Veel tegenstrijdige verslagen en getuigenverklaringen hebben geleid tot mythevorming en mystificaties rondom de capitulatie en het vertekende beeld dat in Wageningen door de Canadezen de vrede werd afgedwongen. In het nieuwe boek 5 mei 1945. Het momentum van Wageningen geven Wim Huijser, Coen Pepplinkhuizen en Jelle de Gruyter een zo volledig mogelijke reconstructie van het verloop van de gebeurtenissen die vanaf half december 1944 leidden naar 5 mei 1945. Een fragment uit dit boek over de hardnekkige mythe van de ‘Vrede van Wageningen’.
Een eigen capitulatie
Tot op de dag van vandaag is de vraag actueel wat zich nu eigenlijk precies op 5 en 6 mei 1945 in Wageningen heeft afgespeeld. Hoe zat het nu precies met die ‘capitulatie’? Kon het wel zo genoemd worden en waren de besprekingen in Hotel De Wereld nu onderhandelingen of niet? Welke documenten lagen er precies op tafel en wat was eigenlijk de agenda van de hoofdrolspelers? Door de aanwezige pers werd het vooral beleefd als ‘de Vrede van Wageningen’ en zo zijn de gebeurtenissen ook in het collectieve geheugen opgeslagen. En al is het niet naar de letter zo, voor een groot deel van de bevolking heeft het die betekenis gekregen en dat is er in de laatste jaren niet minder op geworden.
Tijdens de herdenkingen ter gelegenheid van 80 jaar Bevrijding in de avond van 4 mei 2025 sprak tv-presentator Winfried Baijens van de NOS, gepositioneerd voor Hotel De Wereld, zelfs van de plaats waar 80 jaar eerder de ‘vredesonderhandelingen’ hadden plaatsgevonden.

Naoorlogse generaties weten vaak niet beter dan dat hier onder druk van de Canadese generaals, en niet te vergeten prins Bernhard, de Duitsers capituleerden, waarmee de Tweede Wereldoorlog in Nederland tot een einde kwam. Dit beeld werd onder andere versterkt doordat de prins jarenlang naar Wageningen terugkeerde om op 5 mei het bevrijdingsdefilé af te nemen. Door de jaren heen zijn er echter ook geregeld vraagtekens bij geplaatst en eigenlijk was het Bernhard zelf die daar al vrij kort na de oorlog aanleiding toe gaf.
In een gesprek op 23 februari 1948 met generaal D.A. van Hilten, hoofd van de sectie Krijgsgeschiedenis van de Generale Staf, gaf de prins desgevraagd toe dat de zogenoemde capitulatie in Wageningen eigenlijk ‘niet wettig’ was, maar dat generaal Foulkes erop gebrand was geweest een ‘eigen capitulatie’ op zijn naam te krijgen en dat de Duitsers zich net zo goed aan de Binnenlandse Strijdkrachten hadden kunnen overgeven. Dat Foulkes een verborgen agenda had, zou later in vergelijkbare termen in Canadese militaire geschiedschrijving worden vastgesteld.
Articles of Agreement

Seyss-Inquart had echter op 30 april zijn poot stijf gehouden waardoor hij erin slaagde zijn eigen agenda door te voeren. Een ‘Verdrag van Achterveld’ was daarmee ongetekend gebleven. Dit laatste tot grote tevredenheid van de Duitse opperbevelhebber Blaskowitz, die nog maar net in functie was en zich met opzet niet in Achterveld had laten zien.

Het memorandum van zijn onderhoud met Reichelt op donderdag 3 mei in het huisje in de Nude is daarvan een goed voorbeeld. Het plotselinge nieuws, een dag later, van de capitulatie op de Lüneburger Heide, was in die zin voor Foulkes een streep door de rekening. Met het oog op zijn eigen toekomstplannen had hij zich een ander einde van de oorlog voorgesteld.

Deelcapitulaties
De capitulatie op 4 mei, waarbij de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland onder generaal-veldmaarschalk Busch zich aan Montgomery hadden overgegeven, betekende ook voor Nederland het einde van de oorlogshandelingen, maar was niet het einde van de oorlog. Het was slechts de tweede in een reeks van militaire deelcapitulaties die ten slotte op 7 mei tot de totale capitulatie in Reims zouden leiden. Elk van de deelcapitulaties, op het niveau van legergroep of hoger, werd gevolgd door een cascade aan overgavebesprekingen op de lagere niveaus van leger, legerkorps, divisie en brigade.
Zo’n bijeenkomst bestond uit een kort formeel gedeelte, waarin de betreffende capitulatie werd erkend, gevolgd door langdurige besprekingen van militair-technische aard. Dat was ook het geval geweest in de bijeenkomst op zaterdagmiddag 5 mei in Hotel De Wereld, waarbij de bevelhebber van het 25e Duitse Leger Blaskowitz voor het eerst aan tafel kwam te zitten tegenover Foulkes, die de honneurs waarnam voor generaal Crerar, de bevelhebber van het 1e Canadese Leger. De aanwezigheid van Blaskowitz, die een hogere rang bekleedde dan Foulkes, was hierbij niet absoluut noodzakelijk. De Duitser had het dan ook aan zijn stafchef Reichelt kunnen overlaten. Foulkes had echter nadrukkelijk op zijn aanwezigheid aangedrongen.
D.A. van Hilten, generaal-majoor van de generale staf b.d., die vier jaar later in zijn lijvige boek Van capitulatie tot capitulatie (1949) een beknopte historische en technische beschrijving van de militaire gebeurtenissen in Nederland tijdens de Duitse bezetting zou geven, doet de besprekingen in Hotel De Wereld dan ook in krap zeven regels af:
Foulkes had niet geschroomd om de bijeenkomst ook in andere opzichten zo veel mogelijk op een echte capitulatie – en een ‘interesting show’ – te laten lijken. De gebruikte documenten, waarvoor de formats met alle commandanten waren doorgesproken, laten echter geen enkele twijfel bestaan over de ware aard van de bijeenkomst. De Duitse handtekening op 5 mei was een schriftelijke bevestiging van ontvangst, maar meer dan zomaar een formaliteit. De ondertekenaar verplichtte zich daarmee ook de vele bepalingen van het document na te komen. Foulkes vond het dan ook geen probleem om Blaskowitz, toen deze daarom vroeg, een dag uitstel te verlenen. Dit uitstel had echter wel onverwachte gevolgen.
6 May 1945

De aanduiding in the field houdt in dat een leger tijdens het moment van capitulatie, wanneer verdere weerstand niet meer mogelijk of zinvol wordt geacht, nog ‘in het veld’ verkeert in plaats van in gevangenschap of in een andere gecontroleerde omgeving. Bij een dergelijke overgave geeft de overwonnen partij zijn wapens en militaire documenten over en erkent hij de overmacht van de tegenpartij. Het impliceert ook dat de overgave plaatsvindt terwijl de strijd nog gaande is, vaak zonder dat er een volledige capitulatie van het hele leger heeft plaatsgevonden. Bij de formele overeenkomst accepteert de overwinnaar de overgave van de tegenstander, vaak met afspraken over de verdere behandeling van de gevangenen, wapens, en locatie. Dit proces gaat gepaard met het naleven van regels en protocollen, zoals het respecteren van de conventies van de oorlog.
Gefingeerde capitulatie
In 2004 en 2005 deed Coen Pepplinkhuizen, wiens zicht op het onderwerp lange tijd werd verduisterd door tegenstrijdigheden en schijninformatie, uitgebreid onderzoek naar de toedracht van de capitulatie en de vermoedelijke gang van zaken. De grondmist trok bij hem pas op toen hij ontdekte dat generaal Foulkes een bewuste poging had gedaan om van een militair-technische bijeenkomst over de uitwerking van de overgave een ‘echte’ capitulatie te maken, zo vertelde hij in april 2005 aan Hans Wansink van de Volkskrant. Dat een afzonderlijke overgave van de troepen van Blaskowitz opeens overbodig was geworden, kwam de ambitieuze Foulkes slecht uit, concludeerde Pepplinkhuizen. Voor de carrière van Charles Foulkes was de gefingeerde capitulatie van levensbelang.
De ontvangst van een spoedtelegram van generaal Crerar in de avond van 5 mei, waarin hij er melding van maakte dat de Duitse troepen onder generaal Erich Straube zich in Bad Zwischenahn hadden overgegeven aan zijn rivaal generaal Simonds, maakte vermoedelijk dat Foulkes er iets soortgelijks tegenover moest stellen. Alleen een capitulatie op 5 mei was voor Foulkes goed genoeg. Anders zou niet hij maar Simonds de belangrijkste kandidaat zijn voor de post van Chef van de Canadese generale staf, een toppositie die op korte termijn vacant zou komen. De twee waren in 1937 nog elkaars klasgenoten geweest op het Britse Camberley Staff College, waar de humorloze en impopulaire streber Foulkes het duidelijk had moeten afleggen tegen hoogvlieger Simonds.
Guy Simonds was de onbetwiste Achilles van het Canadese leger. Hij had in november 1944 de leiding gehad over de bestorming van Zuid-Beveland en Walcheren. Deze zeer gecompliceerde operatie om de Schelde vrij te maken, had niet minder dan dertienduizend levens gekost, maar maakte de haven van Antwerpen toegankelijk voor geallieerd gebruik. De even harde als briljante veldcommandant Simonds was echter niet bij iedereen geliefd. Hij was zeer succesvol geweest in Italië en in Normandië, en was in april 1945 vliegensvlug opgerukt richting Leeuwarden, Groningen en Oldenburg. De generaal ging zijn mannen letterlijk voor aan het front, maar voelde zich minder thuis in de politieke en diplomatieke circuits.

Terwijl Simonds zijn superieuren vooral op stang wist te jagen, verstond Charles Foulkes juist de kunst om een goede indruk te maken. Foulkes was een typische stafofficier, die het politieke spel als geen ander beheerste, en daarbij the blue eyed boy van de oude Crerar. Te velde maakte hij echter duidelijk minder indruk. Tijdens het offensief in Normandië hadden zijn officieren geklaagd over het gebrek aan helderheid van zijn orders. Simonds, op dat moment zijn meerdere, had zelfs overwogen Foulkes te ontslaan. In Italië en in Nederland voldeed Foulkes wel, al had hij ook weer niet uitgeblonken.
Na de oorlog zouden de rollen van de Canadese generaals door diverse historici uitvoerig onder de loep worden genomen. Volgens Terry Copp in zijn boek Cinderella Army: The Canadian in Northwest Europe 1944-1945 (2006), kan luitenant-generaal Guy Simonds terecht worden beschreven als ‘de voortreffelijkste korpscommandant binnen de 21st Army Group’. Simonds mocht dan niet de ‘human touch’ hebben gehad die grote leiders onderscheidt…
…maar geen enkele andere korpscommandant toonde zo’n technische bekwaamheid en flexibiliteit.
Simonds had ook het goede gevoel om te proberen Montgomery en Crerar af te houden van kostbare frontale aanvallen in de Rijn door een alternatief voor te stellen.
Ook bij veel andere gelegenheden toonde Simonds een gezonde, verstandige aanpak van problemen en een oprechte bezorgdheid om het verspillen van jonge levens te voorkomen.
De rol van Harry Crerar was volgens Copp veel minder centraal. “Crerar vervulde zijn primaire administratieve verantwoordelijkheden als legercommandant en deed zijn uiterste best om een redelijke mate van autonomie voor het nationale leger van Canada te ontwikkelen en te behouden.”

Charles Foulkes was waarschijnlijk de grootste militaire bureaucraat van Canada…
…schrijft zijn collega J.L. Granatstein in The Generals: The Canadian Army’s Senior Commanders in the Second World War (1993)…
…maar zeker niet de meest succesvolle of meest bewonderde veldsoldaat die Canada tijdens de Tweede Wereldoorlog voortbracht.
Volgens generaal-majoor Bert Hoffmeister, bevelhebber van de 5e Canadese Pantserdivisie die ingedeeld was bij het 1e Canadese Leger en deelnam aan de gevechten in Nederland, was Foulkes…
…een ijdel, egocentrisch man, wiens voornaamste interesse het was om voor zichzelf te zorgen.
Capitulatie in Wageningen in mei 1945 is geschiedvervalsing
Capitulaties van Duitse troepen in 1945
Nederland in de Tweede Wereldoorlog – De bezetting
Wachten op de bevrijding
Geallieerden plunderden op grote schaal in regio Nijmegen
Canadezen bevrijdden Groningen in april 1945 na hevige strijd