Vera Brittain, feministe aan het front van WOI

Bespreking van ‘Testament van de jeugd’ van Vera Brittain

“Een wrakstuk van de oorlog”, dat is hoe Vera Brittain (1893-1970) zichzelf na de Eerste Wereldoorlog beschreef. Vier jaar lang verpleegde ze gewonde militairen, waaronder negen maanden aan het Westfront vlakbij de gevechtslinie. Ze zag hoe mannen die aan haar zorg waren toevertrouwd een gruwelijke dood stierven en verloor de twee mensen die het belangrijkst waren in haar leven. Na haar terugkeer in Engeland kostte het haar veel moeite haar trauma’s te verwerken, maar slaagde ze er toch in een succesvol schrijfster te worden.

Testament van de jeugd - Vera Brittain
Testament van de jeugd – Vera Brittain
In het in 1933 gepubliceerde boek ‘Testament of Youth’, dat nu voor het eerst in het Nederlands is vertaald, vertelt de schrijfster over hoe haar jeugdjaren haar door de Grote Oorlog ontnomen werden. Hoewel ze eerder al twee romans gepubliceerd had, was het dit boek dat haar doorbraak betekende. In een door mannen gedomineerde geschiedschrijving was haar werk een emotionele openbaring van hoe de oorlog door vrouwenogen werd beleefd. Het succes ervan was een exponent van de vrouwenemancipatie in het Verenigd Koninkrijk die met het vrouwenkiesrecht van 1928 haar hoogtepunt beleefde. Tijdens de oorlog hadden vrouwen niet enkel als verpleegsters een belangrijke rol gespeeld, maar bijvoorbeeld ook als trambestuurders en fabrieksarbeiders ter vervanging van de man. Vrouwen als Brittain eisten na de oorlog hun positie op, zowel op universiteiten en op de werkvloer als in de politiek.

Vera Brittain weigerde al voor de oorlog zich neer te leggen bij de toekomst waarvoor ze als kind van een welgesteld middenklassenechtpaar in de wieg was gelegd. In plaats van te zoeken naar een geschikte huwelijkspartner om een gezin mee te stichten, ging ze Engelse literatuur studeren aan het Sommerville College in Oxford. Toen in 1914 de oorlog losbarstte zag zij dat nog

“als een uiterst ongelegen hinderpaal voor mezelf in plaats van een wereldwijde catastrofe.”

Toen haar broer Edward en haar verloofde Roland Leighton zich als vrijwilligers meldden in het leger en naar het front gestuurd werden, drong de werkelijkheid tot haar door. Nadat Ronald in 1915 in Frankrijk sneuvelde, weigerde ze om aan haar verdriet ten onder te gaan. Om iets bij te kunnen dragen aan de strijd meldde ze zich als verpleegkundige in het Voluntairy Aid Detachment.

- advertentie -
Slachtoffers van een aanval met gifgas
Slachtoffers van een gifgasaanval

Gruwelen

Na eerst in hospitalen in Buxton en Londen ervaring te hebben opgedaan, werd ze achtereenvolgens op Malta en in Frankrijk ingezet. Met eigen ogen zag ze de gruwelen van de moderne oorlogsvoering. Ze zag de met mosterdgas bestookte mannen

“verbrand, onder grote mosterdkleurige etterende blaren en met blinde ogen – soms tijdelijk, soms permanent – helemaal verkleefd en samengepakt, constant naar adem snakkend en met stemmen die niet boven gefluister uitkomen zeggen dat hun keel wordt dichtgeknepen en dat ze weten dat ze zullen stikken.”

Grafsteen van broer Edward Brittain - cc
Grafsteen van broer Edward Brittain – cc
Vanaf half 4 in de ijskoude ochtend tot laat deed ze aan het front dag na dag haar plicht onder erbarmelijke omstandigheden. Voortdurend arriveerden in het veldhospitaal konvooien met hulpbehoevende mannen, waarvan velen reeds stervende waren. Behalve landgenoten verpleegde ze ook Duitse krijgsgevangenen, zonder afkeer voor hen te voelen.

Te midden van alle ellende probeerde Brittain moed te houden. Ze voelde zich gesteund door literatuur en poëzie en de correspondentie met haar broer aan het front. Haar zelf geschreven en in het boek afgedrukte gedicht ‘Misschien, voor R.A.L.’ is een ontroerend eerbetoon aan haar gesneuvelde verloofde. Ook de natuur hielp haar om niet op te geven. Met veel liefde beschrijft ze in haar boek de kleurrijke flora op Malta en hoe het landschapsschoon op het eiland haar troost gaf. De overgang naar de modder en kou van het front aan de Frans-Belgische grens was groot. Daar was het de komst van de Amerikanen aan het front in het voorjaar van 1917 die haar nieuwe hoop gaf. Ze vond de Amerikaanse militairen

“zo goddelijk, zo indrukwekkend, zo fantastisch ongeschonden in vergelijking met de vermoeide, verzenuwde mannen van het Britse leger.”

Gedurende de oorlogsjaren ervoer Brittain hoeveel moeite het haar land kostte om afscheid te nemen van Victoriaanse normen en waarden. Een voorbeeld dat ze hiervan geeft in haar boek is hoe er op het schip naar Malta een dun draadje werd gespannen op het dek om mannen en vrouwen uit elkaar te houden. Het was een grens die verliefde stelletjes echter niet tegenhield. Ook het zevendelige verpleegsteruniform dat de schrijfster en haar collega’s zelfs aan het front moesten dragen, was iets van een voorbije tijd. Ambtelijk gedoe was ook niet aan haar besteed. Ze verafschuwde het dat aan het front een kapot kledingstuk niet weggegooid mocht worden, maar bewaard moest worden voor de periodieke materiaalcontrole. Vaak kreeg Brittain ook te maken met afgunst van professionele verpleegsters, die de vrijwilligsters beschouwden als indringers. Vijftien jaar na de oorlog kon ze op dit alles met groot relativeringsvermogen en humor terugkijken.

Buitenbeentje

Recruteringsposter voor de Voluntary Aid Detachments
Recruteringsposter voor de Voluntary Aid Detachments
Nadat haar moeder in het laatste oorlogsjaar in een verpleeghuis geplaatst werd, keerde Brittain terug naar Engeland om voor haar vader te zorgen. Toen datzelfde jaar haar geliefde broer omkwam, werd haar grootste angst werkelijkheid. Ook nu gaf ze niet op: ze ging in Oxford geschiedenis studeren en zette zich in als spreekster ter promotie van de activiteiten van de in 1919 opgerichte Volkenbond, de supranationale organisatie die aan alle oorlog een einde moest maken. Ondertussen probeerde ze ook haar eerste roman uit te geven en werd ze een zelfverzekerde feministe en sociaaldemocraat. Niets in haar jonge leven werd haar in de schoenen geworpen. Het kostte haar veel moeite om haar oorlogservaringen en verdriet te verwerken. Behandeling van een posttraumatische-stressstoornis stond nog in de kinderschoenen. Op de universiteit voelde ze zich een buitenbeentje tussen de jongere studenten die de oorlog niet actief hadden meegemaakt. Als vrouw werd ze hier ook minder serieus genomen dan haar mannelijke medestudenten.

Vera Brittain doet in haar boek openhartig verslag van al haar ervaringen en emoties tijdens de eerste dertig jaar van haar leven. Haar manier van schrijven is breedsprakiger en wat minder vlot dan we tegenwoordig gewend zijn. Mede dankzij de goede vertaling is het boek desalniettemin goed leesbaar, zeker gezien het feit dat het boek bijna een eeuw geleden geschreven is. De levendige correspondentie met onder andere haar broer en fragmenten uit haar dagboek zijn onderhoudend verwerkt in de tekst. De schrijfster geeft niet enkel inzicht in haar eigen leven, maar ook in dat van haar generatie, die ze beschrijft als een “ontredderde generatie”. De jeugdjaren die haar ontnomen werden en de verliezen die ze leed, waren kenmerkend voor de levens van al haar leeftijdsgenoten. Haar boek is als aanklacht tegen oorlog een belangrijk tijds- en egodocument dat ook tegenwoordig aan betekenis niets ingeboet heeft.

~ Kevin Prenger

Boek: Testament van de jeugd – Vera Brittain
Meer Eerste Wereldoorlog

Bestel dit boek bij:

Nederlandse patrouille in Uruzgan - cc
De buitenlandse militaire missies van Nederland doen denken aan de koloniale oorlogen…
Arthur Seyss-Inquart (1892-1946)
De Oostenrijkse jurist en nazi Arthur Seyss-Inquart (1892-1946) was een van de…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier