Grootste Romeinse badhuiscomplex van Nederland opgegraven in Nijmegen

3 minuten leestijd
Romeinse funderingen van het badhuiscomplex in Nijmegen
Romeinse funderingen van het badhuiscomplex in Nijmegen, opgegraven in het Waalfront. Foto: Gemeente Nijmegen

Archeologen hebben in Nijmegen grote delen blootgelegd van het grootste Romeinse badhuiscomplex dat ooit in Nederland is gevonden. De opgravingen geven een beeld van de omvang en welvaart van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus, het huidige Nijmegen, bijna tweeduizend jaar geleden.

De resten zijn aangetroffen tijdens archeologisch onderzoek in het Nijmeegse Waalfront, op een terrein waar nieuwbouw gepland staat. Archeologen van onderzoeksbureaus RAAP en BAAC legden niet alleen een groot thermencomplex bloot, maar ontdekten ook aangrenzende huizenblokken, straten, luxueuze stadswoningen en een toren. Daarnaast kwamen tienduizenden archeologische vondsten aan het licht, waaronder sieraden, munten, benen haarspelden en een bronzen buste van de Romeinse wijngod Bacchus.

Romeinse stadsvoorziening

Een deel van het badhuis werd al in 1992 ontdekt tijdens werkzaamheden rond de Honigfabriek. De recente opgravingen maken nu duidelijk hoe omvangrijk het complex daadwerkelijk was. Met een oppervlakte van minimaal 4.900 vierkante meter was het Nijmeegse badhuis minstens twee keer zo groot als de eerder onderzochte Romeinse badhuizen in Voorburg (Forum Hadriani) en Heerlen (Coriovallum).

Benen haarnaalden uit de Romeinse tijd
Benen haarnaalden uit de Romeinse tijd, gevonden bij opgravingen in Nijmegen. Foto: Gemeente Nijmegen

Het badhuis maakte deel uit van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus, die vermoedelijk rond het jaar 100 na Christus stadsrechten kreeg van keizer Marcus Ulpius Trajanus. Kort daarna verschenen verschillende monumentale publieke gebouwen in natuursteen, waaronder een groot openbaar badhuis dat toegankelijk was voor de inwoners van de stad.

Bij de opgraving zijn onder meer een warm-, lauw- en koudwaterbad teruggevonden. Archeologen vermoeden dat delen van het complex later zijn uitgebreid. Nog niet duidelijk is of alle gebouwdelen tegelijkertijd hebben bestaan. Het is mogelijk dat bij de uitbreiding oudere baden vervangen zijn of dat een vleugel werd toegevoegd om afzonderlijke baden voor mannen en vrouwen te creëren.

Een archeoloog onderzoekt de bronzen buste van Bacchus.
Een archeoloog onderzoekt de bronzen buste van Bacchus. Foto: Gemeente Nijmegen

Marmer, vloerverwarming en beschilderde muren

Volgens de onderzoekers toont de opgraving aan dat het badhuis een opvallend luxueuze uitstraling had. Binnenwanden van de baden waren bekleed met marmer, vloeren bestonden uit zwarte en witte kalkstenen tegels en verschillende ruimtes waren voorzien van kleurrijk beschilderd pleisterwerk. Ook werden sierlijsten en zuilen van natuursteen toegepast.

Delen van het complex zijn relatief goed bewaard gebleven. Hoewel veel muren in de middeleeuwen werden afgebroken om als bouwmateriaal te dienen, bleven grote stukken van waterafvoerkanalen, vloeren en funderingen intact. Bijzonder zijn de resten van een hypocaustum, het Romeinse systeem van vloerverwarming, waarbij warme lucht onder de vloer circuleerde via bakstenen pijlers. Twee funderingen zijn nog tot ongeveer twee meter hoogte bewaard gebleven en behoren volgens de gemeente tot het best bewaarde Romeinse muurwerk van Nijmegen.

hypocaustum nijmegen
Resten van een Romeins hypocaustum – het vloerverwarmingssysteem van het badhuiscomplex in Nijmegen. Foto: Gemeente Nijmegen

Nieuwe inzichten over Romeins Nijmegen

De opgraving levert nieuwe inzichten op over de geschiedenis van de Romeinse stad. Op basis van vondsten, waaronder veel munten van keizer Postumus (260–269 na Christus), denken archeologen dat dit deel van Nijmegen, inclusief het badhuis en de gebouwen aan de rivierzijde, langer in gebruik bleef dan eerder werd aangenomen, tot ver in de derde eeuw.

Bacchus
Bronzen buste van de Romeinse wijngod Bacchus, gevonden bij opgravingen in Nijmegen. Foto: Gemeente Nijmegen
De vele vondsten wijzen bovendien op een relatief welvarende bevolking. Zo werden delen van bronzen standbeelden, zegelringen en een halssieraad met gouden sluiting opgegraven. Opvallend zijn ook honderden benen haarspelden, gebruikt in ingewikkelde Romeinse kapsels. Twee daarvan zijn versierd met afbeeldingen van een kat.

Een van de meest bijzondere vondsten is een bronzen buste van Bacchus, de Romeinse god van de wijn. De buste maakte vermoedelijk oorspronkelijk deel uit van een schenkkan of meubelstuk en werd later van een oog voorzien om te gebruiken aan een weegschaal.

Volgens de gemeente Nijmegen worden delen van het best bewaarde muurwerk behouden en mogelijk zichtbaar gemaakt in de toekomstige woonwijk. Ook krijgt het nieuwe gebied verwijzingen naar het Romeinse verleden, onder meer via een zogenoemd Thermenplein. Enkele vondsten zijn vanaf 29 juni te zien in een vitrine in de hal van het Nijmeegse stadhuis.

romeinse dobbelstenen
Romeinse dobbelstenen van been, gevonden bij opgravingen. Foto: Gemeente Nijmegen
×