Vanuit het niets
Hoewel er geleidelijk meer bekend is geworden over de oudste geschiedenis van Den Haag (de deftige naam ’s-Gravenhage dook kort na 1600 op), blijft het antwoord op de vraag waarom deze plek werd uitverkoren vooralsnog in nevelen gehuld. De omgeving waarin graaf Floris IV van Holland en Zeeland omstreeks 1230 een hofstede liet verbouwen tot grafelijk verblijf was namelijk niet heel anders dan die van het grafelijke hof in Loosduinen, waar de graaf eerder geregeld logeerde. Misschien gaf de aanwezigheid van een uitgestrekt bos als ideaal jachtgebied de doorslag. Hoe dan ook getuigden de snel volgende uitbreidingen vooral van bestuurlijke ambities.

Het Binnenhof manifesteerde zich steeds meer als machtscentrum. Belangrijk voor het bestuur van het graafschap was de instelling van de Staten van Holland en West-Friesland (1428) en van het Hof van Holland als gewestelijk centrum voor de rechtspraak (1443). Het overkoepelende bestuur van alle 17 provincies kreeg vooral gestalte in de instelling van de Staten-Generaal (1464) en de overkoepelende rechtspraak door de Raad van State (1531).
Het toenemende belang van Den Haag als regionaal en landelijk bestuurscentrum had echter ook een prijs. Er volgde een periode met veel invallen en plunderingen. Ook tijdens de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog (1568- 1648) pakten donkere wolken zich samen boven Den Haag en de regeringsorganen moesten uitwijken naar het door stadsmuren beschermde Delft. In de late zestiende eeuw was de kust weer veilig en verkoos prins Maurits het Binnenhof als bestuurscentrum van de kersverse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De daaropvolgende eeuwen kenmerken zich door een complexe geschiedenis van staatsinrichting en bijbehorende verbouwingen, maar de regering is altijd aan het Binnenhof gebleven. Dat daarin de komende periode vermoedelijk geen verandering komt, blijkt uit de in 2022 gestarte grootscheepse renovatie en uitbreiding.

DNA van Den Haag
In tegenstelling tot veel steden ontstond Den Haag noch aan een rivier, noch aan zee, maar bij een kruispunt van twee belangrijke handelsroutes. Eén daarvan liep op een strandwal parallel aan de kust van Leiden en Wassenaar richting Loosduinen en ’s-Gravenzande, in de binnenstad herkenbaar als het tracé Westeinde-Dagelijkse Groenmarkt-Buitenhof-Binnenhof. De andere liep haaks daarop van het vissersgehucht Scheveningen naar Rijswijk, Voorburg en Delft, in de binnenstad herkenbaar als het tracé Noordeinde-Hoogstraat-Venestraat-Wagenstraat (destijds Zuideinde). Bij dit kruispunt vormde zich het gehucht Die Haghe. De aanleiding was de bouw van het nabij gelegen grafelijk huis, op de strandwal. De dorpelingen verkochten voedsel aan de grafelijke familie, zoals groente, vlees en melk. De dienstverlening werd in de loop van de veertiende eeuw uitgebreid met ambachtelijk werk en goederenvervoer.
Hof en dorp raakten vanaf het begin onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar kenmerkten zich later ook door tegenstellingen. Zo ontstond bijvoorbeeld een drievoudig bestuur: een lokaal bestuur (de Magistraat), een gewestelijk bestuur (de Staten van Holland en het Hof van Holland) en een landsbestuur (de Staten Generaal en de Raad van State). Dat leeft nog altijd voort in de huidige stad, met binnen een straal van één kilometer het stadhuis, het provinciehuis en de regeringsgebouwen rond het Binnenhof.
De Magistraat is de verzamelnaam voor de baljuw en de zeven schepenen (burgemeester en wethouders), die door de achtereenvolgende graven werden aangesteld. De dorpelingen mochten wel zelf rechtspreken. Dat deden de schepenen onder leiding van de baljuw, in een ruimte in het raadhuis die de Vierschaar werd genoemd. In historisch perspectief waren het gewestelijk bestuur en het landsbestuur echter altijd de bovenliggende partijen, wat consequenties had voor de ruimtelijke ontwikkeling van Die Haghe. Het leidde bijvoorbeeld tot de vorming van een buurt voor edellieden en patriciërs tegenover het Binnenhof, die zowel fysiek als mentaal nauwelijks binding had met het dorp. De toenmalige sfeerverschillen zijn nog voelbaar in de huidige stad. Over deze elitebuurt had de Magistraat niets te vertellen, maar het Hof van Holland en de Rekenkamer hadden wél zeggenschap over de wetgeving en financiën in het dorp.

De sociaal-ruimtelijke scheiding voert deels terug op het contrast in de Haagse bodem van zand en veen. Deze scheiding was er echter niet vanaf het eerste uur, want tot in de veertiende eeuw lag alle bebouwing van het dorp en het hof op de strandwal. Daarna dijde Die Haghe uit langs de oude handelsroutes in het veen: aan de zuidoostkant langs de Trekvliet en het zandpad naar Rijswijk en Delft, aan de noordwestkant langs het Noordeinde door een venig gebied in de richting van Scheveningen.
Nadat het dorp zich als stadje manifesteerde gaven de notabelen (de Hagenaars) na 1600 in toenemende mate de voorkeur aan het wonen en werken op het zand, terwijl op de veengronden aan de zuidoostelijke zijde van de strandwal de buurten voor ambachtslieden (de Hagenezen) werden gebouwd. Er ontstond een contrast in stadsbeelden, dat zich ook op het mentale vlak manifesteerde. Den Haag groeide als een soort eilandenrijk, waarin de gehechtheid aan de eigen buurt aanzienlijk sterker was dan in andere steden.
Ramp en voorspoed
Grote delen van Europa kwamen in de veertiende eeuw in de greep van pestepidemieën en de Honderdjarige Oorlog. De algehele malaise duurde tot diep in de vijftiende eeuw. Ons land ontsprong de dans. De economische expansie van opkomende steden gold ook voor het dorp Die Haghe. De vijftiende eeuw stond in het teken van een bloeiende lakenindustrie en andere vormen van nijverheid. Een en ander ging gepaard met uitbreidingen op het zand én het veen tot omstreeks 1525.

De daaropvolgende decennia werden getekend door veel rampspoed. Het bieroproer van 1524 was het begin van een onrustige periode. Wat betreft de lakenindustrie zou Die Haghe de concurrentieslag met Leiden en Delft verliezen. Dat leidde tot een neergang van deze bedrijvigheid. Met de hoofdwegen als vingers in het landschap was Die Haghe volledig onbeschermd. Omdat er wat te halen viel in het dorp, werden de bewoners veelvuldig verrast door ongewenste bezoekers.

Binnenhof was in 13e eeuw al een machtscentrum van formaat
De Hofvijver, hart van Den Haag
Waarom heeft Den Haag een ooievaar in haar wapen?
Moordenaar Hendrik Jut en zijn kop-van-jut
Haagse Lakennijverheid
De moord op Aleid van Poelgeest