NAVO-generaal ten val gebracht door geruchten over homoseksualiteit

De Kiessling-affaire. Een generaal in leer, lak en latex?
17 minuten leestijd
Bericht over de Kiessling-affaire
Bericht over de Kiessling-affaire in het Nieuwsblad van het Noorden, 21 januari 1984 (Delpher)

Over schandalen in de wereldgeschiedenis kunnen bibliotheken worden volgeschreven. Soms is het verhaal achter het schandaal waar, soms zijn het verdachtmakingen met het doel een organisatie of persoon te beschadigen. Er is na een verdachtmaking uit rancune, wraak of chantage, weinig nodig om een persoonlijke carrière te breken.

Dit was in de jaren tachtig het geval in de zaak tegen de vier-sterrengeneraal van de Bundeswehr en plaatsvervangend opperbevelhebber van de NAVO, Günter Kiessling. Het schandaal hield de Bondsrepubliek wekenlang in adem. Zijn naam staat voor een van de grootste schandalen uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland. Kiessling werd in 1983/84 beschuldigd van het hebben van obscure homoseksuele contacten in louche kroegen in Keulen. Een lastercampagne, opgezweept door Manfred Wörner, de minister van Defensie (CDU) en de militaire inlichtingendienst, beroofden een man van zijn eer.

Günter Kiessling

Kiessling werd op 25 oktober 1925 in Frankfurt/Oder geboren en groeide op in Berlijn. In 1940 werd hij op veertienjarige leeftijd leerling van een militaire school en diende later als luitenant van de infanterie aan het Oostfront. Van mei 1945 tot juni 1946 werd hij door de Britten als krijgsgevangene gehouden. In de na-oorlogse periode worstelde hij zich door het leven onder andere als bouwvakker en bezocht hij de avondschool om daar zijn Abitur (vwo) te halen. In 1956 nam hij als eerste luitenant dienst bij het pas opgerichte Duitse leger, de Bundeswehr.

Van demilitarisering naar Bundeswehr

Na de Duitse capitulatie op 7/8 mei 1945 namen de geallieerden het bestuur over van Duitsland. Het Duitse leger en alles wat daarmee samenhing werd verboden, Duitsland werd volledig gedemilitariseerd. De geallieerden hadden aanvankelijk het plan om van Duitsland weer één land te maken, maar hun opvattingen over politiek, veiligheid en democratie liepen te ver uiteen. Een vrije kapitalistische democratische samenleving in de westelijke bezettingszones stond tegenover een socialistische, dictatoriale planeconomie in de Russische bezettingszone. Deze twee delen dreven zover uit elkaar dat in 1949 de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek werden gesticht.

Als gedeeltelijk soevereine staat had de Bondsrepubliek geen eigen strijdkrachten. Wel werd in 1951 de Bundesgrenzschutz, een para-militaire politie gevormd die belast was met de beveiliging van de Duits-Duitse grens. Maar al in 1947/48 gingen er stemmen op om de Bondsrepubliek bij de West-Europese verdediging te betrekken. De kwestie van de herbewapening werd in de Duitse Bondsdag krachtig bediscussieerd. Bondskanselier Konrad Adenauer was voorstander van de integratie in het westelijke bondgenootschap.

Oprichting van de Bundeswehr door minister van Defensie Theodor Blank op 12 november 1955
Oprichting van de Bundeswehr door minister van Defensie Theodor Blank op 12 november 1955 (Bundesarchiv, Bild 183-34547-0003 / CC-BY-SA 3.0)
De inval in 1950 van het communistische Noord-Korea in Zuid-Korea gaf in Duitsland de ommekeer. Met goedkeuring van de westelijke geallieerden vergaderden enkele voormalige officieren van de Wehrmacht in oktober 1950 in het klooster Himmerod in de Eifel. Ze bespraken daar de oprichting van een West-Duits leger. In een geheim rapport, het Himmeroder Denkschrift, pleitten zij voor de opbouw van een sterke krijgsmacht.

Adenauer benoemde het CDU-Bondsdaglid Theodor Blank tot Beauftragter des Bundeskanzlers für die mit der Vermehrung der alliierten Truppen zusammenhängenden Fragen. Vrij snel kreeg deze voorloper van het ministerie van Defensie de naam ‘Amt Blank’. Op 6 mei 1955 trad de Bondsrepubliek toe tot de NAVO en mocht eigen strijdkrachten inbrengen. Het ‘Amt Blank’ werd het Bundesministerium für Verteidigung. De strijdkrachten kregen de naam Bundeswehr.

In zijn vrije tijd studeerde Kiessling economie, rechten en filosofie aan de Universiteiten van Bonn en Hamburg. In 1957 promoveerde hij in Bonn met een proefschrift over de reorganisatie van de federale financiën in Zwitserland. Kiessling bezocht van 1961 tot 1963 de Hogere Vorming van de Bundeswehr, waar hij werd opgeleid tot officier van de Generale Staf. Ook volgde hij het Staff College Camberley, waar hij de Britse General Staff Course voltooide.

De ongehuwde, kinderloze Kiessling maakte een flitsende carrière. Na diverse commando-functies te hebben vervuld werd hij in 1971 op vijfenveertigjarige leeftijd bevorderd tot brigadegeneraal, een van de jongste generaals in de Bundeswehr. Vijf jaar later vond een bevordering tot generaal-majoor plaats. In september 1977 verhuisde Kiessling naar het ministerie van Defensie in Bonn. In 1979 nam hij de post van commandant van de geallieerde landstrijdkrachten Sleeswijk-Holstein en Jutland (LANDJUT) in Rendsburg over en werd bevorderd tot luitenant-generaal. Uiteindelijk, na zijn benoeming tot viersterren-generaal in 1982, werd hij overgeplaatst naar het hoofdkwartier van de NAVO als commandant van de NAVO-landstrijdkrachten en plaatsvervanger van de geallieerde opperbevelhebber in Europa, de Amerikaanse generaal Bernard W. Rogers.

Günter von der Bundeswehr

Bernard W. Rogers
Bernard W. Rogers
Het gefluister begon in Brussel en Bonn. In de zomer van 1983 sprak een hoge ambtenaar van de Directie Personeel van het ministerie van Defensie, in een gesprek met een medewerker van de militaire contra-spionage, over geruchten vanuit het NAVO-hoofdkwartier dat generaal Kiessling “homoseksuele neigingen” zou hebben. Volgens die berichten werd hij om die reden niet langer ontvangen door zijn meerdere, generaal Bernard W. Rogers. De twee waren trouwens toch al niet “on speaking terms”. Voor volwassenen waren homoseksuele contacten in de Bondsrepubliek Duitsland sinds 1969 weliswaar niet meer strafbaar, maar dit gerucht was alarmerend genoeg om de chef van de militaire contra-spionage van de Bundeswehr in te seinen. De trein zette zich in beweging.

Een sergeant van de militaire inlichtingendienst nam contact op met een vage kennis van de Keulse recherche. Deze agent en een collega gingen met een foto van Kiessling op onderzoek uit in homo-bars en -clubs in Keulen. Het onderzoeksrapport van de politie maakte hierover de volgende melding:

Onderzoek in de homoscene van Keulen stelde vast dat:

Café Wüsten een bekende is plek voor homo’s en lesbiennes en dat uit een serie foto’s Kiessling duidelijk werd geïdentificeerd als “Günter of Jürgen van de Bundeswehr”, in ieder geval iets met een “ü”. Twaalf jaar geleden was “Günter” al een goede gast. De laatste jaren was hij nauwelijks meer te zien.

Disco Tom-Tom, bekend is als discotheek voor jeugdige mannelijke prostituees en criminelen. Ook hier werd Kiessling duidelijk geïdentificeerd als “Günter van de Bundeswehr”. Günter gaat er nog steeds maandelijks heen en onderhoudt tegen betaling contact met jonge prostituees.

De inlichtingendienst vond dit magere onderzoek van de politie voldoende en hield het op Günter van de Bundeswehr: Kiessling.

Tijdens een bespreking met de top van het ministerie van Defensie op 14 september 1983 verklaarde de directeur van de inlichtingendienst dat, op basis van onderzoek door de Keulse recherche, Kiessling duidelijk werd geïdentificeerd als bezoeker van bars in de homoscene van Keulen.

Minister Wörner vroeg of persoonsverwisseling en intriges konden worden uitgesloten en of de omstandigheden van de identificatie duidelijk waren, antwoordde de directeur van inlichtingendienst bevestigend. Hij wees erop dat er geen twijfel bestond en dat de identificatie was uitgevoerd door ervaren rechercheurs. Wörner wilde voor alles ophef voorkomen. Op grond van deze onderzoeken en verklaringen eiste de minister dat Kiessling zo spoedig mogelijk naar Bonn moest komen om hem met het onderzoek te confronteren. Hij wilde geen Fritsch-affaire! Een zaak die de Duitse Wehrmacht begin 1938 bezighield.

De affaire-Fritsch

In de zomer van 1936, werd Hitler er door met name Heinrich Himmler van op de hoogte gesteld dat generaal Werner von Fritsch, opperbevelhebber van het leger, in 1933/1934 was gechanteerd wegens vermeende homoseksuele handelingen. Er werd door Hitler geen vervolgonderzoek ingesteld. Wellicht speelde mee dat Hitler in het jaar van de Olympische Spelen in Berlijn geen commotie wilde.

Werner von Fritsch, 1932
Werner von Fritsch, 1932 (Bundesarchiv, Bild 183-R16862 / CC-BY-SA 3.0)
In januari 1938 werd de zaak Fritsch opgerakeld en heropend. Fritsch was niet bijzonder populair bij de Gestapo en er bestond bovendien rivaliteit tussen de NSDAP, de SS en het leger. Feit was echter dat Hitler, om welke redenen dan ook, deze keer niet resoluut achter zijn generaal stond.

Fritsch was geschokt en gaf Hitler in een gesprek op 26 januari 1938 zijn erewoord dat de beschuldiging niet waar was. Toch werd hij op 4 februari ontslagen, maar de krijgsraad oordeelde hem op alle punten onschuldig. Een crimineel genaamd Otto Schmidt, had gelogen toen hij Fritsch van homoseksualiteit beschuldigde. Toch kon hij niet terugkeren naar zijn oude functie. Hij voelde zich vernederd en in de steek gelaten. Toen hij in augustus 1939 hoorde van de oorlogsplannen tegen Polen, sloot hij zich, in een ere-functie, onverwachts aan bij een militaire eenheid. Nog geen twee weken later, op 1 september 1939, begon de Tweede Wereldoorlog en werd het regiment van Fritsch aan het front ingezet. Op 22 september vergezelde hij als generaal een verkenningsoperatie bij Warschau. Hij werd geraakt door een kogel en enkele ogenblikken later stierf hij. Op 26 september gaf Hitler bevel tot een staatsceremonie in Berlijn.

De confrontatie

Generaal Kiessling was half september 1983 voor een paar dagen op de NAVO-school in Oberammergau in Zuid-Duitsland voor de organisatie van een congres van NAVO-generaals. Op de avond van 14 september kreeg Kiessling een telefoontje van de inspecteur-generaal van de Bundeswehr, Altenburg. Kiessling moest de volgende dag dringend naar Bonn komen. Een vliegtuig zou voor hem klaarstaan op de vliegbasis Fürstenfeldbrück. Altenburg verraste Kiessling de volgende dag met de mededeling dat hij werd beschuldigd van homoseksuele relaties. De onderzoeken in de homo-kroegen Tom-Tom en Café Wüsten in Keulen zouden dit overtuigend bewijzen. Verdere mededelingen werden niet gedaan om de getuigen te beschermen en om het zwaar criminele milieu niet onrustig te maken.

Minister Manfred Wörner, 1982
Minister Manfred Wörner, 1982 (CC BY 2.0 – Bundeswehr – wiki)
Kiessling wist dat een generaal met homoseksuele relaties in dit soort kroegen als een veiligheidsrisico werd gezien en dat hij daardoor gechanteerd kon worden. Hij begreep terstond de explosieve aard van de situatie. Hij bezwoer de inspecteur-generaal en minister Wörner, dat de beschuldigingen ongegrond waren. Kiessling:

Ik ben nooit te chanteren geweest en bovenal ben ik nooit te chanteren geweest omdat ik in mijn leven nooit homoseksuele neigingen of relaties heb gehad.

Maar Wörner – voormalig F-16 jachtvlieger en gepromoveerd jurist – vertrouwde meer op de getuigenissen van de straathoeren in de homoscene dan op zijn generaal.

De minister stelde voor om de pensioendatum, die al in eerdere gesprekken was vastgelegd op 31 maart 1984, te vervroegen naar 31 december 1983 en zich tot die tijd ziek te melden. Kiessling ging daar uiteindelijk mee akkoord. Daarop verzocht Wörner de inlichtingendienst om elk verder onderzoek naar de kwestie te staken.

Het was staatssecretaris van Defensie Hiehle, het type Pruisische dienstklopper, die zich tegen de simpele, stille oplossing verzette. Hij overtuigde de minister dat deze affaire “niet onder de pet mocht worden gehouden.” Het onderzoek door de inlichtingendienst moest verder gaan en begin december 1983 bracht de dienst haar tweede rapport uit. Het bevatte nieuw vermeend “bewijs” tegen Kiessling als veiligheidsrisico.

Wörner besliste daarop dat Kiessling op 31 december 1983 met pensioen zou worden gestuurd. Bondspresident Karl Carstens ondertekende de ontslagbeschikking van 19 december 1983. De hevig verontwaardigde Kiessling ontving een dag voor kerst, in burgerkleding, zijn ontslagbrief van staatssecretaris Hiehle op het ministerie van Defensie in Bonn. Minister Wörner kwam niet eens opdagen. Niemand sprak over een eervolle afscheidsparade, waar viersterren-generaals bij hun vertrek wél recht op hadden. De diep gekwetste Kiessling liet het er niet bij zitten en spande met een top-advocaat een rechtszaak aan bij de bestuursrechter in Keulen.

Positie van homoseksuele mannen in Duitsland

Tot 1969 was mannelijke homoseksualiteit in de Bondsrepubliek Duitsland algemeen strafbaar. De oorsprong van deze wetgeving was het Keizerlijk Wetboek van Strafrecht van 1872. Paragraaf 175 van dit wetboek luidde:

Onnatuurlijke hoererij, begaan tussen personen van het mannelijk geslacht of tussen mens en dier, wordt gestraft met gevangenisstraf; tevens kan verlies van burgerrechten worden opgelegd.

Paragraaf 175
In 1922 bracht de linkse schrijver en activist Kurt Hiller een bundel uit met teksten tegen paragraaf 175, de wet die homoseksuele mannen strafbaar stelde.
Rond 1918 waren als gevolg van deze wetgeving bijna 10.000 mannen veroordeeld. De wet bleef van kracht tijdens de Weimarrepubliek, maar er werden wel initiatieven genomen om de paragraaf te versoepelen: een aanbeveling van de Commissie voor Strafrecht van de Rijksdag uit 1929 om “eenvoudige homoseksualiteit” onder volwassenen te decriminaliseren, werd nooit uitgevoerd. Onder het nationaalsocialistische bewind werd paragraaf 175 in 1935 aanzienlijk aangescherpt.

In de nog jonge Bondsrepubliek bestond paragraaf 175 nog. Tussen 1950 en 1965 vonden in de Bondsrepubliek circa 45.000 veroordelingen plaats. In de jaren zestig veranderde het maatschappelijke en politieke klimaat in Duitsland. Bij de hervorming van het Wetboek van Strafrecht in 1969 werd homoseksualiteit onder volwassen mannen ouder dan eenentwintig was niet langer een misdaad. In 1973 werd de leeftijd verlaagd naar achttien jaar.

In maart 1994, enkele jaren na de hereniging van de twee Duitse staten en de samenvoeging van hun rechtsstelsels, werd paragraaf 175 definitief uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt. Sindsdien geldt er een uniforme jeugdbescherming voor seksuele relaties, ongeacht de seksuele geaardheid.

In de Bundeswehr werden homoseksuele soldaten nog tientallen jaren lang systematisch gediscrimineerd. Vooral beroepsmilitairen werden gedwongen hun seksualiteit te ontkennen. Wie daar niet op voorbereid was, moest rekening houden met maatregelen. Als ze “uit de kast kwamen” zou de werkgever in het beste geval reageren met een overplaatsing naar een staffunctie zonder verdere promotie en in het slechtste geval met voortijdig ontslag. Hun geaardheid zou een aantasting vormen van de slagkracht van het leger. In 2000 kwam in de Bundeswehr hieraan een einde.

De media

Hoge Duitse officieren van het NAVO-hoofdkwartier meldden dat de gezondheidstoestand van Kiessling “aanleiding gaf tot schadelijke speculaties”, vooral omdat hij ondanks zijn ziekte in het openbaar verscheen. De geruchtenstroom kwam op gang. Op 4 januari 1984 berichtte de Süddeutsche Zeitung, over het ontslag van Kiessling. De krant noemde de slechte verhouding tussen de generaals Rogers en Kiessling als mogelijke reden. Een dag later kopte de de krant: “Wörner ontslaat generaal Kiessling”, wat een ware mediahype ontketende. Het ministerie wilde uit privacy-overwegingen geen informatie over de kwestie vrijgeven.

Bericht over de Kiessling-affaire
Bericht over de Kiessling-affaire in ‘Het Parool’ van 26 januari 1984, met een fragment uit weekblad Stern, met de titel “Der Doppelgänger” (Delpher)
De volgende dag onthulde de krant Bild dat homoseksualiteit tot het ontslag van Kiessling had geleid. Kiessling ging in de tegenaanval in een mediacampagne en gaf een interview in het blad Welt am Sonntag. Alles zou op een vergissing berusten. De minister bepaalde echter de koers voor de komende dagen: blijven zwijgen.

Journalist Udo Röbel van het boulevardblad Express deed onderzoek in het Keulse milieu. Röbel was niet eens zo zeer op zoek naar ontlastend materiaal voor Kiessling, maar meer op jacht naar pikante foto’s van de generaal in vrouwenkleding of in lak of leer. Ik zocht een wereldfoto, verklaarde hij later. Hij kwam er allengs achter dat het niet om Kiessling kón gaan en dat er sprake was van een dubbelganger. Het was niet Kiessling, maar een zekere “Jürgen van de Bundeswehr”, een civiele bewaker van de Bundeswehr die nog steeds homo-kroegen bezocht. Röbel had een uitgebreid interview met Kiessling, waarin het niet zo zeer om de dubbelganger ging, maar meer over vunzige details in het rapport van de inlichtingendienst. Het blad Der Spiegel had het in haar uitgave van 15 januari 1984 over een Vorhinrichtung (pré-executie).

De inlichtingendienst zocht met alle macht naar ‘bewijs’. Wörner stond onder enorme druk, omdat hij op televisie had gezegd dat in het geval Kiessling “elke fout werd uitgesloten.” Der Spiegel publiceerde de “belastende” inlichtingen-dossiers en wees op de inconsistenties en fouten erin. Het ministerie weigerde de namen van belastende getuigen te noemen en de affaire werd allengs een crisis voor minister Wörner.

De reacties op Kiesslings media-optreden waren overweldigend. Op zijn verzoek om openbaarmaking van alle documenten werd door het ministerie van Defensie niet gereageerd. In plaats daarvan werd er nog intensiever gezocht naar belastend materiaal. In opdracht van Wörner en zijn staatssecretaris Hiehle trokken in januari tientallen medewerkers van Defensie eropuit om alles wat er te weten viel over Kiessling vast te leggen: geruchten, reisverslagen, eet-, drink- en leefgewoonten. De inlichtingendienst beweerde dat Kiessling geregeld homo-kroegen in Essen bezocht. Kiessling was echter nog nooit in Essen geweest.

Van oktober 1977 tot september 1979 was Kiessling plaatsvervangend Directeur Personeel bij Defensie. Wörner’s speurneuzen gebruikten dossiers om alle mensen te controleren die Kiessling in die tijd op zijn kantoor hadden bezocht. Van tweeëntwintig bezoekers werd een eventueel strafblad opgevraagd om vast te stellen of zij ooit homoseksueel contact hadden gehad. Kiessling was met speciale toestemming meerdere malen naar Berlijn gereisd om het graf van zijn ouders te bezoeken. Een kapitein van de inlichtingendienst werd naar Berlijn gestuurd om uit te zoeken welke bars Kiessling had bezocht.

Onderzoek werd ook gedaan naar zijn gedragingen tijdens zijn kuurbehandelingen op het eiland Sylt vanaf oktober 1983. Collega’s die met Kiessling jaren geleden samen hadden gediend, werden ondervraagd over de bewering dat hij als jonge commandant intensief toezicht hield op de doucheruimtes. De Defensiecommissie oordeelde later dat er geen rechtvaardiging voor deze onderzoeken bestond. De menselijke waardigheid van de generaal was hierdoor sterk ondermijnd.

Naar ontlastend bewijs werd blijkbaar niet gezocht. En de generaals van de Bundeswehr hielden zich stil. In Der Spiegel uitte generaal buiten dienst Schmückle wel een beschuldiging aan het adres van de militaire leiding van de strijdkrachten:

Ze beschermden de minister en belastten de generaal, die al op de grond lag. De generaals bleven stil, sprakeloos, zoals met een generaal werd omgesprongen (…) kameraadschap (…) is mooi in het casino. Het wordt pas belangrijk voor degenen die het nodig hebben. Kiessling was in nood.

Günter Kiessling blikt twintig jaar later terug op de affaire

https://youtu.be/dzPwjS7Lcwk

Het keerpunt

De affaire dijde uit tot een politiek probleem voor de minister van Defensie. Op 20 januari 1983 werd een parlementaire onderzoekscommissie op de zaak gezet. Op diezelfde dag sloeg de zaak volledig om in het voordeel van Kiessling. De minister ontving op het ministerie Udo J. Erlenhardt en Gerhard August , twee obscure getuigen uit het homo-milieu van Keulen die Wörner had opgetrommeld als getuigen tegen Kiessling. De volgende dag ontving Wörner, in bijzijn van topofficieren en -ambtenaren, de voor afpersing veroordeelde en volstrekt onbetrouwbare Zwitserse hoofdredacteur van het homo-blad Du und Ich, Alexander Ziegler. Was een antecedenten onderzoek ingesteld, dan was veel onheil bespaard gebleven. Ziegler had een reputatie op het gebied van justitiële affaires, zoals onder andere de zaak Pahr.

Oud logo van het blad 'Du und Ich'
Oud logo van het blad ‘Du und Ich’
In februari 1979 werd de toenmalige Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Willibald Pahr, in Straatsburg door twee jongeren mishandeld. De daders beweerden dat hij hen oneerbare voorstellen had gedaan. Ziegler publiceerde een open brief aan Pahr in het tijdschrift Blick, waarin hij beweerde dat Pahr hem twee keer telefonisch had gesproken en had toegegeven homoseksueel te zijn. Pahr ontkende de beschuldigingen en spande een rechtszaak aan tegen Ziegler. Jaren later won Pahr de zaak.

Deze Ziegler dus, had de minister aangeboden hem te helpen bij gebrek aan bewijs. Hij beweerde in het bezit te zijn van een bandopname van Kiesslings homoseksuele escapades. Ziegler vloog op staatskosten, eerste klas, van Zürich naar Bonn, waar hij slechts een transcriptie van een vermeende bandopname uit 1979 tevoorschijn toverde. Hierin beweerde een jonge mannelijke hoer uit Düsseldorf dat hij Kiessling enkele jaren geleden, onder andere in het Sheraton Hotel in Frankfurt had getroffen. Hij zou zijn diensten twintig of dertig keer, tegen betaling aangeboden hebben. De generaal zou zich hebben voorgesteld als Dr. Günter Kiessling. Maar dit “transcript” kon met geen enkele bandopname worden vergeleken om de authenticiteit ervan te bewijzen. Een notaris van het advocatenkantoor van Hans Daniels uit Bonn – lid van de CDU-fractie in de Bondsdag – beëdigde desalniettemin de “authenticiteit” van dit “bewijsstuk”.

Hoewel Zieglers verklaring strikt vertrouwelijk was, waren twee dagen later alle geheimen openbaar. Ziegler benadrukte dat hij alleen maar had willen bemiddelen… Het schandaal was compleet. Der Spiegel oordeelde:

Ziegler hield zich gewoon bezig met zijn gebruikelijke opschepperij. Hij hield ervan beroemdheden publiekelijk als homoseksueel te bestempelen en, in het belang van homoseksuele zelfrespect, hen aan te sporen hierover eerlijk te zijn.

Het Zwitserse roddelblad Blick publiceerde fragmenten uit het transcript. Het dubieuze karakter van deze getuige was overduidelijk. Diverse kranten berichtten over het bezoek aan Wörner. De stemming sloeg volledig om en Wörner werd overladen met kritiek. Wel aanwijsbaar louche, onbetrouwbaren figuren uit het homo-milieu ontvangen, maar geen tijd hebben voor een persoonlijk gesprek met Kiessling. Waarom niet het gesprek met getuigen door ondergeschikten laten voeren, zodat hij zelf afstand hield? Alles wat een minister en zijn adviseurs verkeerd konden doen, deden ze ook. Hoe diep kon een minister vallen? De minister stond nu met de rug tegen de muur, zijn geloofwaardigheid lag aan gruzelementen en zijn terugtreden als minister was aanstaande. Een beroemd geworden kreet ging al snel rond: “Wörner had de internationale straathoeren-scene gemobiliseerd”. Het werd een politieke crisis.

Bondskanselier Kohl (CDU), op dienstreis naar Israel, was grotendeels op de hoogte van de affaire, maar liet, zoals wel vaker, “het probleem het probleem” en greep niet acuut in. Kohl keerde op 29 januari 1984 terug uit Israël. Wörner bood zijn ontslag aan, maar na meerdere gesprekken met zijn partijgenoot weigerde Kohl het ontslag. Kohl vond wel dat Wörner “echt dom” heeft gehandeld en de inlichtingendienst “uiterst slordig werk had geleverd”.

De affaire werd door bondskanselier Kohl afgedaan: Kiessling werd per 1 februari 1984 weer in actieve dienst genomen en onmiddellijk daarna op 26 maart eervol ontslagen met een ereparade.

Twee mannen stonden emotieloos naast elkaar: Manfred Wörner en Günter Kiessling, die nu voor de tweede keer met pensioen ging. Het muziekkorps speelde de Tattoo March en het bevel “Neem je helm af voor gebed!” werd gegeven. Maar het tafereel op 26 maart 1984 in Neustadt (Hessen), had niets met feestelijkheden te maken, het was juist potsierlijk en tragisch. Er volgden wat mooie woorden en de mannen gaven elkaar nog wel een hand.

De rest van zijn leven werd Kiessling door vele voormalige collega-generaals gemeden. Bij het dertigjarig jubileum van de Bundeswehr in 1985 werd Kiessling als enige oud vier-sterrengeneraal niet uitgenodigd. Kiessling kreeg een aanstelling als docent aan de Universiteit van Erlangen, en schreef boeken en vakartikelen. Bitter stelde hij later:

Er doken destijds veel dubieuze figuren op, van wie sommigen een crimineel verleden hadden. Hoe kon een federale overheid in een liberale rechtsstaat zich met zulke mensen inlaten?

Günter  Kiessling in 2007
Günter Kiessling in 2007 (CC BY-SA 3.0 – Nexus111 – wiki)
Kiessling die zelf geloofde in bewust gelanceerde verdachtmakingen door buitenlandse geheime diensten en gekochte getuigen, overleed op 28 augustus 2009 in Rendsburg (Sleeswijk-Holstein).

De Defensiecommissie van de Bondsdag ondervroeg in het openbaar alle betrokkenen bij de zaak, zelfs leden van de militaire contra-spionage. De Defensiecommissie kon hier zelfs na 96,5 uur aan getuigenverklaringen geen duidelijkheid over de kwestie geven. Medewerkers van de inlichtingendienst gaven elkaar de schuld. Niemand wilde de verantwoordelijkheid nemen: “Een bodemloos moeras”, zoals commissievoorzitter Alfred Biehle (CSU) sarcastisch opmerkte. De mislukkingen van de contra-spionage, de rol van de minister en zijn staatssecretaris Hiehle en zijn naaste omgeving werden met elk getuigenverhoor steeds schandaliger. Hoewel het eindrapport van de onderzoekscommissie de misstappen en fouten aankaartte, werden er slechts beperkte personele consequenties aan verbonden. Staatssecretaris Hiehle, initiatiefnemer van het ontslag van Kiessling, nam de politieke verantwoordelijkheid op zich en werd begin april 1984 met pensioen gestuurd. Het hoofd van de militaire contraspionage, brigadegeneraal Behrendt, werd eveneens met pensioen gestuurd, evenals enkele andere officieren.

Manfred Wörner op een CDU-verkiezingsposter, 1972 (CC BY-SA 3.0 de – CDU – wiki)
Helmut Kohl ging in maart 1983 bij vervroegde Bondsdagverkiezingen op stap met de leus: “eine geistig-moralische Wende” (een ommekeer op mentaal en moreel gebied). Ondanks dit mooie voornemen mocht Manfred Wörner van zijn partijvriend minister blijven. Wörner herhaalde voor de tv-camera’s vaak één ding: hij deed zijn plicht. Hij gaf niemand de schuld voor het spektakel dat hij ook voor zijn oog had zien voltrekken. Het was een samenzwering, die ook het ministerie overviel en werd aangestuurd door onzichtbare krachten, maar “zonder mijn toedoen”, aldus Wörner.

Hij trad op 18 mei 1988 af als minister van Defensie. Op 1 juli 1988 werd hij op voorstel van Kohl benoemd tot secretaris-generaal van de NAVO, als opvolger van Peter Carington. Hij overleed op 13 augustus 1994 in Brussel.

Nog steeds is het gissen wie het bouwplan van deze affaire heeft ontworpen. Was het generaal Rogers, voormalige collega’s die een rekening wilden vereffenen, politici, de Oost-Duitse Stasi (in 1990 bleek dat de plaatsvervangend chef van de contra-spionage, kolonel Krase, een agent van de Oost-Duitse inlichtingendienst was), de Russische KGB of andere actoren? Het antwoord blijft uit.

Bronnen

– Beschlußempfehlung und Bericht des Verteidigungsausschusses (12. Ausschuß) als 1. Untersuchungsausschuß nach Artikel 45a Abs. 2 des Grundgesetzes. Drucksache 10/1604 13.06.84.
– Deutscher Bundestag 10. Wahlperiode.Deutscher Bundestag
– Stenographischer Bericht, 52. Sitzung, Bonn, Mittwoch, den 8. Februar 1984, Plenarprotokoll 10/52.
– Möllers, H. Die Kiessling-Affäre 1984, Zur Rolle der Medien im Skandal um die Entlassung von General Dr. Günter Kiessling. In: Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte, Jahrgang 64 (2016), Heft 3, 1994.
– Storkmann, K. »Ein widerwärtiges Schmierenstück« Die Wörner- Kiessling-Affäre, In: Militärgeschichte · Zeitschrift für historische Bildung · Ausgabe 4/2013.
– Homosexualität nicht mehr strafbar. In: Bundeszentrale für politische Bildung, 7 maart 2014.
– Geyer, S. Schwul und Soldat – ein Risiko? RND-Podcast blickt nach 40 Jahren auf die Kießling-Affäre. In: RedaktionsNetzwerk Deutschland, 12 januari 2024.
– Paragraph 175. In: Antidiskriminierungsstelle des Bundes, 2024
– Günter Kießling. In de.wikipedia.org
– Zips, M. Das zweite Leben des Geheimdienst-Informanten. In: Süddeutsche Zeitung, 11 mei 2010.
– Kaufman, P. Kiessling-Wörner-Affäre. In: schwulengeschichte.ch, december 2016.
– Die Gründung der Bundeswehr. In: bundeswehr.de, 2025
– Kellerhoff S-F. Als ein Minister die „Stricherszene“ mobilisierte. In: die welt.de, 2 februari 2018
– Wörner – »der Lächerlichkeit preisgegeben« In: spiegel.de, 19 januari 1984.
– »Ein Abgrund von Sumpf hat sich aufgetan« In: spiegel.de, 22 januari 1984.
– Kohl: »Das läuft nicht gut« In: spiegel.de, 15 januari 1984.
– Wiedemeyer, W. Vom Morast in den abgrundtiefen Sumpf. In: deutschlandfunk.de, 3 januari 2009.
– Jacobi, C. Der General, der an Selbstmord dachte und siegte. In welt.de, 28 augustus 2009.
×