De mysterieuze ‘Monsieur Hawarden’ uit Malmedy

6 minuten leestijd
Aankondiging voor een vertoning van de film 'Monsieur Hawarden' met Ellen Vogel
Aankondiging voor een vertoning van de film 'Monsieur Hawarden' met Ellen Vogel (CC0 - Musea en Erfgoed Antwerpen)

De Hoge Venen, gelegen op de grens van Eifel en Ardennen, vormen toeristisch gezien het minst populaire gebied van beide middelgebergtes vanwege de grote hoeveelheid neerslag die hier jaarlijks valt. Gemeentelijk gezien maken ze grotendeels onderdeel uit van de zogenaamde Oostkantons die Duitsland in 1919 aan België moest afstaan als genoegdoening voor de grote schade die het haar buurland tijdens de Eerste Wereldoorlog had berokkend. Het ging daarbij om de gemeenten Eupen, Sint-Vith en Malmedy, waarvan de laatste opmerkelijk genoeg niet Duits- maar Franstalig is.

Samen met Stavelot had het eeuwenlang een zelfstandig abdijvorstendom gevormd dat pas na het Congres van Wenen in 1815 aan Pruisen werd toegevoegd. Hoewel pogingen tot verduitsing weinig succes hadden opgeleverd, lanceerden de Belgen in de jaren twintig eveneens een programma om het nieuwe gebiedsdeel te assimileren. Uiteraard speelde taalonderwijs daar een belangrijke rol in en één van de Belgische docenten die voor dit doel werden uitgezonden was een zekere Filip de Pillecyn (1891-1962).

Portret van Filip De Pillecyn
Portret van Filip De Pillecyn
Van 1926 tot 1933 verzorgde hij aan het atheneum van Malmedy lessen Nederlands en Engels. Hij leerde daar een collega kennen die onder de titel Monsieur Hawarden een realistische roman had geschreven en hem vroeg om deze van het Frans in het Nederlands te vertalen. De Pillecyn herschreef het verhaal echter tot een novelle die hij in 1935 met dezelfde titel onder zijn eigen naam liet verschijnen. Grotere bekendheid kreeg het pas na Belgisch-Nederlandse verfilming in 1968 door regisseur Harry Kümel met hoofdrollen voor Ellen Vogel (1922-2015), Senne Rouffaer (1925-2006) en Dora van der Groen (1927-2015).

Een mysterieuze heer

Onderwijzer Henri-Pierre Faffin had het verhaal opgetekend uit de mond van muziekleraar Octave Micha, die het op zijn beurt weer van zijn neef Alex Micha had vernomen, kort voordat die in 1919 stierf. Alex was halverwege de negentiende eeuw opgegroeid in het gehucht Pont, toen daar bij rentmeester Deschamps een nogal mysterieuze heer kwam inwonen die opvallend elegant gekleed ging. Deze Monsieur Hawarden vatte al snel interesse op voor de kleine Alex en maakte lange wandelingen met hem door de bossen, langs het riviertje Amblève en naar het stadje Malmedy. Maar vaak kwam hij ook dagenlang het huis niet uit omdat zijn gezondheidstoestand dat niet toeliet.

Met kaplaarzen, een chique lange jas, een hoge hoed en een dure sigaar in de mond was het in deze plattelandsstad een vreemde verschijning, die zich desondanks een enkele keer onder de bevolking mengde. Hij woonde toen een dorpsfeest bij en danste bij die gelegenheid zelfs met enkele jongedames, hoewel ook daarna de afstand tot de inwoners bleef bestaan. Gezien zijn deftige voorkomen paste hij veel beter bij het mondaine Spa, vijftien kilometer verderop, maar tijdens zijn bezoek aan dit kuuroord voelde hij zich ook daar niet thuis, zo schreef De Pillecyn.

De lezer begint dan al een idee te krijgen van wat de hoofdpersoon verborgen probeert te houden. ‘Kaplaarzen die slanke benen vormloos maken’, ‘een fijn, edel hoofd met tengere lijnen’, ‘hij is als een amazone’ en ‘zeer zacht zingt Monsieur Hawarden, als met een diepe vrouwenstem’. En als deze zich ’s nachts achter gesloten deuren terugtrekt en een koffer met vrouwenkleding opent laat De Pillecyn niets meer aan duidelijkheid te wensen over:

En weldra glijden de kleren over haar schouder, over de gebogen lijn van haar heupen.

De mensen uit Pont en omgeving moeten nog wachten tot na haar overlijden aan tuberculose in 1863. Dan lezen ze op de grafsteen in het naburige Ligneuville dat vijftien jaar lang een zekere Meliora Gillibrand in hun dorp heeft gewoond.

Ligneuville
Ligneuville (CC BY-SA 4.0 – Paul Hermans – wiki)

George Sand

Ze bleek in 1806 als Mary Gillibrand te zijn geboren in het Engelse graafschap Cheshire binnen een katholiek gezin. Op haar tiende emigreerden haar ouders naar Frankrijk en brachten haar daar als Meliora Gillibrand onder in een Augustinessenklooster met kostschool, omdat ze thuis onhandelbaar was. Vooral haar jongensachtige gedrag werd als problematisch ervaren en moest haar door de nonnen afgeleerd worden. Maar het was juist op dit internaat dat die gevoelens nog eens versterkt werden door haar omgang met Aurore Dupin, die later bekend zou worden als schrijfster en feministe George Sand (1804-1876). Die herinnerde haar later in Histoire de ma vie als ‘Mary G.’ en dan vooral haar temperament, viriliteit en intelligentie die Gillibrand meer het voorkomen van een man dan van een vrouw gaven.

Later zou ze verwikkeld zijn geraakt in een liefdesdrama, waarin haar verloofde werd gedood door een rivaal, die op zijn beurt weer door Gillibrand zou zijn omgebracht. Om aan vervolging door justitie te ontkomen nam ze de vlucht en vestigde zich in Pont als Arthur Hawarden, wat de achternaam van haar Engelse halfbroers was. Het was dit motief dat spanning verleende aan de speelfilm, maar door critici als speculatief werd afgedaan. De Pillecyn laat dit in zijn novelle achterwege en wekt de indruk dat zijn hoofdpersoon enkel was uitgeweken naar het afgelegen Pont om er ongestoord als man door het leven te kunnen gaan.

Collaboratie

Naast Monsieur Hawarden deed Filip de Pillecyn tijdens zijn verblijf ook nog inspiratie op voor de roman Hans van Malmedy. Uiteindelijk liet hij een rijk oeuvre na, bestaande uit een aantal romans, novelles, biografieën, essays, toneelvoorstellingen, brochures en één dichtbundel. Dit rijke schrijverschap werd echter overschaduwd door zijn houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd toen lid van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), hield lezingen in Duitsland en trad toe tot de Vlaamse Cultuurraad, waar hij samen met Jef van de Wiele (1903-1979) – tevens voorman van de Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaf (DeVlag) – leiding aan ging geven. Vanaf 1941 bekleedde hij bovendien het directeurschap van middelbaar onderwijs.

Zicht op Malmedy
Zicht op Malmedy, , gelegen tussen de heuvels van de Ardennen (CC BY-SA 3.0 – CathLegrand – wiki)

Na de bevrijding in 1944 werd hem dit alles zwaar aangerekend en belandde hij in het interneringskamp van Lokeren op beschuldiging van collaboratie. In 1947 werd hij daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar, waarvan hij er uiteindelijk maar vijf zou uitzitten. Het belette hem niet om ook tijdens deze jaren van hechtenis een roman te schrijven die geldt als een van zijn meesterwerken: Mensen achter de dijk. Hierin baseerde hij zich op jeugdherinneringen in zijn geboortedorp Hamme aan de Schelde en de armoede die daar heerste. Net als veel andere Flaminganten waren het zijn frontervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog die de Vlaams-Nationalistische gevoelens bij hem aanwakkerden.

Via Nederland, Engeland en Frankrijk belandde hij in 1915 als oorlogsvrijwilliger aan het IJzerfront en diende daar als wielrijder bij de artillerie. Vanwege de wantoestanden die hij er aantrof publiceerde hij al in 1917 een pamflet Vlaanderens dagenraad aan de IJzer om tot een bestuurlijke herinrichting van België te komen. Zoals veel politieke verwanten, waaronder auteurs als Felix Timmermans (1886-1947) en Ernest Claes (1885-1968), liet hij zich daardoor tijdens de Tweede Wereldoorlog verleiden om intensief samen te werken met de bezetter om dit doel te verwezenlijken.

Heruitgave van Monsieur Hawarden
Heruitgave van ‘Monsieur Hawarden’
Ook in de Oostkantons vond op relatief grote schaal collaboratie plaats, aangezien de bewoners zich in twintig jaar tijd nog allerminst Belg waren gaan voelen en de propaganda van nazi-Duitsland daarom gemakkelijk vat op hen kon krijgen. Daarbij moet wel aangetekend worden dat het grote aantal mannen dat voor de vijand vocht verbonden was met de dienstplicht waaraan zij onderworpen waren, omdat ze nog altijd beschouwd werden als Duitsers. Wat Malmedy betreft zijn de moordpartijen die SS-soldaten tussen 17 en 20 december 1944 aanrichtten onder bijna honderd Amerikaanse militairen het ijkpunt geworden van deze donkere periode.

Net als elders in de Belgische Ardennen bleef de historiebeleving daarna nog decennialang in het teken staan van dit laatste oorlogsjaar, getuige de musea en vele gedenktekens. Na de laatste eeuwwisseling begon men ook het diepere verleden van deze streek bij het publiek onder de aandacht te brengen. Daartoe behoort eveneens het verhaal van Monsieur Hawarden, dat niet los kan worden gezien van het toenemende begrip voor genderkwesties. De heruitgave van het boek van Filip de Pillecyn in 2024 doet hier recht aan.

Lees meer over

BelgiëLiteratuur

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×