Ligt er nog goud op de bodem van de Nieuwe Waterweg?

Het goud van Loodsboot Nr. 19

Twee schatzoekers beweerden onlangs een Duitse pantsertrein vol goud uit de Tweede Wereldoorlog te hebben gevonden in de bossen van Zuidwest-Polen. Nazischatten spreken op de een of andere manier altijd tot de verbeelding. Maar ook in Nederland is er mogelijk nog wat oorlogsgoud te vinden. Niet in een trein, maar op de bodem van de Nieuwe Waterweg.

Waar kwam dat goud vandaan en hoe kwam het in de Nieuwe Waterweg terecht? Direct na de Duitse aanval in de vroege ochtend van 10 mei 1940 probeerden Duitse para’s en luchtlandingseenheden de Maasbruggen in Rotterdam in handen te krijgen. De Maasoevers veranderden onverwacht in een oorlogsfront.

De Nederlandsche Bank

Aan de Boompjes bevond zich het Rotterdamse filiaal van De Nederlandsche Bank. Daar lag in de kluis een voorraad van 114 ton goud met een toenmalige waarde van 228 miljoen gulden (nu 3,7 miljard euro). Omdat de kans op een Nederlandse overwinning op z’n zachtst gezegd twijfelachtig was, werd besloten om het goud veilig te stellen.

Uit de kluis onder het hoofdkantoor van DNB in Amsterdam was op 10 mei voor 122 miljoen gulden aan goud via IJmuiden naar Engeland verscheept. Al vanaf september 1939 waren er kleinere ladingen stilletjes het land uitgevoerd. In totaal was al 80 procent van het Nederlandse goud in veiligheid. Maar het Rotterdamse goud lag er nog.

- advertentie -
Loodsboot Nr. 19
Loodsboot Nr. 19

Loodsboot Nr. 19

Op 10 mei kreeg Loodsboot Nr. 19 opdracht om een in Hoek van Holland gearriveerde vernielingsploeg van de Britse marine naar olieopslagplaatsen in Pernis te brengen. Een marineschip zou ongewilde aandacht kunnen trekken. Nadat de Britten de olietanks hadden klaargemaakt voor vernieling, werd de Nr. 19 opgedragen om het DNB-goud op te halen.

Het bevel over de operatie was in handen van de Britse luitenantkapitein ter zee Corrie Hill. Zodra het goud aan boord was, moest het door de loodsboot naar Hoek van Holland worden gebracht. Daar zou het worden overgeladen op de Britse torpedobootjager HMS Wild Swan.

Eerder in de ochtend van 10 mei hadden soldaten van het 39e Regiment Infanterie de Boompjes grotendeels op de Duitse para’s terugveroverd. Maar vanaf het Noordereiland hadden de Duitsers een vrij schootsveld op het bankgebouw. De Nr. 19 meerde daarom af in de Lekhaven ver weg van het Duitse vuur. Onder dekking van de nacht laadden de Britse marinemensen de kisten met goud in geleende auto’s, waarmee het naar de loodsboot werd gebracht.

Helaas was er niet genoeg tijd om al het goud aan boord te nemen. Toen de ochtend van 11 mei aanbrak voer de Nr. 19 met 937 goudstaven van 12,5 kg per stuk terug richting Hoek van Holland. De Britse marinemensen die bij het inladen hadden geholpen namen de trein terug, op hun commandant en twee matrozen na.

Voorstuk van Loodsboot Nr. 19
Voorstuk van Loodsboot Nr. 19

Zeemijn

In de gevechten rond de Rotterdamse Maasbruggen hadden op 10 mei ook een aantal kleine Nederlandse marineschepen deelgenomen. Duitse Stuka duikbommenwerpers hadden maar ternauwernood kunnen voorkomen dat een groter oorlogsschip, de Hr.Ms. Van Galen, aan de strijd had kunnen deelnemen. Om andere oorlogsschepen tegen te houden, had een Duits vliegtuig daarom magnetische zeemijnen in de Nieuwe Waterweg gegooid.

Achterstuk van Loodsboot Nr. 19
Achterstuk van Loodsboot Nr. 19
Toen de Nr. 19 op de weg terug naar de Hoek ter hoogte van de Zevenmanshaven in Vlaardingen voer, klapte ze vol op zo’n zeemijn. Een grote explosie volgde, die werd versterkt door de relatieve ondiepte van de vaargeul. Het schip werd uit het water opgeworpen en brak in twee stukken voordat het met zijn kostbare vracht naar de bodem zonk. Van de 22 opvarenden sneuvelden er zestien waaronder commander Hill en de twee Britse matrozen.

Opgebaggerd

Na de capitulatie bleef de mislukte operatie geen geheim voor de Duitsers. Tussen juni en oktober 1940 baggerden zij 816 goudbaren op. Dat goud ligt nu met ander buitgemaakt Nederlands goud in een Zwitserse kluis te verstoffen, omdat de Nederlandse overheid het tot op de dag van vandaag niet terugclaimt.

Na de bevrijding vonden baggeraars vanaf juni 1946 bij verschillende gelegenheden tien goudstaven. Zo vond de schipper van de zandzuiger Sliedrecht 9 er een, die hij keurig aangaf. Men besefte dat de Duitsers niet alles hadden gevonden. Verdere ‘schatgraverij’ in de modderige bodem van de Nieuwe Waterweg leverde nog eens 105 baren op.

Een poging van een paar baggeraars om een viertal staven achterover te drukken werd ontdekt. Echter. Er missen nog steeds zes goudbaren met een hedendaagse waarde van circa 2,5 miljoen euro. Zijn niet alle baggeraars eerlijk geweest of liggen ze nog in de modder te wachten op een schatgraver? Wie zal het zeggen?

~ Edwin Ruis

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: