Het Nederlands bevat verrassend veel woorden uit het Jiddisch. Vooral in Amsterdam, waar zich vanaf de zeventiende eeuw grote Joodse gemeenschappen vestigden, raakten tal van Jiddische woorden ingeburgerd. Bekende voorbeelden zijn mesjogge, mazzel, Mokum, misjpoge en gozer. Veel van deze woorden behoren tegenwoordig tot de gewone spreektaal en worden in heel Nederland gebruikt.
Hieronder vindt u vijftig bekende Jiddische woorden in het Nederlands, met hun betekenis en herkomst.
Nummer 1 t/m 10
| bolleboos | slimmerik (van ba’al haba’jit = vader van het huis) |
| gabber | vriend (van chaveer = vriend, maat, kameraad) |
| hoteldebotel | in de war, volledig van slag, stapelgek, dolverliefd. Lees ook dit artikel over hoteldebotel |
| mesjogge | gestoord, gek |
| gein | plezier, lol (van chen = pret, behagen) |
| jatten | handen, ‘klauwen’. Bijv.: ‘Blijf met je jatten van een ander af!’ (van jad, wat ‘hand’ betekent) |
| sjacheraar | beunhaas |
| geteisem | uitschot, slecht volk (van chatat = zondeoffer) |
| penoze | boeven, onderwereld (van parnasa = werk, broodwinning) |
| kapsones | hoogmoed |

Nummer 11 t/m 20
| schlemiel | arme man, loser, kneusje |
| geen tittel of jota | het allerkleinste. De tittel en jota zijn de twee kleinste tekens uit het Hebreeuwse alfabet. Bekend geworden als gezegde: ‘ergens geen (tittel of) jota van snappen’: je snapt er dan helemaal niks van, zelfs het allerkleinste, de meest eenvoudige lettertjes en tekentjes (de tittel en jota) begrijp je niet. De ’tittel en jota’ worden genoemd door Jezus van Nazareth in het Bijbelboek Mattheüs 5: 17-18. |
| Mokum | lett.: ‘plaats A’, makom, verwees naar de plaats Amsterdam. Rotterdam werd eerst Mokum Resh (plaats R) genoemd door de Joden. Maar Mokum is dus bekend geworden als aanduiding voor (een deel van) Amsterdam |
| achenebbisj | armoedig, rommelig. Dit woord is door lezers van Het Parool in 2006 uitgeroepen tot het mooiste Amsterdamse woord. Het kreeg de voorkeur boven concurrenten als pikketanussie, attenoje, drijfsijssie en Mokum. |
| bajes | gevangenis (van bajit = huis) |
| majem | water, regen (vooral in Amsterdams dialect, van majiem = water) |
| gajes | uitschot, slecht volk (afkomstig van het woord voor ‘dieren’ khayes). |
| ‘Daar ga je!’ | Proost! (ontleend aan lechajiem = ‘op het leven!’) |
| kaffer | boer, lomperd. Afkomstig van kofer, dat ‘ketter’ betekent (vgl. met het Arabische woord kafir). |
| gozer | kerel, makker (van chatan = bruidegom) |
Nummer 21 t/m 30
| pleite | weg, verdwenen. ‘Zullen we pleite maken!’ (‘Zullen we weggaan?’, van pleta = vlucht) |
| mazzel | geluk |
| meier | benaming voor biljet van 100 gulden (van mei’oh = honderd) |
| gotspe | onbeschaamde brutaliteit, vrijpostigheid |
| koosjer | in orde, oké, zuiver |
| ‘Alles kits?’ | kits komt (als gies) uit het Jiddisch en betekent ‘goed’. |
| gappen | stelen |
| pieremachochel (of piermegoggel) | naam voor een waggel bootje, een gammel schip of een log voorwerp; in negatieve zin wordt deze term gebruikt als schertsende benaming voor een dik of log persoon. Vroeger betekende ‘pieremachochel spelen’: gemeenschap hebben met een vrouw). |
| tof | goed |
| stiekem | heimelijk |

Zie ook: Nostalgie – bankbiljetten uit het guldentijdperk
Nummer 31 t/m 40
| gallisch | boos, wrevelig |
| porem (of: ponem) | gezicht |
| sjoege | kennis, begrip, benul |
| lef | durf (van lev = hart) |
| joet | biljet van 10 (gulden). Afkomstig van jod, het tiende karakter uit het Hebreeuwse alfabet. |
| smeris | scheldwoord voor een politieagent (van shomer = wachter) |
| ramsj | ongeregeld goed, rommel. In de boekenwereld staat ramsj voor nieuwe, niet eerder verkochte boeken die door de uitgever via boekhandels tegen spotprijzen worden verkocht (onder de standaard boekenprijs), omdat ze het niet goed doen in de verkoop. Ramsj slaat dus op nieuwe, goedkope boeken en niet op antiquariaten of tweedehands boeken. |
| stennis | ophef, kabaal, stampij (stennis schoppen, stennis maken) |
| rambam | “de ziekte”. Bijv. ‘Krijg de rambam! – verkort uit de persoonsnaam Rabbi Mōshe ben Maimon, meer bekend onder zijn wetenschappelijke naam Maimonides (1135-1204), de grootste joodse geleerde van de Middeleeuwen en arts, wat kan verklaren dat de rambam de suggestie van een ziekte oproept. |
| togus (tokus) | achterwerk, kont, tegenwoordig ook gebruikt als aanduiding van het mannelijk lid aan de voorzijde. Een aardig, aanvullend woord is hier de combinatie van nr. 40 en nr.32: togusponem, wat in boeventaal ‘blotekontengezicht’ betekent. |

Nummer 41 t/m 50
| mazzeltof | gefeliciteerd, gelukgewenst (lett. ‘goed geluk’) |
| smoes | excuus, uitvlucht (van schmuck/sjmoes, lett.: ‘mist maken’) |
| noppes | niets. Bv. Iets voor noppes krijgen, dus: gratis en voor niets |
| sores | zorgen, problemen (van tsarot = benauwdheid, moeilijkheden). |
| jofel | fijn, goed (van jafe = mooi, aangenaam, nuttig). Vb. Iemand die niet jofel is, is niet helemaal bij zijn verstand. |
| snikkel | verhullende term voor het mannelijk geslachtsdeel |
| miesgasser | akelig persoon, naar iemand, vervelende gast |
| gallemieze | stuk, kapot, blut. De uitdrukking naar de gallemiezen gaan is hieraan ontleend |
| wieberen | wegwezen, oprotten (plat Amsterdams, ontleend aan Jiddisch) |
| goochemerd | slimmerik |
En net buiten de top 50 vielen deze woorden en gezegden
sjoemelen, misjpoge, versjteren, nebbisj, snaaien, schorremorrie, sappelen, de mist ingaan, nakketikker, kinnesinne, sof, ratsmodee, heibel, kloffie, lawaai, sjofel, afgepeigerd zijn, linkmiegel, iets in de ‘smiezen’ hebben, pulsen (woord dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt als de nazi’s na een razzia Joodse huizen leeghaalden, wat gebeurde door verhuizer Abraham Puls), tofelemonen, habbekrats, gezwans, vernachelen, alterwetsj, et cetera.
Niet uit het Jiddisch afkomstig, maar uit het Bargoens, zijn deze begrippen (hoewel ze Jiddisch lijken):
schorem en schnabbel
Boek: Gids van joods erfgoed in Nederland
Links naar andere taaloverzichten:
– Justus van de Kamp en Jacob van der Wijk, Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal (Amsterdam: Uitgeverij Contact, 2006).
– Marissa van der Valk, Jofel Jiddisj. Van achenebbisj tot zwansen (Amsterdam: Veen, 2003).
Internetsites:
https://ghdesign.home.xs4all.nl/jiddisch/jidisch.html
http://www.sofeer.nl/woordenlijst/abc_barg.htm
http://synagogeenschede.nl/s/b/joodsewoorden.asp
http://www.amsterdam-nu.nl/woordenlijst/2776-jiddische-woorden-in-het-nederlands.html
http://www.anstuin.nl/mokum.html
http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2609546/1999/10/15/Grasduinen-in-een-duizend-jaar-oude-taal.dhtml
http://www.mokums.nl/cursus_amsterdams.html
http://www.zuidelijkewandelweg.nl/archief/poezie/idioom.htm
Biologieleraar wilde seks tussen aap en mens
‘Het witte bussenplan’ – Een van de grootste reddingsacties van de oorlog
Madame de Maintenon: de geheime vrouw van Lodewijk XIV
De oudste ballonstrip komt uit 1493