden (1916) en Miep van der Velde (1922). Beiden kozen vol overtuiging voor het nationaalsocialisme.

Aanstelling medewerker Vorming (1)
Archief Harold Makaske
Tijdens zijn rechtenstudie in Leiden werd Henk begin 1936 lid van het Verbond van Dietsch Nationaal-Solidaristen (Verdinaso). Hij werd actief en bezocht alle Landdagen. Tijdens de meidagen vocht Henk bij de Nederlandse luchtmacht tegen de Duitsers. Eind 1940 ging het Verdinaso op in de NSB. Henk kwam begin 1942 in dienst van de Afdeeling Vorming. In augustus vertrok hij als vrijwilliger naar de SS Junkershule in Bad Tölz voor de officiersopleiding. Al snel ontstonden er problemen over zijn ‘Dietsche opvattingen’ betreffende een zelfstandig groot Nederland. Deze stonden haaks op het SS-streven naar één groot Germaans rijk. Dit leidde midden september al tot zijn gedwongen vertrek naar het Oostfront. Daar maakte hij deel uit van de troepen in de Kaukasus.

Mei 1943 trouwde hij Miep, die hij voor de oorlog had leren kennen. Miep was in 1940 eerst lid geworden van Arnold Meyers Nationaal Front, maar stapte al vrij snel over naar de NSB om opgeleid te worden tot kaderlid van de Jeugdstorm. Henk had zich als onderofficier bewezen aan het front en mocht terug naar Bad Tölz om de officiersopleiding te voltooien. Na een korte tijd samen met zijn vrouw, die ondertussen uit de NSB was geroyeerd, vertrok Henk met een omweg naar het huidige Kroatië. De omweg liep via Berlijn waar hij in opdracht van Anton Mussert een gesprek had met waarschijnlijk Franz Riedweg, leider van de Germanische Leitstelle. Het gesprek betrof het verschil van opvatting tussen Mussert en de SS over de positie van Nederland.

Tijdens een zeer bloederige strijd tegen partizanen in Kroatië raakte Henk zwaar gewond. Eind januari 1944 was hij terug in Nederland en werd hij benoemd tot één van de vijf regiocommandanten van de Landwacht. Na het begin van de spoorwegstaking verhuisde hij naar het oosten van het land om leiding te geven aan de Landwachters die spoorlijnen bewaakten. In april 1945 kwam hij in Britse krijgsgevangenschap. Uiteindelijk werd hij tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar kwam in 1953 vrij. Daarna zijn Henk en Miep jaren samen en kregen zij twee dochters en vier zonen. Het huwelijk strandde en Henk vertrok met een andere vrouw naar België. De kinderen bleven bij Miep achter en hadden geen of lange tijd geen contact meer met hun vader.

Dit is de zeer korte versie van het oorlogsverhaal van Chris’ ouders. Het publiceren ervan leverde behoorlijke onenigheid op tussen de schrijver en zijn tweede zus. In zijn boek meldt de schrijver dat hij een advocatenbrief ontving om de publicatie tegen te houden. Ook was er een strijd over het bezit van de papieren die een voorname bron voor het boek waren. Van der Heijden eindigt zijn publicatie met de argumentatie om het boek uit te geven:

Als er zoveel uniek materiaal is als in het geval van mijn ouders en als dat materiaal ook nog eens zo uitzonderlijk is, dan is het welhaast een intellectuele misdaad om het te laten liggen, laat staan om het weg te gooien. In ieder geval probeer ik bij dezen te redden wat te redden valt: van een wereld die mijn kinderen nooit gezien hebben en die ik als het ware voor mijn ogen heb zien verdampen, een tijdperk ook dat diep en ingrijpend getekend werd door één en dezelfde gebeurtenis: de Tweede Wereldoorlog.

De vragen die telkens terugkomen in het boek luiden: Zijn de ouders (oorlogs)misdrijven toe te rekenen? En, wat hebben zij geweten van de Jodenvervolging? Het stellen van deze vragen is dapper, maar het stellen ervan brengt de verantwoordelijkheid met zich mee het onderzoek evenwichtig te presenteren. Van der Heijden heeft in boeken als Grijs verleden en Joodse NSB’ers de NSB gematigd voorgesteld door informatie selectief te presenteren. Mijn bezwaar tegen ook dit boek is dat hij een aantal relevante en belangrijke zaken weglaat, waardoor het uiteindelijke beeld voor met name zijn vader positiever uitpakt dan op grond van andere bronnen rechtvaardig is. Als historicus behoor je de keuzes van de hoofdrolspelers in de context van de maatschappelijke omgeving en gebeurtenissen te plaatsen. Van der Heijden laat in dit boek naar mijn idee een aantal relevatie omgevingsvariabelen onbesproken.

De schrijver heeft bovendien een subtiele manier om de lezer op een verkeerd been te zetten. Een voorbeeld. Na een lang citaat van Henk over de noodzaak van een ‘beslissende en verantwoordelijke leider’ uit midden 1940 schrijft Van der Heijden daarover:

Probleem bij teksten als deze is dat ze bijna onmogelijk te lezen zijn zonder meteen achter elk woord (nazi)spoken te zien. Zo is het beroep op een verantwoordelijke leider eenvoudig uit te leggen als een keuze voor Adolf Hitler.1

Wat is en wat wil het Verdinaso-Nederland
Archief Harold Makaske
Het zou inderdaad een probleem zijn als de tekst niet door Henk, maar door een apolitieke of prodemocratische persoon was geschreven zonder dat de lezer die achtergrond zou kennen. In het geval van Henk is er echter geen probleem en ook geen spook. Hij was al sinds 1936 lid van het Verdinaso: een organisatie die in het programma pleit voor een leiderschap op basis van een verantwoordelijke persoonlijkheid.2 In de brochure van Verdinaso-Nederland leider Ernst Voorhoeve Wat is en wat wil het Verdinaso-Nederland staat het top-down leiderschap nader uitgewerkt. Dat pleidooi voor leiderschap op basis van het leidersbeginsel was een volkomen consequent pleidooi op basis van Henks keuze voor het fascisme. Hij schreef daarover zelfs meerdere artikelen. Het vermeende (nazi)spook was in werkelijkheid een concreet streven van Van der Heijdens vader. Door Adolf Hitler daarbij te betrekken ontstaat een mistgordijn waarmee dit wordt verhuld.

Verdinaso

Ter aanvulling van het boek heeft Van der Heijden een website gemaakt. In het boek verwijst hij bij een aantal onderwerpen en personen naar extra informatie online. In het boek wordt het antisemitisme van het Verdinaso slechts terloops genoemd. Het antisemitisme was een prominent onderwerp van het Verdinaso. Omdat het niet in het boek wordt besproken, was het te verwachten dat de lezer voor een evenwichtig beeld op de webpagina nader geïnformeerd zou worden. Van der Heijden meldt echter niets over het antisemitische karakter van de organisatie.

In de eerder genoemde brochure Wat is en wat wil het Verdinaso-Nederland in een hoofdstuk met voorgestelde oplossingen, is de eerste paragraaf ingeruimd voor Het Jodendom. Er volgt een opsomming van de leidende en invloedrijke posities die door Joden zijn ingenomen, waarop wordt gesteld:

…een invloed en een macht, die hen als volksvreemd element niet toekomt en niet in het belang is van de Nederlandsche bevolking. Buitenlandse Joden moesten worden geweerd en voor de Joden in Nederland wilde de organisatie een ‘bijzonder Statuut, waarbij hunne rechten en hunne plichten worden bepaald.3

Voor een jurist als Henk van der Heijden die zegt niet antisemitisch te zijn, zou het buiten de wet plaatsen van een bevolkingsgroep een gruwel moeten zijn. Hij accepteerde dat blijkbaar. Dat de Verdinaso-leden zich behoorlijk antisemitisch konden uiten, blijkt uit een verslag van een ledenvergadering in het weekblad Hier Dinaso! Daarin werden de leden aangemaand voorzichtig te zijn ‘in onze discussie met buitenstaanders over de “Jodenkwestie” (…).4

Het mogelijke antisemitisme van zijn ouders is een terugkerende vraag in zijn boek. Het is dan ook opmerkelijk dat de schrijver het antisemitisme van de organisatie feitelijk onbesproken laat.

Nog merkwaardiger is een opmerking van Van der Heijdens op zijn website. De NSB was volgens Henk te kleinburgerlijk en mede daarom koos hij voor het Verdinaso. In november 1940 ging die organisatie op in de NSB. Daarover schrijft Chris:

‘Eind 40 ging het Verdinaso collectief over naar de NSB en werd Henk dus, of hij ’t wilde of niet, NSB-lid.5

Deze opmerking is een gotspe voor een historicus. Als Henk niet over wilde gaan naar de NSB, stond niets hem in de weg om te bedanken voor het lidmaatschap. Schrijft Van der Heijden dit om afstand te creëren tussen zijn vader en de NSB? Geen idee, maar die indruk wordt versterkt door wat de schrijver vertelt over de functie van zijn vader bij de Afdeeling Vorming van de NSB.

Leden van het Studentenfront
Leden van het Studentenfront op een omslag van een Studentenfront-brochure – Archief Harold Makaske

NSB Afdeeling Vorming

In februari 1942 kwam Henk in dienst van de Afdeeling Vorming van de NSB. Deze afdeling stond onder leiding van Robert van Genechten. Henk duidt hem in zijn autobiografie aan als ‘een begaafd man, goede vader en trouwe vriend’.6 Henk werkte ondertussen aan zijn dissertatie toen hij in dienst kwam bij Van Genechtens afdeling. In zijn autobiografie schrijft Henk dat er speciaal een functie als wetenschappelijk medewerker voor hem werd gecreëerd. Chris schrijft daarover:

In zijn functie kon Henk gewoon aan zijn dissertatie werken. Betaald. Toch was studeren en publiceren niet het enige wat Henk er deed. Ook pakte hij zijn oude plannen voor het studentenfront weer op, nu in de rol van (Studenten-)Vormingsleider. (…) hij bleef uiteindelijk nog geen halfjaar in functie en kwam aan grootse plannen niet toe (…). 7

De tekst van Van der Heijden wekt de suggestie dat het werk bij de Afdeeling Vorming niet zoveel voorstelde. Het zou dus vooral een betaalde functie zijn om aan zijn dissertatie te werken. De indruk ontstaat daardoor dat hij in een stoffig kantoortje aan het einde van de gang achter een bureau met stapels boeken aan artikelen werkte en studeerde. Maar was dat wel zo?

Studentenfront
Archief Harold Makaske
Henk werd inderdaad benoemd tot vormingsleider van het Studentenfront. Was dat slechts voor een periode van een half jaar? Dat klopt in ieder geval niet, want bij de foto’s van het huwelijk van Henk en Miep in mei 1943, dus ruim een jaar later, wordt hij in de onderschriften nog steeds genoemd als vormingsleider van het Studentenfront. In de N.S. Studentenfront Almanak 1943 en 1944, die eind 1943 of begin 1944 verscheen, staat SS Untersturmführer Henk nog steeds als vormingsleider in het overzicht van de Landelijke Leiding. In het boekje stonden ook een brief, die Henk vanuit Kroatië stuurde en diverse gedichten van zijn vrouw Miep. Henks functie als vormingsleider was dus niet zo tijdelijk als in het boek staat.

Van der Heijden noemt een aantal periodieken waarin zijn vader publiceerde. Zo verwijst hij naar Nieuw Nederland, NSB-maandblad voor economie, staatkunde en cultuur. Het NSB-tijdschrift waarin Henk de meeste artikelen heeft geplaatst, laat hij echter onbenoemd. Enige tijd na zijn overgang naar de NSB begon hij te publiceren in het tijdschrift Ontwakend Volk van de NSB Afdeeling Vorming. In zijn vaste rubriek omarmde hij de afbraak door de nazi’s van de rechtsstaat en de rechtsbeginselen en de daaraan gekoppelde rechtszekerheid. Het is verwijtbaar dat wetenschapper Van der Heijden hierover niets meldt in zijn boek.

Wat de schrijver ook nalaat, is de politieke atmosfeer op de afdeling vorming te schetsen. Dat is relevant om de keuze van zijn vader te duiden. Van der Heijden laat echter onvermeld dat zijn vader aan het werk ging op de afdeling die primair verantwoordelijk was voor het uitdragen van een zeer giftige politiek.

Henk moet dat hebben geweten. Nog voordat hij in dienst trad schreef hij een artikel over Leiderschap in Ontwakend Volk van november/december 1941. In hetzelfde nummer stond de rubriek Hoe denkt de vorming daar nu over? Daarin kwam de vraag aan de orde: Waar ter wereld denkt de beweging de Joden onder te brengen? Het antwoord luidde:

De beweging denkt op het oogenblik heelemaal niet meer over dit probleem. (…) de Joden hebben hun oorlog tegen Duitschland ontketend, deze oorlog beteekent dus het einde van het Jodendom in Europa. Het probleem en hun verscheping en onderbrenging is dus een probleem dat door den Führer zal worden opgelost. Wij kunnen dit in het volste vertrouwen aan hem overlaten.

Henk vond deze tekst blijkbaar geen aanleiding om te breken. Sterker nog, in het volgende nummer, januari 1942, schreef hij in het artikel met de titel Het Volk en de Staat over het proces van naturalisatie tot Nederlander voor 10 mei 1940:

Men behoefde slechts een naturalisatieverzoek in te dienen en een som gelds te storten en men kon Nederlander worden, tot welke vreemde ras- of volksgeaardheid men ook behoorde. Zoo zag men Joden, negers e.a. die het Nederlanderschap verkregen, hoewel zij ver van den Nederlandschen geest afstonden.8

Dit paste naadloos in het geradicaliseerde denken van de NSB. In hetzelfde nummer stond ook het eerste van drie artikelen van Van Genechten over Het Joodsche vraagstuk in Nederland. In dit eerste artikel betoogde de vormingsleider dat de Joden het verlangen hebben de wereld te ‘overheerschen’. Henk wist dus heel goed hoe de politieke wind woei in zijn werkomgeving voordat hij zijn aanstelling accepteerde en ging daarin mee. Van der Heijden laat dit onbenoemd en dat geldt ook voor de functie die zijn vader op de afdeling kreeg.

'Studentenhumor' in het Studentenfront
‘Studentenhumor’ in het Studentenfront – Archief Harold Makaske

Al spoedig na zijn benoeming bouwde vormingsleider Van Genechten zijn afdeling verder uit. De afdeling kreeg diverse onderafdelingen. De eerste en politiek meest belangrijke was de afdeling Theoretische Vorming. Onder leiding van Herman Reydon had deze afdeling tot doel:

Bewerking der stof, die in de Vorming verwerkt moet worden. Houden van toezicht op uitgaven en publicaties van Beweging, formaties en neven-organisaties. Al deze publicaties moeten vooraf aan de Afdeeling worden voorgelegd.9

Dit was dus dé politiek inhoudelijke toezichthouder van de NSB. Wat Van der Heijden onvermeld laat in zijn boek, is dat zijn vader secretaris werd van deze onderafdeling. Deze functie maakte hem de centrale figuur, de spin in het web.

Zo moet Henk voor zijn vertrek naar Duitsland nadrukkelijk betrokken zijn geweest bij de inhoudelijke samenstelling van het Vormingsprogramma 1942-1943. De brochures voor dat programma zijn zonder twijfel voorgelegd aan de afdeling voordat hij vertrok. In mijn boekje Het antisemitisme van de NSB beschrijf ik dat in de teksten van deze vormingscursus, die dus de officiële partijstandpunten van de NSB uitdroegen, de deportatie van de Joden werd toegejuicht en dat openlijk werd bepleit dat mensen met een mogelijk erfelijke aandoening, ‘minderwaardigen’, gesteriliseerd zouden moeten worden. Ook maakte dit programma duidelijk dat er over het onderwerp rassenkunde geen onderscheid bestond tussen de NSB en de Germaansche SS.10

Als Van der Heijden in zijn boek beschrijft dat zijn vader verklaarde de rassenkunde die hij tijdens zijn SS officiersopleiding onderwezen kreeg van zich af liet glijden dan zou hij dat niet moeten betwijfelen, maar als onjuist aanmerken. Zijn vader was namelijk als secretaris van de NSB-afdeling Theoretische Vorming betrokken geweest bij en medeverantwoordelijk voor het opstellen van dezelfde leerstof in de NSB. Verder was hij als vormingsleider van het Studentenfront geheel verantwoordelijk voor het uitdragen van deze lesstof aan zijn leden. De vormingsleiders van de nevenorganisaties stonden politiek inhoudelijk onder de afdeling van Van Genechten en dienden daarom dezelfde leerstof over te brengen.11

Ontwakend Volk
Archief Harold Makaske
Tot slot moet ook de opmerking van Van der Heijden over de tijdelijkheid van de band van zijn vader met de afdeeling Vorming worden genuanceerd. Ook na zijn vertrek naar de Waffen SS publiceerde Henk nog in Ontwakend Volk. Hij schreef tenminste één artikel vanuit de Kaukasus en in het zomernummer 1944 van het maandblad schreef hij in een artikel over leiderschap: ‘Door het Leiderschap traden het “volk” en het “bloed” naar den voorgrond, die achter de getallen en achter de letters waren weggeraakt.’12

Bloed en volk kwamen in meerdere artikelen aan de orde. In de Almanak 1942 van het Studentenfront schreef hij over het wezen van dezen tijd. In het artikel hield hij een pleidooi tegen de rede en voor hartstochtelijk denken. In de nieuwe tijd was ‘irrationeel denken’ niet langer negatief:

(…) irrationeel houdt hier in: werkelijkheidsverbonden, traditioneel, concreet, historisch verantwoord, harmonisch verankerd in ras en volk.13

Het is naar mijn idee dan ook onzorgvuldig als Van der Heijden schrijft:

Een antisemiet was mijn vader evenmin. Toch dwarrelde hij mee met de antisemitische wind van het Verdinaso, de NSB en de Duitse bezetter.14

De gepubliceerde teksten van Henk, zijn actieve rol in de Propaganda Orde van het Verdinaso en zijn rol in de NSB Afdeeling Vorming is ‘mee dwarrelen’ wel een understatement. Zijn volk en ras teksten hebben ook niet veel band met het katholieke antisemitisme waar Van der Heijden in zijn boek als een soort relativering naar verwijst.

Landwacht

Begin 1944 wordt Henk een van de vijf commandanten van de Nederlandsche Landwacht. Daarmee gaf hij leiding aan waarschijnlijk de meest gehate Nederlandse organisatie uit de periode 1940-45. Henk beschouwde dit zelf achteraf als een stomme keuze, maar beargumenteerde het accepteren van die functie door te betogen dat de plannen van de Landwacht ‘goed’ waren. Van der Heijden schrijft:

De Landwacht zou immers geen andere taak hebben dan bescherming van NSB’ers tegen aanslagen. De werkelijkheid was een andere.15

Het is ongeloofwaardig dat een jurist zo naïef is. Als jurist zou hij eerst de taakomschrijving van de organisatie kritisch lezen voordat hij een functie accepteerde. En die taakomschrijving stond in het Verordeningenblad, het blad waarin de wetgeving van de Duitse bezetter werd gepubliceerd. Artikel 1 van de verordening is duidelijk:

Het door den Leider der Nationaal-Socialistische Beweging der Nederlanden uit haar leden en de leden der nevenorganisaties gevormde beschermingskorps wordt door den Commissaris-Generaal voor de Openbare Veiligheid en Hoogeren SS- en Politieleider onder den naam van Nederlandsche Landwacht bewapend en verkrijgt van hem politiebevoegdheden en wordt ingezet tot handhaving van de openbare orde en tot bescherming van leven en goed van de ordelievende bevolking.16

Het ging er dus niet om NSB’ers te beschermen, maar de landwachters kregen politiebevoegdheden om onder andere de openbare orde te handhaven.

Voor een jurist is bovendien de context waarbinnen wordt geopereerd van essentieel belang. De Landwacht werd ingesteld op het moment dat er sprake was van openlijke Duitse terreur. Sinds de april-mei staking gold in heel Nederland het politiestandrecht. Dit betekende dat de landwacht werd ingeschakeld in een systeem van rechteloosheid waarbij verdachten zonder vorm van proces konden worden geëxecuteerd. Henk heeft dat als jurist zonder twijfel geweten en koos er toch voor om daaraan mee te werken. Deze context is essentieel om de keuze van Henk te kunnen beoordelen.

Van der Heijden zegt in zijn boek dat de Landwacht was opgericht om bewakingsdiensten te verrichten voor de NSB. Daarmee gaat hij mee in het verhaal dat ook Mussert na de oorlog verspreidde.17 Op basis van de tekst van de oprichtingsverordening in het Verordeningenblad is dat niet vol te houden. Een jurist als Henk wist heel goed hoe de vork in de steel zat.

Henk zag zelf na de oorlog in dat het accepteren van deze functie een stomme keuze was. Terwijl Henk en zelfs Mussert de Landwacht na de oorlog zwaar diskwalificeerden, probeert Van der Heijden de organisatie nog te relativeren door kritiek te hebben op de literatuur over de Landwacht. In zijn boek klaagt Chris erover dat er uitsluitend ‘scheldproza’ over de Landwacht is verschenen. Hij noemt enkele voorbeelden. Opvallend is dat hij de boeken van Paul van de Water niet noemt. Wie bijvoorbeeld zijn uitstekend onderbouwde dissertatie Collaboratie en geweld leest, weet wat voor misdadig uitschot in die organisatie rondliep.

De Landwachter
Archief Harold Makaske

Oorlogsmisdaden

Tot slot een enkel woord over oorlogsmisdaden waarbij Henk mogelijk betrokken was. Van der Heijden schrijft dat het goed mogelijk is dat zijn vader in Kroatië vuile handen heeft gemaakt. Hij schrijft dat het hypocriet en goedkoop is om daarover moord en brand te schreeuwen:

Wie destijds in die omstandigheden in Kroatië verbleef, heeft bloed aan zijn handen. Het was een kwestie van ‘doden en gedood worden’ om het met de Nederlandse specialist op het gebied van de SS Nanno in ’t Veld te zeggen.18

‘Doden en gedood’ worden, zoals In ’t Veld schreef, heeft inhoudelijk een andere betekenis dan de titel die Van der Heijden aan het hoofdstuk meegeeft: ‘Doden of gedood worden’. In ’t Veld typeert met zijn uitspraak het bloedbad; de formulering van Van der Heijden wekt te suggestie dat Henk niet anders kon. Daarmee gaat hij voorbij aan de realiteit dat de Duitse strijdkrachten de oorlog waren gestart en dus volledig verantwoordelijk waren voor het bloedbad en dat het de vrijwillige keuze was van Henk zich te melden voor de Waffen SS en daaraan mee te werken. In antwoord op een naoorlogse brief van Henk aan Godfried Bomans kreeg hij een messcherpe reactie:

Zeg niet, ‘ik deed zelf die dingen niet’. Je deed het wel. Want je droeg het kleed van hen die het wel deden, je steunde hen door je tijd en moeite te geven aan deze jammerlijke beweging. Je was medeplichtig.

Bomans ging nog verder door te schrijven:

Jou kennende geloof ik in de goede trouw waarmee je deze affaire begonnen bent. De fout is meer hierin gelegen: dat je er tot het einde toe mee bent doorgegaan. Dit is geen politieke fout, gelijk je schrijft (wedden op het verkeerde paard) maar een karakterfout.19

Over de rand laait vuur
 
Bomans legde de vinger op de zere plek. Temeer omdat Henk nooit spijt heeft betuigd over zijn fascistische en nazistische keuzes en daden. Hij zag wel in dat niet alle keuzes goed waren, maar dat er onder zijn leiding door de Landwacht verschillende onderduikers en tenminste één Jood zijn opgepakt, vond hij geen reden om spijt te betuigen. Dat is moeilijk anders te typeren dan een karakterprobleem.

Dat zijn vader fout was in de oorlog staat voor Chris van der Heijden vast. Toch probeert hij telkens te relativeren en zoekt hij naar verzachtende omstandigheden. Door de op relativering gerichte vragen die Van der Heijden stelt en de verbanden die hij legt tussen zaken die mist creëren, gaat het verhaal toch schuren. Voor wie bovendien weet dat hij de context van een aantal belangrijke beslissingen en zaken onbenoemd laat, zoals hij ook deed in zijn boeken Grijs verleden en Joodse NSB’ers, dreigt het boek opnieuw over de rand te gaan in het daar laaiende vuur van de geschiedsverdraaiing. In een tijd waarin de democratische rechtsstaat en -beginselen onder druk staan, minderheden opnieuw als zondebok worden aangewezen, mensenrechten ter discussie staan en een agressieoorlog woedt in Europa is het essentieel dat er niet wordt gemorreld aan het kompas van goed en fout. Voorkomen moet worden dat er opnieuw wordt ‘mee gedwarreld’ in foute keuzes van bedenkelijke politici.

Noten

1 – Over de rand, pag. 70.
2 – Verdinaso Nederland, Programma, punt III-3.
3 – E. Voorhoeve, Wat is en wat wil het Verdinaso-Nederland, Verdinaso 1938, ongenummerd: pag. 12.
4 – Hier Dinaso!, 3 december 1938, pag. 3.
5 – https://sites.google.com/view/laaitvuur/vooroorlog-1916-1940/jongvolwassen-ca-1936-1940/verdinaso
6 – Over de rand, pag. 87.
7 – Ibid., pag. 88.
8 – Ontwakend Volk, Louwmaand (januari) 1942, pag. 24.
9 – Ontwakend Volk, Oogstmaand (augustus) 1942, pag. 4.
10 – Harold Makaske, Het antisemitisme van de NSB, pag. 62 e.v.
11 – Ontwakend Volk, Oogstmaand (augustus) 1942, pag. 5.
12 – Ontwakend Volk, Bloeimaand-Zomermaand (mei-juni) 1944, pag. 37.
13 – Almanak 1942 N.S. Studentenfront, pag. 93.
14 – Over de rand, pag. 81.
15 – Over de rand, pag. 188.
16 – Verordeningenblad voor het bezette Nederlandse gebied, aflevering 28, pag. 360.
17 – Over de rand, pag. 189.
18 – Over de rand, pag. 173.
19 – Over de rand, pag. 255.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×