Mokum – de joodse geschiedenis van Amsterdam in De Nieuwe Kerk

3 minuten leestijd
Hoofd van beeld van Paleis voor Volksvlijt, 1880-1929. Collectie Amsterdam Museum
Hoofd van beeld van Paleis voor Volksvlijt, 1880-1929. Collectie Amsterdam Museum - Foto Monique Vermeulen / Nieuwe Kerk Amsterdam

De Nieuwe Kerk in Amsterdam sluit het jubileumjaar 750 jaar Amsterdam af met de tentoonstelling Mokum, de biografie van Joods Amsterdam, waarin de Joodse geschiedenis van de stad centraal staat: van de eerste migranten in de zeventiende eeuw tot de heropleving van de Joodse gemeenschap in de twintigste en eenentwintigste eeuw.

De tentoonstelling laat zien hoe het Joodse leven onlosmakelijk verbonden raakte met de identiteit van Amsterdam. Vanaf het einde van de zestiende eeuw vestigden zich Joden uit onder meer Portugal en Midden-Europa in de stad, aangetrokken door een relatieve godsdienstvrijheid. Rond het huidige Waterlooplein ontstond een levendige wijk met synagogen, scholen, handel en ambachten.

Bekende namen als Baruch Spinoza, Samuel Sarphati en Anne Frank illustreren de uiteenlopende bijdragen van Joodse Amsterdammers aan de cultuur, wetenschap en samenleving. Maar ook de taal liet zijn sporen na. Uit het Jiddisch afkomstige woorden als stiekem, mazzel, jatten, gozer en tof zijn volgens het museum onlosmakelijk met de stad verbonden.

Torarol van Moses Uri ben Josef HaLevie, ca. 1400
Torarol van Moses Uri ben Josef HaLevie, ca. 1400. Collectie Portugees-Israëlietische – Gemeente, Amsterdam

Objecten en iconen

De Joodse stadsgeschiedenis wordt aan de hand van een keur aan historische objecten belicht. Van een besnijdenissetje en de eerste Tora-rol die in Amsterdam arriveerde, tot een augurkenprikmachine en het boek waarin de banvloek over Spinoza werd uitgesproken. Daarnaast is onder meer werk van Rembrandt, Jozef en Isaac Israëls en Paul Huf te zien en worden lopende de tentoonstelling de verhalen van een groot aantal prominente Joodse inwoners belicht.

Een in het oog springend object in de tentoonstelling is een overblijfsel van het beroemde negentiende-eeuwse Paleis voor Volksvlijt: een hoofd met een gouden krans. Het Paleis, gebouwd in 1864 naar ontwerp van Cornelis Outshoorn en op initiatief van de Joodse arts en filantroop Samuel Sarphati, was geïnspireerd op het Londense Crystal Palace. Het gold als symbool van vooruitgang en burgerlijke trots. Na een verwoestende brand in 1929 bleef slechts een handvol fragmenten over. Het tentoongestelde brokstuk vormt een van de weinige tastbare herinneringen aan dit verdwenen Amsterdamse stadsicoon.

Het Paleis voor Volksvlijt gezien vanaf de Weteringschans – Foto van Jacob Olie, 1892
Het Paleis voor Volksvlijt gezien vanaf de Weteringschans – Foto van Jacob Olie, 1892

Sarphati is een van de meest markante figuren uit de geschiedenis van de stad. De negentiende-eeuwse Joodse arts en weldoener werd dit jaar door lezers van Het Parool nog uitgeroepen tot grootste Amsterdammer aller tijden. Naast het hierboven al vermelde Paleis voor Volksvlijt was hij ook de initiatiefnemer van de bouw van het Amstelhotel.

De stad heeft ook verschillende iconische warenhuizen te danken aan succesvolle Joodse ondernemers. Ze richtten onder meer de Bijenkorf, Hirsch & Cie. (waarin nu de Apple store is gevestigd) en Maison de Bonneterie op. Daarnaast liet de Pools-Joodse immigrant Abraham Tuschinski aan het begin van de twintigste eeuw een van de bekendste bioscopen van Nederland bouwen.

Tweede Wereldoorlog

Blouse met gele Jodenster, 1930-1940
Blouse met gele Jodenster, 1930-1940 – Collectie Joods Museum
De tentoonstelling in de Nieuwe Kerk – die is samengesteld in samenwerking met het Joods Cultureel Kwartier – behandelt naast bloeiperiodes ook de schaduwzijde van de geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden zo’n zestigduizend Joodse Amsterdammers gedeporteerd en vermoord.

De stad laat haar Joodse inwoners in de steek, wat resulteert in een bijna volledig verdwenen gemeenschap.

De weinige Joodse stadsbewoners die terugkeerden, vonden een stad die hen nauwelijks verwelkomde. Pas decennia later kwam er brede erkenning voor het specifieke Joodse leed. Ter illustratie van de omgang met deze zwarte bladzijde uit de stadsgeschiedenis is er onder meer aandacht voor de bekende komiek Max Tailleur, die naam maakte met zijn nostalgische moppen over Sam en Moos. “Voor hem was de lach een vorm van overleven”, aldus de samenstellers.

Erwin Olaf, Portret van Ellen Le Roy Lopes Cardozo, Sefardisch Joods, 2013
Erwin Olaf, Portret van Ellen Le Roy Lopes Cardozo, Sefardisch Joods, 2013. Copyright Estate Erwin Olaf. Courtesy Galerie Ron Mandos

Erwin Olaf

Ook te zien zijn verschillende portretten die de twee jaar geleden overleden fotograaf Erwin Olaf in 2013 maakte voor Stadsarchief Amsterdam. Het viel de bekende fotograaf op dat uitingen van Joods leven steeds minder zichtbaar werden in het straatbeeld.

Als voorvechter van gelijke rechten, en met de overtuiging dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn en uiten, ongeacht religie of seksuele geaardheid, zijn deze portretten blijvend onderdeel van de stad en haar geheugen.

Met Mokum bouwt De Nieuwe Kerk voort op eerdere tentoonstellingen over de gedeelde geschiedenis van Amsterdam en haar bewoners, zoals De Grote Suriname-tentoonstelling (2019) en De Grote Indonesië-tentoonstelling (2023). De nieuwe expositie loopt van 25 oktober 2025 tot en met 6 april 2026.

Frits Weeda, Joodse Zuurinleggerij (1)
Frits Weeda, Joodse Zuurinleggerij Zwaaf, Joden Houttuinen 80, 1960. Collectie Frits Weeda, Stadsarchief Amsterdam
×