In 1928 vloog Kingsford Smith als eerste met een Fokker van de VS naar Australië

Een nieuw hoofdstuk in de transcontinentale luchtvaart
4 minuten leestijd
De Southern Cross landt in Brisbane (1928)
De Southern Cross landt in Brisbane, circa 1928 - State Library of Queensland

Op donderdagochtend 31 mei 1928 vertrok Charles Kingsford Smith met zijn driekoppige bemanning met de Southern Cross vanuit Oakland (Californië) naar Australië. Het was de eerste keer dat een vliegtuig via de Stille Oceaan vanaf het vaste land van de Verenigde Staten Australië wist te bereiken. Een tocht van 11.670 kilometer, 83 uur en 38 minuten vliegen over de Grote Oceaan in drie etappes, met tussenstops in Hawaï en Fiji.

De tweede etappe was de langste en duurde 34,5 uur. De driemotorige Fokker F.VII was het eerste vliegtuig dat ooit op Fiji landde. Op 9 juni werd de Southern Cross door 25.000 toeschouwers onthaald op het vliegveld van Brisbane aan de Australische oostkust.

Zonder af te doen aan de prestatie van Charles Lindbergh, die in 1927 solo de Atlantische Oceaan overstak, was de onderneming van Kingsford Smith nog riskanter. Een minieme navigatiefout of het missen van een klein eiland in de onmetelijke oceaan zou voor de bemanning fataal zijn geweest. De lange kustlijn van Europa is vanuit Amerika moeilijk te missen, dit in tegenstelling tot een klein atol in de Pacific.

Hoe gevaarlijk deze oversteek was bleek wel tijdens de dramatisch verlopen Dole Air Race in augustus 1927 van Californië naar Hawaï. Van de negentien ingeschreven teams bereikten slechts twee vliegtuigen Honolulu. Drie toestellen werden vermist en nooit teruggevonden. In totaal kwamen tien mensen om het leven, inclusief de vermiste bemanningsleden.1

Charles Kingsford Smith en Charles Ulm
Charles Kingsford Smith (links) en Charles Ulm, de drijvende krachten achter de oversteek van de Stille Oceaan met de Southern Cross (1928) – National Library of Australia

Voorbereiding van de vlucht

De Southern Cross, een driemotorige Fokker F.VIIb/3m, begon zijn leven als de Detroiter, een vliegtuig speciaal voor poolexpedities en eigendom van de krant Detroit-News. Na een crash in Alaska in 1926 werd het vliegtuig geborgen en opgeknapt door de Australische expeditieleider Hubert Wilkins. Wilkins verkocht het toestel vervolgens zonder instrumenten en motoren aan zijn landgenoten Charles Kingford Smith en Charles Ulm.

Om geld op te halen en aandacht te vragen voor hun plan om over de Grote Oceaan te vliegen deden Smith en Ulm twee (onsuccesvolle) pogingen om een nieuw vliegduur-record neer te zetten. Het geld begon echter op te raken en het vliegtuig werd noodgedwongen verkocht aan de vliegenier en filantroop Allan Hancock, die bereid was het vliegtuig terug in bruikleen te geven aan Smith en Ulm. Smith had als vlieger dienst gedaan in het Britse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Charles Ulm was de copiloot van Smith en tevens verantwoordelijk voor de financiële kant van het project. De andere twee bemanningsleden tijdens de oversteek waren Harry Lyndon (navigator) en James Warner (marconist).

Radiocommunicatie

Tijdens de vlucht was het vliegtuig voortdurend in radiocontact met schepen en kuststations op verschillende golflengtes, waarvan de signalen zelfs 20.600 kilometer verderop in Bloemfontein (Zuid Afrika) konden worden ontvangen. De radiocommunicatie uitrusting in de Southern Cross werd een voorbeeld voor toekomstige expedities.

Gerestaureerde Fokker F.VIIb/3M ‘Southern Cross’
De Gerestaureerde Fokker F.VIIb/3M ‘Southern Cross’ in het Kingsford Smith Memorial vlak bij Brisbane Airport. (CC BY-SA 3.0 – FiggyBee – wiki)

Crash in 1929

De Southern Cross maakte in september 1928 nog een non-stop recordvlucht van Australië naar Nieuw Zeeland en weer retour. In 1929 zou de Southern Cross, met Smith en Ulm aan boord, een vlucht naar Engeland maken, maar het toestel werd door navigatieproblemen en brandstofgebrek gedwongen tot een noodlanding op een afgelegen moddervlakte in West-Australië. De inzittenden bleven ongedeerd, maar in de zoektocht naar het vermiste vliegtuig vielen twee doden te betreuren.

Museumvliegtuig

In 1935 verkocht Kingsford Smith het vliegtuig aan de Australische overheid, met als doel het uiteindelijk in een museum onder te brengen. In 1946 werd het het toestel nog één keer gebruikt in de film Smithy over het leven van Kingsford Smith. Het originele vliegtuig werd in 1985 geheel gerestaureerd en is nu te zien in het Kingsford Smith Memorial, Brisbane. Er bestaat ook een luchtwaardige replica van de Southern Cross in het HARS Aviation Museum, Shellharbour (Zuid-Australië).

Fokker F.VII

De Fokker F.VII was een passagiersvliegtuig voor zes tot twaalf personen, gebouwd door de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker en zijn Amerikaanse dochteronderneming Atlantic Aircraft Corporation. De eerste vlucht vond plaats op 11 april 1924. Het was een directe afstammeling van de Fokker F.II, het eerste volwassen verkeersvliegtuig van vlak na de Eerste Wereldoorlog.

De Fokker F.VIIb/3m Southern Cross in 1943
De Fokker F.VIIb/3m Southern Cross in 1943
De eerste F.VII had één motor, maar het grote succes kwam met de driemotorige F.VII/3m versie. Dit succes was mede te danken aan de sterke rompconstructie van metalen buizen bespannen met doek en de geheel houten vrijdragende vleugels. Daarnaast was het vliegtuig uitgevoerd met een robuust geveerd landingsgestel. Dit maakte de F.VII zeer geschikt voor landingen op onverharde geïmproviseerde landingsbanen. Eventueel opgelopen schade aan het vliegtuig kon eenvoudig worden gerepareerd.

In de jaren 1920 en 1930 was de F.VII in dienst bij tientallen civiele en militaire gebruikers verspreid over de gehele wereld. Het vliegtuig is onlosmakelijk verbonden aan de namen van wereldbekende luchtvaartpioniers zoals: Richard Byrd, Amelia Earhart, Lester Maitland, Charles Kingsford Smith, Jan van der Hoop en Gerrit Geysendorffer.2

Bronnen

1 – Flying the Southern Cross, Michael Molkentin (2012)
2 – Fokker Commercial Aircraft, René de Leeuw (1994)
×