Haagse meubelfabrikant Pander stond aan het begin van de sportvliegerij in Nederland

Van meubels naar vliegtuigen
5 minuten leestijd
Pander Postjager
Pander Postjager op vliegveld Allahabad (let op de verbogen linker propeller), oktober 1934

Pander (1855-1985) was een Nederlandse fabrikant van luxe meubels die tussen 1924 en 1935 ook vliegtuigen bouwde. Op het eerste gezicht misschien een vreemde combinatie, maar in de begintijd van de luchtvaart werden vliegtuigen ook van hout gemaakt. In het midden van de jaren 1920 stond Pander aan de wieg van de Nederlandse sportvliegerij met de bouw van kleine motorvliegtuigen en later ook zweefvliegtuigen.

De Pander Meubelfabriek in Den Haag werd in 1887 geopend door Hendrik Pander (zoon van oprichter Klaas Pander). Het bedrijf zou uitgroeien tot een fabrikant van luxe meubels en interieurs. Het bedrijf had belangrijke opdrachten zoals de inrichting van het Vredespaleis en het Koloniaal Instituut in Amsterdam.1

Overname Vliegtuig Industrie Holland (VIH)

Harmen Pander (oud-directeur van de meubelfabriek) nam in 1924 de failliete inboedel van de Vliegtuig Industrie Holland (VIH) over, inclusief de constructeurs Theo Slot en H. van der Kwast. Samen met zijn zoon Henk richtte hij vervolgens de Nederlandse Fabriek van Vliegtuigen H. Pander & Zonen op.

De Pander vliegtuigfabriek was eerst gevestigd aan de Zuid Binnensingel in Den Haag en later op de houtwerf van het bedrijf in Rijswijk. Voor de bouw van vliegtuigen maakte Pander gebruik van dezelfde houtbewerkingstechnieken die het bedrijf al kende uit de meubelmakerij. De toestellen werden vaak in onderdelen gebouwd en na vervoer over de weg naar een vliegveld daar in elkaar gezet.2

Pander D eenzitter op vliegveld Croydon, april 1925
Pander D eenzitter op vliegveld Croydon, april 1925 (CC BY-SA 4.0 – The Flight magazine – wiki)

De fabriek begon met de bouw van de Pander D, een verbeterde versie van de VIH Holland H2 die was ontworpen als eenzitter. Pander stond bekend om zijn kwaliteitsmeubelen en de verfijnde houtbewerkingstechniek straalde af op het uiterlijk van de gestroomlijnde Pander D. Van dit toestel werden tien exemplaren gebouwd, die werden geleverd aan de Marine Luchtvaartdienst (MLD), het KNIL en diverse klanten in de burgerluchtvaart.

Daarna volgde er nog een aantal les- en sportvliegtuigen, waaronder de redelijk succesvolle tweezitter Pander E (zeventien exemplaren). Deze toestellen werden onder andere gebruikt door de in 1927 opgerichte Nationale Luchtvaartschool (NLS). In 1932 vloog luchtvaartpionier Co van Tijen met zijn Pander E ‘Adelaar’ in vijf weken solo naar Nederlands-Indië. Het was de eerste keer dat een sportvliegtuig deze tocht maakte. Het vliegtuig keerde per boot terug en werd vervolgens ontscheept in Keulen, vanwaar de laatste etappe terug naar huis toch nog vliegend werd afgelegd.3

Bericht in de Nieuwe Leidsche Courant, van 18 maart 1955
Bericht in de Nieuwe Leidsche Courant, van 18 maart 1955

Zweefvliegtuig

De zweefvliegsport was in Duitsland sinds 1920 sterk in opkomst. In 1929 besloot de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) dat het tijd werd het zweefvliegen ook in Nederland te introduceren. Het eerste zweefvliegtuig van de KNVvL werd gebouwd door vliegtuigfabriek Pander in Den Haag, de Zögling (Duits voor leerling). Het was een open eenzitter, ontworpen door de Duitser Alexander Lippisch. De bouw startte op 20 januari 1930 en reeds op 6 april van dat jaar werd bij Noordwijk de eerste testvlucht gemaakt door vliegenier Co van Tijen. Een gedenksteen bij de Duindamseslag Noordwijk herinnert aan deze historische zweefvlucht. In het Aviodrome in Lelystad bevindt zich een luchtwaardige replica van de Pander Zögling met registratie PH-1.

Replica van de Pander Zögling PH-1 in het Aviodrome in Lelystad
Replica van de Pander Zögling PH-1 in het Aviodrome in Lelystad (CC BY-SA 2.0 – Alec Wilson – wiki)

Panderjager

De grootste bekendheid verwierf de Panderfabriek, samen met ontwerper Theo Slot, met de Pander S.4 Postjager. De bouw van dit toestel was in gang gezet door Dick Asjes, nadat er kritiek was geuit op de traagheid van de KLM postvluchten naar Batavia. Asjes werkte onder meer voor Pander als instructeur en testpiloot.

De piloot bewoog Pander ertoe een speciaal vliegtuig te bouwen voor het vervoeren van post. Dit werd de S.4 bekend als de Postjager of Panderjager (maar later in de volksmond ook als ‘Pechjager’). In november 1933 zou dit snelle driemotorige vliegtuig een recordvlucht maken met snelpost naar Nederlands-Indië, maar door uitlopende werkzaamheden begon deze vlucht pas op 9 december van datzelfde jaar. Tot overmaat van ramp moest het toestel wegens motorproblemen een noodlanding maken in Italië. Er diende een nieuwe motor te worden besteld en na een oponthoud van negentien dagen kon het vliegtuig weer doorvliegen. De verdere vlucht van 72 uur en 20 minuten kende geen incidenten meer, en op 31 december arriveerde de Postjager in Batavia. Zonder post, want die was na de noodlanding in Italië meegegeven aan een vliegtuig van de KLM.

Dramatische Londen – Melbourne Race

Een jaar later, in 1934 deed de Panderjager mee aan de luchtrace van Londen naar Melbourne. Aan deze wedstrijd deed ook de KLM DC-2 ‘Uiver’ mee met gezagvoerder Koen Parmentier. De Panderjager vertrok op 20 oktober 1934 vanaf RAF-vliegveld Mildenhall in Engeland met aan boord gezagvoerder Gerrit Geysendorffer, tweede piloot Dick Asjes en marconist Pieter Pronk. Na 36 uur landde het toestel in Allahabad in India.

Bij de landing in Allahabad zakte het toestel door zijn linker landingsgestel en liep schade op. Na reparatie van diverse onderdelen op het KLM steunpunt in Calcutta was het vliegtuig op 26 oktober weer vliegklaar. Tijdens de start in het donker raakte het volgetankte vliegtuig echter een karretje met zoeklicht en vloog direct in brand. Het ging geheel verloren, maar de bemanningsleden wisten ondanks hun verwondingen uit het toestel te komen en overleefden alle drie de crash.4

Einde Pander vliegtuigfabriek

Pander E tweezitter sport- en lesvliegtuig, 1926
Pander E tweezitter sport- en lesvliegtuig, 1926 (CC BY-SA 4.0 – The Flight magazine – wiki)
De Pander vliegtuigfabriek kwam het Postjager-fiasco niet te boven en moest in 1935 zijn deuren sluiten. De inboedel en constructeur Theo Slot vertrokken naar Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen. De meubelfabriek met 750 werknemers bleef gewoon doordraaien. Het hele gebeuren werd publiekelijk bespot met de zin…

Koop je meubels bij Pander en je vliegtuig bij een ander.

Door de zwakke economie kwam de meubelfabriek in de jaren 1980 in financiële problemen. In 1985 viel na honderddertig jaar door een faillissement definitief het doek voor de ‘Verenigde Meubileringsbedrijven Pander’ met vestigingen in Den Haag, Zoetermeer en Rotterdam.

Dirk (Dick) Asjes

Dirk (Dick) Asjes
Dirk (Dick) Asjes – Bron: afleetingpeace.org
Dirk (Dick) Lucas Asjes (Soerabaja, 1911 – Den Haag, 1997) was een Nederlandse luchtvaartpionier en oorlogsvlieger die zich in de Tweede Wereldoorlog boven Nederlands-Indië onderscheidde in de strijd tegen Japan, waarvoor hij de Militaire Willemsorde ontving. Asjes maakte tijdens zijn jeugd in Nederlands-Indië kennis met de luchtvaart via de Luchtvaartafdeling van het KNIL. Hij vertrok vervolgens naar Nederland om te gaan studeren aan de Technische Hogeschool in Delft. In 1930 onderbrak hij deze studie om in 1931 zijn militair vliegbrevet te behalen tijdens zijn dienstplicht. Hij onderhield wel contact met zijn medestudenten en was een van de oprichters van de Delftsche Studenten Aeroclub (DSA). Na zijn dienstplicht in 1933 werd hij instructeur bij de Nationale Luchtvaartschool (NLS) en werkte als testpiloot voor vliegtuigfabriek Pander en Koolhoven. Dick Asjes was ook de motor achter het idee voor de Pander S.4 Postjager. Voor en na de Tweede Wereldoorlog werkte hij bij Shell en in het internationale bedrijfsleven. Later werd hij nog directeur bij Verolme.

Co van Tijen

Co van Tijen
Co van Tijen (Wormerveer, 1897 – Zandvoort, 1958) was een Nederlandse luchtvaartpionier. In april 1930 maakte hij in Noordwijk een geslaagde testvlucht met een Pander Zögling zweefvliegtuig. Hij was daarmee, na Willem-Hendrik Schukking, de tweede Nederlander die een geslaagde zweefvliegvlucht maakte. Hij werd exportmanager bij Van Houten’s Cacaofabrieken te Weesp. In deze functie maakte hij van 15 oktober tot 21 november 1930 met een Pander EG-100 de eerste solovlucht naar Nederlands-Indië. Onderweg zou hij diverse zakelijk besprekingen voeren, de terugweg ging per schip. Van Tijen was van 1935 tot 1941 (onder)directeur van Fokker. Vervolgens werd hij door het Duitse bewind ontslagen omdat hij weigerde samen te werken met de Duitse bezetter. Tijen ging in het verzet, werd opgepakt en belandde in Kamp Buchenwald waar hij uiteindelijk levend vandaan kwam. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij nogmaals aangesteld als directeur van Fokker.

Noten

1 – www.shie.nl/bedrijven/pander-1850-1985/ – Stichting Haags Industrieel Erfgoed
2 – Pander, een Haagse vliegtuigbouwer – Harm J. Hazewinkel, 2007, uitg. KNvVL ISBN 9789080886834
3 – De Nederlandse vliegtuigen – Theo Wesselink, Thijs Postma, uitg. Romen, ISBN 9022837920
4 – www.aviacrash.nl/paginas/panderjager.htm – De Panderjager uitgebrand in Allahabad

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×