Van theoloog tot schedelmeter: het avontuurlijke leven van Carl Lumholtz

‘Eerder een man van de oude wereld dan van de nieuwe’
10 minuten leestijd
Carl Lumholtz - Detail van de omslag van 'De man die de wereld wilde zien'
Carl Lumholtz - Detail van de omslag van 'De man die de wereld wilde zien'

In de eregalerij van grote ontdekkingsreiziger heeft de Noor Carl Lumholtz (1851-1922) geen prominente plek. In zijn tijd was de wereld al grotendeels in kaart gebracht en waren er geen nieuwe continenten en onbekende zeevaartroutes te ontdekken. De Poolreizigers Roald Amundsen en Fridtjof Nansen, tijd- en landgenoten van Lumholtz, genieten meer faam. Zelfs in zijn eigen land is hij nauwelijks nog bekend. Met het boek De man die de wereld wilde zien brengt auteur Morten A. Strøksnes (1965) daar verandering in.

Australië, Mexico en Borneo

De auteur is een Noorse journalist en schrijver van non-fictie. Eerder verscheen in Nederland zijn boek Haaienkoorts (2018) waarin hij schrijft over hoe hij met een vriend in een Zodiac-boot op de Noorse Zee op zoek gaat naar de legendarische Groenlandse haai. Ook in zijn nieuwe boek speelt hij een participerende rol door in de voetsporen van zijn hoofdpersoon te treden en de verre oorden die hij bezocht ook aan te doen. Dit brengt hem in Australië, Mexico en Borneo. In zijn boek wisselt hij zijn biografische beschrijving van Carl Lumholtz af met verslagen van zijn eigen reizen. Door heden en verleden met elkaar te verbinden ontstaat een heel afwisselend en levendig boek, vol met interessante feiten en ervaringen.

Carl Sofus Lumholtz
Carl Sofus Lumholtz rond 1881
Dat Lumholtz naar verhouding niet zo bekend is, komt niet omdat zijn levensverhaal saai is. Op basis van zijn boeken, brieven en andere bronnen pluist de schrijver nauwgezet uit hoe zijn landgenoot zich ontwikkelde tot ontdekkingsreiziger die in zijn tijd wel furore maakte. Eigenlijk was Lumholtz voorbestemd om geestelijke te worden; hij haalde in 1876 zijn doctoraal theologie aan de Universiteit van Kristiania (tegenwoordig Oslo). Na zijn afstuderen bracht hij de zomer door bij zijn ouders in Lillehammer. Hij maakte in zijn eentje lange wandelingen door de bossen en bergen in de omgeving. Volgens Strøksnes trok de jongeman in die tijd een conclusie die zijn leven zou bepalen:

De kersverse theoloog besefte dat de natuur zijn tempel en zijn boek waren, meer dan enig kerk of bijbel kon zijn.

Aboriginals

Na eerst anderhalf jaar te hebben gewerkt als huisleraar kreeg Lumholtz het aanbod om op kosten van zijn universiteit als natuuronderzoeker naar Australië te gaan. Deze kans greep hij met beide handen aan. Lumholtz’ opdracht in Australië was om wilde dieren te verzamelen, maar hij ontdekte hier dat zijn belangstelling veel meer uitging naar inheemse volkeren die nog niet compleet waren geïntegreerd in de moderne kapitalistische samenleving. Weliswaar vormden de Aboriginals in Australië allang geen geïsoleerde gemeenschap meer, maar hun levenswijze kende nog veel elementen uit de tijd voordat het land door de Britten werd gekoloniseerd. In plaats van hen vanaf een afstandje te bekijken, ging de Noor met de Aboriginals mee op jacht en bracht hij veel tijd met hen door in hun kampen.

Lumholtz schreef zelf dat hij “de austraalnegers” wilde leren kennen en verdiepte zich in hun rituelen, talen, religie, sociale verhoudingen, ambachten en jachtmethoden. De schrijver constateert dat Lumholtz zich als al participerende observator begaf op het terrein van de etnografie en antropologie, vakgebieden die indertijd nog in ontwikkeling waren. In zijn observaties wist Lumholtz niet te ontsnappen aan de racistische vooroordelen die in zijn tijd gemeengoed waren. Hij kende allerlei negatieve eigenschappen aan de Aboriginals, zoals hebzucht en luiheid.

Strøksnes constateert echter dat zijn landgenoot zijn eigen denigrerende karakteristieken weersprak naarmate hij de Aboriginals beter leerde kende. Zo viel het Lumholtz op dat de Aboriginals empathisch en solidair waren en goed voor hun zieken zorgden. Hij ervoer ook dat ze wel degelijk hard konden werken en niet slechts hun instinct volgden zonder na te denken.

Afbeelding in Lumholtz' publicatie 'Among cannibals'
Afbeelding in Lumholtz’ publicatie ‘Among cannibals’

Uitgestippelde marketingstrategie

De Engelstalige titel van het boek dat Lumholtz over zijn ervaringen in Australië schreef was Among Cannibals, hoewel het kannibalisme toen al een zeldzaam gebruik was. In interviews en lezingen was hij niet loffelijk over het volk dat hij afschilderde als primitief, inferieur en gevaarlijk. In de Verenigde Staten vond hij met verhalen over kannibalisme en andere weerzinwekkende gebruiken een gretig gehoor. Strøksnes concludeert zelfs dat het zo vaak benadrukken van de primitiviteit van de Aboriginals deel was “van een uitgestippelde marketingstrategie”. Dankzij zijn boeken en lezingen werd Lumholtz in zijn geboorteland, in de VS en ook in andere landen een publieke figuur. Volgens Strøksnes steeg hij steeds hoger op de ladder…

…als geleerde, doctor, etnograaf, professor en nog veel meer dingen die hij eigenlijk niet was. Uiteindelijk was er een ontdekkingsreiziger geschapen, in symbiose met de media en het publiek.

Afbeelding in Lumholtz' publicatie 'New trails in Mexico'
Afbeelding in Lumholtz’ publicatie ‘New trails in Mexico’

Bruine vrienden

In 1889 verplaatste Lumholtz zijn onderzoeksgebied naar Mexico. Hier ging zijn belangstelling onder meer uit naar de Rarámuri die in de bergen van Chihuahua een relatief teruggetrokken bestaan leefden. Ze stonden bekend als schuw en wantrouwden buitenstaanders. Het kostte Lumholtz moeite hun vertrouwen te winnen, maar hij kon in de Sierra Madre zijn hart ophalen. “Hij was in een bijzondere wereld beland”, schrijft Strøksnes. “In dit gebied leefden en gedijden verschillende inheemse volkeren die in de buitenwereld nauwelijks bekend waren. De oude mythen en de religie van de Rarámuri werden in stand gehouden door sjamanen; ze hielden zich bezig met traditioneel handwerk, kunst, cultuur, natuurgeneeskunde en landbouw.”

Terwijl hij de Aboriginals met gemengde gevoelens beschouwde, was Lumholtz over de Rarámuri en andere volken waarmee hij in Mexico kennis maakte, zoals de Wixárika, vooral lovend. Volgens de auteur beschreef hij hen “als zachtaardige, sympathieke, intelligente, gezonde en eerlijke mensen – tenminste voor zover ‘de civilisatie’ hen niet hun natuurlijke deugden had afgeleerd.” Zowel de cultuur als de raciale eigenschappen van dit volk stonden “een aantal treden hoger op de evolutieladder waar zijn tijdgenoten zo geobsedeerd door waren”. Bij terugkeer in New York schreef Lumholtz dat hij zich tussen zijn “bruine vrienden […] in hun woeste bergen” nooit eenzaam had gevoeld.

Terwijl ik hun vreugden en zorgen deelde, hun gedachten binnendrong en hun sagen en symbolen leerde begrijpen, voelde ik mezelf duizenden jaren teruggeplaatst, op de eerste treden van de mensheid. Deze primitieve mensen leerden mij een nieuwe levensfilosofie, waarin hun onwetendheid dichter bij de waarheid staat dan onze vooroordelen.

Grotwoningen in Garabato, Chihuahua (1892), gefotografeerd door Carl Lumholtz
Grotwoningen in Garabato, Chihuahua (1892), gefotografeerd door Carl Lumholtz – Collectie American Museum of Natural History

Vliegende eekhoorn

In 1913 maakte Lumholtz plannen voor een expeditie naar Nieuw-Guinea. In een brief aan een Noors parlementslid schreef hij dat hij…

…de geciviliseerde wereld kennis [wilde] laten maken met inboorlingen die nog nooit met blanken in contact zijn geweest. Er heersen over het algemeen vele misvattingen over hen.

Zijn plan om Nieuw-Guinea van noord naar zuid te doorkruisen, iets wat nog niemand anders had gedaan, zou echter nimmer werkelijkheid worden. In 1916 voer Lumholtz wel met een expeditie over rivieren diep het oerwoud van Borneo binnen. Hij ontdekte een voor de wetenschap nog onbekende “reusachtige vliegende eekhoorn” die de naam Petaurista petaurista lumholtzi kreeg. Na een reis van zes- tot zevenhonderd kilometer bereikten ze de kust, in Samarinda. Strøksnes’ beschrijving van de Borneo-expeditie is voor de Nederlandse lezer extra interessant, omdat deze zich afspeelde in de tijd dat Indonesië nog een Nederlandse kolonie was.

Foto's die de Noorse ontdekkingsreiziger maakte tijdens zijn Borneo-expeditie (1913–1917), uit Through Central Borneo (1920).
Foto’s die de Noorse ontdekkingsreiziger maakte tijdens zijn Borneo-expeditie (1913–1917), uit Through Central Borneo (1920).

Schedelmeter en grafrover

Hoezeer Lumholtz ook gefascineerd was door ‘primitieve’ volken, tijdens zijn ontdekkingstochten was hij volgens Strøksnes ook een spil van de koloniserende machten. Hij legde vast waar bepaalde grondstoffen te vinden waren die gedolven konden worden, zonder dat de oorspronkelijke inwoners om toestemming werd gevraagd. Zijn expedities leken soms haast op rooftochten. Lumholtz verliet de jungle van Borneo met “zestien kisten met vogels, dieren, vissen en etnografisch materiaal”.

Carl Lumholtz op Borneo
Carl Lumholtz op Borneo, tussen 1913 en 1917
Vanuit Mexico nam hij onder andere “godenbeelden, vijzels, versierde mensenbotten, een Azteekse scheltrompet en aardewerk uit verschillende tijdperken” mee. “Eén keer probeerde hij het stoffelijk overschot te kopen van een indiaan die kortgeleden was omgekomen bij een ongeluk”, schrijft Strøksnes, “maar het schijnt dat de deal niet doorging omdat Lumholtz niet voldoende contant geld bij zich had.”

Vanuit alle contreien die hij bezocht, wist Lumholtz volop menselijke botten te verzamelen die bestemd waren voor onderzoek en uiteindelijk terecht kwamen in museumcollecties. Hij mat ook de lichaamsmaten van de leden van verschillende stammen op. Indertijd was het gangbaar om op basis van bijvoorbeeld iemands schedelmaat vergaande uitspraken te doen over zijn raciale eigenschappen. Enkele decennia later gebruikten de nazi’s zulk onderzoek ter ondersteuning van hun rassenideologie die aan de basis stond van hun genocidale misdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat valt de Noorse ontdekkingsreiziger niet aan te rekenen. Strøksnes zet zijn hoofdpersoon niet neer als een kwaadaardige schedelmeter en grafrover, maar wel als iemand wiens denken en doen werd bepaald en begrensd door de etnocentrische normen en waarden in de tijd waarin hij leefde. Hij concludeert:

Als denker is Lumholtz niet interessant vanwege zijn originaliteit, maar eerder omdat hij een typische representant van zijn tijd was. Hij zat gevangen in gedachten, ideologieën en taalsystemen van zijn tijd, net als vrijwel alle mensen, te allen tijden.

Lumholtz camera
De camera van Carl Lumholtz, tentoongesteld in het Preus Museum in Horten, Noorwegen (CC BY-SA 4.0 – Bjoertvedt – wiki)
Lumholtz zag het onderzoeken van ‘primitieve’ volken volgens de auteur als “studie naar onszelf, voordat we geciviliseerd werden”. Strøksnes noemt dit uitgangspunt “onbedoeld dubbelzinnig”, want er gaat een soort van paternalistische houding vanuit, alsof de inheemse mensen vergelijkbaar zijn met kinderen en de geciviliseerde mens met volwassenen.

Kinderpoep

Ook de auteur zelf participeerde in de levenswijze van inheemse volkeren. Hij deed bijvoorbeeld mee aan een paasviering van de Rarámuri waarbij christelijke elementen zijn vermengd met oorspronkelijke gebruiken. Bij de paasprocessie waarvan hij getuige was, droegen sommige deelnemers maskers of hertengeweitjes op hun hoofd, anderen waren vrijwel naakt en van top tot teen met wit of met witte stippels beschilderd. Tijdens de uitbundige festiviteiten werd muziek gemaakt op traditionele muziekinstrumenten. De feestgangers droegen authentieke kleding en dronken volop tesguino, een maïsbier. Strøksnes dronk minder enthousiast mee. “Het drankje smaakt zuur en ongewoon”, schrijft hij.

De bacteriën die het mengsel aan het gisten brengen zijn afkomstig van de wanden van de oude kruiken – of van een beetje kinderpoep in een stoffen zak als de potten nieuw zijn.

Strøksnes ontdekte op zijn reizen dat het werk van zijn hoofdpersoon voor sommige mensen nog steeds betekenis heeft. Zo ontmoette hij in Australië een Aboriginal die het boek van Lumholtz over Australië waardeert, ondanks de vooroordelen die daarin staan over zijn voorouders. Lumholtz beschreef namelijk veel zaken die anders in de vergetelheid zouden zijn geraakt, zoals een techniek die de Aboriginals gebruikten om in hoge bomen te klimmen. Dankzij Lumholtz’ beschrijving konden enkele jongemannen deze bijna verdwenen vaardigheid weer eigen maken.

Carl Lumholtz
Carl Lumholtz
Strøksnes vernam in Mexico van een inheemse man dat hij Lumholtz’ New Trails in Mexico goed kende. Deze man had met behulp van dit boek de stokken nagemaakt waarmee zijn voorouders de rijpe vruchten van de saguaro, een reuzencactus, haalden. “Zonder Lumholtz zou hij niet geweten hebben welke techniek de mensen daar vroeger voor gebruikten”, aldus Strøksnes.

Globalisering

Net als veel tijdgenoten dacht Lumholtz dat ‘primitieve’ volkeren, onder invloed van de ‘beschaving’ zouden verdwijnen. “Voor Lumholtz was het primitieve iets fragiels en kostbaars dat op het punt stond uitgeroeid te worden”, schrijft Strøksnes. Al in de tijd van Lumholtz werd globalisering volgens Strøksnes beschouwd “als een vanzelfsprekendheid, die over de aarde walste en alle plaatselijke verschillen, ja, hele bevolkingsgroepen uitroeide.”

De auteur zag tijdens zijn reizen de sporen van globalisering, bijvoorbeeld in de vorm van massale ontbossing van de regenwouden van Borneo voor de aanleg van door Chinezen geëxploiteerde palmolieplantages, maar ontdekte overal dat niet alle oude stammen en hun gebruiken verdwenen zijn. Zo bezocht hij de Rarámuri in Mexico en ondervond hij dat zij “min of meer op dezelfde wijze [leven] als toen Lumholtz kriskras door de bergen trok. De Europeanen zijn in deze periode vast aanzienlijk meer veranderd.”

Man van de oude wereld

In zijn boek houdt Strøksnes de westerse ‘beschaving’, die in de tijd dat Lumholtz in Borneo was een vreselijk oorlog uitvocht, als volgt een spiegel voor:

Dat inheemse volkeren op andere continenten af en toe koppen snelden of een stuk vlees afsneden van vijanden die ze vermoord hadden, was misschien toch niet zo opzienbarend. In elk geval niet met de verschrikkingen die zich in Europa hadden afgespeeld, waarbij miljoenen op de slagvelden achterbleven, afgeslacht door kogelregens, bajonetten en gifgas. […] ‘Het donkere continent’ en ‘het hart der duisternis’ moest je misschien niet zoeken in de binnenlanden van Afrika, maar in het onderbewustzijn van de witte mens in het gecultiveerde Europa.

Achterhaalde figuur

De man die de wereld wilde zien
 
De man die de wereld wilde zien, dat vaardig uit het Noors werd vertaald door Paula Stevens en Det Rijven, is een fascinerend en avontuurlijk boek waarin Carl Lumholtz fungeert als representant van een niet langer bestaande vorm van wetenschapsbeoefening. De Noor beschouwde de leden van de door hem onderzochte inheemse volkeren weliswaar als zijn medemensen, maar kon hen nog niet als gelijkwaardig zien. Lumholtz was volgens zijn biograaf “in vele opzichten eerder een man van de oude wereld dan van de nieuwe. De avonturier, die vol daadkracht en met een tropenhelm de wereld en alles wat daarmee samenhing in zijn eentje zou ontdekken, was een achterhaalde figuur aan het worden.”

De onderzoeker vormde de inspiratiebron voor de jaloersmakende reizen die Strøksnes maakte en die hij met veel aandacht voor opmerkelijke ontmoetingen en observaties beschrijft. Strøksnes’ riviertocht door de jungle van Borneo, waarbij hij zich met een incapabele gids waagde in een gebied waar je wekenlang kunt rondbrengen zonder een mens te zien, nadert de avontuurlijkheid van de reizen van zijn hoofdpersoon. Ook in onze tijd van globalisering zijn er nog ontdekkingen te doen en is de wereld niet zo uniform als Carl Lumholtz vreesde dat ze zou zijn.

×