Leuven, een Bourgondische universiteitsstad

Leiden mag dan wel de oudste universiteitsstad van Nederland zijn, de oudste universiteitsstad van de Nederlanden is Leuven. In 1425, honderdvijftig jaar voor de geboorte van de Universiteit Leiden, stichtte hertog Jan IV van Brabant de eerste universiteit van de Lage Landen in de Brabantse stad. Tegenwoordig is het Bourgondische Leuven een levendig centrum van kennis en kunst.

Bibliotheek van de KU Leuven - cc
Bibliotheek van de KU Leuven – cc
Ondanks het verschil in leeftijd zijn er enkele verbintenissen tussen de universiteiten van Leiden en Leuven te leggen. Zo was de Duitse edelman Engelbert van Nassau raadsheer van de Bourgondische heerser Jan IV van Brabant (1403-1427). Engelbert werd door zijn huwelijk met Johanna van Polanen, vrouwe van Breda en de Lek, de eerste Nassau die aanmerkelijke belangen in de Lage Landen had. Daarmee legde hij de basis voor de positie van Willem de Zwijger, die de Universiteit Leiden stichtte.

Verder vind je aan de Bondgenotenlaan een standbeeld van de Leuvense professor Justus Lipsius, de humanist die ook enige jaren doceerde in Leiden en de latere stadhouder prins Maurits als leerling had. Het hoofdgebouw van de faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden is vernoemd naar Lipsius en in Leuven is er het Justus Lipsiuscollege, een gebouw dat sinds de negentiende eeuw dienst doet als verblijfplaats voor studenten. Tegenwoordig vormen de studenten een derde van de stadsbevolking.

Beeld van 'Fonkse' op het Rector De Somerplein in Leuven, in 1975 aan de stad geschonken naar aanleiding van de 550e verjaardag van de KU Leuven (Foto: Edwin Ruis)
Beeld van ‘Fonkse’ op het Rector De Somerplein in Leuven, in 1975 aan de stad geschonken naar aanleiding van de 550e verjaardag van de KU Leuven (Foto: Edwin Ruis)

Troostprijs

Eigenlijk is die universiteit in Leuven een troostprijs. Leuven was in de middeleeuwen een centrum van lakenhandel. Engels wol wist via de Schelde en het riviertje de Dijle zijn weg naar de ommuurde stad te vinden. Leuven werd welvarend en was aardig op weg om de hoofdstad van Brabant te worden. Maar uiteindelijk moest het in het nabijgelegen Brussel zijn meerdere erkennen.

- advertentie -

Toen de Universiteit Leuven of Studium Generale Lovaniense werd gesticht was de stad al over zijn hoogtepunt heen. Aan de Naamsestraat 22 staat de uit 1317 stammende gotische Lakenhal, maar omdat de lakenhandel inzakte, werd een deel van het gebouw in 1432 gebruik genomen door de nieuwe universiteit. Vandaag is het gehele pand in bezit van de onderwijsinstelling.

Erasmus

Erasmus op de gevel van het stadhuis van Leuven (Foto Edwin Ruis)
Erasmus op de gevel van het stadhuis van Leuven (Foto Edwin Ruis)
Dat de stad een rijk verleden heeft, wordt snel duidelijk. Wie in Leuven met de trein arriveert en het station verlaat, ziet voorbij het Eerste Wereldoorlog-monument door de Bondgenotenlaan het gotische stadhuis opdoemen. Het gebouw ligt aan de Grote Markt, het hart van Leuven. De eerste steen werd gelegd in 1439 en de imponerende, overdadige gevel telt 236 beelden van historische personages, waaronder Desiderius Erasmus. Hij vertoefde van 1502 tot in 1504 in de stad. De Rotterdamse humanist mocht er een lofrede schrijven op de komst van Filips de Schone. Op 6 januari 1504 sprak hij die lofrede uit in het adellijke hof te Brussel. Hij weigerde echter een positie als docent, omdat de band tussen de universiteit en Hollandse collega’s waartegen hij wrok koesterde te nauw was.

Leuven was de belangrijkste Noord-Europese stad voor de verspreiding van het humanistische gedachtegoed. Erasmus raakte er bevriend met de uitgever Theodoricus Martinus Alustensis die meer dan vijftig werken van hem zou uitgeven, waaronder de Lof der zotheid in 1512. In 1504 ontdekte Erasmus in de bibliotheek van de abdij van Park een tekstkritiek van Lorenzo Valla op het Nieuwe Testament uit 1449. Valla bekritiseerde de officiële Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament, omdat die afweek van de originele Griekse versie. Erasmus gaf Valla’s werk opnieuw uit, met toevoeging van zijn eigen commentaar.

De abdij van Park

De heilige Wilgefortis in PARCUM (Foto: Edwin Ruis)
De heilige Wilgefortis in PARCUM (Foto: Edwin Ruis)
De abdij van Park bestaat nog steeds. In 1129 schonk hertog van Brabant Godfried I met de Baard zijn jachtpark aan de Norbertijnen van het Noord-Franse klooster van Prémontré. Vandaar dat er ook gesproken wordt van de premonstratenzers als men het heeft over de in wit habijt geklede contemplatieve monniken. De abdij is een van de best bewaarde in zijn soort, maar de afgelopen tijd enigszins verwaarloosd. Daarom is Leuven met een ambitieus restauratieproject begonnen.

Onlangs opende in de westvleugel van de abdij het nieuwe museum PARCUM. Het is een museum voor religie, kunst en cultuur, waar kunstschatten uit kerken, kloosters en abdijen worden tentoongesteld in interactie met hedendaagse kunst. De openingstentoonstelling heet ‘Van de wereld. Beelden van beslotenheid en bevrijding’ en belicht met kunststukken verschillende vormen van isolement en beslotenheid in het christendom, van het kloosterleven tot heremieten en woudvrouwen. Het museum is een niche voor liefhebbers van rooms-katholieke kunst.

In de abdij bevindt zich ook het “Huis van de Polyfonie” van de Alamire Foundation. Het is een internationaal vermaard studiecentrum voor polyfone muziek uit de Lage Landen, waar mensen uit het onderzoeksveld en uit de muziekpraktijk elkaar ontmoeten en samenwerken aan projecten. De komende jaren zal de abdij van Park verder ontwikkelt worden.

De Eerste Wereldoorlog

In de beginmaanden van de Eerste Wereldoorlog staken de Duitsers uit nijd delen van Leuven in brand, waaronder de eeuwenoude universiteitsbibliotheek. Vele handschriften, incunabelen en maar liefst 300.000 boeken, in vijfhonderd jaar verzameld, gingen verloren. Deze actie veroorzaakte internationaal veel woede en kostte Duitsland veel goodwill. Britse propagandisten grepen hun kans om ‘de Hun’ als een cultuurbarbaar weg te zetten.

De bibliotheek werd in de jaren twintig met Amerikaanse steun in Vlaamse renaissance stijl herbouwd. Ook andere historische panden werden platgebrand. Vooral rond de Grote Markt zijn veel huizen na de oorlog herbouwd volgens toen geldende normen. Gelukkig overleefde het gotische stadhuis het Duitse vandalisme ongeschonden, omdat de Duitse commandant er een mooi onderkomen voor zichzelf en zijn officieren in zag.

'Het laatste avondmaal' - Dirk Bouts, Sint-Pieterskerk Leuven
‘Het laatste avondmaal’ – Dirk Bouts, Sint-Pieterskerk Leuven

Een andere trots van de stad is de Sint Pieterskerk, die zijn dak verloor en verschillende kunstwerken. Gelukkig bleef ‘Het laatste avondmaal’ van de Hollandse kunstschilder Dirk Bouts behouden. Delen van de triptiek werden door de Duitsers geroofd, maar kwamen na de Eerste Wereldoorlog weer terug naar huis en zijn nu voor bezoekers te bewonderen.

Leuven is een leuke, boeiende weekendbestemming. De oude studentenstad is rijk aan geschiedenis, kroegen en uitstekende eetgelegenheden voor iedere portemonnee. Het centrum is compact en alle bezienswaardigheden zijn te voet te bereiken. Mits hij zonder vertraging rijdt, bereikt u Leuven snel en makkelijk door ergens in de trein Amsterdam CS – Brussel Midi te gaan zitten en op Antwerpen CS over te stappen op de trein naar Leuven.

~ Edwin Ruis

Ook interessant: De Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van universiteiten in de Noordelijke Nederlanden
Boek: Leuven, een gewonde stad – Augustus 1914

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier