Dark
Light

De mythische Akropolis van Athene

Zicht op de Akropolis
Zicht op de Akropolis (CC0 - Pixabay - Leonhard_Niederwimmer)
De Akropolis van Athene is een iconische rots die oprijst in de hoofdstad van Griekenland. Hij geldt als het belangrijkste toeristische doel voor bezoekers aan Athene. In het deze week verschenen boek De Akropolis van Athene (Prometheus) belichten Eric Moormann en Janric van Rookhuijzen de geschiedenis van de Akropolis, van de Bronstijd tot de eenentwintigste eeuw. Volgens de auteurs een belangrijke geschiedenis omdat het monument, met zijn zware symbolische en politieke bagage, laat zien hoe het ‘Westen’ met zijn eigen verleden is omgesprongen. Op Historiek publiceren we een fragment uit het boek, over de mythische Akropolis.


Een rots van mythen

Er was eens een stenen massief in een vlakte aan zee, een tafelberg die we kennen onder de naam Akropolis van Athene. Elders in de stad lagen nog andere rotspartijen: de Pnyx, de Areopaag en de Philopapposheuvel en in het zicht, noordwaarts, de hoogste heuvel in Athene, de Lykabettos. Het ommeland van Athene, het schiereiland Attica, kende nog meer heuvels, bijvoorbeeld de marmerrijke Hymettos en Pentelikon. In dit gebied vestigden zich dankzij de gunstige ligging aan zee en de aanwezigheid van akkerland mensen die de latere Grieken de Pelasgoi noemden. Zij vormden een meer mythisch dan historisch bekend volk uit het noorden, genoemd naar hun stamvader Pelasgos.

Vanouds was de berg een magneet voor mythen. Wellicht de belangrijkste daarvan betrof de strijd tussen de god van de zee Poseidon en zijn nicht, de godin van wijsheid, handwerk en oorlog, Athena. Deze twee goden zetten ieder een marturion (‘getuigenis’) op de Akropolis om hun patronage over de Atheners te vestigen. Athena schonk de Atheners de olijfboom; een in 1952 door Amerikaanse archeologen geplante olijfboom herinnert nog steeds aan dat bijzondere geschenk.

De in 1952 op de Akropolis geplante olijfboom
De in 1952 op de Akropolis geplante olijfboom (CC BY-SA 2.0 – George E. Koronaios – wiki)

De olijfboom bleek buitengewoon nuttig: de olie kon worden gebruikt als voedsel, zalf, brandstof en bewaarmiddel, en ook olijfhout had groot nut. De boom was dus een gave die goed aansloot bij Athena’s kwaliteit als beschermster van het handwerk. Poseidon schonk een bron met zout water op de Akropolis door zijn drietand tegen de flank van de heuvel te slaan. Dat zou een symbool van macht over de zee kunnen zijn, maar in de praktijk was het water onbruikbaar. Beide geschenken waren op de Akropolis te zien. De Atheners verkozen de nuttige olijfboom boven het onbruikbare zoute water. Zo kreeg Athena de overhand en mocht de stad Athene heten – althans, zo vermoedde men in de Oudheid. Maar dit betekent niet dat Poseidon zomaar terzijde kon worden geschoven.

Een andere mythe is te vinden in de dialoog Kritias van Plato (112-113). Daarin vertelt Kritias over de geschiedenis van een conflict, zo’n negenduizend jaar geleden, tussen Athene en Atlantis – het fabelachtige eiland in de westelijke oceaan dat later door water verzwolgen zou worden. Atlantis stond onder bescherming van Poseidon, Athene onder die van Athena en Hephaistos. De Akropolis vormde toen één geheel met de andere Atheense heuvels. Door een vloedgolf werden de rotsen schoongewassen en kwamen deze bloot te liggen, met daartussen diepe dalen:

Slechts één nacht met uitzonderlijk veel regen heeft de aarde weggespoeld en de rots kaal gemaakt, terwijl er ook een aardbeving plaatsvond plus een enorme overstroming (de derde voor de overstromingen onder Deukalion). Vroeger, in die andere tijd, reikte de Akropolis tot de Eridanos en de Ilissos en behoorden ook de Pnyx en de tegenover de Pnyx gelegen Lykabettosberg ertoe. Hij was helemaal met aarde bedekt en van boven op een paar punten na geheel vlak. De delen aan de buitenkant en de flanken ervan werden bewoond door de ambachtslieden en de boeren die het ommeland bewerkten. Het bovenstuk, rondom het heiligdom voor Athena en Hephaistos, werd uitsluitend bewoond door het krijgsvolk. Ze hadden rondom die ruimte als om een huis één omheiningsmuur opgetrokken.

Na de strijd bleven de twee goden elkaar met argwaan bejegenen. Zo ook hun nazaten, die eveneens mythische figuren zijn. Poseidons zoon Eumolpos, heerser van het nabijgelegen Eleusis, deed een aanval op Athene, op dat moment geregeerd door koning Erechtheus. Erechtheus kreeg van zijn vrouw Praxithea te horen dat hij Eumolpos kon overwinnen door zijn jongste dochter te offeren. Die opdracht lijkt op de vraag aan Agamemnon zijn dochter Iphigeneia in Aulis te offeren, wanneer de Griekse troepen niet naar Troje kunnen uitvaren wegens windstilte. Na dat offer bracht Erechtheus Eumolpos om, maar moest dit zelf met de dood bekopen – door de drietand van Poseidon zelf. Intussen hadden de twee zusters van het geofferde meisje een einde aan hun leven gemaakt. Het is al met al een vreselijk drama, bekend uit een fragmentarisch bewaard gebleven tragedie van Euripides, getiteld Erechtheus. Athena kondigt aan het slot van dit stuk een cultus aan voor Erechtheus, nu gelijkgesteld aan de god die hem doodde – Poseidon. In deze cultische figuur Poseidon-Erechtheus komen de twee rivalen samen. Praxithea, nu Erechtheus’ weduwe, wordt priesteres van Athena.

Noordwand van de Akropolis, 2020
Noordwand van de Akropolis, 2020 (CC0 – George E. Koronaios – wiki)

Uit deze en andere mythen blijkt de sterke verbondenheid van de Akropolis met vroege koningen en helden. Naast Erechtheus waren ook Erichthonios en Kekrops bekende koningen, van wie men geloofde dat ze eveneens uit de aarde waren geboren. De Atheners beeldden Kekrops meestal af als half man, half slang. De Akropolis was ook het domein van koning Aigeus, die volgens de mythe van de burcht sprong toen zijn zoon Theseus van Kreta met zwarte zeilen kwam aangevaren. Vader en zoon hadden afgesproken dat het schip witte zeilen zou voeren als de expeditie tegen de Kretenzische koning Minos (en de dood van de halfstier Minotauros) zou zijn gelukt. Wat zo was, maar omdat Theseus Minos’ dochter, de prinses Ariadne, die hem had geholpen en zijn geliefde was geworden, op het eiland Naxos had moeten achterlaten, was hij in droefheid vergeten de zwarte zeilen te vervangen door witte.

Theseus, de beroemdste Atheense held, had een heiligdom in de benedenstad, maar was ook met de Akropolis verbonden. De geschiedschrijver Thucydides vertelt dat de Atheners in kleine dorpjes woonden onder hun mythische koningen. Theseus bracht deze gehuchten bijeen tot een polis avant la lettre en maakte de Akropolis tot zijn machtscentrum, in een proces dat we ook van andere stadstaten kennen in Griekenland en in Italië, de zogeheten synoikismos (‘samenvoegen van woonplaatsen’). Dat zou inhouden dat hij hier een paleis liet bouwen, maar die bouw wordt in andere bronnen juist met Kekrops en Erechtheus in verband gebracht. Klaarblijkelijk wedijverden deze koningen met hun mythische collega’s Agamemnon en Menelaos, de uit Homerus’ Ilias bekende koningen van respectievelijk Mykene en Sparta. Met succes verdedigde Theseus vervolgens zijn residentie tegen aanvallen van het ruige vrouwenvolk uit het oosten, de Amazonen, die ook in de Trojaanse Oorlog hadden meegevochten.

De grot van Aglauros aan de oostkant van de Akropolis.
De grot van Aglauros aan de oostkant van de Akropolis. (CC BY-SA 3.0 – Schuppi – wiki)

Wie vandaag rond het maximaal 157 meter hoge rotsmassief loopt, komt verschillende kloven en grotten tegen. De meeste ervan zijn met mythische figuren en verhalen verbonden. Aan de oostkant van de Akropolis bevindt zich de grootste grot, die gewijd lijkt te zijn geweest aan de mythische prinses Aglauros. De inscriptie op een stenen plaat die in de nabijheid van deze grot is gevonden, vermeldt dat de stèle in het Heiligdom van Aglauros moest worden opgesteld. In dit heiligdom zwoeren jonge dienstplichtigen een eed van trouw aan de stad. Verder naar het westen waren er grotten voor Aphrodite en Eros. En in de noordwestzijde van de Akropolis zijn drie grotten te vinden. In een daarvan zou Apollo met de prinses Kreousa, dochter van Erechtheus, hebben gevreeën, en uit die ontmoeting zou Ion, stamvader van de Ioniërs, geboren zijn. In een andere grot had Zeus een onderkomen.

De Akropolis van Athene - Eric Moormann & Janric van Rookhuijzen
De Akropolis van Athene – Eric Moormann & Janric van Rookhuijzen
De van oorsprong uit Arcadië (een landstreek op de Peloponnesus) stammende bokkengod Pan genoot verering in een andere grot. Volgens de traditie, verteld door Herodotus, had hij in 490 v.Chr. de Atheners bijgestaan tijdens de Slag bij Marathon tegen de Perzen door met zijn plotselinge verschijning paniek te zaaien bij de vijand. Daarom zou hij ook bij latere veldheren aanzien genieten: Alexander de Grote liet zich zelfs met bokkenhoorns op het voorhoofd afbeelden, omdat hij eveneens door Pan zou zijn geholpen. Ook op andere plaatsen in Attica werden grotten aan Pan gewijd, onder andere in Marathon zelf (Pausanias 1.32.7). De vaste begeleiders van Pan waren de nimfen, die dansten op zijn muziek. Het is voorstelbaar dat ook zij bij of in de grotten werden vereerd. In elk geval getuigen vele nissen aan de noordkant van de Akropolis van antieke eerbied.

~ Eric Moormann en Janric van Rookhuijzen

Boek: De Akropolis van Athene

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Eric Moormann is emeritus hoogleraar klassieke archeologie aan de Radboud Universiteit. Naast wetenschappelijke publicaties schreef hij boeken en artikelen voor een algemeen publiek, zoals Ooggetuigen van het Romeinse Rijk en God op aarde. Keizer Domitianus.

Janric van Rookhuijzen werkte als onderzoeker en docent aan de universiteiten van Leiden, Utrecht en Nijmegen. Publiceerde studies over onder meer Herodotus, het Parthenon en het Erechtheion. Winnaar van de Early Career Award van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (2023).

Gratis nieuwsbrief

Meld u aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief (49.599 actieve abonnees)

"Honderden historici brachten hun kennis al in."

Overzicht van auteurs op Historiek