///

Jeanne-Marie Artois, dé brouw-ster

Jeanne Artois
Jeanne Artois

Bier brouwen was van oudsher een vrouwentaak, een huiselijke taak. Sommige dames pakten het wat grootser aan: zo Jeanne Artois (1762-1840) in Leuven.

Logo van het biermerk Stella Artois
Logo van het biermerk Stella Artois (CC BY-SA 3. – wiki)
Meer dan dertig familiebrouwerijen waar een vrouw aan het hoofd stond, ontdekte de Britse bierschrijver en -kenner Roger Protz voor zijn boek The Family Brewers of Britain: A Celebration of British Brewing Heritage. Het waren vrouwen die een substantiële rol in het familiebedrijf speelden en het door oorlogen, recessies en allerlei drama’s loodsten en toch wonderbaarlijk bier brouwden.

Een van hen was Hester Parnall, die met een ijzeren hand de St Austell brewery in Cornwall van 1916 tot 1939 bestierde. Met haar werd niet gespot.

Evenmin met Jeanne Artois, die decennialang de bekende Leuvense brouwerij leidde. Een merkwaardige vrouw. 52 jaar was Jeanne toen ze (voor het eerst) trouwde. Hij, Jean-Baptiste Plasschaert, iets jonger… 45 jaar. Dat was in 1814.

België, dan bezet gebied, had ook de ‘Code Civil’ (Burgerlijk wetboek) overgenomen. Die ‘Code Napoleon’ stipuleerde dat vrouwen onmondige kinderen waren, even onnadenkend als debielen en geestesziekten. Vanaf 1804 tot 1938 was elke (Belgische) gehuwde vrouw ‘minderjarig’: ze was burgerlijk onbekwaam; haar persoonlijke bezittingen en activiteiten waren eigendom van haar echtgenoot; voor elke rechtshandeling moest ze bijgestaan worden door haar man en voor commerciële handelingen moest ze toestemming vragen.

Zakenvrouw

Jean-Baptiste Plasschaert, geportretteerd door Frans van Dorne
Jean-Baptiste Plasschaert, geportretteerd door Frans van Dorne (Publiek Domein – wiki)
Het huwelijkscontract van Jeanne-Marie Artois met de secretaris-generaal van het Dijle-departement (nota bene), bepaalde het echter anders: Mevrouw Artois diende geen toestemming te vragen aan haar echtgenoot om beslissingen te nemen inzake professionele bedoeningen. Haar huwelijkscontract legde de scheiding van goederen vast. Alle bezittingen, het familiedomein in Wespelaar en de brouwerijen bleven eigendom van de familiale vennootschap of van haarzelf.

Jeanne was de zakenvrouw, Jean-Baptiste de intellectueel. Plasschaert wou zich zelfs niet bezighouden met geldzaken:

“Le Commerce est une école de tromperie.” (handel is een school van bedriegerij)

Jeanne-Marie had al een leidinggevende functie in de familiale brouwerij Artois, toen ze huwde. En daarmee was ze niet de eerste zakenvrouw in de familie. Haar grootmoeder Maria Isabella Hermans had na de dood van haar man Sebastianus Artois, in 1717 de stichter van de brouwerij, de zaken met ferme hand gedurende een achttal jaar waargenomen. Ook haar moeder Maria Josepha Wijbrechts had na de dood van haar vader een jaar aan het roer van het familiebedrijf gestaan.

Na haar dood in 1784 hadden de zes ongehuwde kinderen (uit een nest van veertien) een familiale vennootschap opgericht om het bedrijf te besturen. Het begin van een economische expansie waarbij andere brouwerijen werden overgenomen. Nadat haar broer Léonard zich had teruggetrokken, namen Jeanne en haar zus Marie-Barbe de leiding van de brouwerij op zich. Jeanne zelf bestiert het bedrijf tot haar dood in 1840. 78 is ze dan. En ook al liet ze zich adviseren, het was wel degelijk zij die de beslissingen nam.

Bij testament schonk Jeanne haar bezittingen aan Albert Marnef. Hij was geen familieverwant maar wel een neef van Matthieu Verlat. Deze kanunnik, filosofieprofessor aan de Leuvense universiteit, was een familievriend. Hij was de huisleraar geweest van de familie Artois en van Jeanne-Marie. Een jaar na haar huwelijk benoemde Jeanne de geestelijke tot brouwer in de zaak. Was dat een bedanking voor zijn bemiddeling bij haar huwelijk? De kanunnik zou het huwelijk met Jean-Baptiste Plasschaert, de burgemeester van Leuven en gedeputeerde van de Staten-Generaal van de Nederlanden, hebben bekokstoofd. De geestelijke was immers ook bevriend met Plasschaert, een overtuigd getuigend vrijmetselaar, stichter van de loge La Candeur in Brussel en vooraanstaand lid van het Groot Oosten. In het domein van Wespelaer waar het paar na hun huwelijk woonde en vrienden ontving, ’smokkelde’ hij maçonnieke elementen in het park. Bij het levenseinde van kanunnik Verlat verzorgde Jeanne hem, volgens een brief van Plasschaert:

“Mijn vrouw vindt de kracht die ze niet dacht te bezitten. Ze is één en al aandacht voor de zieke en verdubbelt haar zorgen, activiteiten en moed om zijn lijden te verzachten.”

Inzichten uit het leven

Plasschaert jammerde over allerlei kwaaltjes. Elk jaar tussen 1813 en 1818 verbleef hij in de zomermaanden – van juli tot september – in Aken om er te kuren. In zijn Journal d’un traitement de bains (dagboek van een badkuur) beschrijft hij zijn bezigheden: hij leest, verkent de stad, bezoekt vrienden, frequenteert literaire kringen, gaat naar het theater, vertaalt Engelse teksten, schrijft fabels en maçonnieke coupletten en… wacht met spanning de bezoeken van zijn vrouw af. Jeanne vertoeft er dan enkele dagen; zoals in 1818 wanneer ze er van 20 tot 22 juli verblijft en hem aanmoedigt om het aanbod voor gedeputeerde van de Staten-Generaal te aanvaarden. Plasschaert zag het niet zo zitten, vrezend dat de job te veel van zijn gezondheid zal eisen. Bovendien gaat zijn interesse naar letterkunde. Zelf schrijft hij veel, ondeugende stukjes en nogal wat persoonlijke “inzichten uit het leven”:

Ik heb een vrouw gekend die nooit haar windhond of haar aapje zo teder streelde dan wanneer haar man aanwezig was. Het was een indirecte en onschuldige manier om te zeggen : “il vaut mieux que toi. (het beest is me meer waard)”

Of nog:

“La langue française est la plus gaie de toutes les langues d’Europe et le mot « cocu » est le plus gai des mots français.” (de Franse taal is de meest vrolijke van alle Europese talen en het woord ‘hoorndrager’ is het olijkste Franse woord)

Zo klonken de spitsvondigheden van de voormalige burgervader van Leuven.

Brouwzaal van Artois
Brouwzaal van Artois (CC BY 4.0 – Vandevorst, Kris – wiki)

Internationale brouwketen

Het huwelijk duurde amper zeven jaar tot de dood van Plasschaert in 1821. Een fatale beroerte. Dat jaar overlijden ook haar zus Marie-Barbe en Verlat. Jeanne komt alleen aan het hoofd van het familiebedrijf te staan. Met zakelijk inzicht wist ze in te spelen op de economische, veranderende trends van haar tijd. In 1823 introduceerde ze een stoommachine in het brouwproces.

De brouwerij groeide, breidde uit en Jeanne deed aanpassingen om het brouwproces minder arbeidsintensief te maken. En zo legde Jeanne Artois de basis van een internationale brouwketen.

~ Eliane van den Ende
Historicus en cultuurjournaliste

Lees ook: Vrouwen brouwen al sinds mensenheugenis bier
…of: Een geschiedenis van bier & pils
…of: Wie dronk het eerste biertje? (15.000 jaar geleden)