Hoe de kruidenvrouw bondgenoot van de duivel werd

Achtergronden van de heksenvervolging in Nederland

Bij uitgeverij Fantastisch Verleden verscheen onlangs het boek Toverij & Toveressen, achtergronden van heksenvervolging in Nederland. Auteur Ruud Borman kijkt voor de verklaring van de heksenwaan niet alleen naar de periode van heksenvervolgingen zelf, maar ook naar hoe er in voorgaande eeuwen tegen toverij en magie werd aangekeken en hij legt een verband met het gebruik van hallucinogene middelen in de prehistorie. Voor Historiek schreef hij een samenvatting van het boek.


Toverij & Toveressen, achtergronden van heksenvervolging in Nederland

In 1472 werd in Almen, een dorpje ten oosten van Zutphen, de huishoudster van de pastoor wegens kwaadaardige toverij verbrand. In een officiële bron werd ze Aleyd, des papen maghet, genoemd. Het proces is niet bewaard gebleven en er rest slechts een notitie van de beul die zich goed heeft laten betalen voor zijn verblijf in Almen. Aleyd was de eerste ‘toveres’ in ons land die ter dood veroordeeld werd. Zij werd in de geschiedenis van de heksenvervolgingen het meest vermelde slachtoffer en toch is er vrijwel niets over haar bekend. De vraag rijst dan ook waarom uitgerekend de huishoudster van een pastoor in een afgelegen dorp deze afschuwelijke doodstraf moest ondergaan. Er was nog geen precedent voor zo’n veroordeling in de lage landen.

Toverij was heel gewoon in die tijd. Elk dorp kende toveressen die sinds mensenheugenis als genezers en helderzienden geraadpleegd werden en als er iets fout ging, werd er dan van ‘kwade toverij’ gesproken. Roddel en achterklap deden dan hun werk, maar toveressen waren hoe dan ook wel onontbeerlijk in de dorpsgemeenschappen van destijds. Officiële geneesheren waren onbetaalbaar voor de doorgaans arme bewoners.

Had Aleyd iets gedaan wat in de ogen van de dorpelingen voor kwade toverij door kon gaan en had de pastoor zich daar niet tegen verzet? We zullen het nooit weten tenzij er nog een authentiek document aan het licht komt dat meer helderheid in deze zaak kan verschaffen.

- advertentie -
Heksenkeuken, Frans Francken II, 1610, Bayerische Staatsgemäldesammlungen, München, Staatsgalerie Neuburg, Dona
Heksenkeuken, Frans Francken II, 1610, Bayerische Staatsgemäldesammlungen, München, Staatsgalerie Neuburg, Dona

Van toveres naar heks

Het woord toveres wordt in verslagen van vervolgingsprocessen tot aan het eind van de zestiende eeuw gebruikt. Daarna wordt gaandeweg steeds meer van ‘heks’ gesproken. Toveressen stonden vanaf de opkomst van het christendom in een kwaad daglicht en er werden ook wel pogingen gedaan om hun invloed te beteugelen of teniet te doen, maar tot grote vervolgingen was het eerder nog niet gekomen. Vanaf ongeveer 1430 werden toveressen in Italië en Zwitserland er van beschuldigd een ‘pact met de duivel’ te hebben, wat al spoedig als een halsmisdaad werd beschouwd. Deze opvatting verspreidde zich in de loop van enige decennia richting Noordwest-Europa waar vervolgingen van toveressen vanuit het Duitse Rijnland uitwaaierden over de lage landen. Tot circa 1500 vonden hier slechts vier doodstraffen, inclusief die van Aleyd, plaats. Daarna liep het aantal slachtoffers gaandeweg steeds hoger op tot in het eerste kwart van de zestiende eeuw. In totaal werden er, inclusief de toen nog zuidelijke Spaanse Nederlanden, ongeveer 250 toveressen tot de dood in de vlammen veroordeeld.

Hoe was het zover gekomen? Hoe konden onschuldige ‘kruidenvrouwen’ tot bondgenoten van de duivel verklaard worden?

Ketters en pact met de duivel

De kerk van Rome, die een hoofdrol speelde in dit proces, had al een bloedige reputatie verkregen tijdens het uitroeien van de tempeliers en de Katharen, waarbij de paus en de koning van Frankrijk overeenkomsten sloten om ketters met veel macht en bezittingen te elimineren. De meeste toveressen hadden macht noch indrukwekkend bezit; ze leefden teruggetrokken en pronkten niet met hun kennis en gaven, maar ze bezaten wel eeuwenoude kennis van geneeskunde en beschikten volgens velen over bijzondere gaven zoals helderziendheid. Ze droegen de tradities van het vergeten gewaande heidendom in zich en het was waarschijnlijk vooral dat wat de kerkelijke vertegenwoordigers als duivelse uitingen wensten uit te leggen om er iets tegen te kunnen doen.

Dat toveressen soms gebruik maakten van hallucinerende middelen om aan de zwaarte van hun afgezonderde bestaan te kunnen ontsnappen en daardoor meenden in een andere wereld te komen, werd door hun vervolgers uitgelegd als reizen naar de heksensabbat waar de duivel in persoon aanwezig was.

Tekening van de heksenprocessen te Salem in 1692. Bron: Wikimedia
Tekening van de heksenprocessen te Salem in 1692. Bron: Wikimedia

De heksenprocessen vonden plaats in een tijd waarin rampen elkaar in snel tempo opvolgden: oorlogen, misoogsten, stadsbranden, overstromingen, epidemieën en zelfs de zogeheten kleine ijstijd. Voldoende redenen om van tijd tot tijd op zoek te gaan naar zondebokken. Nadat de laatste heksenwaan in Roermond en De Peel tot vele dodelijke slachtoffers had geleid daalde de schaamte neer over de lage landen. Men wilde de daders en vooral de slachtoffers vergeten. De laatsten verdwenen voor eeuwen in de vergetelheid.

De argwaan tegen onschuldige ‘kruidenvrouwen’ en vrouwen in het algemeen gaat vele eeuwen verder terug en begon al bij de opkomst van het vroege christendom. Belangrijke vertegenwoordigers van de nieuwe religie verkondigden al snel dat de vrouw ondergeschikt was aan de man. Ze mochten niet meepraten over geloofskwesties, niet onderwijzen en eigenlijk moesten ze voortaan gewoonweg hun mond houden. Geen wonder dat de wijze vrouwen van weleer die bij de Kelten en Germanen altijd een belangrijke rol in de stammen en dorpen gespeeld hadden vaak van hogerhand in naam op non-actief werden gesteld, ook al stelde dat in de praktijk niet veel voor. Vanaf de middeleeuwen werden de praktijken van deze vrouwen steeds vaker als ketterij uitgelegd om ten slotte aanleiding te geven tot de heksenwaan en hun zogenaamde pact met de duivel.

Prehistorische traditie

Er wordt vaak gesteld dat toveressen geen traditie kenden die terug ging tot prehistorische tijden. Archeologische onderzoekingen in Noordwest-Europa lijken echter steeds meer aan te tonen dat er in ieder geval vanaf het neolithicum kleine groepjes ingewijden zoals zieners, helers en magiërs moeten zijn geweest die een centrale rol bij rituelen, ceremonies en grote evenementen moeten hebben gespeeld. Mensen hebben altijd behoefte gehad aan wijze mannen en vrouwen die het leven een bijzondere inhoud gaven en contacten onderhielden met bovennatuurlijke machten. Vooral het onderzoek van veenlijken heeft frappante gegevens opgeleverd.

Toverij & Toveressen – Ruud Borman
Toverij & Toveressen – Ruud Borman
De vaak jonge mannen en vrouwen die in het moeras geofferd werden hadden opvallende lichaamsafwijkingen waardoor ze als zeer bijzonder werden aangemerkt door hun omgeving. Mike Parker Pearson, de beroemde archeoloog die de afgelopen decennia grote ontdekkingen in Stonehenge, schreef dat deze mensen ‘were touched by the spirits’. Hij noemde vooral het bekende meisje van Yde uit Drenthe. Opvallend is voorts dat de maaginhoud van veel veenlijken een grote dosis van het sterk hallucinogene moederkoorn (ergot, een schimmel die op graan kan voorkomen) bevatte. De middeleeuwse toveressen kenden de eigenschappen van moederkoorn en gebruikten het in kleine dosis voor genezen van kwalen. Soms gebruikten ze het als een drug om even in de droom van een andere wereld te kunnen verdwijnen. Hun vervolgers hadden zo hun eigen uitleg over de verhalen van die merkwaardige reizen, met de bekende gevolgen van dien.

~ Ruud Borman

Samenvatting van het boek Toverij & Toveressen van Ruud Borman, dat verscheen bij uitgeverij Fantastisch verleden.

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: