In de zomers van de vroege twintigste eeuw was Jan Toorop (1858-1928) steevast in het landelijke Domburg te vinden. Weg van de grote stad en de oprukkende industrialisatie. Bij het horen van de naam Toorop denken kunstliefhebbers wellicht aan deze episode uit zijn carrière. In deze jaren schilderde de sociaal geëngageerde kunstenaar het eenvoudige leven van hardwerkende boeren en struise boerinnen.
In de tentoonstelling Jacoba van Heemskerck x Marie Tak van Poortvliet besteedde het Haagse Kunstmuseum onlangs ook aandacht aan Toorop en bevriende avant-gardisten als Piet Mondriaan en Ferdinand Hart Nibbrig, die eveneens inspiratie vonden in de Zeeuwse badplaats. Gezamenlijk organiseerden zij exposities in een door Toorop ontworpen tentoonstellingsgebouwtje. Tijdens een winterstorm in 1921 werd het zogenoemde ‘kotje’ van Toorop omvergeblazen. In 1994 werd het herbouwd als het Marie Tak van Poortvliet Museum.

Met zijn Zeeuwse- en vroegere symbolistische werken maakte Toorop naam. De tentoonstelling De werelden van Jan Toorop, momenteel te zien in Singer Laren, laat zien dat de kunstenaar vrijwel alle avant-garde stromingen heeft geprobeerd. Er zijn schilderijen te zien in een impressionistische, pointillistische en divisionistische toets, evenals werken in de Art Nouveau of Jugendstil. Wegens deze experimenten is Toorop wel gekarakteriseerd als een kameleon.
In de overzichtstentoonstelling die het Haagse Kunstmuseum in 2016 organiseerde, waren deze uiteenlopende stijlen te zien, maar één aspect bleef onderbelicht. Conservator Suzanne Veldink besteedt in Laren nadrukkelijk aandacht aan deze kant van de kunstenaar.
Indische jongen
Jan Toorop werd op 20 december 1858 op Java geboren. Zijn vader was een Hollander in dienst van de staat der Nederlanden. Zijn moeder was van gemengde afkomst. Jan was in het taalgebruik van die dagen een Indo. Zoals veel kinderen van ambtenaren in het voormalig Nederlands-Indië werd hij als tienjarige voor scholing naar Nederland gestuurd.

Tot nu toe werd Toorop in de kunsthistorische literatuur beschreven als een vernieuwende Nederlandse kunstenaar, maar in zijn vroege zelfportretten komt hij veeleer als een Indische jongen uit de verf. Zijn Aziatische afkomst is decennialang ‘witgewassen’, aldus Veldink. Met begrippen als ‘koloniale migrant’ en ‘man van kleur’ wordt zijn profiel naar hedendaagse criteria geactualiseerd. De tentoonstelling geeft Toorop zijn
…deels Javaanse en Chinese identiteit terug.
Met correspondentie, werk van tijdgenoten en navolgers wordt de historische context geschetst.
Dankzij zijn beminnelijke aard en exotische voorkomen werd Toorop door velen bewonderd, maar in een door ras-denken gedomineerde Nederlandse samenleving hielden verschillende vrienden bepaalde reserves, aldus Veldink. Frederik van Eeden, voor wiens boek Eucharistia. Verbum Pacis Toorop in 1924 de illustraties verzorgde, noteerde in zijn dagboek:
Ik mag hem graag, maar voel eenig ras-verschil in zijn karakter.
Met ruim tachtig schilderijen en tekeningen wordt een nieuw perspectief geboden op de Javaans-Nederlandse avant-gardist.

De beelden spreken voor zich. In zijn Zelfportret met Javaans gewaad uit de vroege tachtiger jaren, beeldde hij zich af tijdens het mandiën, Maleis voor badderen. Naast het portret wordt een antieke doek met soortgelijke gebatikte motieven getoond. De baan met langwerpige driehoeken is samengesteld uit zogeheten Tumpal-motieven. De dragers van magische krachten, waarover Louis Couperus schrijft in De Stille Kracht. In de op deze roman gebaseerde televisieserie uit 1974, waarin Pleuni Touw als echtgenote van de resident overspel pleegt met Willem Nijholt als haar stiefzoon, vinden in het washok beangstigende, door onzichtbare krachten in gang gezette gebeurtenissen plaats.

De vernieuwde kijk op Toorop is in samenwerking met Museum Sophiahof tot stand gekomen. Deze Haagse instelling bewaart en bestudeert de culturele en historische erfenis van Nederlands-Indië. De kennis over de voormalige kolonie en de Indische Nederlanders die naar Holland kwamen begint te vervagen. Na zeventig jaar hebben deze verhalen plaats gemaakt voor die van nieuwe immigranten. De ooit populaire Indische romans van Hella Haasse (Oeroeg) en Yvonne Keuls (Indische tantes) en de humoristische sketches van Wieteke van Dordt als Tante Lien zijn inmiddels niet meer van deze tijd.
Artistieke omnivoor
In de kleurrijke expositie verandert Toorop van ongrijpbare kameleon in een veelzijdige artistieke omnivoor. Naast de al genoemde invloeden vond hij inspiratie bij Paul Gauguin en James McNeil Whistler. In Londen zag Toorop Whistlers als Symphonies in White aangeduide vrouwenportretten. Daarop geïnspireerd ontstond in 1885 het portret van zijn in het wit geklede verloofde Annie Hall, met wie Toorop in 1886 zou trouwen. Deze stijl sprak ook collega Menso Kamerlingh Onnes aan, die zijn zuster Jenny eveneens portretteerde in het wit. Net als Toorop modelleerde hij de japon in robuuste met het paletmes aangebrachte streken.

Voor de beeldvullende weergave van de woelige baren die Toorop in navolging van Hendrik Willem Mesdag en James Ensor schilderde, nam hij het paletmes eveneens ter hand.
Geïnspireerd door tijdgenoten ontwikkelde Toorop een eigen unieke beeldtaal, waarin Europese- en Javaanse elementen samenkomen. De in Laren gepresenteerde historische context zorgt voor een beter begrip van Toorop in de rol van vernieuwer. Als een netwerker avant-la-lettre onderhield Toorop vriendschappelijke contacten met tal van tijdgenoten.

In de chronologisch ingedeelde zalen ontmoeten bezoekers de schrijver Arthur van Schendel en collega-schilder William De Gouve Nunques, die beide door Toorop geportretteerd werden. Vrienden uit latere periodes zijn eveneens vertegenwoordigd: Floris Verster, Jan Veth, Thorn Prikker, Piet Mondriaan, Leo Gestel, Jan Verkade en Jan Sluijters. Ook Toorops dochter Charley heeft met een zelfportret een plek gekregen. Geflankeerd door haar zoon Edgar Fernhout en haar vader kijkt zij de beschouwer vastberaden aan. Het door haar geschilderde busteportret dat Johan Rädecker van Jan Toorop maakte is in dezelfde zaal te zien.

Religieus bevlogen kunstenaar
Tenslotte wordt een belangrijk aspect van Toorops persoonlijke leven belicht. In 1905 gaan Jan en Charley in navolging van Annie, over tot het rooms-katholieke geloof. De zevenenveertigjarige Toorop zocht kennelijk houvast in tijden van afnemende gezondheid en toenemende huwelijksproblemen. Gedreven door ‘altijd een onzichtbare engel die mij voortstuurt’ legt Toorop zich toe op religieus werk, waarin hij zijn missie letterlijk en figuurlijk rechtlijnig evoceert, zoals in De Pelgrim uit Museum Catharijneconvent.
In deze levensfase was Toorop bevriend met de veel jongere streng katholieke dichteres Miek Janssen, in wie hij een geestverwant vond. Zij inspireerde hem tot het vervaardigen van veertien kuiswegstaties voor de St. Bernulphuskerk in Oosterbeek. De tussen 1916-1918 vervaardigde reeks is in zijn geheel in de Van den Brink Galerij te zien.

Het portret dat Toorop van zijn muze tekende en haar publicatie over zijn kruiswegstaties worden hier getoond. Wanneer Toorop ten gevolge van een vergevorderde staat van syfilis in een rolstoel belandt, is Miek zijn steun en toeverlaat. Bij het zien van de welhaast psychedelisch aandoende, grijpende figuren in Toorops symbolistische Oh, Grave where is thy victory rijst de vraag of deze beangstigende beelden slechts gebaseerd zijn op een ongebreidelde fantasie of het gevolg zijn van neurosyfilis waarin de patiënt wordt geplaagd door hallucinaties en paranoia.

In de zaal met stemmige, monotoon getinte religieuze werken lijken enkele vrolijk gekleurde Zeeuwse doeken uit de toon te vallen. Schijn bedriegt. Via de markante kop van een Zeeuwse boer, geplaatst voor de façade van een gotische kerk met Bijbelse scènes, wordt de relatie duidelijk. In Domburg raakte Toorop gefascineerd door de vroomheid van de Zeeuwen.

Met de prominent in beeld gebracht werkhanden van de Rustende boer en de ogenschijnlijk idyllische in divisionistische toets geschilderde Appelplukkers brengt Toorop de door hem geïdealiseerde Christen-arbeid in beeld. Van hun godsdienstige levenshouding en de werken hunner handen plukken zij de vruchten.
De expositie besluit met een aantal kleurrijke, luministische werken die Toorop en tijdgenoten rond 1910 schilderden. Ze werden eerst in Domburg en later bij de Moderne Kunstkring in Amsterdam getoond. Een Zonsopgang van Jan Sluijters en een Herfstboom van Leo Gestel, waar de kleuren van afspatten. Bijzonder is Toorops in expressionistische stijl geschilderde beeltenis van prof. dr. J.H. Schrörs. Zijn krachtige karakter lijkt goed getroffen, maar de hooggeleerde Schrörs dacht er zelf anders over. Met Piet Mondriaans geabstraheerde impressie van Zee na zonsondergang uit 1909 ving in Domburg een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse kunstgeschiedenis aan. Dit verhaal wordt vervolgd in de aan Mondriaan gewijde zalen van het Haagse Kunstmuseum.
Van Abbemuseum en Eindhoven Museum kopen werken Jan Toorop
Keith Haring (1958-1990) – Amerikaans kunstenaar
Geel, een Kempens dorp, zot van geesteszieken
Katsushika Hokusai – Grootser dan zijn Grote golf