Ten tijde van het Abbasidische kalifaat (750-1258) nemen Arabische geleerden de vertaling ter hand van geschriften van de grote Griekse filosofen, wier werk door de islamieten wordt verfijnd en uitgebreid. Vanuit de islamitische theologie ondervinden zij geen enkele belemmering. De door hen geproduceerde geschriften vinden hun weg naar de in het kosmopolitische Bagdad verrezen bibliotheek, het Huis der Wijsheid, en de bibliotheken van het Iberische al-Andalus.
Achtergrond
Slechts enkele decennia na de dood van de Profeet Mohammed veroveren de Arabieren grote delen van West-Azië en Noord-Afrika, territoria die lang in handen zijn geweest van de Romeinen en Byzantijnen. In het oosten weten de moslims het oude Sassanidische Rijk op de knieën te krijgen. Door al die gebieden te incorporeren in hun rijk, wordt een lang bestaande scheidslijn tussen oost en west doorbroken. Met als gevolg dat de sluis wordt opengezet voor economische en culturele uitwisseling tussen Egypte en de Vruchtbare sikkel in het westen en Perzië en India in het oosten. Handel bloeit op en landbouwtechnieken vinden hun weg vanuit oost en west naar het nieuwe islamitische rijk wat een ware agrarische revolutie ontketent die de welvaart en de culturele ontwikkeling opstuwt. Voor de uitwisseling van kennis is de introductie van de technologie van papierfabricage, naar verluidt via Chinese krijgsgevangen, van enorm belang.

Er bestaat een anekdotisch verhaal over Leo de Mathematicus (of de Filosoof) die een enorme indruk zou hebben gemaakt op kalief al-Mamun, waarop deze Leo een riant aanbod doet om bij hem in dienst te komen. De Byzantijnse keizer Theofilus overtroeft de Arabier echter en biedt Leo een post als docent aan in Constantinopel. Dit verhaal doet vermoeden dat er sprake zou zijn geweest van wetenschappelijke input vanuit Byzantium richting het Abbasidische rijk of minstens uitwisseling zou hebben plaatsgevonden1, maar dat is niet erg waarschijnlijk. Hooguit werden boeken die de Byzantijnen eeuwenlang hadden bewaard, op verzoek van de kaliefs naar Bagdad overgebracht om te worden vertaald en bestudeerd.2 En zelfs al waren er in Byzantium geleerden, de Arabieren hadden geen reden een beroep op hen te doen: zij beschikten zelf over een briljant gezelschap van wetenschappers.3

Vermeldenswaardig zijn ook de in de achtste eeuw levende wetenschappers Theophilus van Edessa en Stefanus de Filosoof, die vanwege hun talenkennis goed bekend zijn met Griekse, Syrische en zelfs Indiase geschriften. Al deze geleerden zijn meertalig en thuis in hun vakgebied, waardoor zij vrijelijk en zonder vertalingen van hun vakliteratuur met elkaar kunnen communiceren.Mogelijk is dat de reden waarom de vertaalbeweging snel op gang komt zodra zij zich in Bagdad vestigen.5
Het begin van de Abbasidische Vertalersbeweging
Het ontstaan van de Vertalersbeweging wordt in het algemeen gekoppeld aan de regeringsperiode van kalief al-Mansur die na de Abbasidische Revolutie in 750 aan de macht is gekomen, maar er is wel iets aan voorafgegaan. Abu al-Faraj Muhammad ibn Ishaq al-Nadim, kortweg al-Nadim, een geschiedschrijver waarvan we weten dat hij rond 998 overleed, wijst in zijn monumentale compendium van de kennis en literatuur in de tiende eeuw, de Kitab al-Fihrist, op de vertaling die plaatsvond tijdens het bewind van de Omajjaadse kalief Abt al-Malik van de in het Grieks opgestelde zogeheten diwan (de administratie) in het Arabisch. De groeiende behoefte van bureaucraten om zich te bekwamen in technisch-administratieve zaken zette een spiraal van kennisvermeerdering in gang, die latere vertalers onder Abbasidisch bewind in staat stelde de complexe werken van de Griekse meesters te interpreteren.6

Bij hun wetenschappelijke speurtochten vinden de Arabieren geen belemmering vanuit de islamitische theologie. Integendeel, het zijn juist vraagstukken van religieuze aard die de wetenschappelijke ontwikkelingen bevorderen. Zo is er de dagelijkse verplichting van de salaat, de gebeden. In de beginjaren van de islam is het vinden van de qibla, de richting op Mekka, niet zo’n probleem, maar met de groei van het moslimrijk staan gelovigen die op grote afstand wonen van de heilige stad voor de vraag waar die ligt. Op sommige plaatsen moet je knielen in westelijke richting, maar in andere delen van het rijk is een oostwaartse oriëntatie geboden. Vaststelling van de qibla vereist diepgaande kennis van de geometrie van de aarde. Daarnaast is er de heilige Hijri-kalender, een maankalender die niet is gebaseerd op de omloop van de aarde om de zon, maar op die van de maan om de aarde, en die voor religieuze doeleinden – zoals het begin van de Ramadan – een nauwkeurige berekening van de maanopkomst vereist.

Om deze problemen op te kunnen lossen maken de islamitische geleerden dankbaar gebruik van de astronomische kennis die al zo oud is als de wereld. Al sinds mensenheugenis hebben mensen omhooggekeken en zich afgevraagd hoe het uitspansel in elkaar zit en hoe de stand van de sterren het leven op aarde beïnvloedt. De belangstelling voor astrologie en de daarmee samenhangende astronomische waarnemingen ontstond al zo’n vijfduizend jaar gelden in Mesopotamië, zette zich voort in Babylonië, vervolgens in Griekenland en bereikte mede dankzij de Vertalersbeweging de middeleeuwse wereld van de islam. Daar vindt, te beginnen met kalief al-Mansur, die astrologen raadpleegt om de datum te bepalen waarop de bouw van Bagdad moet beginnen, een enorme bloei plaats van deze beweging, die zich overigens geenszins beperkt tot astronomie.
Ten tijde van al-Mansur komt de Bayt al-Hikmah, oftewel het Huis der Wijsheid tot ontwikkeling. Het is een bibliotheek naar Perzisch model, aanvankelijk onderdeel van de paleizen van de kaliefs. Onder al-Mamun groeit zij uit tot een enorm complex in de Bagdadse wijk Al-Rusafa, aan de oever van de Tigris, verbonden met een astronomisch observatorium. Het is een welvoorziene bibliotheek die qua inrichting en het beheer van de talloze boeken niet onder doet voor de bibliotheken zoals wij die kennen. Deze bibliotheek, die model staat voor tal van andere huizen der wijsheid die oprijzen in het islamitische imperium – waaronder die van Córdoba in al-Andalus – is echter geen academisch instituut of een conferentiecentrum voor de ontmoeting van geleerden, zelfs niet ten tijde van al-Mamun.8 Deze zal zeker bijeenkomsten hebben belegd, maar niet in de bibliotheek. Dergelijke sessies belegt de kalief in zijn residentie.9
Hoogtepunten
De Arabische vertalers richten zich op de geschriften van Griekse geleerden als Plato, Aristoteles, Hippocrates, Galenus, Ptolemeus en Euclides. Een van de parels van de Arabische vertaalkunst is die van de Almagest, het dertiendelige meesterwerk van Ptolemeus over de hemelmechanica volgens het geocentrisch wereldbeeld: de aarde staat stil in het centrum van het universum, en alle hemellichamen draaien eromheen.
Het bevat onder meer gedetailleerde modellen voor de zon en maanbeweging, eclipsvoorspellingen, tabellen voor de vijf zichtbare planeten en een stercatalogus, gebaseerd op waarnemingen en oudere Babylonische gegevens. Ook verschaft het inzicht op de manier waarop een bol kan worden geprojecteerd op een tweedimensionaal vlak. De man die dit werk als eerste vertaalt is al-Hajjaj ibn Matar (786-833) en het is Gerard van Cremona die het in de Vertaalschool van Toledo rond 1175 overzet in het Latijn.
Siddhanta
Van grote betekenis is het bezoek in 771 van een Hindoe-delegatie aan Bagdad, die een aantal in het Sanskriet geschreven teksten bij zich heeft.10 Deze teksten staan bekend als de Siddhanta, die deels gebaseerd zou zijn op het werk van Bramahgupta, een Indiase wiskundige en astronoom uit de zevende eeuw die beschouwd wordt als de bedenker van het getal nul, rekenregels ontwierp voor negatieve getallen en een waarde voor pi (π) berekende. De vertaling van dit werk in het Arabisch wordt toegeschreven aan de wiskundige en astronoom Mohammed ibn Ibrahim al-Fazari (?-806), die waarschijnlijk samen met zijn vader Ibrahim ibn Habib al-Fazari werkte – de man die betrokken was bij de bepaling van de datum waarop de bouw van Bagdad moest beginnen.
Al-Jabr

De gebroeders Banu Musa
Opmerkelijk is de steun die de gebroeders Banu Musa leveren aan de Vertalersbeweging. Het zijn Mohammed, Ahmad en al-Hasan, zonen van Musa ibn Shakir, een astroloog uit Merv die bevriend raakt met kalief al-Mamun. Na Musa’s dood neemt de kalief de zorg op zich van de broers die dankzij een goede opleiding schatrijk worden, om zich vervolgens te wijden aan het verzamelen van manuscripten en de sponsoring van vertalers. Zij schrijven een serie verhandelingen over wiskunde, astronomie en techniek waaronder Kitab maʿrifah masahat al-ashkal al-basitah wa-al-kuriyyah (Boek over de kennis van het meten van oppervlakken en bolvormige figuren) een werk dat te vergelijken is met de studies van Archimedes en dat in de twaalfde eeuw vertaald wordt door Gerard van Cremona in het Latijn.

Hunayn ibn Ishaq

Thabit ibn Qurra
Thabit ibn Qurra (836-901), afkomstig uit Harran in het noorden van Mesopotamië waar men de Sabeïsche sterrencultus belijdt, wordt door Mohammed ibn Musa ontdekt en meegenomen naar Bagdad waar hij samenwerkt met Husayn ibn Ishaq. Hij vertaalt en schrijft tal van verhandelingen over wiskunde, natuurkunde, astronomie en geneeskunde. Zijn werk is van grote invloed op de ontwikkeling van de westerse wetenschap. De dertiende-eeuwse Engelse filosoof Roger Bacon beschouwt hem als degene die zijn gelijke niet kent onder de christelijke wetenschappers, maar Thabit was natuurlijk geen christen en zelfs geen moslim-bekeerling. Zijn hele leven lang bleef hij Sabeeër.14
Abu Yusuf Yaqub ibn Ishaq al-Kindi
Abu Yusuf Yaqub ibn Ishaq al-Kindi (ca. 801-873) is zelf geen vertaler, maar staat wel bekend als een commentator en als beschermheer van de Vertaalbeweging. Hij wordt beschouwd al grondlegger van de islamitische filosofie en auteur van de invloedrijke verhandeling Fi hudud al-ashya’ wa-rusumiha (Definities en Beschrijvingen van Dingen), een filosofisch traktaat dat de aard van de werkelijkheid onderzoekt. Al-Kindi is de eerste islamiet die een classificatie maakt van de wetenschappen, kennis die hij beschouwt als een noodzakelijke voorwaarde om filosofie en wetenschap te kunnen bedrijven.

Qusta ibn Luqa
Tot de late generatie van vertalers behoort ook Qusta ibn Luqa (ca. 820-912) afkomstig uit Syrië. Een Grieks-christen, thuis in het Syrisch en Arabisch. Ibn Luqa is een vooraanstaand medicus, maar heeft zich ook bekwaamd in filosofie, logica, exacte wetenschappen en muziek. Belangrijke vertalingen van zijn hand zijn het boek Mechanica, geschreven aan begin van onze jaartelling door Heron van Alexandrië, waarvan het origineel verloren is gegaan, en de Arithmetica van Diophantus van Alexandrië, daterend uit de derde eeuw.
Het einde van de Vertalersbeweging
De Abbasidische Vertalersbeweging floreert ruim twee eeuwen, waarna zij langzaam afkalft, hoewel er in het westen – in al-Andalus – nog een aantal belangrijke vertalingen worden gerealiseerd zoals een nieuwe uitgave van Dioscorides’ Materia Medica door de joodse arts en diplomaat Hasdai ibn Shaprut (ca. 905–965). Hetgeen aangeeft dat de Vertalersbeweging in al-Andalus niet uitsluitend het werk is geweest van Arabieren. De Vertalersbeweging krijgt onder de Abbasidische kaliefs de wind mee, zeker als zij tijdens de regeringsperiode van al-Mamun wordt ingezet ter ondersteuning van de rationalistische stroming binnen de islam van het mutazilisme.
Deze stroming, die in de achtste eeuw in Basra ontstaat, ontkent de opvatting van een eeuwige, ongeschapen Koran en stelt dat de mens een vrije wil bezit en verantwoordelijk is voor zijn daden. De plicht tot onderlinge correctie kan volgens deze leer zelfs leiden tot de plicht van de gewapende opstand.16 Al-Mamun verheft het mutazilisme tot staatsgodsdienst.

In 1258 maakt de Mongoolse heerser Hulegu Khan een gewelddadig einde aan de Abbasidische dynastie. Bagdad wordt veroverd en geplunderd, zij het dat de talloze boeken van het Huis der Wijsheid van de ondergang worden gered door toedoen van Hulego’s vizier, de Perzische astronoom Nasir al-Din al-Tusi, wiens tijdgenoot Muayyad al-Din al-Urdi, afkomstig uit Syrië, een jaar na de val van Bagdad op zijn verzoek begint met de bouw van het het fameuze Maragha-observatorium in de gelijknamige stad. Dit illustreert dat als er een einde komt aan de Abbasidische Vertalersbeweging, de islamieten hun wetenschappelijke arbeid voortzetten. Dat doen zij tot in de zestiende eeuw, een arbeid waarvan het westen tijdens de Renaissance de vruchten plukt.18
2 – Saliba, G., Islamic Science and the Making of the European Renaissance, Massachusetts Institute of Technololy Press, London 2007 p. 7.
3 – Gutas D., Greek Thought, Arabic Culture, Routledge, Oxford 2005 p. 180.
4 – Steele, J. M., A brief Introduction to the Astronomy in the Middle East, Saqi, London 2008 p. 113.
5 – Gutas, op. cit., p. 13-16.
6 – Saliba, op. cit. p. 15-16.
7 – Wiet, G., Baghdad, Metropolis of the Abbasid Caliphate, (Translated by Seymour Feiler), University of Oklahoma Press 1971 p.8.
8 – Adel Abdul-Aziz Algeriani en Mawloud Mohadi, The House of Wisdom (Bayt al-Hikmah) and Its Civilizational Impact on Islamic libraries: A Historical Perspective, Mediterranean Journal of Social Sciences Vol 8 No 5, September 2017.
9 – Gutas, op. cit., p. 59.
10 – Op. cit., p. 113-114.
11 – Hill, D. R., Mathematics and applied sciences, in Young, M. J. L. e.a. ed., Religion, learning and science in the Abbasid period, Cambridge University Press, New York 1990, p. 264-66.
12 – Freely, J., Light from The East, How the Science of Medieval Islam Helped to Shape the Western World, I. B. Taurus Ltd, London 2011 p. 42.
13 – Op. cit., p. 40.
14 – Op. cit., p. 43.
15 – Op. cit., p. 50-51. Zie ook Crosby, A. W., The Measure of Reality, Quantification and Western Society, 1250-1600, Cambridge University Press 1997 p. 183.
16 – Waardenburg, J. (red.), Islam, Norm, ideaal en werkelijkheid, Spectrum, Houten-Antwerpen 2009 p. 153-54.
17 – Goodman, L. E., The translation of Greek into Arabic in Young, op. cit., p. 496. Zie ook Gutas, op. cit. p. 152.
18 – Saliba, op. cit., hst 7.
Arabische invloed op de Wetenschappelijke Revolutie
Boejiden en Seltsjoeken en het verval van het Abbasidische kalifaat (946-1225)
De val van Bagdad in 1258 – Mongolen maakten einde aan Abbasidisch kalifaat
Het Kalifaat van Samarra en het verval van Bagdad (833-946)Serie: Geschiedenis van de islamBlijf op de hoogte van nieuwe artikelen