Opa en oma Indonesische president liggen begraven in Den Haag. Hoe zit dat?

5 minuten leestijd
Prabowo in Den Haag, biddend bij het graf van zijn grootouders van moeders kant.
Prabowo in Den Haag, biddend bij het graf van zijn grootouders van moeders kant. - Foto: Instagram/@prabowo

Op vrijdag 25 september 2025 was de Indonesische president, Prabowo Subianto Djojohadikusumo, heel even in Nederland. Wat Nederlandse media ontging, maar wel opmerkelijk was: in Den Haag bezocht hij een graf, het graf van zijn opa en oma van moeders kant. Hoe zit dat? Waarom zijn die Indonesische opa en oma in Nederland begraven?

Op de terugweg van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York maakte de Indonesische president Prabowo eind september twee korte tussenstops. De eerste was in Canada, de tweede in Nederland. In Den Haag ging hij even naar paleis Huis ten Bosch voor een bezoekje aan koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Hij was er uitstekend ontvangen, vertelde hij Indonesische journalisten direct nadat hij op 27 september was geland op luchtmachtbasis Halim Perdanakusuma in Jakarta.

De Haagse tussenstop van het Indonesische staatshoofd had weinig om het lijf, dus Nederlandse media zwegen erover. Toch gebeurde er iets opvallends en tal van Indonesische media maakten daar dan ook melding van: Prabowo bezocht op een bekende Haagse begraafplaats het graf van zijn grootouders van moeders zijde. Het Indonesische nieuwsplatform Suara.com merkte op:

Dit heeft uiteraard de publieke nieuwsgierigheid gewekt naar de reden waarom Prabowo’s grootouders in Nederland begraven liggen.

Een goede vraag, die hieronder zal worden beantwoord. Maar eerst kort iets over de vader van de huidige Indonesische president.

Een gezaghebbend econoom

Soemitro in 1973 als minister
Soemitro in 1973 als minister
Die vader was Soemitro Djojohadikoesoemo (1917-2001). Als telg van een adellijk geslacht werd hij geboren in Gombong (Midden-Java). Economie studeerde hij in Rotterdam aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool (tegenwoordig Erasmus Universiteit). Na de oorlog keerde hij terug naar Nederlands-Indië/Indonesië. Onder de presidenten Soekarno en Soeharto was hij tussen 1950 en 1978 vijf keer minister. Hij gold als een van de meest gezaghebbende economen van Indonesië.

Begin 1947 trouwde Soemitro met Dora Marie Sigar (1921-2008). Hij was moslim, zij christen (protestant). Het paar kreeg vier kinderen, onder wie Prabowo Subianto, die na een lange militaire carrière nu de achtste president is van Indonesië. Soemitro en Dora hadden elkaar ontmoet in Nederland. Zoals vermeld studeerde hij hier economie, maar wat had de op Celebes (Sulawesi) geboren Dora in Nederland te zoeken? Met die vraag belanden we bij haar ouders – opa en oma van president Prabowo. Hieronder vermelde gegevens over die grootouders zijn ten dele ontleend aan recente Indonesische mediapublicaties en voor een deel aan Nederlandse archieven.

Soemitro
Voetbalteam van Indonesische studenten in Nederland in 1939. Staand, derde van links Soemitro. (Foto Leiden University Libraries/KITLV)

Van Menado naar Den Haag en Amsterdam

Dora’s ouders waren Philip Frederik Laurens Sigar (1885-1946) en Cornelie Emilie Maengkom (1888-1946). Hij was geboren in Langoan bij Menado (nu Manado), zij kwam ter wereld in Menado zelf, de hoofdplaats van de regio Minahasa in het noorden van het eiland Celebes (nu Sulawesi). Beiden waren protestant, wat in de betere kringen onder lokale bevolking op Noord-Celebes destijds tamelijk gewoon was. Evenmin uitzonderlijk voor die regio was dat ze allebei ook enig Europees bloed in de aderen hadden. Philip en Cornelie trouwden in 1911 in Menado. Ze kregen daar negen kinderen, onder wie Dora, de een na jongste, en haar jongere zusje Frederika (1924-1977), die verderop nog ter sprake komt.

Nederlandse archieven stichten op het eerste gezicht enige verwarring over de levensloop van Philip Frederik Laurens Sigar. Zo duikt hij in 1922 en 1923 even op in het bevolkingsregister van Den Haag (eerst Riouwstraat 182, daarna Van Merlenstraat 75) en in 1929 en 1930 in dat van Amsterdam (eerst Titiaanstraat 48, dan Hemonylaan 8). Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië schept echter helderheid. Op 17 juni 1933 plaatste die krant een bericht onder de kop: ‘Afscheid op het Gouverneurs-kantoor van Ph.F.L. Sigar’. Het begint zo:

Vrijdag-morgen ll. (laatstleden, red.) werd tijdens de vergadering van het College van Gedeputeerden (van West-Java, red.) afscheid genomen van den heer Ph.F.L. Sigar, administrateur van het Provinciaal kantoor, die met pensioen gaat. (…) Men zal hem noode missen.

Dora Marie Sigar met kinderen in 1963. Staand in het midden Prabowo.
Dora Marie Sigar met kinderen in 1963. Staand in het midden Prabowo.

Keurig somde de krant Sigars loopbaan op als ambtenaar van het koloniale bestuur. In juni 1901 was hij begonnen als volontair op het residentiekantoor in Menado, vanaf januari 1902 werd dat omgezet in zijn eerste betaalde baan: schrijver op hetzelfde kantoor. In 1925 maakte hij de overstap naar de provincie West-Java, waar hij dus eindigde als administrateur. Fijntjes besloot Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië het bericht met: “Deze verdienstelijke hoofdambtenaar, die (…) in 1902 een salaris (per maand, red.) had van ƒ 2,50, had in zijn laatste betrekking een salaris van ƒ 1250,-.”

Maar als hij steeds in de kolonie als ambtenaar had gewerkt, hoe kon hij dan zijn opgedoken in de bevolkingsregisters van Den Haag en Amsterdam? Ook dat lost het krantenbericht ui 1933 op: vanaf augustus 1922 was Sigar ‘eenige maanden met buitenlandsch verlof’ en van augustus 1929 tot april 1930 opnieuw. De eerste keer verbleef hij dus in Den Haag, de tweede keer in Amsterdam.

Dora Marie Sigar
Fietstochtje tijdens een conferentie in 1942 van de Indonesische Christen Jongeren (ICJ) in het Betuwse Kerk-Avezaath. Tweede van links Dora Marie Sigar. (Leiden University Libraries/KITLV)

Pensioen

En in juni 1933 zwaaide Sigar af en ging met pensioen – als pas 48-jarige. Al eind maart, zo blijkt uit enkele krantenadvertenties, hadden Philip en Cornelie ‘vendutie’ gehouden, de verkoop van hun ‘goed onderhouden Compl. inboedel, w.o. KERO-BEDDEN enz. enz.’ Blijkens passagierslijsten die de Indische kranten publiceerden, ging ‘de fam. Sigar’, onder wie ook ‘2 kn’ (kinderen, red.) op 21 juni 1933 in de haven van Batavia aan boord van het m.s. Johan de Witt dat hen naar Europa bracht. Die ‘2 kn’ waren Dora en Frederika, respectievelijk bijna twaalf en net negen jaar oud. Zo belandden president Prabowo’s moeder en grootouders (en jongste tante) dus in Nederland.

Ze gingen om te beginnen wonen in Amsterdam, eerst in West, aan het Paramariboplein, en later in Zuid, Apollolaan 87-II. In april 1940 verhuisden ze naar de Laan van Swaensteijn 18 in Voorburg. Dora rondde haar scholing af met een verpleegstersopleiding in Utrecht. Frederika doorliep de Mulo in Den Haag en haalde daarna een stenografiediploma. Blijkens in Het Dagblad in Batavia geplaatste rouwadvertenties zijn Prabowo’s opa en oma in Voorburg vrij kort na elkaar overleden. Eerst op 7 juli 1946 oma Cornelie, vervolgens op 21 november dat jaar opa Philip. De rouwadvertentie voor hem vermeldt dat hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau was.

Oud Eik en Duinen

Cornelie en Philip werden ter aarde besteld op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Hun in 1977 in Amstelveen overleden jongste dochter, Frederika, werd bij hen te ruste gelegd. Dora overleed in 2008 in een ziekenhuis in Singapore en rust op begraafplaats Tanah Kusir in Zuid-Jakarta.

En zo kwam het dus dat de Indonesische president onlangs naar Oud Eik en Duinen toog om het graf te bezoeken van zijn grootouders van moederszijde. Op zijn Instagram-account wijdde hij er een kort berichtje met foto aan.

×