De Russisch-Oekraïense oorlog: over nuance en beeldvorming in de berichtgeving

Historische en culturele perspectieven
7 minuten leestijd
Gevolgen van een Russische raketaanval op Kiev, oktober 2022
Gevolgen van een Russische raketaanval op Kiev, oktober 2022 (CC BY 4.0 - National Police of Ukraine - wiki)
In de recent verschenen bundel Vrede aan de wereld! (En toen werd het oorlog) werpen slavisten en andere specialisten hun licht op de historische en culturele achtergronden van de Russisch-Oekraïense oorlog. Onder redactie van Pieter Boulogne en Annemarie Gielen wordt onderzocht hoe propaganda, collectieve herinnering en internationale machtsverhoudingen doorwerken in hedendaagse conflicten. Onderstaand fragment is afkomstig uit de inleiding van het boek en plaatst een bekende pacifistische slogan uit de Koude Oorlog in een bredere historische en actuele context.

Миру мир!

‘Vrede aan de wereld!’ Zo luidde de slogan die de Sovjetpropaganda tijdens de Koude Oorlog luid liet weerklinken. ‘Миру мир!’, ofwel ‘Miroe mir!’. Het is een klankspelletje, want ‘mir’ betekent zowel ‘vrede’ als ‘wereld’. De leuze deed zijn intrede in de Sovjetpers in de late Stalinjaren, en versierde vlaggen en posters. Wie cynisch is, ziet er niet meer in dan een wanhoopspoging van de Sovjetautoriteiten om het tempo van de wapenwedloop met de Verenigde Staten af te remmen. De slogan om een pacifistische wereldpolitiek te bedrijven stond immers in scherp contrast met de hardhandige onderdrukking van tal van volkeren in de Sovjet-Unie, en met de inval in Afghanistan in 1979.

Wat er ook van zij, hele generaties Sovjetonderdanen groeiden ermee op. Intussen is hun land van de wereldkaart verdwenen, en is het verbrokkeld tot een veelheid aan nieuwe staten. Rusland, dat de drijvende kracht achter het imperialistische Sovjetproject was, verkondigt al even geen pacifistische waarden meer. Wel integendeel: wie er vandaag in de publieke sfeer de slogan ‘Vrede aan de wereld!’ bovenhaalt, riskeert hardhandige arrestatie en gerechtelijke vervolging.

Toen de Russische troepen op 24 februari 2022 aan een grootschalige invasie begonnen in Oekraïne, stond de wereld perplex. We hadden dit met zijn allen niet zien aankomen. De waarschuwingen van het Pentagon – dat ook wel aan geloofwaardigheid had verloren door ons destijds voor te liegen over de massavernietigingsplannen van Saddam Hoessein – waren wereldwijd onthaald op scepsis. Ook door de Oekraïense autoriteiten. De Russen zelf wisten evenmin waar ze het hadden. Velen konden niet geloven dat hun land een echte oorlog met Oekraïne was gestart. Per slot van rekening had Poetin zijn oorlogsplannen nooit aan zijn onderdanen voorgelegd. Het was zijn bedoeling geweest om iedereen ermee te verrassen.

Meteen na de invasie kwam van onder iedere steen een zelfverklaarde Ruslandspecialist gekropen.

Terwijl er zich na drie jaar wapengekletter al een zekere oorlogsmoeheid laat voelen (en onze aandacht in toenemende mate opgeëist wordt door het Israëlisch-Palestijnse conflict), domineerde de Russisch-Oekraïense oorlog de eerste maanden en zelfs jaren onze krantenkoppen en nieuwsberichten. Om het cru te stellen: van de ene dag op de andere veranderde Zelenski in de perceptie van een geslepen komiek met geheime offshore bankrekeningen (zoals bleek uit de Pandora Papers) in een heroïsche oorlogspresident (Coomans & Boulogne 2022) – en zijn natie van corrupte en maffiose Oost-Europeanen in heldhaftige toekomstige mede-Europeanen. Ze kregen onze sympathie en wapens, maar de levens moesten ze zelf aanreiken (op basis van onze pers zouden we bijna gaan geloven dat de Oekraïners ervoor stonden te trappelen).

Миру мир
‘Миру мир!’ (Vrede aan de wereld), luciferetiket uit de Sovjet-Unie, jaren zestig. De vredesduif verbeeldt de pacifistische leus die tijdens de Koude Oorlog breed werd ingezet in de Sovjetpropaganda.
De Russen daarentegen verloren alle sympathie. Opvallend daarbij is dat het onderscheid tussen het Poetinregime en de gewone bevolking onmiddellijk wegviel. Beide werden geviseerd door de economische sancties die door de VS en de EU opgelegd werden. Nochtans was het voor de modale Rus, zeker in de eerste maanden van de oorlog, niet zo eenvoudig om zicht te krijgen op de handelingen van het Russische leger in Oekraïne – laat staan dat die er invloed op zou kunnen uitoefenen. Terwijl je pas moreel verantwoordelijk gesteld kunt worden voor een situatie als je er kennis van hebt en er ook controle over kunt uitoefenen. In hoeverre de Russen dat collectief kunnen in de huidige sfeer van desinformatie en totale repressie, is voer voor discussie (Boulogne & De Mesel 2022).

Meteen na de invasie kwam van onder iedere steen een zelfverklaarde Ruslandspecialist gekropen. Daarbij was reële, zorgvuldig opgebouwde expertise in de regel van secundair belang. Ook van de journalisten die de oorlog verslaan, wordt niet per se verwacht dat ze de talen van de betrokken partijen enigszins beheersen (denkoefening: beeld je eens een journalist in die de Amerikaanse politiek verslaat zonder een woord Engels te begrijpen). Sowieso hebben we in Vlaanderen en Nederland een lange traditie waarbij nieuws over Rusland niet zozeer geproduceerd wordt, maar veeleer gekocht – zoals van het Angelsaksische persagentschap Reuters en de Britse krant The Guardian (Akkermans 2023). Een gevolg daarvan is dat de berichtgeving over de oorlog in onze media amper aanleiding gegeven heeft tot een echt debat. Veeleer krijgen nieuwsconsumenten een dagelijkse portie gemeenplaatsen op hun bord. Morele verontwaardiging over de slechtheid en de misdaden van Poetin staat daarbij centraal.

“Denkoefening: beeld je eens een journalist in die de Amerikaanse politiek verslaat zonder een woord Engels te begrijpen.”

In tweede instantie worden ook de ontwikkelingen aan het front ontleed, in tactische en strategische termen. Indien er aandacht gaat naar burgerdoden, dan zijn ze gevallen door Russisch vuur. De burgers die door Oekraïens vuur omkomen, halen amper onze pers – terwijl cluster- en (illegale) vlinderbommen onvermijdelijk ‘collaterale schade’ met zich meebrengen, ook Oekraïense (Human Rights Watch 2023a en 2023b). Omdat de NAVO-landen zelf betrokken partij zijn in deze oorlog, zijn er stemmen die expliciet zeggen dat het nu niet het moment is om al te complexe diepte-analyses te maken. De publieke opinie moet immers overtuigd worden en blijven dat de steun – waarbij de nadruk op militaire middelen ligt – aan Oekraïne gerechtvaardigd en noodzakelijk is.

Het is veelzeggend dat Dominique Minten (2023), buitenlandredacteur van De Standaard, in zijn opiniestuk ‘Over deze oorlog kun je niet onpartijdig schrijven’ reageerde op lezers die de berichtgeving van zijn krant te tendentieus vonden met de eenduidige boodschap: ‘Oekraïne moet de oorlog winnen, zoals alle Europese leiders al snel hebben besloten.’ De vraag stellen of dat eigenlijk wel realistisch is, gold toen nog als defaitistisch en politiek incorrect. Onlangs herhaalde de Nederlandse schrijver Ilja Pfeijffer (2025) in De Morgen dat we maar één ding kunnen doen: ‘Oekraïne helpen de oorlog te winnen.’ Zijn optimisme gaat uit van zijn inzicht dat Rusland zich vanwege de sancties in een ‘nijpende economische situatie’ bevindt. Symptomatisch en problematisch hieraan is dat de Nederlandse schrijver dat – zoals hij ook zelf aangeeft – alleen maar van horen zeggen heeft (wat we schrijven met de grootste sympathie voor zijn persoon en bewondering voor zijn literair talent).

President Zelensky spreekt het Europees Parlement toe, 9 februari 2023
President Zelensky spreekt het Europees Parlement toe, 9 februari 2023 (CC BY 4.0 – Europese Unie – wiki)

Intussen is ons militair triomfalisme weggeëbd, maar zelfs dat wil niet zeggen dat er veel wordt nagedacht over de-escalatie. Wel integendeel, zoals Willem Schinkel (2025) naar aanleiding van de NAVO-top in Den Haag in NRC hekelde in zijn stuk ‘De geesten worden klaargemaakt voor een permanente mobilisatie’: kritiek op westerse oorlogstaal wordt gezien als naïef en er is ‘een blind vertrouwen in een industrie die geld verdient met het uiteenrijten van lichamen’. Of om het in de woorden van Europajournalist Paul Goossens (2025) in De Standaard te stellen: ‘Het besef dat te veel militair tuig vooral onveiligheid en roekeloze politiek activeert, is er niet meer.’

Zonder twijfel te willen zaaien over de verpletterende morele verantwoordelijkheid die Poetin en zijn trawanten dragen voor het bloedbad dat ze hebben aangericht, denken we dat we toch wat meer moeten doen dan platitudes herkauwen, partij kiezen en ons verschansen in ons moreel superioriteitsgevoel.

Hoewel er geen reden is tot optimisme over de termijn, zal er vroeg of laat vrede tussen Rusland en Oekraïne gesloten worden. Naar alle waarschijnlijkheid zal die vrede niet het gevolg zijn van onvoorwaardelijke capitulatie van een van de strijdende partijen, maar wel van diplomatieke onderhandelingen. Een beter begrip van de complexiteit van de Russisch-Oekraïense oorlog kan het vredesproces alleen maar ten goede komen. Inzicht in de manieren waarop dictatoriale regimes in ons hoogtechnologische tijdperk vorm geven aan oorlogspropaganda en met vormen van intern verzet omgaan, kan ons bovendien helpen om onze eigen democratieën te verdedigen en te versterken.

Disclaimer: wat de auteurs van deze bundel met elkaar gemeen hebben, is dat ze door hun jarenlange wetenschappelijke toewijding aan Oost-Europa of internationale politiek en economie genuanceerde en diepgravende analyses kunnen maken. Toch wil dat niet zeggen dat iedereen op precies dezelfde (geopolitieke) golflengte zit. Bijvoorbeeld verschillen de meningen over het aandeel dat de NAVO had in de escalatie van het Russisch-Oekraïense conflict. Alle uitspraken die in dit boek weerklinken, zijn dan ook voor conto van wie ze gedaan heeft—en dat geldt bij uitstek ook voor voorgaande alinea’s.

Vrede aan de wereld! (En toen werd het oorlog)
 
Over de redacteurs en de auteurs

Pieter Boulogne, doctor in de Slavistiek en Oost-Europakunde, is sinds 2016 aan de KU Leuven verbonden als professor Russische letterkunde. Zijn onderzoeksinteresses bevinden zich op het kruispunt van de Russische cultuur en de vertaalwetenschap. Buiten de academische wereld is hij actief als literair vertaler, uit het Russisch en het Frans, en als sociaal tolk.

Annemarie Gielen werkt sinds 2002 voor Pax Christi Vlaanderen, eerst als verantwoordelijke voor de regio Oost-Europa, vervolgens als directeur en nu als bewegingswerker Conflictregio’s. In concreto gaat het om Israël-Palestina en Oekraïne-Rusland.

Met bijdragen van Otto Boele (Universiteit Leiden), Ben Dhooge (UGent), Egbert Fortuin (Universiteit Leiden), Anna Kisiel (KU Leuven), Anna Namestnikov (UGent), Tom Sauer (UAntwerpen), Koen Schoors (UGent), Elena Solonina (VUB), Joris Van Bladel (Egmont-instituut), Piet Van Poucke (UGent), Peter Vermeersch (KU Leuven) en Emmanuel Waegemans (KU Leuven)

×