Two Prosecutors, een film van de Oekraïense regisseur Sergei Loznitsa, speelt zich af ten tijde van Stalins Grote Terreur (1936-1938). Een jonge, gewetensvolle jurist, gespeeld door Aleksandr Kuznetsov, ontdekt welk onrecht onschuldige mensen wordt aangedaan in een lokale gevangenis en wil hier als klokkenluider een einde aan maken. Hij loopt daarbij tegen een muur op van boosaardige bureaucratie.
Grote terreur
Er was weinig voor nodig om in de Sovjet-Unie van de jaren dertig tot staatsvijand te worden bestempeld. Een intellectuele reputatie, een hogergeplaatste die een zondebok zocht of het op de verkeerde plek op de verkeerde tijd zijn, waren genoeg. Er was sprake van grote willekeur en van de ene op de andere dag kon iemand in ongenade vallen, vaak met grote gevolgen, tot aan de doodstraf aan toe. De motor achter dit onrechtvaardige systeem was de chronisch wantrouwende Sovjet-dictator Josef Stalin.
Onder de slachtoffers van de Grote Terreur of Grote Zuivering waren onder andere revolutionairen van het eerste uur, legerofficieren, intellectuelen en grondbezitters. Ze werden er zonder enige bewijslast van beschuldigd een contrarevolutie te beramen. Door middel van martelingen en bedreigingen werden de onschuldige slachtoffers gedwongen hun schuld te bekennen. De prominentste beschuldigden werden tijdens showprocessen publiekelijk veroordeeld, als waarschuwing voor anderen. Het resultaat was dat overheidsfunctionarissen slechts nog bevelen van hogerhand uitvoerden zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen. De menselijke maat verdween en corruptie vierde hoogtij.
Contrarevolutionaire misdaden
Het beste wat je als Sovjet-burger kon doen, was meegaan met de stroom, maar dat is niet wat de hoofdpersoon in Two Prosecutors doet. Jurist Kornyev is slechts drie maanden eerder afgestudeerd als hij als aanklager van het lokale parket een bezoek brengt aan een gevangene met de achternaam Stepnyak, die wordt vertolkt door Alexander Filippenko. Het is deze man, een oudgediende van de communistische partij en voormalige universiteitsdocent, gelukt om een briefje uit de gevangenis van Bryansk gesmokkeld te krijgen waarop hij bericht over het hem aangedane onrecht. De letters heeft hij met zijn eigen bloed geschreven. Als het Kornyev na veel obstructie van het gevangenispersoneel lukt om met Stepnyak te spreken, ontdekt hij dat de man zonder eerlijke rechtsgang gevangen zit en zwaar wordt mishandeld.

De onervaren Kornyev gelooft in de rechtvaardigheid van het Sovjetsysteem. Hij ziet wat hij heeft ontdekt als een smet op de rechtsorde. Volgens hem maakt het gevangenispersoneel van de NKVD, de beruchte binnenlandse veiligheidsdienst, zich schuldig aan contrarevolutionaire misdaden. Hij besluit dit bij het hoogste gezag in Moskou, in de persoon van procureur-generaal Vyshynsky, te rapporteren. Als eenling gaat hij de strijd voor rechtvaardigheid aan, niet wetende dat het door hem geconstateerde onrecht geen uitzondering maar een structureel onderdeel is van het hele systeem.
Georgy Demidov

Beklemmende atmosfeer
In de film overheerst een beklemmende atmosfeer. De gevangenisscènes zijn opgenomen in een gevangenis in Riga uit 1905 die recent werd gesloten omdat het bouwwerk niet voldeed aan Europese standaarden. Het claustrofobische gebouw lijkt op een labyrint, met aan het begin en einde van elke gang een traliedeur die wordt bewaakt door een nurkse bewaker.
De geur van de gevangenis en de sfeer van leed die zich daar eeuwenlang heeft opgehoopt en is blijven hangen, zullen waarschijnlijk nooit verdwijnen…
…verklaart de regisseur zelf over de filmlocatie. De onverschillige wijze waarop zijn protagonist Kornyev door de gevangenisleiding wordt ontvangen en de grimmige blikken die de bewakers op hem werpen, verhogen de spanning.
Een ander deel van de film speelt zich af in het kantoor van de procureur-generaal in Moskou. Het gebouw doet denken aan een mierennest waarin mensen, als krioelende mieren, elk hun eigen weg vinden langs loketten, op trappen en in gangen om ten slotte in volle wachtkamers te eindigen. De filmmaker liet zich bij het maken van de film inspireren door de roman Dode zielen van de Russische schrijver Nikolaj Gogol uit 1842. Hierin wordt de hoofdpersoon, de oorlogsveteraan kapitein Kopeikin, van het kastje naar de muur gestuurd als hij om hulp van de staat vraagt. Onbewust speelt het werk van Kafka ook een rol in de film. In de geest van Gogol en Kafka verbeeldt Loznitsa de bureaucratie als een onneembare muur, waarachter de hogere machten onbereikbaar blijven terwijl het individu langzaam wordt vermorzeld.
Huiveringwekkend
Voor Loznitsa is de Grote Terreur meer dan een tragedie van bijna een eeuw geleden. Volgens hem leeft de herinnering voort in de levens van bijna alle families in de landen van de voormalige Sovjet-Unie.
Geen enkele bestaande samenleving, hoe vooruitstrevend en democratisch ook, is immuun voor autoritarisme en dictatuur…

In Two Prosecutors wordt Russisch gesproken, wat de film geloofwaardigheid verleent. Drie van de acteurs verlieten Rusland toen Russische troepen in 2022 Oekraïne binnenvielen, waardoor een link met het heden gauw is gelegd. Het bewind van Poetin heeft de politieke terreur en strafkampen weer nieuw leven in geblazen; misdaden uit de jaren dertig worden hiermee herhaald.
Het knappe is dat de film nergens expliciet geweld toont en dat Kornyev zich volstrekt onbewust lijkt van het gevaar dat hij loopt, terwijl de sfeer voortdurend grimmig is. Dit wordt versterkt door het nagenoeg ontbreken van felle kleuren; in een veelzeggende scène steekt het rood van het partijboekje van de hoofdpersoon opvallend af tegen de grauwe omgeving. De huiveringwekkende film slaagt er voortreffelijk in om te laten zien hoe een totalitair systeem individuele vrijheden systematisch vermorzelt en hoe machteloos het individu is dat zich hiertegen verzet.
De Grote Terreur van Stalin door de ogen van twee schrijvers
Stalinistische achterdocht en onderdrukking in “Child 44”
Slag bij Austerlitz: Napoleons overwinning bij de Driekeizerslag
Sovjet-Unie herleeft in sfeerfoto’s
Werken voor ‘het vaderland’ in de Goelag (1944-1956)