Paul Kruger kon in Hilversum op adem komen

9 minuten leestijd
Paul Kruger (links) aan boord van de Gelderland
Paul Kruger (links) aan boord van de Gelderland. Rechts lijfwacht H.C. Bredell.

Later werd dat anders, maar begin twintigste eeuw genoot de Zuid-Afrikaanse politicus Paul Kruger (1825-1904) in Nederland een ware heldenstatus. Dat de kort daarvoor afgetreden president van de Boerenrepubliek Transvaal in december 1900 in Nederland arriveerde, trok veel aandacht. Gedurende zijn tijd in Nederland verbleef hij het langst in Hilversum. Met zijn longaandoening kon hij in de zuivere lucht op de hooggelegen Gooise zandgrond letterlijk op adem komen.

Stephanus Johannes Paulus Kruger werd op 10 oktober 1825 geboren in Bulhoek in de Kaapkolonie, die de Britten in 1795 (net als Indië) hadden ingepikt van het door Napoleons troepen bezette Nederland. Als kind nam hij met zijn ouders deel aan de Grote Trek vanuit de Kaapkolonie over de Drakensbergen naar het noorden. Zuid-Afrikaanse Boeren stichtten er twee republieken: Oranje Vrijstaat en Transvaal (officieel: de Zuid-Afrikaanse Republiek).

In 1877 annexeerden de Britten Transvaal, wat leidde tot de door de Boeren gewonnen Eerste Boerenoorlog (1880-1881). De grote voorman van het succesvolle verzet tegen de Britten was Kruger. In 1881 kreeg Transvaal aan het hoofd een driemanschap van Kruger, Martinus Wessel Pretorius en Piet Joubert. In 1883 werd Kruger president, herkozen werd hij in 1888, 1893 en 1898.

Tekening van Voortrekkers, vanuit de Kaapkolonie tijdens de Grote Trek op weg naar het noorden.
Tekening van Voortrekkers, vanuit de Kaapkolonie tijdens de Grote Trek op weg naar het noorden.

Ook de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) tegen de Britten verliep voor de Boeren aanvankelijk gunstig, maar in 1900 keerden de kansen. Via de Portugese kolonie Mozambique verliet Kruger Afrika. Hij stapte aan boord van het op aandringen van koningin Wilhelmina gestuurde Nederlandse marineschip HMS Gelderland, dat hem naar Marseille bracht. Vóór zijn vertrek legde hij op 8 september 1900 het presidentschap van Transvaal neer, waarna (tot dan toe vice-president) Schalk Willem Burger optrad als waarnemend president. Desondanks dachten velen in Nederland dat Kruger nog steeds president was. Zelfs in 2017 ging een historische publicatie (‘President Paul Kruger in Hilversum 1901-1904’) daaronder nog gebukt.

Paul Kruger
Paul Kruger in 1898 tijdens zijn laatste inauguratie als president van Transvaal.
Historici zijn het er niet geheel over eens waarom de oude Kruger (de dag voordat de Tweede Boerenoorlog uitbrak werd hij 74 jaar) naar Europa ging. Geopperd is dat hij dat deed om het vege lijf te redden en in ballingschap te gaan. Vaker wordt als reden aangevoerd dat hij in Europa moest proberen steun te vinden voor Transvaal en Oranje Vrijstaat in hun strijd tegen de Britten. Dat liep overigens op niets uit. In Parijs kreeg Kruger nul op het rekest en de Duitse keizer Wilhelm II wilde hem niet eens ontvangen.

Gezond Hilversum

In Den Haag arriveerde Kruger op 6 december 1900, waar koningin Wilhelmina hem gastvrijheid bood (hoewel Nederland officieel neutraal stond ten opzichte van de Boerenoorlog, want de belangrijke handel met Engeland wilde het kabinet niet in gevaar brengen). Vervolgens logeerde hij een poosje in Utrecht. Nadat hij een longontsteking had opgelopen verkaste Kruger op medisch advies naar het gezonder geachte Hilversum. Hij nam er zijn intrek aan Jacobus Pennweg 14. Tegenwoordig bevindt zich daar een garagebedrijf, maar destijds stond er de witte villa Casa Cara, waarin de weduwe Obbes een pension dreef. Naast het pension stond de watertoren en die staat er nog steeds, bovenop de Trompenberg, met 27 meter boven NAP het hoogste punt in Hilversum.

Tekening van de ontvangst van Paul Kruger door koningin Wilhelmina en koningin-moeder Emma.
Tekening van de ontvangst van Paul Kruger door koningin Wilhelmina en koningin-moeder Emma. (Nationaal Archief, Collectie RVD)

Maar eerst moest ‘den grooten zwerver, den vertegenwoordiger van het recht in Afrika’ (aldus de krant De Gooi- en Eemlander) een uitbundig welkom in Hilversum ondergaan. Wel werd het tijdsbeslag daarvan op Krugers verzoek enigszins beperkt gehouden. Vertegenwoordigers van drieëntwintig verenigingen hadden het eerbetoon in samenspraak met de lokale autoriteiten voorbereid.

Een hartelijk welkom

Op zaterdag 6 april 1901 om 12.15 uur stoomde de door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij ingelegde extra trein met Kruger aan boord onder luid gejuich station Hilversum binnen. In een lange stoet – voorop de politiecommissaris en het muziekkorps van de schutterij – werd de Zuid-Afrikaanse held begeleid naar het toenmalige gemeentehuis op de Kerkbrink. Burgemeester en wethouders plus zes zangkoren verwelkomden daar de bijzondere gast. Tot slot werd Kruger begeleid naar het pension in villa Casa Cara.

Op de Groest in Hilversum wordt de stoet met Kruger omstuwd door een enthousiaste menigte.
Op de Groest in Hilversum wordt de stoet met Kruger omstuwd door een enthousiaste menigte. (Archief Gooi en Vechtstreek/P.J. Siewers)

Het pension lag niet alleen mooi in het groen, er was aan de omgeving nog iets bijzonders. Pal om de hoek lag een stuk weg (tegenwoordig deel van de Hilversumse buitenring) dat in 1899 Krugerweg was gedoopt. En iets verderop liep sinds 1894 de Christiaan de Wetlaan, genoemd naar een Boerengeneraal. In 1901 kwamen daar nabij Casa Cara nog bij: de Bothalaan (naar Boerengeneraal Louis Botha) en de Steijnlaan (naar Martinus Theunis Steijn, in 1896-1902 president van Oranje Vrijstaat).

In Casa Cara waren voor Kruger en zijn staf acht kamers gereserveerd. Zelf gebruikte hij er vier op de begane grond: twee zitkamers, een werkvertrek en een slaapkamer. In het werkvertrek legde Kruger op de tafel een grote Statenbijbel. De overige kamers waren voor Krugers secretaris F.C. Eloff, zijn lijfarts A. Heijmans, kamerdienaar A. Happé en lijfwacht H.C. Bredell.

gemeentehuis aan de Hilversumse Kerkbrink
Ook bij het gemeentehuis aan de Hilversumse Kerkbrink is het druk als Kruger er arriveert. (Archief Gooi en Vechtstreek/G. Middendorp)

Kruger was een schrander man, maar hij had weinig formele opleiding genoten. Belezen was hij niet bepaald. Naar eigen zeggen was de Bijbel het enige boek dat hij had gelezen (en herlas). Het wekt dan ook geen verwondering dat we in de historische literatuur de vermelding aantreffen dat Kruger zich in Nederland de krant dagelijks liet voorlezen.

Villa Casa Cara
Villa Casa Cara, Jacobus Pennweg 14, Hilversum. De foto is gemaakt in 1921. (Archief Gooi en Vechtstreek)
Als zeer gelovig man – hij was lidmaat van de in 1842 in Zuid-Afrika gestichte Nederduitsche Gereformeerde Kerk – was Kruger de dag na aankomst in Hilversum, zondag 7 april 1901, eerste Paasdag, ongetwijfeld het liefst ter kerke gegaan. Zijn gezondheidstoestand stak echter een spaak in het wiel. Daarom kwam dominee D. Tom Wzn. van de Gereformeerde Kerk B aan de Hilversumse Torenlaan naar het pension om in Krugers vertrekken een dienst te leiden. Later die dag maakte Kruger wel per rijtuig een tochtje door het Spanderswoud bij Hilversum en het van fraaie buitenplaatsen voorziene ’s-Graveland.

Kruger en koffie

In 1884 had Kruger Nederland al eens bezocht. In Kampen mochten inwoners toen bij hem op audiëntie komen. Bakkerszoon Frans Gunnink greep die kans om zijn held te spreken. Hij wilde graag naar Transvaal en vroeg Kruger wat hij het beste kon doen om de Boerenstaat te helpen. Word onderwijzer, luidde het antwoord.

Toen zijn moeder hoorde dat Frans als onderwijzer naar Zuid-Afrika wilde vertrekken smeekte ze hem dat niet te doen. Maar Frans zette door. Bij zijn werkgever, koffiebrander Hendrik Kanis, bood hij zijn ontslag aan. Ook deze was onaangenaam getroffen, want een van zijn beste werknemers hield hij liever binnenboord. Daarom bood hij Frans aan zijn compagnon te worden. Frans ging akkoord en op 1 januari 1885 was de Kamper firma Kanis en Gunnink een feit. Als koffiemerk treffen we Kanis & Gunnink anno 2025 nog steeds aan in de winkelschappen.

Weduwnaar

Tijdens zijn eerste periode in Hilversum trof Kruger (vaak oom Paul genoemd) een zware slag. Vanwege haar slechte gezondheid had zijn twee echtgenote, Gezina du Plessis (tante Sannie), hem niet kunnen vergezellen naar Europa. Ze bleef achter in Transvaal. Daar overleed ze op 20 juli 1901. De Hilversumse gemeenteraad zond per brief condoleances aan ‘HoogEdelGestrenge Heer J.P. Kruger, Staatspresident der Zuidafrikaanse Republiek’’. Ook de Hilversumse raad wist dus niet dat Kruger het presidentschap voor zijn vertrek naar Europa had neergelegd.

Opnieuw vanwege zijn gezondheid koos Kruger in december 1901 voor verhuizing. Van Hilversum verkaste hij naar Utrecht, waar hij begin dat jaar al enige tijd had gelogeerd in Hotel Des Pays Bas aan het Janskerkhof. Dat hij opnieuw naar de Domstad ging, was om zich door directeur Snellen van het Ooglijdersgasthuis te laten behandelen aan een oogziekte. Hij betrok huis Oranjelust, Maliebaan 89.

Oranjelust, Maliebaan 89 in Utrecht
Oranjelust, Maliebaan 89 in Utrecht. (Het Utrechts Archief)

In de jaren dertig werd in Utrecht gedacht aan een standbeeld van Kruger, maar het lukte niet daarvoor genoeg geld in te zamelen. Uiteindelijk kwam er bij het pand aan de Maliebaan wel een gedenkteken met een bronzen plaquette met daarop een portret van Kruger. Het werd onthuld op 10 oktober 1952. Niet bij iedereen viel het in de smaak. “Ronduit gesproken: het is foei-lelijk’’, viel te lezen in het Utrechts Nieuwsblad.

Op 15 oktober 1982 bleek de plaquette plots verdwenen. Dat was niet het werk van betogers tegen de apartheid, die bij herhaling bij het pand aan de Maliebaan waren samengekomen om hun afschuw van het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind te ventileren. De plaquette was verwijderd op initiatief van de directie van de Unie van Kunstmestfabrieken BV, die in het pand kantoor hield. Die directie vond dat de demonstraties afbreuk deden aan de naam van het bedrijf. Waar de plaquette sindsdien is gebleven, is onduidelijk, aldus een historische publicatie uit 2003.

Onthulling in 1952 van het gedenkteken voor Kruger in Utrecht
Onthulling in 1952 van het gedenkteken voor Kruger in Utrecht. (Nationaal Archief/Anefo/Harry Pot, CC0)

Terugkeer naar Hilversum

Toen het in Nederland kouder begon te worden vertrok Kruger in oktober 1902 vanuit Utrecht naar het Zuid-Franse Menton bij Monaco. Lente 1903 keerde hij terug in Nederland en wel in Hilversum. Inmiddels hadden in Zuid-Afrika de Boeren tegen de Britten het onderspit gedolven. Kruger was dus een balling zonder land toen hij op 20 mei 1903 om 23.37 uur aankwam op treinstation Hilversum. Ondanks het late uur waren er heel wat mensen om hem (opnieuw) te verwelkomen.

Niet naar Cara Cara ging het gezelschap ditmaal, maar naar de pas het jaar daarvoor gebouwde villa Djemnah aan de Hoge Naarderweg (destijds nummer 8a, nu 46). Makelaar Hoogenkamp & Co had het pand voor vijf maanden aan Kruger en de zijnen verhuurd. Kruger kreeg kamers op de begane grond, lijfarts Heijmans en (inmiddels) secretaris Bredell konden terecht op de eerste etage. In de ruime achtertuin kon Kruger wandelen en (toen nog) uitkijken over de hei. Per rijtuig maakte hij nu en dan tochtjes door Hilversum en omgeving. Op zondagen ging hij trouw ter kerke, niet alleen bij de gereformeerden aan de al genoemde Torenlaan, ook bij de gereformeerden aan de Havenstraat en bij de hervormden aan de Kerkbrink. Op het pand aan de Hoge Naarderweg, dat tegenwoordig dient als kantoor, is op 10 oktober 2003 en bordje aangebracht dat herinnert aan Krugers verblijf.

kruger hilversum
Aan de voorgevel van Hoge Naarderweg 46 vertelt een bordje over de beroemde tijdelijke bewoner. (Foto Ronald Frisart)
Toen het in Nederland weer kouder werd, nam Kruger op 7 oktober 1903 opnieuw de trein naar Menton. De Hilversumse dominee Sietse Oene Los, met wie Kruger op zeer goede voet stond, ging met hem mee. Kruger had daarom gevraagd. Nadat hij had toegezegd de vergoeding voor een vervangende predikant te zullen betalen ging de kerkenraad van de gereformeerde gemeente akkoord. Ook dominee Los vond het een goed idee. Hij dacht gedurende de maanden in Menton genoeg tijd over te houden om te werken aan zijn voorgenomen promotie in de filosofie. In 1906 promoveerde hij inderdaad aan de Utrechtse universiteit op de dissertatie ‘Aristoteles in Nederland’.

Begrafenis in Den Haag

Vanwege een kuur in verband met een nieuwe longontsteking verruilde Kruger Menton in mei 1904 voor het Zwitserse Clarens, aan het Meer van Genève. Het werd zijn laatste verblijfplaats, want in Clarens overleed hij op 14 juli 1904. Hij was toen achtenzeventig jaar oud. Zijn lichaam werd gebalsemd en naar Den Haag gebracht. Op 26 juli werd hij daar ter aarde besteld op begraafplaats Oud Eik en Duinen.

Ingang begraafplaats Oud Eik en Duinen, eind negentiende eeuw
Ingang begraafplaats Oud Eik en Duinen, eind negentiende eeuw. (Haags Gemeentearchief/Deboy Frères)

Nog datzelfde jaar werd het stoffelijk overschot met Britse toestemming overgebracht naar Zuid-Afrika. Daartoe stelde de Nederlandse regering het stoomschip Batavier VI beschikbaar. Op 16 december 1904 werd Krugers lichaam in Pretoria (Transvaal) herbegraven – zij aan zij met zijn in 1901 overleden tweede echtgenote.

Was Paul Kruger begin twintigste eeuw voor velen in Nederland een held, later werd dat aanzienlijk anders. Toen werden Kruger en de zijnen beschouwd als voorlopers van het verfoeide Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind (1948-1994). In de grondwet van Transvaal was in 1858 vastgelegd:

The People shall not permit any equality of coloured persons with white inhabitants, neither in the Church nor in the State. (Het Volk zal geen gelijkheid toestaan van gekleurde personen met blanke inwoners, noch binnen de Kerk, noch binnen de Staat)

De grondwet van Oranje Vrijstaat bevatte dezelfde bepaling.

Krugers pleisterplaatsen in Europa

Omdat Paul Krugers Europese verblijf in de historische literatuur wat verwarrend kan zijn, hier een chronologisch overzicht van de plaatsen waar hij verbleef en wanneer. Om te beginnen bracht hij vanaf begin december 1900 krap twee maanden door in Den Haag. Vervolgens:

  • 22 januari tot 6 april 1901: Utrecht.
  • 6 april tot 11 december 1901: Hilversum.
  • 11 december 1901 tot 15 oktober 1902: Utrecht.
  • 17 oktober 1902 tot 18 of 19 mei 1903: Menton (Frankrijk).
  • 20 mei tot 7 oktober 1903: Hilversum.
  • 8 of 9 oktober 1903 tot 5 april 1904: Menton.
  • 5 april tot 14 juli 1904: Clarens (Zwitserland).

Al met al verbleef hij dertien maanden in Hilversum, twaalf in Utrecht, veertien in Menton en de laatste drieënhalve maand van zijn leven in Clarens.

Bronnen

– Pieter Hoogenraad: Leesbaar Hilversum. In: Hilversums historisch tijdschrift Eigen Perk 2003/4.
– Fred van der Kraaij: Paul Kruger in Kampen. In: Kamper Almanak 2022.
– A.H. Meijer: Straatnamenboek van Hilversum (Hilversum 1988).
– W. Otten: Paul Kruger en de Hilversumse dominee. In: Hilversums historisch tijdschrift Eigen Perk 1996/1.
– Eddie de Paepe: President Paul Kruger in Hilversum 1901-1904. In: Hilversums historisch tijdschrift Eigen Perk 2017/1.
– Kai van Vliet: Een standbeeld voor Paul Kruger. In: Oud-Utrecht, oktober 2003.
– https://af.wikipedia.org/wiki/Schalk_Willem_Burger
– https://nl.wikipedia.org/wiki/Paul_Kruger
– https://af.wikipedia.org/wiki/Paul_Kruger
– P. de Zeeuw: Paul Kruger, de leeuw van Zuid-Afrika (Den Haag/Djakarta 1950).
×