Openlijk homoseksueel zijn werd in Nederland anno 1938 niet aangeraden – tenzij hij of zij genoegen nam met sociale en maatschappelijke uitsluiting. Een eenzaam bestaan dus. Indien homoseksuelen hun seksualiteit echter ‘discreet’ vierden en elkaar liefde en genegenheid betoonden in de schaduw van de maatschappij, dan kon de homoseksueel nagenoeg een ‘normaal’ leven leiden zoals door de heteroseksuele maatschappij gedicteerd en geaccepteerd werd. Dit gold ook voor Nederlands-Indië.
Homoseksualiteit werd gedoogd, hoewel wel maatschappelijk afgekeurd. Homoseksuele relaties tussen volwassenen (vanaf eenentwintig jaar) waren niet strafbaar volgens het Wetboek van Strafrecht voor Nederlandsch-Indië en evenmin een punt van politieke strijd. Toch brak eind 1938 een schandaal uit dat de kolonie op haar grondvesten deed schudden.
Roddelberichten

Het bestuur van de CSP onderbouwde het rekest met onder andere roddelberichten uit het meest gelezen (roddel)blad van Batavia, De Ochtendpost, en een (vaag) artikel in het politievakblad Het Politieblad over ‘ontucht en diefstal’. Begin 1937 werd de hoofdcommissaris van de Bataviase politie, P. Dekker, op het matje geroepen bij de resident (bestuurder) van Batavia, H. Fievez de Malines van Ginkel en de gouverneur-generaal om zich te verantwoorden over deze aantijgingen.
De politieleiding in Batavia – bestaand uit de resident en de hoofdcommissaris van de politie – meldde Tjarda van Starkenborgh Stachouwer dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Dekker gaf toe dat de politie een lijst met namen van bekende homoseksuelen bijhield, maar dat deze lijst onbetrouwbaar en onbruikbaar was. Hij meldde vervolgens onomwonden dat de politie simpelweg geen enkele rechtsgrond had om op te treden tegen homoseksuele handelingen tussen twee personen van eenentwintig jaar of ouder. Dat rekest van de CSP moest men gewoon laten rusten dus – soedah. Resident Fieves de Malines van Ginkel was het hiermee eens.
Ondergronds netwerk
De boel leek zo gesust – voorlopig. Dit veranderde echter in november 1938. De Bataviase politie ontving een tip dat een bekende homoseksueel jongens van onder de eenentwintig jaar op zijn hotelkamer ontving. Na twee weken de situatie te hebben gemonitord, werd vastgesteld dat de tip klopte. De man in kwestie, W.G. van Eyndthoven, werd gearresteerd. De zaak had hiermee beslecht kunnen worden, ware het niet dat de politie een gigantische collectie brieven van én naar homoseksuelen in Nederland en Nederlands-Indië vond. Een grote vangst!
Deze brieven werden vervolgens gebruikt in een geheim onderzoek naar de aard en omvang van een verondersteld ondergronds netwerk van homoseksuelen. Via deze privé-correspondentie en het verhoor met van Eyndthoven leerde de politie van het ‘homoseksuele jargon’ – de geheimtaal die homoseksuelen in allerlei landen onderling gebruikten om ontdekking en de daaropvolgende sociale uitsluiting te voorkomen. Dit taalgebruik was echter allebehalve absoluut. De Bataviase politie ging aan de haal met deze geheimtaal en interpreteerde die op de meest uiteenlopende en verkeerde manieren. Het Indische ‘Zedenschandaal’ was geboren.

Begin van een heksenjacht
Het ‘geheime’ aspect van het politieonderzoek was halverwege december 1938 al volledig verdampt. De eerste slachtoffers waren intussen gevallen: twee hooggeplaatste ambtenaren. Zonder gêne verkondigden de Indische dagbladen op schreeuwerige wijze de namen van deze twee heren. Procureur-generaal Marcella stelde op basis van het politieonderzoek dat ‘de misdadige homoseksualiteit’ in Nederlands-Indië alle spuigaten uitliep. Hier diende met ferme hand tegen opgetreden te worden.
Op 27 december 1938 gaf hij de opdracht aan de officieren van justitie, het koloniaal bestuur en de politie om ‘zonder aanzien des persoons’ over te gaan tot een grootschalig optreden in geheel Nederlands-Indië. De rechtlijnige gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, waarover werd gefluisterd dat zijn toekomstige schoonzoon biseksuele neigingen had, zou om dit geroddel over zijn dochters verloofde in woede zijn uitgebarsten en in zijn Gronings accent ‘Die mietn moetn deruut’ gefulmineerd hebben. Men mag hieruit opmaken dat hij niet erg op de hand van de homoseksuele gemeenschap was.
Onder leiding van advocaat-generaal T. M. de la Parra – bekend om zijn intense haat jegens homoseksuelen – begon toen een rücksichtslose heksenjacht. Van het uiterste puntje van Atjeh tot Merauke in Nederlands-Nieuw-Guinea: geen plek of persoon was veilig.
Geruchtmakende arrestaties
Te midden van al deze hysterie en morele publieke verontwaardiging vormde de arrestatie van de resident én het hoofd van de politie van Batavia, de eerdergenoemde Fievez de Malines van Ginkel, de grootste en meest sensationele shock. De resident bekende in januari 1939 zijn contacten met minderjarige Javaanse jongens, die hij als bezoeker van het gebied ‘de baan’ (een cruising gebied) oppikte. Hij kreeg in april 1939 negen maanden cel voor zijn seksuele overtredingen. De resident werd tevens oneervol ontslagen. Hij was volgens het Bataviaasch Nieuwsblad volledig grijs geworden.

Nadat het sensationele tijdschrift de Java-Bode van drie mannen hun volledige namen en beroepen publiceerde, pleegden zij stuk voor stuk zelfmoord.
Een vroege homoactivist, Johan Ellenberg, deed in 1932 in het blad Wij – één van de eerste bladen voor homoseksuelen in Nederland – een oproep aan zijn heteroseksuele landgenoten, omschreven als ‘allen die normaal zijn’. Hij spreekt hen aan op hun morele plicht om homoseksuelen niet te veroordelen:
Weet ge dat het geluk van zoo velen van Uw mening afhankelijk is? Weet ge, dat Uw zoo vaak ondoordacht en klakkeloos uitgesproken oordeel, zoo menig onzer totaal heeft vernietigd? (…) Ge hebt veroordeeld omdat ge niet begreep en ge zult het ook nimmer begrijpen, omdat gij niet zoo zijt als wij. Ge zijt het aan ons verplicht om te trachten te begrijpen omdat wij leven naast- en voor elkaar!
Het Indische ‘Zedenschandaal’ toont welke effecten sociaal conservatisme, schaamteloze sensatiepers en de nonchalante wreedheid van de publieke opinie op een minderheid kunnen hebben. Ellenbergs woorden hadden de andere kant van de wereld helaas nog niet bereikt.
Een versie van dit artikel verscheen ook in Bersama Magazine van juni 2025
– Bloembergen, M., ‘Rein zijn is sterk zijn – De massale vervolging van homoseksuelen in Nederlands-Indië in 1938-1939’, in: G. Hekma & T. van der Meer ed., Bewaar me voor de waanzin van het recht – Homoseksualiteit en strafrecht in Nederland (Amsterdam 2011) 109-122.
– Leidelmeijer, F., ‘De vervolging van homoseksuelen in Indië in 1938’, Indische Letteren 22:1 (2007) 51-57.
– Voorthuizen, van, T., “Niet onze omgeving maakt ons Homo-Sexueel” – Ervaring van homoseksualiteit in Amsterdam, 1890-1940 (MA-scriptie Geschiedenis UvA, Amsterdam 2022).
Homoseksualiteit op VOC-schepen
NAVO-generaal ten val gebracht door geruchten over homoseksualiteit
Homoseksualiteit in de Renaissance
“Ik deed haar zin, en draafde stijf dat tuintje in”
Magnus Hirschfeld – Duitse arts en seksuoloog