Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand – dader of zondebok?

7 minuten leestijd
marinus van der lubbe in 1933
Marinus van der Lubbe in 1933

De Nederlander Marinus van der Lubbe werd in 1934 ter dood veroordeeld omdat hij brand zou hebben gesticht in het Duitse parlementsgebouw in Berlijn, het Rijksdaggebouw. Of hij daadwerkelijk verantwoordelijk was voor de brand wordt betwijfeld.

Zo zou de Duitse militaire leider Hermann Göring, volgens een verklaring van generaal Franz Halder tijdens het proces van Neurenberg in 1946, later hebben beweerd dat hijzelf verantwoordelijk was voor de brand. Op een feest ter gelegenheid van de verjaardag van Hitler zou hij in 1942 hebben gezegd:

De enige die echt weet wat er in de Rijksdag is gebeurd ben ik, want ik heb hem in brand gestoken.

Formeel ontkende Göring altijd iedere betrokkenheid. Volgens sommige historici staken de nazi’s de Rijksdag echter wel degelijk zelf in brand, om een rechtvaardiging te hebben voor het harde optreden tegen hun politieke tegenstanders.

Het kapitalisme bestrijden

Marinus van der Lubbe
Marinus van der Lubbe
Marinus van der Lubbe groeide op in Oegstgeest en was aanvankelijk lid van de Communistische Jeugd Bond (CJB). Na zijn vertrek uit de Communistische Partij Holland sloot hij zich aan bij meer radicale radencommunistische groeperingen en onderhield hij contacten met Duitse communisten. Ongeveer een maand nadat Adolf Hitler was benoemd tot rijkskanselier van Duitsland, was Van der Lubbe in het Rijksdaggebouw aanwezig toen daar brand uitbrak. Hij werd er al snel van verdacht de brandstichter te zijn. Volgens het proces-verbaal sprak de Nederlander vloeiend Duits en gaf hij tijdens verhoren toe dat hij de brand had gesticht, in de hoop dat de gebeurtenis uit zou monden in “iets groots” dat de arbeiders wakker zou schudden.

De nazi’s stelden dat de halfblinde Nederlandse bijstandsontvanger, die door een arbeidsongeval het zicht aan één oog had verloren, hulp moest hebben gekregen. En uit welke hoek die hulp dan kwam wist men wel. Propaganda-minister Joseph Goebbels schreef na de brand in zijn dagboek:

Het staat als een paal boven water dat de communisten een laatste poging hebben gedaan om door brand en terreur verwarring te stichten om dan in de algemene paniek de macht te grijpen.

proces marinus van der lubbe
Foto gemaakt tijdens het proces tegen Marinus van der Lubbe, 10 oktober 1933 (Nationaal Archief)

Kort na zijn arrestatie wist een Nederlandse verslaggever in Berlijn op een politiebureau enkele vragen aan Van der Lubbe te stellen:

Hij ziet er goedmoedig uit en maakt in ieder geval niet den indruk van een misdadiger, zelfs niet van een fanatiek anarchist. Men is juist bezig voor de zooveelste maal zijn relaas over de beweegredenen en de voorbereiding van zijn daad te protocolleeren. Een stenotypiste zit vóór hem. De procureur-generaal is eveneens tegenwoordig. Men onderbreekt het verhoor en ik mag eenige woorden met Marinus van der Lubbe spreken. „Rinus, hoe kwam je erbij zoo’n gekheid uit te halen?”, vraag ik hem. Ik wil namelijk weten of hij inderdaad Hollandsch spreekt. „Ja, meneer”, is het antwoord, dat hij glimlachend geeft, „dat kan ik u moeilijk in vijf minuten vertellen. Ik heb er mijn heele leven over nagedacht, voordat ik mijn plan ten uitvoer bracht.”

Het nieuws van den dag, 03 maart 1933
Het nieuws van den dag, 03 maart 1933 (Delpher)
Thans laat ik hem zijn portret in ons blad zien. Hij trekt een verwonderd gezicht, kijkt mij aan en vraagt: „Hoe komt u daaraan?”, waarop een van de aanwezige beambten tot hem zegt: „Ken je dat portret?” „Neen”, zegt Marinus, „ik ben het wèl, maar wanneer ik dat portret heb laten maken, weet ik niet meer. Dat moet minstens wel een jaar of acht geleden zijn.”

Terwijl ik verder met een van de beambten spreek over de bijzonderheden van het verhoor, leest Marinus, zich niets aantrekkend van zijn omgeving het stuk over hem in ons blad. „Ja, ja,” zegt hij, „wat zullen ze daar in Holland wel van zeggen?”

Marinus vertelt mij dan verder nog, dat hij sedert jaren geen lid meer is van eenige partij. Hij is geen overtuigd communist, doch hij is van meening, dat het zijn roeping is, overal waar hij kan het kapitalisme te bestrijden. Ten slotte vraag ik hem nog, terwijl ik afscheid neem: „Rinus, heb je geen spijt van je daad?” „Neen, meneer,” zegt hij, „ik sta voor mijn overtuiging. Ik weet wat mij wacht. Het is niet de eerste keer, dat mij zooiets overkomt.”

Het nieuws van den dag, 03 maart 1933

De vierentwintigjarige Marinus van der Lubbe stond terecht samen met vier andere verdachten, onder wie de Duitse communist Ernst Torgler en drie Bulgaarse communisten (Simon Popov, Vassili Tanev en Georgi Dimitrov). Zij werden uiteindelijk vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Alleen Van der Lubbe werd veroordeeld.

Van der Lubbe na zijn aanhouding
Van der Lubbe na zijn aanhouding
Tijdens het maandenlange proces maakte Van der Lubbe op veel toeschouwers een apathische en lichamelijk verzwakte indruk. Hij had inmiddels ruim vijf maanden in gevangenschap doorgebracht, veelal geketend en onder zware omstandigheden. Volgens historici droegen deze ontberingen, evenals de slepende procesgang en het voortdurende ongeloof waarmee hij werd geconfronteerd als hij beweerde dat hij alleen had gehandeld, bij aan zijn lethargische houding in de rechtszaal. Van der Lubbe zat veelal met het hoofd gebogen, reageerde nauwelijks op vragen en wekte de indruk mentaal en fysiek uitgeput te zijn. Op 10 januari 1934 werd hij in Leipzig met de guillotine onthoofd.

Wie was verantwoordelijk voor de Rijksdagbrand?

Wie de brand in de Rijksdag precies aangestoken heeft blijft onduidelijk. Of Marinus van der Lubbe de eerste Nederlandse verzetsheld was die in opstand kwam tegen de nazi’s of dat hij werd misbruikt door de nazi’s is daarmee ook onduidelijk. Een antwoord op die vraag komt er waarschijnlijk ook nooit.

Een geketende Marinus van der Lubbe tijdens zijn proces in Leipzig
Een geketende Marinus van der Lubbe tijdens het proces in Leipzig (CC0 – Spaarnestad)

In sommige reconstructies wordt gesuggereerd dat de brand deel uitmaakte van een gecoördineerde actie door de nazi’s zelf. Daarbij wordt dan gewezen op een tunnel die toegang gaf tot het Rijksdaggebouw en op de mogelijke betrokkenheid van een groep SA-leden onder leiding van Karl Ernst. Deze invloedrijke figuur binnen de Sturmabteilung werd overigens een jaar later, tijdens de Nacht van de Lange Messen, door het nazi-regime geëxecuteerd. Hard bewijs voor deze ’tunnel-lezing’ ontbreekt echter.

Maar of de nazi’s de brand nu zelf aanstaken of niet: feit is dat ze er een slaatje uit sloegen. De brand kwam Hitler allesbehalve slecht uit. Hoewel hij in januari 1933 tot rijkskanselier was benoemd, beschikte zijn NSDAP na de verkiezingen van november 1932 nog niet over een absolute meerderheid. Bovendien stonden voor begin maart nieuwe verkiezingen gepland. De Rijksdagbrand vond plaats in deze gespannen politieke situatie en gaf het regime een aanleiding om tegenstanders uit te schakelen en de publieke opinie te beïnvloeden.

De Rijksdag brandt. - cc
De Rijksdag brandt. – cc

Een dag na de brand werd de zogenoemde Rijksdagbrandverordening afgekondigd. Deze noodverordening, formeel uitgevaardigd door rijks-president Paul von Hindenburg, schortte fundamentele burgerrechten op, zoals de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op vereniging. De maatregel gaf het kabinet van Adolf Hitler verregaande bevoegdheden om politieke tegenstanders aan te pakken. De Rijksdagbrandverordening vormde daarmee een belangrijke opstap naar de Machtigingswet van maart 1933, waarmee de parlementaire democratie feitelijk buitenspel werd gezet.

Jacht op communisten

In de praktijk greep de Führer de brand onder meer aan om openlijk de jacht te openen op de communisten. Nog op de dag van de brand werden een groot aantal leden en aanhangers van de linkse oppositie opgepakt. Dit verliep zo snel en gestructureerd dat men er over het algemeen van uit gaat dat deze arrestaties al lang voorbereid waren. Door de Rijksdagbrand kon men in één klap met veel tegenstanders afrekenen.

vara marinus van der lubbe
Bericht in het Dagblad van Noord-Brabant, 19 januari 1934 (Delpher)

Steunbetuiging van de VARA

De VARA liet op de dag van de executie van Marinus van der Lubbe vijf minuten radiostilte vallen, uit protest tegen de opgelegde doodstraf. De regering was hier niet blij mee en strafte de omroep zelfs door hen een dag zendtijd af te pakken. Op zaterdag 27 januari 1934 mocht de VARA de hele dag niet uitzenden.

Na zijn dood

De zaak Marinus van der Lubbe bleef de gemoederen ook na de oorlog bezighouden. De Nederlander had er zelf niets meer aan, maar rechters bogen zich ook nog geregeld over de kwestie in een poging om uit te vinden of hij inderdaad schuldig was. In 1967 werd de terdoodveroordeling omgezet in acht jaar tuchthuis. En op 6 december 2007 werd het doodvonnis zelfs opgeheven waardoor Marinus van der Lubbe volledig werd gerehabiliteerd.

Marinus van der Lubbe - Duitse politiefoto uit 1933
Marinus van der Lubbe – Duitse politiefoto uit 1933
Al in 1934 schreef Willem Elsschot een gedicht over de ongelukkige communist. De laatste strofen van dat gedicht gaan als volgt:

Jongen, met je wankel hoofd
aan den beul vooruit beloofd,
toen je daar je lot verbeidde
stond ik wenend aan je zijde.
[…]
Moog je geest in Leipzig spoken
tot die gruwel wordt gewroken,
tot je beulen, groot en klein,
door den Rus vernietigd zijn.

In 1999 maakte cineast Joost Seelen een documentaire over Marinus van der Lubbe: Water en Vuur. Hierin werd hij niet zoals gebruikelijk neergezet als een wat schlemielig figuur, maar als een bevlogen idealist die in opstand kwam tegen het fascisme. In de documentaire wordt ook een gedicht voorgedragen dat Van der Lubbe kort voor zijn onthoofding voor zijn familie en vrienden schreef:

O arbeid
Niet de partijen, niet de stellingen,
niet de woorden, niet het zijn;
Leven of sterven, winnen of verliezen,
het is alles één;
Recht of waarheid, blijft alles hetzelfde,
zonder arbeid is er géén;
Arbeid alleen kost al dit leven,
Leven is dus arbeid alléén.

In zijn geboortestreek, bij de Morspoort in Leiden, herinnert een gedenksteen aan Marinus van der Lubbe.

Opgraving en forensisch onderzoek

In 2023 werden de vermoedelijke resten van de Nederlander opgegraven voor forensisch onderzoek, onder meer om meer duidelijkheid te krijgen over zijn toestand tijdens zijn arrestatie en proces. DNA-onderzoek bevestigde dat het om Van der Lubbe ging. Er werd geen bewijs gevonden dat hij tijdens zijn proces werd gedrogeerd, al konden de onderzoekers dit niet volledig uitsluiten vanwege de lange periode tussen zijn overlijden en de opgraving.

Monument voor Marinus van der Lubbe in Leiden
Monument voor Marinus van der Lubbe in Leiden (CC BY-SA 3.0 nl – Jan van Steen – wiki)

Video: Beelden van het proces tegen Marinus van der Lubbe

Bronnen

-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB15:000601053:mpeg21:a00002
-https://www.britannica.com/event/Reichstag-fire
-https://historiek.net/resten-marinus-van-der-lubbe-onderzocht-op-drugssporen/154297/
-https://historiek.net/een-fascistenleider-herdacht-marinus-van-der-lubbe/152822/
-https://www.nu.nl/buitenland/6268468/geen-bewijs-dat-stichter-rijksdagbrand-1933-gedrogeerd-was-tijdens-bekentenis.html
-https://duitslandinstituut.nl/artikel/54231/gesprek-met-van-der-lubbe-na-de-rijksdagbrand
×