Als je denkt aan controversiële Friezen, kom je al snel uit op het rijtje Grutte Pier, Mata Hari en Pieter Jelles Troelstra. Eén controversiële Fries wordt vrijwel altijd vergeten: Zacharias Wilsma, de hoofdgetuige van de sodomietenprocessen van 1730. Door zijn openheid maakte heel Nederland kennis met het fenomeen ‘sodomie’.
Om mannen niet op ideeën te brengen werd vóór 1730 de ‘grouwelijke sonde van sodomie’ niet besproken en in het geheim bestraft. Vanaf 1730 veranderde dat: sodomieten werden vanaf dat moment publiekelijk geëxecuteerd. Hierdoor wist elke Nederlander vrij plotseling wat sodomie was, en wat de straf was voor ‘onnatuurlijke conversaties’.
Zacharias Wilsma speelde daarbij een sleutelrol, want door zijn bekentenissen en getuigenverslagen werd in de hele Republiek een ‘sodomietennetwerk’ blootgelegd. Tientallen mannen werden gewurgd aan een paal, een meervoud hiervan vluchtte. Deze mannen kwamen uit alle lagen van de bevolking. Door de gebeurtenissen van 1730 stond het onderwerp sodomie ineens hoog op de Nederlandse agenda. Eerst als gevaarlijke zonde, vanaf de late negentiende eeuw als seksuele perversie, en tegenwoordig (als homoseksualiteit) als een gangbare seksuele identiteit.
Knecht
Wilsma wordt in het voorjaar van 1707 in Leeuwarden geboren, zijn ouders behoren waarschijnlijk tot het grauw. Op zijn zestiende wordt Wilsma knecht bij kapitein De Rochebrune, een zoon van Franse adellijke hugenoten die dienen aan het Friese hof van Marijke Meu, de moeder van de latere stadhouder Willem IV.
Kapitein de Rochebrune en zijn compagnie vertrekken eerst naar Maastricht en doen daarna in ieder geval de barrièrestad Namen aan. De Republiek had in 1713, bij de Vrede van Utrecht zeven vooruitgeschoven militaire posten in de Oostenrijkse Nederlanden bedongen, als eerste verdedigingslinie tegen Frankrijk. Uiteindelijk belandt de compagnie van De Rochebrune in Breda, waar Zacharias Wilsma van dienst wisselt naar kapitein Van Haersma.
‘Nichtenleven’
Zacharias Wilsma is vanaf zijn zestiende seksueel actief, alleen met mannen. Hij vertelt het Utrechtse gerecht in de maanden na zijn arrestatie in februari 1730 over al zijn escapades. Over zijn ontmaagding door Caspar Bersé, een andere knecht in Leeuwarden, en over de zondagse bijeenkomsten in het huis van een man met als bijnaam ‘Slappe Lysbeth’. Hij vertelt over de seks die hij had in Namen met Louis de Villaers, een soldaat, en over seks met vrienden, als Gerrit de With, een vaandrig, en Frederik Gurck, een tamboer, in Breda. Die laatste vertelt Wilsma over het nichtenleven in Den Haag. Cruisen op het Voorhout en de Vijverberg, en herbergen, lolhuizen en nichtenkroegen. Het woord nicht (en ‘familie’) is onder mannen die seks hebben met mannen al in gebruik vanaf de zeventiende eeuw.

Na een bezoek aan Den Haag, samen met vaandrig De With, neemt Wilsma ontslag bij kapitein Haersma en vertrekt naar Den Haag. Daar belandt hij al vrij snel bij Jacob Backer, een uitbesteder van knechten die gespecialiseerd is in goeduitziende knechten die hun heren ook ‘extra diensten’ kunnen leveren. Deze Backer had een herberg op het Spui waar welgestelde heren langskwamen om mogelijke knechten ’te testen’. Zo raakt Zacharias Wilsma ook bekend met sekswerk, en verdient vaak een extraatje als iemand waar hij zelf niet heel erg opgewonden van wordt, hem benadert voor seks.
Vers vlees
Den Haag was het bestuurlijk middelpunt van de Republiek, en daarom een komen en gaan van adel en regenten met hun aanhang. In Den Haag was er altijd wel iets te doen. Wilsma werd uiteindelijk drie maanden uitbesteed aan Willem Paets uit Leiden die in het pand woonde waar nu het Japanmuseum Sieboldhuis zit. Voor zover we weten was er geen sprake van een echte relatie tussen Paets en Wilsma, maar Wilsma was wel vers vlees in Leiden en had er seksuele avonturen, onder meer een trio met twee Leidenaren in de koets van Paets.

Een periode waar we weinig van weten is als Wilsma in dienst is bij sergeant majoor Gerrit Willem van Brakel, waarschijnlijk omdat Van Brakel al overleden is als de sodomieprocessen beginnen. Daar hadden de rechters dus niks aan, maar we weten wel uit andere getuigenverslagen dat deze Van Brakel een grote man was en groot geschapen, tenminste dat beweren andere verdachten die seks met deze Van Brakel hebben gehad. De archieven staan vol met dit soort ‘bekentenissen’.
Na twee jaar is Zacharias Wilsma klaar met zijn leven in Den Haag en verblijft drie maanden bij Johannes Keep op de Kalverstraat in Amsterdam. Keep is ‘blomvercierder’ en heeft zijn neefje Cornelis Boes in dienst. Het huis van Keep is ook een soort bed and breakfast voor mannen uit de rest van de Republiek. Het nichtenleven in Amsterdam is iets minder indrukwekkend dan Den Haag, maar er gebeurt natuurlijk van alles. Zo weten we uit de getuigenissen in de archieven over de nichtenkroeg ’t Serpent op de vismarkt, tegenover het stadhuis, en van het kroegje van Jan Raet in de Prinsenhofsteeg, tegenover de poort waar de convooigelden betaald werden aan de Amsterdamse admiraliteit.
Zacharias Wilsma belandt uiteindelijk in Utrecht waar hij eerst als knecht bij ene Schlosser in dienst is en later bij De Maleprade, een hoge militair. Zijn leven lijkt weer een beetje tot rust gekomen, in ieder geval geen sekswerk meer. Maar in het jaar vóór zijn arrestatie verkent hij natuurlijk wel uitgebreid het Utrechtse nichtenleven.
Goudmijn van kennis

Zacharias Wilsma wordt naar Amsterdam, Den Haag, Leiden, Delft, Haarlem en Leeuwarden gestuurd om te getuigen tegen de mannen die hij in zijn verhoren heeft genoemd. Velen van hen gaan door de knieën en bekennen, om vervolgens aan de wurgpaal te eindigen. Als Wilsma eind dat jaar weer terugkomt in Utrecht wordt hij opgesloten in het tuchthuis. Daar verblijft hij de rest van zijn leven.
Een oplettende schout ziet in 1755 dat Wilsma nooit is veroordeeld en besluit hem alsnog levenslang te geven. Tijdens de koude winter van 1763 overlijdt Wilsma op vijfenvijftigjarige leeftijd en wordt begraven op het Nicolaaskerkhof, nu de parkeerplaats naast het Centraal Museum.
Verder lezen
- Sodoms zaad in Nederland – Theo van der Meer (1995)
Over het ontstaan van een ‘homoseksuele’ identiteit in de vroegmoderne tijd. - Riskante relaties – D.J. Noordam (1995)
Over vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland. - ‘Dien godlosen hoop van menschen’ – L.P. Boon (1997)
Specifiek over de sodomietenvervolgingen van 1730. - Maan in Ram – G.J. Wielinga (2025)
Wielinga legt zijn eigen seksuele geschiedenis naast die van Zacharias Wilsma, de hoofdgetuige van de sodomietenvervolgingen van 1730 en probeert te snappen waarom Wilsma 140 namen noemde.

Het Zedenschandaal: heksenjacht op homoseksuelen in Nederlands-Indië
Homoseksualiteit op VOC-schepen
Homoseksualiteit in de Renaissance
Hoe Amsterdam met Benno Premsela (1929-1997) uit de kast kwam
‘Water Cherubs’ – Een seksueel boek door Ralph Chubb (1936)