No Kings! – Waarom Amerikanen niet van koningen houden

10 minuten leestijd
Koning George III
De jonge Britse koning George III werd aanvankelijk ontzien door de protesterende kolonisten, maar Thomas Paine schilderde hem af als een ware tiran. Portret door Allan Ramsy (circa 1765)

Het autoritaire optreden van Donald Trump wekt bij veel mensen weerzin. Volgens tegenstanders in de Verenigde Staten gedraagt hij zich niet als een president, maar als een koning. Onder het motto ‘No kings!’ gingen ze de straat op. Want van koningen moeten de meeste Amerikanen sinds hun strijd voor onafhankelijkheid van de Britse monarchie weinig hebben.

No taxation without representation

In 1763 stond het Britse rijk er na afloop van de Zevenjarige Oorlog niet best voor. Het had de grote concurrent Frankrijk verslagen, maar door de jarenlange oorlogsinspanning was de bodem van de schatkist in zicht. Ook kostte het beheer van de uitgestrekte voormalige Franse bezittingen in Noord-Amerika, bij de Vrede van Parijs toegewezen aan Groot-Brittannië, handen vol geld. Premier Grenville bedacht daarom dat de dertien Britse kolonies aan de Amerikaanse oostkust voortaan zelf de kosten van hun verdediging moesten dragen. Opeenvolgende regeringen legden met instemming van het Britse Lagerhuis de kolonisten belastingen op om de staatskas te spekken.

No Kings Logo
‘No Kings’ – het protestlogo waarmee Amerikanen in 2025 waarschuwen tegen autoritarisme, in de traditie van het achttiende-eeuwse verzet tegen koninklijke macht.
Tegen deze belastingen, vastgelegd in wetten als de Stamp Act van 1765 en de Townshend Acts van 1767, rees veel verzet. Omdat het Britse parlement moest instemmen met alle belastingen, maar zij er niet in waren vertegenwoordigd, vonden de kolonisten dat de regering hen niet tot betaling kon dwingen. ‘No taxation without representation’, luidde hun argument. Vanwege de weerstand van de Amerikanen moest de regering zowel bij de Stamp Act als de Townshend Acts terugkrabbelen. De kolonisten kregen hun zin en de wetten werden ingetrokken. Maar met de Tea Act van 1773 liep het anders.

Die wet gaf de East India Company (de Engelse tegenhanger van de VOC) toestemming belastingvrij thee in te voeren in de Amerikaanse kolonies. Amerikaanse kooplui, die vaak veel verdienden aan de smokkel van de populaire drank, vreesden verlies van inkomsten. Voor de kolonisten vormde de maatregel het zoveelste bewijs dat het verre Londen de belangen van het moederland boven hun eigen belangen liet gaan. Om uiting te geven aan hun ongenoegen klom op 16 december 1773 een groep mannen aan boord van een Engels schip dat lag aangemeerd in de haven van Boston en kieperde de thee waarmee het was beladen overboord.

Boston Tea Party
The Boston Tea Party in 1773 zette een reeks gebeurtenissen in gang die zouden leiden tot de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Ets uit The History of North America door William Cooper (1799)

Na deze Boston Tea Party reageerde de Britse regering anders dan verwacht. Dit keer gaf zij niet toe. De Britse marine kreeg opdracht de haven van Boston te blokkeren. Massachusetts, de kolonie waarin de stad lag, werd onder militair gezag gesteld. Maar Londen had niet gerekend op de steun die de andere Amerikaanse kolonies Massachusetts zouden leveren. Vertegenwoordigers van twaalf van de dertien kolonies kwamen in Philadelphia bijeen tijdens het Eerste Continentale Congres. Uit solidariteit met Massachusetts besloten de afgevaardigden alle handel met het Verenigd Koninkrijk stil te leggen. De regering reageerde door meer troepen naar Amerika te sturen, maar dat wakkerde het verzet alleen maar aan.

Tijdens eerdere periodes van protest hadden boze kolonisten al belastingambtenaren gemolesteerd en huizen van vertegenwoordigers van het Britse bestuur geplunderd. Soms ook waren er straatgevechten uitgebroken tussen woedende menigten en ingekwartierde soldaten, de gehate ‘roodjassen’. In 1770 hadden die bij zo’n confrontatie in Boston zelfs vijf burgers doodgeschoten. Nu in 1774 was de situatie nog explosiever. Het was wachten tot regeringstroepen slaags zouden raken met de burgermilities van de kolonisten, ooit opgericht om in de kolonies de orde te handhaven. In april 1775 vond bij Lexington en Concord het eerste gewapende treffen plaats, waarna de oorlog een feit was. Het Eerste Continentale Congres stelde George Washington, een veteraan uit de Zevenjarige Oorlog, aan als opperbevelhebber met de opdracht de milities om te vormen tot een geregeld leger.

Radicalisering

In het begin van de oorlog vochten Washington en zijn mannen niet voor onafhankelijkheid. Het doel was intrekking van de dwangwetten die Londen na de Boston Tea Party aan de kolonisten had opgelegd en een eind aan de in hun ogen onwettige belastingpolitiek. Een eindeloze stroom pamfletten, krantenartikelen, ingezonden brieven, gedichten en liedjes zette dit standpunt uiteen.

Aanvankelijk bedienden de opstandige kolonisten zich van vrij gematigde, traditionele argumenten. Het verzet tegen de belastingwetten in de jaren 1763-1773 had zich beroepen op oude vrijheden en privileges, erkend in de charters die de Britse kroon aan de kolonies had verleend. Ook bleef de Engelse koning grotendeels buiten schot. De schuld van alle ellende werd in de schoenen geschoven van kwaadwillende ministers, die de jonge George III een rad voor de ogen draaiden.

Natuurlijke rechten

Na 1773 verhardden de standpunten zich. Er vond een radicalisering plaats waarbij de nadruk verschoof van voorrechten en charters naar ‘natuurlijke rechten’: rechten die ieder mens vanaf zijn geboorte bezit, ook al heeft de overheid die niet expliciet gegarandeerd in wetten – dus zaken als het recht op leven, vrijheid en eigendom. Het beroep op universeel geldende ongeschreven wetten, nauw verbonden met de Verlichting, in het bijzonder de Engelse filosoof John Locke, verdrong in het politieke discours de verwijzing naar traditie, oude privileges en door de koning als gunst verleende vrijheden.

Thomas Jefferson
Thomas Jefferson, auteur van Summary View of the Rights of British America en voorzitter van de commissie die de Onafhankelijkheidsverklaring opstelde. Schilderij door Rembrandt Peale (1800).
In het verzoekschrift dat Thomas Jefferson onder de titel Summary View of the Rights of British America (Een beknopte beschouwing over de rechten van Brits Amerika) in 1774 namens het Eerste Continentale Congres aan George III richtte, is de nieuwe trend goed hoorbaar. De plantagehouder uit het zuidelijke Virginia stelde dat de kolonisten zonder hulp van de Britse overheid het nieuwe land met hun eigen bloed, zweet en tranen hadden verworven en in cultuur gebracht. Voorbijgaand aan de rechten van native Americans en de bijdrage van de zwarte slaven die op zijn plantages werkten, genoten de kolonisten volgens Jefferson daarom dezelfde natuurlijke rechten als de Britten. Om die reden was het Britse parlement niet alleen niet bevoegd de Amerikanen belastingen op te leggen; het had zelfs geen enkel gezag over hen. Wat overbleef was een personele unie: het enige wat de Amerikanen met Groot-Brittannië verbond, was het gemeenschappelijke staatshoofd, de koning, tot wie Jefferson zich, eerder plichtmatig dan gemeend, ‘nederig’ richtte.

Ook dit standpunt bleek algauw achterhaald. In de alsmaar voortwoedende oorlog vielen aan beide zijden slachtoffers. Toen Thomas Paine negen maanden na het uitbreken van de gewapende strijd zijn pamflet Common Sense publiceerde, was er zoveel bloed vergoten dat een personele unie met Groot-Brittannië onder George III voor ieder weldenkend mens een gepasseerd station was.

Paine had op dat moment in zijn geboorteland Engeland twee huwelijken en een loopbaan van twaalf ambachten, dertien ongelukken achter de rug. Zijn eerste vrouw was jong gestorven, zijn tweede huwelijk liep stuk op zijn drankzucht. Om de kost te verdienen had hij het geprobeerd als corsettenmaker, zeeman, winkelier, belastinginner en schoolmeester. Om aan zijn schulden te ontkomen waagde hij in 1774 de overtocht naar Amerika. In zijn nieuwe vaderland ontpopte Paine zich als een begenadigd journalist en auteur, met radicale ideeën.

Thomas Paine, portret door Laurent Dabos (ca. 1792)
Thomas Paine, geschilderd door Laurent Dabos in 1792. Paine verbleef op dat moment in Frankrijk, waar hij actief betrokken raakte bij de revolutie in dat land.
In Common Sense zette hij zijn standpunt uiteen over het steeds verder escalerende conflict met het moederland, waarbij hij de Britse monarchie wegzette als een tiranniek bewind. Het sloeg in als een bom. Zoals de titel al suggereert, ontleende Paine zijn argumenten niet aan geleerde politieke theorieën, maar aan wat hijzelf ‘gezond verstand’ noemde. Door zijn onopgesmukte, directe schrijfstijl sprak hij een groot publiek aan. Meteen al in 1776 verscheen herdruk na herdruk van het pamflet.

Paine maakte eerst korte metten met de Britse constitutie, waar de eilandbewoners zelf zo hoog van opgaven. Dat staatsbestel had de verlichte jurist Montesquieu nog niet eens zo lang geleden geïnspireerd tot zijn theorie van de Trias politica, die de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht van elkaar scheidt. Volgens Paine echter was het een door en door corrupt systeem. Daarin had hij geen ongelijk: sinds jaar en dag wisten Engelse koningen het parlement naar hun hand te zetten door loyale parlementsleden te belonen met lucratieve baantjes, toelagen en andere gunsten. Zo creëerden ze in het Lagerhuis een blok dat de plannen van de door hen aangestelde ministers steunde. Paine concludeerde dat de hele bestuurlijke machinerie werd aangedreven door de kroon. De zo bejubelde combinatie van monarchie (koning), aristocratie (Lords in het Hogerhuis) en democratie (Commons in het Lagerhuis) was een farce. In Groot-Brittannië was evengoed als in het absoluut geregeerde Frankrijk de wil van de koning wet. Alleen werd de koninklijke wil verpakt als parlementair besluit.

Volgens Paine was de Britse monarchie tiranniek. Laatdunkend herinnerde hij zijn lezers eraan dat de Engelse koningen afstamden van Willem de Veroveraar, een Franse bastaard, die zich met een troep gewapende bandieten meester had gemaakt van de Engelse troon. Maar daar bleef het niet bij. De auteur van Common Sense verwierp het koningschap in het algemeen, als instituut, waar of wanneer dan ook. Het was de hoogmoed van koningen die alle oorlogen en andere ellende in de wereld teweegbracht.

Zich afvragend hoe het zover had kunnen komen dat er ergens in het verleden een klasse was ontstaan die zo hoog boven de rest van de mensheid uitstak dat het wel een aparte diersoort leek, stelde hij vast dat het onderscheid tussen koningen en onderdanen niet alleen in strijd was met de natuur, maar ook met de Bijbel. In het Oude Testament staat te lezen dat het tegen Gods wil was geweest dat het joodse volk van de profeet Samuel een koning had geëist. De eerbied die aan koningen wordt bewezen is immers een vorm van afgoderij. Dat terwijl een koning in de vroegste tijden niet meer was geweest dan de ‘grootste schurk’ van een bende plunderaars, die zijn zwakkere medemensen had gedwongen tot het betalen van beschermgeld.

Tarring and Feathering
Op deze aan Philip Dawe toegeschreven prent dwingen opstandige kolonisten bij wijze van accijnsbetaling een met pek en veren ingesmeerde Britse belastingambtenaar thee te drinken.

Het was een nog grotere misstap geweest het koningschap erfelijk te maken. Wat voor iemand er op de troon komt, hangt af van het toeval. De kans op miskleunen is levensgroot: vaak zit men opgescheept met een ezel in plaats van een leeuw. Maar afgezien daarvan, koningskinderen leven vanaf hun geboorte in een wereld die zo weinig lijkt op die van andere mensen, dat ze geen idee hebben wat er werkelijk speelt. Om die reden zijn juist zij per definitie niet geschikt om enige bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen.

Wat betreft het conflict tussen de Britse monarchie en de Amerikanen: iedereen die nog hoopte op herstel van de banden met het moederland droomde volgens Paine. Alle petities aan de koning waren aan dovemansoren gericht geweest. Ze hadden enkel bewezen dat niets de ijdelheid van koningen zo vleit als het indienen van smeekbeden. George III had zich onvermurwbaar getoond en was zelfs overgaan tot het gebruik van geweld. Vanaf dat moment was verzoening onmogelijk geworden. Bovendien hadden de Amerikanen de Britten helemaal niet nodig. Ze waren goed in staat zichzelf te bedruipen. Zonder de knellende banden met het moederland waren ze juist beter af. Paine pleitte daarom voor een volledige breuk en de stichting van een onafhankelijke republiek.

De macht van de president

Common Sense schreeuwt het van de daken: No Kings! Het pamflet maakte de geesten rijp voor onafhankelijkheid. Een half jaar later werd die echt uitgeroepen. De Onafhankelijkheidsverklaring die het Congres op 4 juli 1776 aannam, stelt net zoals Thomas Paine de tirannie van de Engelse koning en de vervallen staat van het Britse politieke systeem aan de kaak:

De geschiedenis van de huidige koning van Groot-Brittannië is er een van herhaalde rechtsschending en machtsoverschrijding, die tot doel heeft over deze staten [de voormalige Amerikaanse kolonies] een absolute tirannie te vestigen. (…) We hebben niet nagelaten ons tot onze Britse broeders te richten. We hebben hen er regelmatig op gewezen dat hun wetgevende macht [het parlement] probeerde een onrechtmatige rechtsbevoegdheid over ons uit te oefenen. (…) Ook zij bleven doof voor de stem van rechtvaardigheid en bloedverwantschap.

Maar anders dan in Paines pamflet wordt de monarchie als instituut in de Onafhankelijkheidsverklaring niet veroordeeld. Thomas Jefferson, voorzitter van de commissie die de verklaring opstelde, was minder radicaal dan Paine, maar bovenal moest hij voorzichtig te werk gaan. Hij had rekening te houden met de vaak sterk uiteenlopende belangen en opvattingen van alle witte Amerikanen. Nog meer mocht hij monarchieën als Frankrijk en Spanje niet voor het hoofd stoten. Het was nu juist de bedoeling dat die landen de Amerikanen tegen de Britten zouden steunen, als ze eenmaal onafhankelijk waren.

Donald Trump als koning
AI-gegenereerde afbeelding van Donald Trump als koning, in februari 2025 gedeeld door het officiële Witte Huis-account op X, tijdens zijn tweede presidentschap.
Toch was het ontbreken van een algemene veroordeling van de monarchie een teken aan de wand. Thomas Paine liet in Common sense en andere publicaties zijn gedachten ook gaan over de manier waarop het onafhankelijke Amerika zou moeten worden bestuurd. Met enige aarzeling koos hij voor een sterk federaal gezag, maar met beperkte bevoegdheden voor het staatshoofd. De meeste macht moest in zijn ogen liggen bij de vertegenwoordigers van het volk.

In de grondwet die in 1789 na eindeloze debatten in werking trad, klinkt de stem van het gematigde, behoudende deel van Amerika veel luider door. Een systeem van checks and balances moet de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in evenwicht houden om te voorkomen dat één instelling – president, Congres of Hooggerechtshof – te veel macht naar zich toetrekt. Maar tijdgenoten viel het al op dat de grondwet, ondanks alle voorzorgen, de president wel heel veel macht geeft.

Hij gaat over de buitenlandse politiek, is opperbevelhebber van de strijdkrachten, kan decreten uitvaardigen, gratie verlenen en door het Congres aangenomen wetten vetoën. Hij stelt zelf zijn ministersploeg samen en benoemt ambassadeurs, consuls en leden van het Hooggerechtshof. Als hij zijn eigen partij onder de duim heeft – zoals ooit de Britse koning zijn machtsblok in het parlement – en die partij ook nog eens de meerderheid heeft in het Congres, kan een president met een beroep op de wil van het volk dat hem heeft gekozen alle checks en balances omzeilen. Als hij megalomane trekken heeft, zal hij dan inderdaad de koning spelen. Met alle gevolgen van dien.

Verder lezen / Leestips:
– Edward Countryman, The American Revolution (herziene editie 2003).
– Jan van Oudheusden, Amerika. Een kleine geschiedenis (2016).
– Thomas Paine, Gezond verstand (2014).
×