‘Krankzinnigen’ zijn geen kersmisattracties om uit te lachen, maar mensen met een ziekte die behandeling verdienen. Tegenwoordig een open deur, maar tot in de eerste helft van de negentiende eeuw beslist niet. Dat dat veranderde, dankt Nederland voor een belangrijk deel aan Jacobus Ludovicus Conradus Schroeder van der Kolk (1797-1862).
Nog in de eerste helft van de negentiende eeuw werden ‘krankzinnigen’ in Nederland opgeborgen in het Dolhuis. Daar werden ze heel gebrekkig verpleegd en niet zelden mishandeld, aldus het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (deel II, 1912). Soms werden krankzinnigen tentoongesteld voor het volk, dat ze naar hartenlust mocht bespotten. Ja, men vond ze beklagenswaardig. Maar ziek? Nou nee. Dankzij anatoom en psychiater Schroeder van der Kolk kwam daarin verandering.
De microscoop en empirisch onderzoek
In Leeuwarden werd hij overigens geboren als een Van der Kolk, de achternaam van zijn vader. Later plakte hij daar zelf de achternaam voor van zijn uit Duitsland afkomstige moeder. In Groningen studeerde hij medicijnen. Na een werkkring als medicus in het Amsterdamse Buitengasthuis werd hij aangesteld als medisch hoogleraar aan de Utrechtse universiteit. Daar maakte hij naam, niet alleen in de Domstad, ook niet alleen in geleerde kringen in Nederland, maar tot in verre buitenlanden aan toe.
Waar veel medisch hooggeleerden destijds de microscoop nog negeerden – ze konden met het blote oog wel zien wat er aan de hand was, vonden ze – maakte Schroeder van de Kolk van dit instrument juist dankbaar gebruik. En waar de zogenoemde natuurfilosofen in Duitsland er op los redeneerden zonder ook maar iets in de werkelijkheid te onderzoeken, zette Schroeder van de Kolk zijn kaarten juist op empirisch onderzoek. Anders dan destijds gebruikelijk nam hij op dat onderzoekspad zijn studenten vol enthousiasme mee.

Psychiatrie
Was hij aanvankelijk vooral bezig met het ontleden van de mens (en hogere diersoorten), zijn grootste faam verwierf hij door zich te bekwamen in psychiatrische richting. De grote doorbraak was zijn gedachte dat krankzinnigen niet zozeer beklagenswaardig en vermakelijk waren, maar in de allereerste plaats ziek. Ziek in hun hoofd. En wie ziek is, moet niet worden mishandeld of uitgelachen, maar behandeld, aldus Schroeder van de Kolk.
Van die inzichten kon hij de regenten van het Utrechtse krankzinnigengesticht vanaf 1827 overtuigen. Sindsdien ging daar alles anders. De Utrechtse inrichting verwierf er naam en faam mee. Zodanig zelfs dat de regering Schroeder van de Kolk advies vroeg over de verpleging en behandeling van krankzinnigen in heel Nederland. In 1841 leidde dat tot de wet op de gestichten voor krankzinnigen. Daarmee werd hier te lande een einde gemaakt aan in feite middeleeuwse toestanden.

Geestelijke gezondheidszorg
Tussen de bedrijven door zette Schroeder van de Kolk zich ook nog in voor de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van den Sterken Drank. En in diverse geschriften gaf hij blijk van zijn bewondering voor wat hij beschouwde als de goddelijke doelmatigheid van heel de natuur.
Maar zijn grootste prestatie was uiteraard dat hij een grote en blijvende verbetering bewerkstelligde in wat we tegenwoordig de geestelijke gezondheidszorg noemen. Sterker nog, dat het die naam verdient, daartoe heeft Schroeder van de Kolk de beslissende stoot gegeven.
De geschiedenis van de psychiatrie (1800-heden)
Hermann Rorschach en zijn tien inktvlekken
Psychiater Cesare Lombroso en de ‘geboren misdadiger’
Een vorstelijke snijder: Arnoldus Fey
Sigmund Freud, van pionier tot kwakzalver
Geel, een Kempens dorp, zot van geesteszieken