Voordat het Zwitserse Basel bekend werd om zijn musea en kunstfestivals, had het zich al een reputatie verworven als gerenommeerde universiteitsstad. Bovendien leefde hier vijfhonderd jaar geleden een eigenzinnige geleerde die van de stad zijn eigen laboratorium maakte en daarin onderzoek deed naar een nieuwe gezondheidsleer die op de natuur was gebaseerd.
Aan het begin van de zestiende eeuw was Basel al een centrum van de humanistische beweging, die toen ook elders in Europa aan het opkomen was. Grote gangmaker hiervan was de boekdrukker Johannes Froben (1460-1527), die onder andere geschriften van Erasmus (1466-1536) publiceerde en daarmee de intellectuele revolutie ondersteunde. In 1527 kampte hij met een open wond aan zijn been. Hoewel artsen hem adviseerden zijn been te laten amputeren, was hij daar zelf niet van overtuigd en gaf opdracht om in de omgeving van Basel naar een andere arts te zoeken die hem een betere oplossing kon bieden.
Theofrastus von Hohenheim
Zijn familieleden kwamen uit bij Paracelsus, een pseudoniem voor Theophrastus (Bombastus) von Hohenheim (1493-1541), die was opgeleid in de theologie en filosofie, maar er als arts nogal omstreden opvattingen op na hield. Ondanks deze twijfelachtige reputatie mocht hij aan het ziekbed van Froben verschijnen, waar hij de drukker vervolgens zonder medische ingreep als bij een wonder weer op de been hielp. Als beloning hiervoor bood men hem de positie van stadsdokter aan en verkreeg hij een leerstoel aan de universiteit. Na jarenlang te hebben rondgereisd door Europa verwierf hij hiermee eindelijk de door hem zo verlangde erkenning.

Onmiddellijk publiceerde Paracelsus een vlugschrift waarin hij aankondigde vanaf nu de zaken op medisch gebied volledig anders te gaan aanpakken. De denkbeelden van de geleerden uit de Klassieke Oudheid hadden voor hem afgedaan. Voortaan zou hij gaan putten uit de ervaring die hij had opgedaan buiten het destijds gangbare medisch-academische circuit, namelijk bij andersgelovigen, kruidenvrouwtjes en paramedici. Kortom, hij had uitgebreid kennis genomen van wat in die tijd nog werd beschouwd als de alternatieve geneeskunst.
Zo wees hij de ‘Leer der Humores’ van Hippocrates (460-377) af. Deze had beweerd dat ziekten veroorzaakt werden door verstoring van het evenwicht tussen de menselijke lichaamssappen slijm, bloed, gele gal en zwarte gal. Paracelsus kwalificeerde diens volgelingen als charlatans en wilde deze dwaalleer voorgoed uit de wereld helpen. Hij daagde de aanhangers ervan uit om hem de vier sappen te tonen, want hij had ze tot dusverre nog niet alle vier aangetroffen in het menselijk lichaam, noch had hij mogelijkheden gezien om zijn patiënten op die manier te genezen.
De natuur als spiegelbeeld
Paracelsus stond een volledig andere aanpak voor, die gebaseerd was op waarnemingen in de natuur. Hij ging er van uit dat in de natuur gezondheid en ziekte een soort spiegelbeeld van elkaar vormden, wat betekende dat er voor iedere aandoening een heilzaam kruid of mineraal beschikbaar was. Met andere woorden, medici moesten op zoek gaan naar geneesmiddelen in plaats van lichaamssappen met elkaar in evenwicht proberen te brengen.

Ondanks de spot van zijn collega’s kreeg Paracelsus ook tal van aanhangers, die op zoek gingen naar dit soort van analogieën in de natuur. Zoals de walnoot die lijkt op een hersenmassa en daarom hersenaandoeningen zou kunnen genezen. Of de rode koraal die met zijn vele vertakkingen wel iets weg heeft van het bloedvatenstelsel en er daarom een gunstige uitwerking op zou kunnen uitoefenen.
Tot zijn dood was Paracelsus vanwege deze esoterische theorie hevig omstreden. Maar achter deze façade huldigde hij de uitspraak:
Alles is gif, niets is gif, het is de dosis die de giftigheid bepaalt.
Daarmee bedoelde hij dat medici bekend moesten zijn met de juiste dosering van een geneesmiddel, maar ook met de juiste (al)chemische omzetting van stoffen uit de natuur teneinde deze geschikt te maken als medicijn. Daarmee introduceerde hij de (al)chemie in de medische wereld en legde met enkele heilzame substanties de basis voor de farmaceutische wetenschap. Zo rekende hij af met de middeleeuwse kwakzalverij en maakte de weg vrij voor de moderne geneeskunde.

Farmaceutische ontwikkelingen
Paracelsus mocht in Basel dan wel veel weerstand hebben ondervonden, later ging men er zijn werk beter op waarde schatten. Eind negentiende eeuw werden er door enkele chemici en apothekers belangrijke ontdekkingen op farmaceutisch gebied gedaan. De bedrijven Sandoz, Ciba-Geigy en Hoffmann La-Roche die hier uit voortkwamen gingen in Basel medicijnen produceren tegen tal van kwalen, maar maakten door de lozing van hun afvalwater de Rijn ‘ziek’. Dit bereikte een dramatisch dieptepunt in 1986 toen door brand in een fabriek van eerstgenoemde onderneming meer dan duizend ton aan chemicaliën in de rivier terechtkwam en tot aan Mannheim een massale vissterfte veroorzaakte.
Sindsdien is de situatie aanmerkelijk verbeterd. Niet alleen omdat veel farmaceutische grondstoffen inmiddels in China en India geproduceerd worden, maar ook omdat de resterende fabrieken zijn overgeschakeld op biochemische processen. Hoewel dat op het eerste gezicht misschien modern lijkt, zijn de principes ervan afgekeken uit de natuur en is men ook wat dat betreft enigszins schatplichtig aan Paracelsus.

Drugs en middelen: een wereldwijd fenomeen van alle tijden
De dansplaag van 1518: dagenlange dansgekte in Straatsburg
Claudius Galenus en zijn humorenleer
Volkslied van Zwitserland – Zwitserse Psalm
Zwitserland in de zestiende en zeventiende eeuw
De geschiedenis van Zwitserland (1273-1500)