Zacharias Wilsma, hoofdgetuige tijdens de sodomietenprocessen van 1730

Een controversiële Fries
5 minuten leestijd
lange voorhout
Gezicht op het Lange Voorhout in Den Haag, ca. 1711. In de vroege achttiende eeuw stond deze plek onder mannen die seks zochten met mannen bekend als ‘de grote kamer’ – een populaire ontmoetingsplek voor avondlijk cruisen. (CC0 - Rijksmuseum)

Als je denkt aan controversiële Friezen, kom je al snel uit op het rijtje Grutte Pier, Mata Hari en Pieter Jelles Troelstra. Eén controversiële Fries wordt vrijwel altijd vergeten: Zacharias Wilsma, de hoofdgetuige van de sodomietenprocessen van 1730. Door zijn openheid maakte heel Nederland kennis met het fenomeen ‘sodomie’.

Om mannen niet op ideeën te brengen werd vóór 1730 de ‘grouwelijke sonde van sodomie’ niet besproken en in het geheim bestraft. Vanaf 1730 veranderde dat: sodomieten werden vanaf dat moment publiekelijk geëxecuteerd. Hierdoor wist elke Nederlander vrij plotseling wat sodomie was, en wat de straf was voor ‘onnatuurlijke conversaties’.

Zacharias Wilsma speelde daarbij een sleutelrol, want door zijn bekentenissen en getuigenverslagen werd in de hele Republiek een ‘sodomietennetwerk’ blootgelegd. Tientallen mannen werden gewurgd aan een paal, een meervoud hiervan vluchtte. Deze mannen kwamen uit alle lagen van de bevolking. Door de gebeurtenissen van 1730 stond het onderwerp sodomie ineens hoog op de Nederlandse agenda. Eerst als gevaarlijke zonde, vanaf de late negentiende eeuw als seksuele perversie, en tegenwoordig (als homoseksualiteit) als een gangbare seksuele identiteit.

Zinneprent met zes straffen op misdaad sodomie, achttiende eeuw
Zinneprent met zes straffen op misdaad sodomie, achttiende eeuw

Knecht

Wilsma wordt in het voorjaar van 1707 in Leeuwarden geboren, zijn ouders behoren waarschijnlijk tot het grauw. Op zijn zestiende wordt Wilsma knecht bij kapitein De Rochebrune, een zoon van Franse adellijke hugenoten die dienen aan het Friese hof van Marijke Meu, de moeder van de latere stadhouder Willem IV.

Kapitein de Rochebrune en zijn compagnie vertrekken eerst naar Maastricht en doen daarna in ieder geval de barrièrestad Namen aan. De Republiek had in 1713, bij de Vrede van Utrecht zeven vooruitgeschoven militaire posten in de Oostenrijkse Nederlanden bedongen, als eerste verdedigingslinie tegen Frankrijk. Uiteindelijk belandt de compagnie van De Rochebrune in Breda, waar Zacharias Wilsma van dienst wisselt naar kapitein Van Haersma.

‘Nichtenleven’

Zacharias Wilsma is vanaf zijn zestiende seksueel actief, alleen met mannen. Hij vertelt het Utrechtse gerecht in de maanden na zijn arrestatie in februari 1730 over al zijn escapades. Over zijn ontmaagding door Caspar Bersé, een andere knecht in Leeuwarden, en over de zondagse bijeenkomsten in het huis van een man met als bijnaam ‘Slappe Lysbeth’. Hij vertelt over de seks die hij had in Namen met Louis de Villaers, een soldaat, en over seks met vrienden, als Gerrit de With, een vaandrig, en Frederik Gurck, een tamboer, in Breda. Die laatste vertelt Wilsma over het nichtenleven in Den Haag. Cruisen op het Voorhout en de Vijverberg, en herbergen, lolhuizen en nichtenkroegen. Het woord nicht (en ‘familie’) is onder mannen die seks hebben met mannen al in gebruik vanaf de zeventiende eeuw.

Drie mannelijke figuren, twee met stok en steek - Cornelis Troost, ca. 1706-1750
Drie mannelijke figuren, twee met stok en steek – Cornelis Troost, ca. 1706-1750

Na een bezoek aan Den Haag, samen met vaandrig De With, neemt Wilsma ontslag bij kapitein Haersma en vertrekt naar Den Haag. Daar belandt hij al vrij snel bij Jacob Backer, een uitbesteder van knechten die gespecialiseerd is in goeduitziende knechten die hun heren ook ‘extra diensten’ kunnen leveren. Deze Backer had een herberg op het Spui waar welgestelde heren langskwamen om mogelijke knechten ’te testen’. Zo raakt Zacharias Wilsma ook bekend met sekswerk, en verdient vaak een extraatje als iemand waar hij zelf niet heel erg opgewonden van wordt, hem benadert voor seks.

Vers vlees

Den Haag was het bestuurlijk middelpunt van de Republiek, en daarom een komen en gaan van adel en regenten met hun aanhang. In Den Haag was er altijd wel iets te doen. Wilsma werd uiteindelijk drie maanden uitbesteed aan Willem Paets uit Leiden die in het pand woonde waar nu het Japanmuseum Sieboldhuis zit. Voor zover we weten was er geen sprake van een echte relatie tussen Paets en Wilsma, maar Wilsma was wel vers vlees in Leiden en had er seksuele avonturen, onder meer een trio met twee Leidenaren in de koets van Paets.

Liggende mannelijke figuur, François Boucher, 1736 - J. Paul Getty Museum
Liggende mannelijke figuur, François Boucher, 1736 – J. Paul Getty Museum

Een periode waar we weinig van weten is als Wilsma in dienst is bij sergeant majoor Gerrit Willem van Brakel, waarschijnlijk omdat Van Brakel al overleden is als de sodomieprocessen beginnen. Daar hadden de rechters dus niks aan, maar we weten wel uit andere getuigenverslagen dat deze Van Brakel een grote man was en groot geschapen, tenminste dat beweren andere verdachten die seks met deze Van Brakel hebben gehad. De archieven staan vol met dit soort ‘bekentenissen’.

Na twee jaar is Zacharias Wilsma klaar met zijn leven in Den Haag en verblijft drie maanden bij Johannes Keep op de Kalverstraat in Amsterdam. Keep is ‘blomvercierder’ en heeft zijn neefje Cornelis Boes in dienst. Het huis van Keep is ook een soort bed and breakfast voor mannen uit de rest van de Republiek. Het nichtenleven in Amsterdam is iets minder indrukwekkend dan Den Haag, maar er gebeurt natuurlijk van alles. Zo weten we uit de getuigenissen in de archieven over de nichtenkroeg ’t Serpent op de vismarkt, tegenover het stadhuis, en van het kroegje van Jan Raet in de Prinsenhofsteeg, tegenover de poort waar de convooigelden betaald werden aan de Amsterdamse admiraliteit.

Zacharias Wilsma belandt uiteindelijk in Utrecht waar hij eerst als knecht bij ene Schlosser in dienst is en later bij De Maleprade, een hoge militair. Zijn leven lijkt weer een beetje tot rust gekomen, in ieder geval geen sekswerk meer. Maar in het jaar vóór zijn arrestatie verkent hij natuurlijk wel uitgebreid het Utrechtse nichtenleven.

Goudmijn van kennis

sodomietenprocessen 1730 - GJ Wielinga
Omslag met verhoren, getuigenissen en brieven rond de processen bij het Hof van Holland in Den Haag. – Foto: G.J. Wielinga
Zacharias Wilsma blijkt voor de schout en de schepenen van Utrecht een goudmijn van kennis over het nichtenleven in de hele Republiek. Na een stuk of tien verhoren met Wilsma hebben ze ongeveer 140 namen van mannen uit de hele Republiek die ‘vuyligheden’ hebben gepleegd. Ze besluiten op 5 mei 1730 hun collega’s in andere steden te waarschuwen en stellen dat ze Wilsma nog drie à vier weken in leven laten, mochten hun collega’s Wilsma willen gebruiken voor ‘confrontaties’.

Zacharias Wilsma wordt naar Amsterdam, Den Haag, Leiden, Delft, Haarlem en Leeuwarden gestuurd om te getuigen tegen de mannen die hij in zijn verhoren heeft genoemd. Velen van hen gaan door de knieën en bekennen, om vervolgens aan de wurgpaal te eindigen. Als Wilsma eind dat jaar weer terugkomt in Utrecht wordt hij opgesloten in het tuchthuis. Daar verblijft hij de rest van zijn leven.

Een oplettende schout ziet in 1755 dat Wilsma nooit is veroordeeld en besluit hem alsnog levenslang te geven. Tijdens de koude winter van 1763 overlijdt Wilsma op vijfenvijftigjarige leeftijd en wordt begraven op het Nicolaaskerkhof, nu de parkeerplaats naast het Centraal Museum.

Verder lezen

×