Argentinië wordt doorgaans geassocieerd met macho’s, terwijl men daarbij vergeet dat in de verborgen uithoeken van de geschiedenis van het land juist ook voorbeelden te vinden zijn van vrouwen die uitzonderlijke moed toonden.
In 1810 brak de vrijheidsoorlog uit in het onderkoninkrijk Rio de la Plata, dat in de achttiende eeuw was gesticht als Spaanse kolonie in Zuid-Amerika. In Buenos Aires maakte de bevolking zich als eerste los van de Spaanse kroon. De dag waarop deze revolutie begon is nog altijd een nationale feestdag in Argentinië: 25 mei. De strijd verplaatste zich tot aan de voet van het Andesgebergte toen Manuel Belgrano (1770-1820) zich in San Miguel de Tucuman aan het hoofd van het patriottische leger stelde om de strijd aan te binden met de Spaanse kroon.

In september 1812 was de stemming in de stad koortsachtig opgelopen omdat de koninklijke troepen onderweg waren om de revolutie te onderdrukken en een allesbeslissende militaire confrontatie onvermijdelijk was geworden. Als calculerend strateeg besloot Belgrano toen om strijders uit alle lagen van de bevolking aan te trekken, wetende dat velen van hen niets te verliezen hadden. Dat betrof vooral de Afro-Amerikanen die begin negentiende eeuw nog helemaal onderaan de sociale ladder stonden. Maar ook mestiezen, mulatten en inheemsen sloten zich als strijder aan bij Belgrano omdat ze op die manier hoopten hun maatschappelijke positie te verbeteren.
Bevorderd tot Capitana
Het was ook om deze reden dat Maria Remedios del Valle (1766-1847) zich had aangesloten bij het patriottische leger. De in Buenos Aires geboren Maria was een bevrijde slavin die al twee jaar eerder in dienst was getreden als ziekenverzorgster. In dat najaar van 1812 kreeg ze echter de kans om op het slagveld actief te worden en greep die met beide handen aan. Vrouwen werden weliswaar al eeuwen ingezet in ondersteunende rollen, bijvoorbeeld in de legerlogistiek als marketenster of als spion in de verkenning, maar toen Maria aan de vooravond van de Slag bij Tucumane tot ‘Capitana’ werd bevorderd was dat ronduit uniek. Bovendien gaf ze leiding aan een eenheid die grotendeels uit vrouwen bestond en zich op het slagveld wist te onderscheiden.

Na de overwinningen bij Tucuman (1812) en Salta (1813), waarbij de royalisten naar het noorden werden verdreven, probeerde Belgrano tot diep in vijandelijk gebied door te dringen. Doelwit daarbij was de tegenwoordig in Bolivia gelegen stad Ayohuma. Ook aan die slag leverde Maria een belangrijke bijdrage. Tragisch genoeg werd ze daarbij door de koninklijke troepen gevangen genomen en aan een martelbehandeling onderworpen. Ondanks haar opgelopen verwondingen slaagde ze er in om te vluchten. De opgelopen littekens werden haar merkteken en onderdeel van de heldenstatus die haar kortstondig ten deel viel.

Vergeten
Na zes jaar oorlog ging het met Maria, net als met haar land, echter bergafwaarts. Op 9 juli 1816 ondertekenden de negenentwintig afgevaardigden van de Verenigde Provinciën van Rio de la Plata de onafhankelijkheidsverklaring. Een heugelijke gebeurtenis die gepaard ging met tal van vreugdesalvo’s. Voor de eens zo gevierde Capitana stonden de zaken er ondertussen minder rooskleurig voor. Na de successen op het slagveld was ze uit beeld geraakt en pas rond 1820 dook ze weer op, toen ze een verzoek indiende voor een militair pensioen. Volgens een verklaring van generaal Viamonte (1774-1844) had hij haar kort daarvoor als een bedelares in een ellendige toestand op straat aangetroffen. Haar identiteit had hij naar verluidt vastgesteld aan de hand van de littekens die ze in Ayohuma had opgelopen.
Nadat ze tot haar dood op 8 november 1847 van een armzalig militair pensioentje had moeten rondkomen, raakte Maria Remedios del Valle twee eeuwen in vergetelheid. Haar verleden ging pas na de laatste eeuwwisseling weer deel uitmaken van het collectieve Argentijnse geheugen, als symbool voor de bijdrage van Afro-Amerikanen en vrouwen aan de opbouw van de Argentijnse natie.

Gedurende de negentiende- en twintigste eeuw had de geschiedschrijving van het land in het teken gestaan van de nazaten van de Europese kolonisten en immigranten, zonder aandacht voor de Afro-Amerikaanse of inheemse bevolking. Maria Remedios del Valle wordt tegenwoordig als nationale heldin beschouwd en staat daarom samen met generaal Belgrano op het bankbiljet van tienduizend pesos. Bovendien is de achtste november in Argentinië als gedenkdag aan de Afro-Amerikanen en hun cultuur gewijd.
Volkslied van Argentinië – Himno Nacional Argentino
Ontdekkingsreizigers noemden Argentinië ‘land van zilver’, maar vonden nauwelijks zilver
The Six Triple Eight, het zwarte vrouwenbataljon dat hoop moest bezorgen
Flora Sandes – De verpleegster die de wapens opnam
Falklandoorlog (1982) en geschiedenis Falklandeilanden
Leopoldo Galtieri – Argentijns president tijdens Falklandoorlog
René Favaloro – Pionier van de bypassoperatie