‘Ontketend Nederland’ – Nederland in politiek retrospectief

3 minuten leestijd
Hofvijver met zicht op het Binnenhof
Hofvijver met zicht op het Binnenhof (CC BY-SA 4.0 - Rahul Shaw - wiki)
Met het boek Ontketend Nederland probeert historicus en journalist Hans Wansink een politieke geschiedenis van Nederland te schetsen, vanaf het revolutiejaar 1966 tot aan de val van het kabinet-Schoof. Het werk volgt vooral de ontwikkelingen in en rond het politieke centrum in Den Haag. Lex Veldhoen las het boek.

Het boek Ontketend Nederland is geschreven vanuit een beperkt perspectief: de politiek – en dan nog uitsluitend vanuit het machtscentrum in Den Haag. Op de achterflap wordt het boek gepresenteerd als ‘een gloednieuwe geschiedenis vanaf het revolutiejaar 1966’, het oprichtingsjaar van D’66. Een ander beginpunt had minstens zo voor de hand gelegen: 1962, het jaar van de eerste happening van Provo, die symbool staat voor de vernieuwende zoektocht naar vrijheid en gelijkheid die Nederland in die jaren kenmerkte. Sfeerbepalend is meteen al de afbeelding op de voorkant van het boek: uitgevoerd in sombere grijstinten met daarboven ‘onze driekleur’ en op de achtergrond een actievoerder, alleen en omhuld door onheilspellende rookwolken, met daaroverheen het woord ‘Ontketend’ in alarmerend rood.

Ontketend Nederland
 
Doordat Wansink vrijwel uitsluitend politieke ontwikkelingen beschrijft, wordt ‘de geschiedenis’ feitelijk in een conservatief keurslijf samengeperst. De grote sociale en maatschappelijke veranderingen in de tweede helft van de vorige eeuw komen daarbij slechts zijdelings aan bod. Dat is opmerkelijk, omdat juist buiten de politiek ingrijpende veranderingen plaatsvonden. Binnen de politiek ontstonden weliswaar nieuwe partijen, maar vernieuwingen bleven vaak steken in bestuurlijke voorstellen zoals de gekozen burgemeester en referenda – plannen die tot op heden niet of nauwelijks zijn gerealiseerd.

De bevlogen activistische bewegingen uit de jaren zestig en zeventig krijgen relatief weinig ruimte. Dat geldt voor groepen als Dolle Mina, Provo, de kraakbeweging, de Kabouters, Greenpeace en de milieubeweging. Deze bewegingen vormden een vernieuwende voorhoede die zich verzette tegen de kleinburgerlijke moraal van het naoorlogse Nederland. Wat wel nadrukkelijk aandacht krijgt, is de opkomst van rechtse populisten als Fortuyn, Wilders en Baudet, evenals de versplintering van het rechtse politieke landschap.

Door de geschiedenis primair vanuit een politiek standpunt te beschrijven, wordt Den Haag impliciet het centrale toneel van de nationale geschiedenis. Regionale ontwikkelingen daarbuiten blijven grotendeels buiten beeld, zoals het ontstaan van Almere, de aanleg van de Marker Wadden of de politieke cultuur van regio’s als Oost-Groningen – ooit een ‘communistisch bolwerk’. Ook de latere, vanuit het platteland opgekomen agrarisch georiënteerde BoerBurgerBeweging wordt slechts terloops aangestipt.

Trekker met protestbord in Den Haag, 1 oktober 2019
Trekker met protestbord in Den Haag, 1 oktober 2019 (CC BY-SA 2.0 – Kees Torn – wiki)

Maatschappelijke veranderingen

In het boek is weinig ruimte voor bredere maatschappelijke veranderingen op sociaal, maatschappelijk, economisch of technologisch gebied. Denk aan technologische innovaties, zoals de opkomst van de computer, AI, de metro, het toegenomen vliegverkeer, ruimtevaart en de elektrische auto. In de kunst ontstonden nieuwe stromingen, van performance en video tot land art en computerkunst, terwijl kunstenaars steeds vaker zijn gaan werken met een groep medewerkers. Daarnaast vonden grote vernieuwingen plaats in de architectuur.

Slechts summier komen eveneens de veranderende arbeidsverhoudingen, emancipatie op de werkvloer, het opkomen en tanen van de vakbonden aan bod, evenals de positie van de vrouw, de snelle secularisatie – opnieuw vooral belicht vanuit de politieke weerslag in Den Haag. Hetzelfde geldt voor veranderingen in het dagelijkse leven, zoals het afbrokkelen van het ‘gezin’ als samenlevingsvorm en de opkomst van nieuwe woonvormen met een streven naar gemeenschappelijkheid op verschillende niveaus, waarin nieuwe sociale verbanden ontstaan en wordt geëxperimenteerd met progressieve beheervormen. Ook latere fenomenen als tiny houses komen niet voor binnen het blikveld van dit boek.

Qua voorbeelden bij gebeurtenissen legt Wansink duidelijk accenten. Zo memoreert hij wel een staking bij Shell op Curaçao vanwege ontslagen, maar niet hoe ernstig vervuild Shell Curaçao heeft achtergelaten. En hij prijst de toespraak van koningin Beatrix bij haar huwelijk, zonder uitgebreid stil te staan bij de achtergrond van de krakersrellen die diezelfde dag plaatsvonden: de acute woningnood.

Ontketend of bevrijd

De titel bevat het negatieve woord ‘ontketend’ terwijl ook een titel als ‘Bevrijd Nederland’ denkbaar was geweest – bevrijd van religie, bekrompen burgerlijk denken, machtsongelijkheid en starre sociale verhoudingen. Daarmee zou er meer erkenning zijn geweest voor de grote maatschappelijke en culturele veranderingen van de jaren zestig en zeventig, en minder voor de latere periode, waarin eerder sprake is van een afname van creatieve vrijheid, verpreutsing en opkomend populisme.

Ontketend Nederland biedt weliswaar een degelijk overzicht van ruim een halve eeuw geschiedenis, maar doet dat vanuit een beperkt politiek perspectief. Het verzandt regelmatig in politieke strubbelingen, details, wetjes en regelingen. Het lijkt daardoor eerder interessant voor mensen die geboeid zijn door de politieke geschiedenis dan voor lezers die het recente verleden vanuit een breder perspectief willen begrijpen.

×