Tentoonstelling Gevangen door Atjeh

Fascisme: ontstaan, betekenis en kenmerken

Het fascisme is een politieke ideologie, gebaseerd op een extreme vorm van populistisch nationalisme, met in zijn kern een mythisch geloof in een hergeboorte van de samenleving.

Inleiding

Portret van Beniro Mussolini uit 1936 (Publiek Domein - wiki)
Portret van Beniro Mussolini uit 1936 (Publiek Domein – wiki)
‘Fascisme’ is oorspronkelijk de term waarmee de politieke beweging van de Italiaanse activist en latere politicus Benito Mussolini werd aangeduid. Op 23 maart 1919 stichtte hij in Milaan de Fasci Italiani di Combattimento (‘Italiaanse strijdgroepen’). Zij bestonden voor een groot deel uit voormalige frontsoldaten, nationalisten, republikeinen en socialisten. In eerste instantie mislukte het Italiaanse fascisme: bij de verkiezingen van november 1919 kreeg het geen voet aan de grond. Zelfs in Milaan, de geboortestad van het fascisme, won Mussolini niet meer dan 5000 van de uitgebrachte 275.000 stemmen; een schamele 1,8%.

Begrip

Het woord fasci (meervoud van het Italiaanse fascio, betekenis: bundel, groep) was vanaf het eind van de negentiende eeuw in gebruik als term voor een politieke groepering, hetzij links, hetzij rechts georiënteerd. Vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog werd fascio in Italië gebruikt door groepen die de oorlog steunden en die Italië er in wilden betrekken. Zo ontstond de term fascismo. Pas later werd die term exclusief verbonden aan Mussolini en zijn beweging. Nog weer later werd de betekenis opnieuw verruimd en werd de term gebruikt voor alle ideologieën die zich op het Italiaanse fascisme baseerden.

Het (generieke) fascisme kende diverse verschijningsvormen: het fascistische Italië van Mussolini en het nationaalsocialistische Duitsland van Adolf Hitler zijn de meest bekende varianten. Ook onder meer het Spaanse falangisme, het Portugal onder Salazar, het rexisme van Léon Degrelle (België), de Hongaarse partij van de Pijlkruisers en de Nationaal-Socialistische Beweging van Anton Mussert in Nederland zijn te beschouwen als nationale varianten van het generieke fascisme, terwijl ook in onder meer Engeland, Zweden en Frankrijk fascistische en nationaalsocialistische partijen actief waren.


Kenmerken

Het fascisme streeft naar een revolutionair herstel van de natie na een periode van decadentie en verval waaraan zij maar ternauwernood heeft kunnen ontsnappen. Het fascisme wenst een terugkeer van de natie naar de natuurlijke staat van orde.

Het fascisme was noch socialistisch-communistisch, noch liberaal-kapitalistisch, maar het wilde een ‘derde weg’ vormen tussen deze beide richtingen. Het was afkerig van de democratie. Het fascisme was autoritair en het streefde naar een totalitair, eenhoofdig en charismatisch leiderschap in de vorm van een politieke dictatuur. Ook was het fascisme idealistisch en optimistisch over de toekomst. Het fascisme was niet principieel racistisch, zo waren bijvoorbeeld tot de introductie van antisemitische wetgeving in 1938 Joden ruim vertegenwoordigd in het Italiaanse fascisme. Racisme werd ook verworpen door het Belgische rexisme en evenmin waren er racistische uitingen te zien in het Spaanse falangisme. Ook was het fascisme niet antisemitisch, in tegenstelling tot het nationaalsocialisme van Hitler-Duitsland.

Staatscorporatisme

Het fascisme wenste een corporatistische inrichting van de samenleving. Hierbij vervielen de tegenstrijdige belangen van werknemers en werkgevers en in plaats daarvan werd de arbeid georganiseerd in verbanden per bedrijfstak, met als doel de belangen van werknemers en werkgevers op één lijn te krijgen. De doelstelling van het fascisme lag in het streven heel het maatschappelijke en individuele leven afhankelijk te maken van de ‘totale staat’ en uiteindelijk van de wil van één man. Het individu op zichzelf was alleen belangrijk als onderdeel van het algemeen belang van de natie. Het concept van de ‘totale staat’ werd op sociaal-economisch gebied gebruikt voor het in stand houden van privébezit, maar ook voor het invoeren van sociale zekerheid, verplicht werkgeversoverleg, verplicht overleg tussen werkgevers en werknemers, en een op de totale welvaart van alle inwoners gerichte sociaal-economische hiërarchische politiek: centraal staatscorporatisme. De fabrikanten en bezittende klasse werden in het systeem niet onteigend, maar zij werden gedwongen te produceren naar de wil van de leiding en met als enig doel de groei van de sociale en financiële welstand van de bevolking.

Het fascisme vereerde machtsvertoon en het gebruik van geweld, in zoverre dat het was gericht op de omverwerping van de bestaande maatschappelijke orde. Het fascisme streefde naar de volledige controle over het maatschappelijk leven en de sociale en culturele organisaties.

Religie

Het fascisme beoogde het menselijk geluk in het hier en nu te bewerkstelligen, in tegenstelling tot het West-Europese christendom dat het menselijk geluk in het hiernamaals plaatst. Hiermee probeerde het fascisme de plaats in te nemen van de bestaande religie. In die zin is het fascisme een representant van een seculariserende samenleving en kan het beschouwd worden als een alternatief voor het langzamerhand verzwakken van de kracht van de religie in het alledaagse leven. De bittere strijd die de aanhangers van het fascisme voerden met de aanhangers van het communisme, moet ook bezien worden vanuit de competitie die beide stromingen voerden: beide wilden de arbeider bereiken.

De maakbaarheid van de samenleving is de ideologische achtergrond van het fascistisch streven naar de nieuwe mens (homo fascistus, uomo nuovo) in een nieuwe utopische ordening. Deze ordening zou voor de gehele bevolking van de natie gelden. Een uomo nuovo was geen liberale individualist die slechts zijn eigen belangen nastreefde. Evenmin was hij een communist die de belangen van allen wilde behartigen. De uomo nuovo leefde en werkte voor de belangen van het grotere geheel van de eigen natie. Het concept van de uomo nuovo is gebaseerd op de essentie van de fascistische mythe van de wedergeboorte. Om precies te zijn is er in de fascistische visie niet zozeer sprake van een ‘wedergeboorte’, want dat zou de terugkeer impliceren van iets dat er al eens geweest was – eerder is er sprake van ‘hergeboorte’; de komst van een nieuwe, een andere en betere samenleving. De Nederlandse fascistenleider Marius Brinkgreve formuleerde het als volgt:

“Wij willen een nieuwe wereld, een nieuwe levenshouding, een nieuwe samenleving, een nieuwen Staat, een nieuwe Maatschappij, een nieuw geestesleven. Maar wij willen dat op grond van onze geschiedenis; wij willen verder groeien, maar daarbij tegelijk onze wortels verder laten in den schoot der tijden.”

Nieuwe tijd

Munt uit de fascistische tijd in Italië (CC BY-SA 3.0 - Sailko - wiki)
Munt uit de fascistische tijd in Italië (CC BY-SA 3.0 – Sailko – wiki)
De uomo nuovo verdiende ook een nieuwe tijdrekening: in fascistisch Italië gold 1922 als het jaar 0 van de nieuwe tijd, net zoals de leiders van de Franse Revolutie, zo’n 125 jaar eerder, een nieuwe tijdtekening hadden ingevoerd.

Het fascisme was revolutionair, en het wenste de samenleving te veranderen vanuit de gedachte dat de samenleving bedreigd werd en in ernstige crisis verkeerde. Die verandering besloeg het gehele maatschappelijke bestel en omdat de beoogde veranderingen allesomvattend waren, viel er niets te verwachten van graduele en geleidelijke ontwikkelingen. Slechts een snelle revolutie zou de gewenste toekomst naderbij kunnen brengen. Maar het zou geen revolutie hoeven te zijn die gepaard zou gaan met massaal bloedvergieten, zoals de Franse Revolutie of zoals de Russische Revolutie.

Het fascisme beschouwde het volk waaruit het was voortgekomen als voorbestemd om andere volkeren te leiden naar een betere wereld. Dit geloof werd versterkt door een Darwiniaans geloof in het recht van de sterkste en zorgde ervoor dat de doelstellingen van het fascisme als hoger en waardevoller werd beschouwd dan menselijke en moreel-ethische wetten.


Ontstaansgeschiedenis

Het fascisme leek na de Eerste Wereldoorlog volkomen onverwacht uit de lucht te komen vallen, maar dat was niet zo; het had een lange ontstaansgeschiedenis. Na de Eerste Wereldoorlog was de westerse wereld voorgoed veranderd. Eeuwenoude keizerrijken als Oostenrijk-Hongarije, Duitsland, Rusland en het Ottomaanse Rijk verdwenen als sneeuw voor de zon, geheel nieuwe staten als Tsjecho-Slowakije, Joegoslavië en Oostenrijk kwamen op de tekentafel tot stand. Als vaststaand ervaren landsgrenzen werden uitgegumd en opnieuw vastgesteld waardoor velen hun nationaliteit gewijzigd zagen worden, waarbij met nationale en etnische sentimenten nauwelijks tot geen rekening werd gehouden. Politieke stabiliteit werd ingeruild voor onzekerheid, burgeroorlog en revolutie. Sommige landen kregen hyperinflatie te verduren. Het wijd verspreide geloof in continue materiële vooruitgang, dat na de Franse Revolutie en de Industriële Revolutie het denken beheerste, boette langzaam maar zeker aan kracht in vanaf 1890.

Oorlogsvlag van de Italiaanse Sociale Republiek (1943–45) met daarop de fasces - wiki
Oorlogsvlag van de Italiaanse Sociale Republiek (1943–45) met daarop de fasces, symbool van de fascisten – wiki

Innovaties en onzekerheid

Een belangrijke voedingsbodem voor de opkomst van het fascisme lag in de maatschappelijke en wetenschappelijke innovaties van de laatste decennia van de negentiende eeuw. Deze innovaties vergrootten bij menigeen het gevoel van onzekerheid. Men kan slechts gissen naar het overweldigend gevoel van onzekerheid dat werd veroorzaakt door de opkomst van de automobiel en het vliegtuig. Ook de wetenschap bracht menige innovatie, waaronder röntgenstraling, relativiteitstheorie, telefonie en telegrafie. Het dagelijks leven onderging een ingrijpende wijziging door het aanbrengen van elektrisch licht in woningen. De enorme groei van de bevolking zorgde voor spanningen tussen de nieuwkomers en de oudgedienden. Tussen 1870 en 1920 verdubbelde de bevolking van Berlijn, Londen, Parijs, Wenen, Den Haag en Amsterdam. De bevolkingsaantallen van Rome en Rotterdam verdrievoudigden zelfs in die periode.

Maatschappelijke veranderingen

Ook op het sociale vlak waren de maatschappelijke veranderingen indrukwekkend: onderwijs werd toegankelijk voor meisjes terwijl vrouwen na langjarige feministische actie het stemrecht verwierven. Beide laatstgenoemde veranderingen hadden een blijvende invloed op de rolverdeling tussen man en vrouw. Er is ook een relatie met de ongebreidelde industrialisatie in de negentiende eeuw en met de daarmee gepaard gaande verwoestende uitwerking op eeuwenoude sociale infrastructuren. Menigeen ervoer een intens ongenoegen over het feit dat de samenleving waarin men leefde, vanaf het eind van de negentiende eeuw in toenemende mate te lijden had onder secularisatie, anarchie en decadentie. Deze modernistische negatieve aspecten riepen verzet op. Vele fascisten meenden dat deze veranderingen leidden tot desintegratie van de samenleving.

De bovengenoemde stortvloed aan veranderingen met de daarmee gepaard gaande gevoelens van onzekerheid, kan eveneens worden bezien in het licht van culturele ontwikkelingen. In de negentiende eeuw ontstond er een geleidelijk aan kracht winnende neiging om eeuwenoude culturele waarden in te ruilen voor nieuwe. In deze zin kan de opkomst van het fascisme worden bezien als een reactie tegen het verlies van de vanouds bekende cultuur en een verzet tegen de opkomst van een nieuwe cultuur.

~ Willem Huberts

Lees ook: Het Nederlandse fascisme 1923-1945
…en: Wie was Benito Mussolini?
Boekentip: Wat is fascisme? – Oorsprong en ideologie


Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister