Dat de maatschappij van het voormalige Nederlands-Indië zowel sociaal als juridisch door en door racistisch was, mag tegenwoordig als algemene kennis worden beschouwd. Indien het koloniaal verleden wordt besproken, gaat het dan ook vaak over sociaal-maatschappelijke concepten en problemen van racisme, onderdrukking en uitsluiting. Toch zou het zeker net zo vaak over het grootkapitaal in Nederlands-Indië en Belgisch Congo moeten gaan, dat hand in hand ging met exploitatie en bovengenoemd racisme.
Prof. dr. Jan Breman (1936) toont in zijn essaybundel Kolonialisme en racisme – een postkoloniale kroniek (AUP, 2021) op briljante wijze aan hoe dit grootkapitaal in zowel voormalig Nederlands-Indië als in Belgisch Congo structureel de hand boven het hoofd werd gehouden door de Nederlandse en Belgische overheid en hoe zij een essentieel onderdeel waren van het in stand houden van de perversiteit van onderdrukking en racisme binnen het koloniaal systeem.
De notie van een ‘beschavingsmissie’ was volgens Breman een rookgordijn: zo werd Atjeh bijvoorbeeld niet ingelijfd om een zedelijke missie, maar om de komst van American Standard Oil naar het olierijke gebied te blokkeren. Tussen 1888 en 1914 had een derde van de Tweede Kamerleden lucratieve banden met het koloniale bedrijfsleven. En zoals dat nog steeds gaat: de ene hand wast de andere. Niet zelden kregen toeschietelijke politici na hun politieke loopbaan tal van commissariaten in het bedrijfsleven aangeboden.
Breman’s boek is opgedeeld in verschillende essays. De auteur behandelt de ideologie van het modern imperialisme en daarbij horende racisme uitvoerig en legt ook interessante verbanden tussen de sociale ontwikkelingen in het moederland. De kwesties van arbeid, sociale zekerheid en industrialisatie worden hierbij aangevoerd. Hoewel Nederlands-Indië, de Vrijstaat Congo (1885-1908) en het latere Belgisch Congo (1908-1960) totaal andere gebieden en volkeren betreffen, kan men in de stukken van Breman gegronde overeenkomsten ontwaren.
Doorwerking
Klokkenluiders werden in beide koloniën het zwijgen opgelegd, onthutsende rapporten genegeerd en er was sprake van enorme plaatselijke tegenwerking van de koloniale Europese gemeenschappen tegen haast eenieder die in de bres sprong voor de plaatselijke bevolking. Zeer onthutsende essays – zeker voor de Nederlandse lezer – zijn die over het Nederlandse plantagestelsel op Sumatra. Breman herstructureert hoe rapporten over de wandaden aldaar geheim werden gehouden en dat zelfs als zaken al naar buiten kwamen, dat vaak in afgezwakte vorm gebeurde. Breman verbindt ook het heden met het verleden en vertelt bijvoorbeeld tussendoor hoe de moderne Nederlandse en Belgische maatschappijen omgaan met de door hem genoemde feiten. Die houding kenmerkt zich door ongemak, onvermogen en soms ontkenning.
De essays van Breman zijn niet eenvoudig. Zijn woordkeuzes en schrijfstijl zijn bedoeld voor een belezen en theoretisch opgeleid publiek. Het is aan te raden om af en toe een essay te lezen en hier dan rustig over na te denken. Deze essays staan zo vol met – althans voor ondergetekende – interessante en onbekende informatie, dat het hoofd soms gaat tollen. Zo is er het weggemoffelde ‘Rhemrev-rapport’ van de hand van de officier van justitie van Batavia J. T. L. Rhemrev uit 1903, dat de onuitspreekbare misstanden over de ‘koelie’ arbeiders op Sumatra op vernietigende wijze beschrijft. ‘Sla d’r op’ was het devies dat Europese nieuwkomers kregen om de ‘koelies’ te disciplineren.
Culturele impact

Ook geloofden de Congolezen dat de Europeanen via geheime en occulte praktijken de lichamen en zielen van de Congolezen stalen om hen te laten werken. Congolese legendes bevatten talloze toespelingen op kwaadaardige gebruiken en ceremonies van de Europeanen en de wereld van de doden en het onzichtbare.
Soms moet men het boek even weg leggen vanwege de schokkende feiten en bevindingen die erin worden genoemd. Bremans boek is zonder meer een parel voor de Nederlandse en Belgische geschiedwetenschappen en een aanrader voor iedereen die onze koloniale geschiedenissen in een ander daglicht wilt bezien.
Dit artikel verschijnt ook in Bersama Magazine nr.4
De kijk op kolonisatie (door de eeuwen heen)
Kolonialisme trok nog heel lang sporen in Indonesië
Congo en de vloek van de grondstoffen
‘Het boek over Nederlands-Indië is voorlopig niet gesloten’
Alledaags geweld uit de koloniale samenleving