StudieboekenStudieboeken

Capitulaties van Duitse troepen in 1945

Tot historische herdenkingen behoren ook capitulaties van Duitse gewapende strijdkrachten in 1945, vooral die van 4 mei op de Lüneburger Heide en 7 mei in Reims. Vrijdag 5 mei 2020 om 08.00 uur is precies vijfenzeventig jaar na de herwonnen vrijheid van Nederland. Er bestaat veel mythevorming over capitulaties van Duitse troepen in 1945.

Het gangbare onjuiste beeld van ‘capitulatie van Duitsland’ of ‘Duitse overgave’ is niet gebaseerd op historisch onderzoek en houdt geen rekening met westerse en Sovjet-Russische opvattingen uit de periode van de Koude Oorlog. Veel van dergelijke mythen worden in dit artikel weerlegd. Duitsland kon niet capituleren, omdat de geallieerden staatshoofd rijkspresident Grossadmiral Karl Dönitz (1891-1980) en zijn regering niet erkenden. Uitsluitend het Opperbevel van de Duitse strijdkrachten (Oberkommando der Wehrmacht, OKW) kon capituleren of instemmen met een capitulatie door Duitse troepen.

Dönitz wist dat de oorlog voor Duitsland verloren was. Hij kende de door de geallieerden afgesproken verdeling van Duitsland in Amerikaanse, Britse, Franse en Russische bezettingszones. Tijdens het Ardennenoffensief in december 1944 was een kaart van die zones de Duitsers in handen gevallen. Hij wilde voorkomen dat Duitse burgers en troepen in handen van het Rode Leger zouden vallen. Die in het oosten mochten terugtrekken naar de westelijke demarcatielijn langs de Elbe; die in het westen in de richting van het Amerikaanse front en de evacuatie van troepen over de Oostzee moest doorgaan. Noorwegen, Denemarken en Nederland wilde hij zo spoedig mogelijk kwijt. (Deel)capitulaties van Duitse troepen aan Britten en Amerikanen moesten zorgen voor rust aan het westfront om eventueel met steun van westerse geallieerden de strijd tegen het Rode Leger voort te zetten. De Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers onder Montgomery nam op 2 mei vanuit het bruggenhoofd in Lauenburg Wismar aan de Oostzee en Lübeck in. De Duitse troepen in Denemarken waren tijdig afgesloten voor het naderende Rode Leger. Dönitz gaf diezelfde dag bevel tot onderhandelingen over een (deel)capitulatie met de Britten en verhuizing van zijn hoofdkwartier in Plön bij Kiel naar Flensburg in Sleeswijk-Holstein. Britten namen op 5 mei Kiel in.

Volledige overwinning

De westerse geallieerden hadden tijdens hun conferentie in Casablanca in januari 1943 op voorstel van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt besloten uitsluitend een onvoorwaardelijke totale capitulatie van Duitsland, Italië en Japan te accepteren. Dat betekende voor Duitsland het gelijktijdig neerleggen van de wapens in het westen en het oosten. Anders volgde vernietiging van de strijdkrachten, industriecentra en steden. Het doel van de geallieerden was dan ook niet bevrijding van (West-)Europa, maar ‘niets minder dan de volledige overwinning’ op Duitsland. Onvoorwaardelijke tactische (deel)capitulaties te velde van eenheden kleiner dan een leger waren mogelijk zonder overleg tussen het hoofdkwartier van de westelijke geallieerde troepen en het Sovjet-Russische opperbevel. Onvoorwaardelijk wil zeggen niet door voorwaarden beperkt. Uiteraard waren onderhandelingen niet mogelijk.

- advertentie -

Instrument of Surrender, Lüneburger Heide, 4 mei 1945.
Instrument of Surrender, Lüneburger Heide, 4 mei 1945.
De tekst van het Document van Overgave (Instrument of Surrender) was in 1944 opgesteld door de politieke Europese Adviescommissie (EAC) bestaande uit vertegenwoordigers van de Verenigde Staten (VS), het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Unie van Socialistische Sovjet Republieken (USSR). Zij hadden op 28 juli 1944 ingestemd met de definitieve tekst. De gecombineerde chefs van staven van de westerse geallieerden hadden in augustus 1944 ingestemd met algemene richtlijnen voor (deel)capitulaties. Ook die capitulaties moesten onvoorwaardelijk zijn en beperkt blijven tot militaire aspecten. Ze mochten geen beloften bevatten en konden vervangen worden door een algemeen Document van Overgave dat door de drie grote mogendheden zou worden opgelegd aan Duitsland. Het Document van Overgave moest voorts datum en tijdstip van de inwerkingtreding bevatten en aangeven dat ‘verdere bevelen’ ter implementatie van de capitulatie (Orders to German Commanders on Surrender) zouden volgen. Die ‘Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers’ zouden ter ondertekening voorgelegd worden aan gecapituleerde bevelhebbers. Die moesten militaire informatie verstrekken over commandostructuur, troepensterkte, voertuigen, wapens, dieren, mijnen (in dijken), mijnenvelden, explosieven, concentratiegebieden voor ontwapening en de gang naar krijgsgevangenschap. Een door weinigen begrepen, maar desondanks duidelijk voorbeeld van deze uitvoerings- of implementatiebevelen is het in Wageningen op 5 mei 1945 door de gecapituleerde Duitse bevelhebber generaal Blaskowitz in Nederland ondertekende document met Orders to German Commanders on Surrender. Deze door de Canadese luitenant-generaal Foulkes opgestelde bevelen dienden ter implementatie van de artikelen 3 en 4 van het Document van Overgave van 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide.

(Deel)capitulaties van Duitse troepen

Het uiteenvallen van de Duitse strijdkrachten begon op 29 april 1945 met de onvoorwaardelijke capitulatie in Caserta van de Duitse troepen in Italië en Zuid-Oostenrijk. Geallieerde troepen hadden Bologna ingenomen en waren de Po overgestoken. De Duitse en Italiaanse fascistische troepen zouden op 2 mei om 12.00 uur alle vijandelijkheden staken. Ondertekenaars van het ‘Instrument of Local Surrender’ waren Oberbefehlshaber Südwest Generaloberst Heinrich-Gottfried O. R. von Vietinghoff-Scheel (1887-1952) en SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS Karl Friedrich O. Wolff (1900-1984), Polizeiführer in Italië.

Op 2 mei nam het Rode Leger Berlijn in. General der Artillerie Helmuth O. L. Weidling (1891-17 november 1955 in Russische krijgsgevangenschap) had zijn troepen bevel gegeven de wapens neer te leggen. Hij gaf de stad over om levens te sparen.

Eisenhower als generaal, 1945 (US Army)
Eisenhower als generaal, 1945 (US Army)
Na de onverwachte Britse opmars naar de Oostzee op 2 mei arriveerde op donderdag 3 mei 1945 om 11.30 uur via Hamburg een Duitse militaire delegatie bij het tactische hoofdkwartier van de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery (1887-1976). Dat bestond uit een drietal caravans en een tent op de Timeloberg bij Wendisch-Evern op de Lüneburger Heide. Dönitz hoopte dat Montgomery’s handen politiek minder gebonden waren dan die van de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower. De delegatie was gezonden door Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel (1882 Neurenberg – 16 oktober 1946 opgehangen), chef van het OKW, op initiatief van president Dönitz die met zijn regering aan boord was gegaan van het tot drijvend hotel ingerichte luxe passagiersschip Patria in Flensburg. Delegatieleiders waren Generaladmiral Hans-Georg von Friedeburg (1895-23 mei 1945 zelfmoord), opvolger van Dönitz als opperbevelhebber van de Kriegsmarine, en generaal Eberhard Kinzel (1897-24 juni 1945 zelfmoord), chef-staf van legergroep Befehlshaber Nordwest onder bevel van Generalfeldmarschall Ernst Busch (1885-17 juli 1945 in Britse krijgsgevangenschap). Ook Generaloberst Georg Lindemann (1884-1963), opperbevelhebber van de Duitse troepen in Denemarken, en General der Infanterie Günther Blumentritt (1882-1967) bevelhebber van Heeresgruppe Blumentritt in Noordwest-Duitsland, wilden capituleren. De Duitse troepen in Nederland behoorden tot Legergroep Noordwest onder Busch. Delegatieleden waren Konteradmiral (vice-admiraal) Gerhard Wagner (1898-1987), lid van de persoonlijke staf van Dönitz; Fritz Poleck (1905-1989), Oberst bij het OKW en majoor Hans J. Friedel, stafofficier van Kinzel. Een tolk waren ze vergeten.

Von Friedeburg en Kinzel boden Montgomery de capitulatie aan van drie voor het Rode Leger tussen Berlijn en Rostock terugtrekkende Duitse legers ten westen van de Elbe: 3. Panzer, 9. en 12. Armee. Ze vroegen ook hulp voor de bevolking van Mecklenburg die in Russische handen dreigde te vallen. Montgomery weigerde. Hij eiste de onvoorwaardelijke (deel)capitulatie van de Duitse troepen in Noordwest-Europa (Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Helgoland en Denemarken) die op de westelijke en noordelijke flanken van zijn Brits-Canadese legergroep stonden.1

Alfred Jodl
Alfred Jodl
Deze ‘tactische capitulatie te velde’ kwam overeen met de afspraken gemaakt met de USSR. Von Friedeburg en Friedel hielden vervolgens in Flensburg ruggespraak met Dönitz en generaals van het OKW: chef-staf Generaloberst Alfred Jodl (1890 Neurenberg – 16 oktober 1946 geëxecuteerd) en Keitel. Ze keerden op 4 mei om 18.00 uur terug bij Montgomery met de vereiste volmacht van Keitel en Dönitz. Het OKW stemde in met de onvoorwaardelijke capitulatie van de legergroepen Befehlshaber Nordwest en Blumentritt en de Duitse troepen in Denemarken. De delegatieleden tekenden om 18.30 uur2 de onvoorwaardelijke overgave aan Montgomery als bevelhebber van de Noordelijke Groep van Legers. Montgomery ondertekende het Document van Overgave (Instrument of Surrender) namens Eisenhower. Het OKW stemde in met de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Helgoland en Denemarken. De strijdkrachten in die gebieden zouden alle vijandelijkheden ter land, ter zee en in de lucht staken op zaterdag 5 mei 1945 om 08.00 uur. Het OKW zou onmiddellijk zonder tegenspraak alle verdere geallieerde (overgave)bevelen uitvoeren. De ondertekenaars waren Von Friedeburg, Kinzel, Wagner, Poleck en Friedel. Montgomery tekende als laatste. De capitulatie3 trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking, ook in Nederland. Op die dag en dat tijdstip zwegen de wapens. Nederland was vrij. Deze capitulatie, bevrijding en herwonnen vrijheid vormen de historische context van de nationale viering van Nationale Feestdag 5 mei.

- advertentie -

Montgomery’s Noordelijke Groep van Legers voerde uiteraard zelf de implementatie van de capitulatie bij Lüneburg uit. De Canadese generaal Crerar (1888-1965) legde die taak bij zijn korpsbevelhebbers de luitenant-generaals Charles Foulkes (1903-1969) in Nederland en Guy Simonds (1903-1974) bij Oldenburg. Zij moesten de door het Instrument of Surrender vereiste uitvoeringsbevelen (Orders to German Commanders on Surrender) opstellen en laten ondertekenen en uitvoeren. Simonds legde die in Bad-Zwischenahn voor aan generaal Erich Straube (1887-1971). De ‘gecapituleerde Duitse troepen’ – geen krijgsgevangenen – in Nederland moesten onder gezag van het 1st Canadian Corps naar concentratiegebieden voor ontwapening en terugkeer naar Duitsland voor krijgsgevangenschap. Foulkes ontbood Generaloberst Johannes Blaskowitz (10 juli 1883-5 februari 1948 zelfmoord) op 5 mei om 11.00 uur in het zwaar beschadigde hotel ‘De Wereld’ in Wageningen. Dat stond bij de toegang tot het geneutraliseerde gebied voor voedseltransporten en de bevolking was geëvacueerd. Blaskowitz veronderstelde ’s nachts dat de capitulatie bij Lüneburg voor Nederland beperkt zou blijven tot gebied bij Delfzijl. Hij vreesde uitlevering aan het Rode leger. In Beusichem had hij in villa Engelenburg gesproken met Generalmajor Alfred Philippi van de 361. Volksgrenadier Division. Ze zouden dreigen met onderwaterzettingen als de Duitse troepen op transport moesten naar de USSR. Villa Engelenburg was de woning van de lokale verzetsleider Antonie Beijnen. Die luisterde door een kast het gesprek af en gaf de inhoud door aan Foulkes. Blaskowitz moest als ondergeschikte van Busch uiteraard wel gehoorzamen. Bovendien moest hij dit doen op bevel van Generalfeldmarschall Keitel, chef van het OKW, die hem op 5 mei 1945 een uitvoerig telexbericht had gestuurd. Daarin was hij ‘persoonlijk verantwoordelijk’ gesteld voor de uitvoering van geallieerde bevelen. De neergelegde wapens moesten op bevel van de geallieerden ordelijk worden ingezameld en opslagplaatsen van wapens, munitie, brandstof en voedsel bewaakt.

Johannes Blaskowitz
Johannes Blaskowitz
Blaskowitz stuurde aanvankelijk zijn stafchef Paul Reichelt naar Wageningen met wie Foulkes de zeven artikelen van het Document van Overgave van de Lüneburger Heide doornam. Reichelt moest de door Foulkes opgestelde Orders to German Commanders on Surrender meenemen en om 16.00 uur terugkomen met Blaskowitz. Die bevelen eisten gedetailleerde informatie over tal van militaire zaken. Blaskowitz tekende zoals vereist ‘onmiddellijk en zonder enig commentaar’ binnen een half uur de bevelen in hotel ‘De Wereld’ om 16.30 uur in aanwezigheid van prins Bernhard.4 De prins veronderstelde abusievelijk dat de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) Duitse troepen mochten ontwapenen. Die ontwapening was terecht voorbehouden aan Montgomery’s legergroep. De gecapituleerde Duitse troepen mochten zelfs tot die ontwapening hun wapens behouden uit vrees voor de NBS waarover prins Bernhard geen enkel gezag had. Blaskowitz kreeg desgevraagd vierentwintig uur uitstel voor het verstrekken van de verlangde informatie. De tweede bijeenkomst over de door hem verstrekte vereiste gedetailleerde militair-technische informatie was op zondag 6 mei 1945 in de aula van de landbouwhogeschool in Wageningen.5

Van 4 tot 7 mei 1945 gaven bij de Elbe circa honderdduizend Duitse soldaten, restanten van 9. en 12. Armee van generaal Wenck, zich over aan het Negende Amerikaanse Leger. De Duitse troepen in Oostenrijk capituleerden op zaterdag 5 mei 1945 in Innsbruck. General der Panzertruppen A. R. Erich Brandenberger ondertekende daar om 15.00 uur de onvoorwaardelijke overgave van zijn 19. Armee dat alle vijandelijkheden om 18.00 uur zou staken. Luitenant-generaal Edward H. Brooks (1893-1978), bevelhebber van het VI Corps van het Zevende Amerikaanse Leger, tekende als vertegenwoordiger van generaal Devers; generaal Patch voor het Amerikaanse leger en kolonel T. Demetz, chef-staf van het Eerste Franse Leger, als vertegenwoordiger van generaal Jean de Lattre de Tassigny.

De Duitse strijdkrachten in Zuid-Duitsland gaven zich op 5 mei 1945 in Haar bij München over aan generaal Devers, bevelhebber van de Zuidelijke Groep van Legers. Veldmaarschalk Albert Kesselring, opperbevelhebber in Italië, had op 3 mei daarover overlegd met Dönitz. General der Infanterie Hermann Foertsch (1895-1961), bevelhebber van 1. Armee, ondertekende om 14.30 uur de capitulatie van alle Duitse strijdkrachten tussen de Boheemse bergen en de Boven Inn, waaronder Legergroep G. Die capitulatie trad op 6 mei 1945 om 12.00 uur in werking.

Reims 7 mei 1945: onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse troepen op alle fronten

Zaterdag 5 mei 1945 landde ’s morgens het vliegtuig met Von Friedeburg en Poleck door slechte weersomstandigheden in Brussel. Dönitz had Von Friedeburg opgedragen met de Amerikanen te onderhandelen over een (deel)capitulatie. Van Brussel reed de Duitse delegatie met een auto naar SHAEF in Reims. Eisenhower had generaal-majoor van de artillerie Ivan A. Susloparov en diens tolk luitenant-kolonel Ivan Zenkovitch tijdig voor de capitulatie uitgenodigd evenals de Franse generaal-majoor Francois Sevez. Hij had bovendien op 4 mei een duidelijk bericht naar Moskou geseind. De Duitse troepen moesten zich tegelijkertijd overgeven aan het Sovjet-Russische Opperbevel. De overgave zou strikt militair van aard zijn en dus onafhankelijk van politieke en economische bepalingen die de geallieerde regeringsleiders Duitsland zouden opleggen.

Walter Bedell Smith
Walter Bedell Smith
Luitenant-generaal Walter Bedell Smith ontving de Duitse delegatie omstreeks 17.00 uur in het in 1931 in rode stenen opgetrokken moderne gebouw met drie verdiepingen van de Technische School (Ecole Professionelle et Technique de Garçons) aan de Rue Jolicoeur. Von Friedeburg stelde de Amerikanen de (deel)capitulatie voor van de overgebleven troepen aan het westfront. Eisenhower weigerde compromissen te sluiten. Hij eiste ‘de onmiddellijke, gelijktijdige en onvoorwaardelijke overgave van alle troepen op alle fronten’. Von Friedeburg vroeg Dönitz daarvoor schriftelijk toestemming. Dönitz antwoordde op 6 mei om 13.00 uur dat Generaloberst Alfred Jodl, chef-staf van het OKW, zou komen voor de ondertekening. Jodl en zijn tolk majoor Friedrich W. Oxenius arriveerden omstreeks 18.00 uur bij SHAEF. Hij bood overeenkomstig de instructies van Dönitz de Amerikanen de overgave aan van alle nog bewapende Duitse strijdkrachten aan het westfront. Von Friedeburg had aanvankelijk op bevel van Dönitz dezelfde onderhandelingspositie ingenomen tegenover Montgomery. Eisenhower eiste opnieuw ‘een onmiddellijke, gelijktijdige, complete en onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse troepen op alle fronten’ aan de geallieerden. Hij dreigde de westelijke linies voor Duitse soldaten te sluiten zodat ze zich moesten overgeven aan het Rode Leger.

Jodl legde Dönitz in Flensburg radiografisch de eis van Eisenhower voor. Dönitz moest zich in het onvermijdelijke schikken. Hij berichtte Jodl kort na middernacht akkoord te gaan met de volledige en onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten aan de geallieerden. Alleen Jodl was gemachtigd als vertegenwoordiger van het OKW op maandag 7 mei 1945 om 02.41 uur (lokale Midden Europese Tijd) in Reims de formele Act of Military Surrender (Akte van Militaire Overgave) te ondertekenen.6 Alle Duitse strijdkrachten – niet Duitsland of de Duitsers – gaven zich te land, ter zee en in de lucht op alle fronten onvoorwaardelijk over aan de geallieerden inclusief de Sovjet-Unie. Namens Eisenhower ondertekende in het geallieerde hoofdkwartier chef-staf Walter Bedell Smith en voor het Opperbevel van de Sovjet-Unie Susloparov. Generaal-majoor F. Sevez, commandant van het Eerste Franse Leger, tekende als getuige. Oxenius en Von Friedeburg tekenden niet. Het geallieerde doel de absolute overwinning op Duitsland was behaald. Alle strijdkrachten onder Duits gezag zouden hun actieve operaties op 8 mei 1945 staken om 23.01 uur (MET of Dubbele Britse Zomertijd 9 mei, 00.01 uur). De Tweede Wereldoorlog in Europa was op dat tijdstip voorbij. Sindsdien is 8 mei in West-Europa en de VS Victory in Europe-Day (VE-Day).

Eisenhower sloot op 9 mei om 00.00 uur de westerse linies voor Duitsers die van het oostfront naar het westfront probeerden te komen. Hij stond bovendien in nauw contact met generaal Aleksei I. Antonov (1896-1962), stafchef van het Sovjet-Russische Opperbevel. Susloparov vertegenwoordigde dat Opperbevel in Reims bij de westerse geallieerden. Uiteraard was de tekst van de Act of Military Surrender naar Antonov getelegrafeerd.

Act of Military Surrender, Reims, 7 mei 1945
Act of Military Surrender, Reims, 7 mei 1945

Bevestiging door de Sovjet-Unie van goedkeuring van de tekst en machtiging van Susloparov tot ondertekening ervan bleven evenwel achterwege. Eisenhower en Susloparov kwamen overeen dat Duitse opperbevelhebbers een afzonderlijk document zouden ondertekenen. Dat bevatte de plechtige gelofte dat volledig gemachtigde opperbevelhebbers van elk van de Duitse strijdkrachten een ‘formele ratificatie’ van de Act of Military Surrender zouden tekenen op een door het Opperbevel van de westerse geallieerden en de Sovjet-Unie te bepalen plaats en tijd in aanwezigheid van de Sovjet-Russische opperbevelhebber. In Reims ondertekende Jodl daarom een tweede document waarin hij instemde met een formele ratificatie van de Act of Military Surrender door de opperbevelhebber van de Wehrmacht en de opperbevelhebbers van leger, marine en luchtmacht op een nader te bepalen plaats (Berlijn) en datum (8 mei).

UNDERTAKING GIVEN BY CERTAIN GERMAN EMISSARIES TO THE ALLIED HIGH COMMANDS

It is agreed by the German emissaries undersigned that the following German officers will arrive at a place and time designated by the Supreme Commander, Allied Expeditionary Force, and the Soviet High Command prepared, with plenary powers, to execute a formal ratification on behalf of the German High Command of this Act of Unconditional Surrender of the German armed forces. Chief of the High Command; Commander-in-Chief of the Army; Commander-in-Chief of the Navy; Commander-in-Chief of the Air Forces.

JODL

8 mei 1945: Ratificatie van de Act of Military Surrender in Berlijn-Karlshorst

Generaloberst Jodl was slechts chef-staf van het OKW. Met de ondertekening van dit document door de hoogste bevelhebbers beoogde Eisenhower tegemoet te komen aan wantrouwen van Stalin en de Britse generaal-majoor Kenneth W. D. Strong, Hoofd Inlichtingen bij SHAEF, die een nieuwe dolkstootlegende wilde voorkomen. Op 11 november 1918 had de onbelangrijke Duitse politicus Matthias Erzberger de wapenstilstand ondertekend in een spoorwegrijtuig in het bos van Compiègne, waarmee een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog. Duitse generaals beweerden dat de burgerregering en stakende arbeiders de ongeslagen Duitse soldaten aan het front een dolkstoot in de rug hadden gegeven. Deze verklaring van het verlies van de oorlog staat bekend als de dolkstootlegende.

- advertentie -

In Reims was voor de Act of Military Surrender niet de in juli 1944 goedgekeurde en op 1 mei 1945 voor ondertekening door Frankrijk gewijzigde tekst van de EAC gebruikt, maar een eenvoudige militaire versie die voornamelijk gebaseerd was op de tekst van de capitulatieakte in Caserta. De verkorte Act of Military Surrender voorzag niet in een capitulatie van Duitsland; overdracht van de Duitse soevereiniteit; de overgave van de burgerregering en overname door de geallieerden van het hoogste bevoegd gezag. Dit was vooraf bericht aan het Sovjet-Russische opperbevel. Een wantrouwende Stalin vreesde echter een wapenstilstand in het westen en een gezamenlijke voortzetting van de strijd door Duitsers en geallieerden tegen de Sovjet-Unie. Hij eiste een rechtstreekse capitulatie van de Duitse strijdkrachten aan het Opperbevel van het Rode Leger in Berlijn. Er kwam in Berlijn echter een formele ratificatie van de Act of Military Surrender in Reims. Er waren dus geen eerste en tweede ondertekening van een Document van Overgave. Jodl ondertekende op 7 mei in Reims de Act of Military Surrender. De originele tekst was bindend. Keitel en andere Duitse en geallieerde bevelhebbers ondertekenden op 8 mei 1945 in Berlijn de Ratificatieakte ter bekrachtiging van het capitulatiedocument van Reims. In Reims was dus de capitulatie- en in Berlijn-Karlshorst de ratificatieplechtigheid.

De Duitse marinecommandant Karl Dönitz
De Duitse marinecommandant Karl Dönitz
Dönitz had 8 mei volmacht verleend aan Generalfeldmarschall Keitel als chef van het OKW en opperbevelhebber van de landstrijdkrachten, Generaladmiral Von Friedeburg als opperbevelhebber van de Kriegsmarine en Generaloberst Stumpf als vertegenwoordiger van de opperbevelhebber van de Luftwaffe (de op 8 mei door Amerikanen in Oostenrijk gearresteerde Generalfeldmarschall Robert Ritter von Greim die 24 mei 1945 zelfmoord pleegde) de onvoorwaardelijke capitulatie op alle fronten van de Duitse strijdkrachten in Reims formeel te ratificeren tegenover de opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten en het Opperbevel van het Rode Leger. De ratificatie van de onvoorwaardelijke capitulatie in Reims vond op 8 mei 1945 om 23.30 uur plaats door Duitse opperbevelhebbers en het Opperbevel van de westerse geallieerden en het Opperbevel van het Rode Leger, vertegenwoordigd door opperbevelhebber maarschalk G. Zjoekov.7 De Duitse diplomaat Lüdde-Neurath stelt dat de ondertekening van de ‘pantomime’ feitelijk plaatsvond op 9 mei om 00.16 uur.8 Na Keitel tekenden Von Friedeburg en Stumpff. Zjoekow tekende voor het Opperbevel van het Rode Leger en de Britse luchtmaarschalk A. Tedder namens het geallieerde Opperbevel. Als getuigen tekenden generaal C.A. Spaatz, commandant van U.S. Strategic Air Forces in Europa en generaal J. de Lattre de Tassigny, bevelhebber van het Eerste Franse Leger. Aanwezig bij de ratificatie was ook Susloparov, die pas op 8 mei om 04.00 uur bericht uit Moskou had gekregen om geen enkel document te ondertekenen. De Sovjet-Unie bracht deze bekrachtiging in Berlijn van de capitulatie in Reims op 9 mei om 02.00 uur in de openbaarheid. De Grote Vaderlandse Oorlog was zegevierend afgesloten. Voor de Sovjet-Unie en het huidige Rusland is daarom 9 mei de Dag van de Overwinning op nazi-Duitsland.

Ratificatieakte van de Act of Military Surrender, Berlijn-Karlshorst – 8 mei 1945

1. We the undersigned, acting by authority of the German High Command, hereby surrender unconditionally to the Supreme Commander, Allied Expeditionary Force and simultaneously to the Supreme High Command of the Red Army all forces on land, at sea, and in the air who are at this date under German control.

2. The German High Command will at once issue orders to all German military, naval and air authorities and to all forces under German control to cease active operations at 2301 hours Central European time on 8th May 1945, to remain in the positions occupied at that time and to disarm completely, handing over their weapons and equipment to the local allied commanders or officers designated by Representatives of the Allied Supreme Commands. No ship, vessel, or aircraft is to be scuttled, or any damage done to their hull, machinery or equipment, and also to machines of all kinds, armament, apparatus, and all the technical means of prosecution of war in general.

3. The German High Command will at once issue to the appropriate commanders, and ensure the carrying out of any further orders issued by the Supreme Commander, Allied Expeditionary Force and by the Supreme High Command of the Red Army.

4. This act of military surrender is without prejudice to, and will be superseded by any general instrument of surrender imposed by, or on behalf of the United Nations and applicable to Germany and the German armed forces as a whole.

5. In the event of the German High Command or any of the forces under their control failing to act in accordance with this Act of Surrender, the Supreme Commander, Allied Expeditionary Force and the Supreme High Command of the Red Army will take such punitive or other action as they deem appropriate.

6. This Act is drawn up in the English, Russian and German languages. The English and Russian are the only authentic texts.

De belangrijkste wijzigingen in de in Reims getekende Act of Military Surrender zijn in de Ratificatieakte vervanging van Opperbevel van de Sovjettroepen door Opperbevel van het Rode leger, uitbreiding van artikel 2 over ontwapening en beschadigingen en toevoeging van artikel 6 over de Engelse en Russische tekst die authentiek zijn.

Mythen zijn:

  • ‘Duitse capitulatie of overgave’ of capitulatie van (Nazi-)Duitsland9, het Duitse Derde Rijk of de Duitsers en Duitsland tekende(n) de onvoorwaardelijke capitulatie in Reims en/of in Berlijn-Karlshorst.
  • De in Wageningen op 5 mei 1945 door de Canadese generaal Foulkes aan de Duitse generaal Blaskowitz voorgelegde lijst met bevelen is een Document van Overgave, capitulatie of capitulatieakte (gemeente Wageningen) en ook een tekst met capitulatievoorwaarden waarover onderhandelingen mogelijk waren (Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945 Wageningen45). Wageningen is dus Stad der Bevrijding of Stad van de Vrijheid. (opvatting in Wageningen, waar het belevingstoerisme duizenden bezoekers een ‘capitulatie’ laat beleven zonder dat die daar is geweest).
  • De Duitse strijdkrachten capituleerden op 7 mei 1945 in Reims tegenover de westerse geallieerden en op 8 mei 1945 in Berlijn-Karlshorst tegenover de Sovjet-Russische strijdkrachten.10
  • De Duitse strijdkrachten ondertekenden in Reims geen capitulatie, maar een voorbereidend protocol. De werkelijke capitulatie vond plaats in Berlijn-Karlshorst. (Koude Oorlog-opvatting).
  • De eerste voorlopige capitulatie was in Reims; de tweede definitieve en formele capitulatie in Berlijn-Karlshorst.11
  • De capitulatie was op 7 mei 1945 in Reims. Een woedende Stalin erkende de ondertekening niet. De westerse geallieerden stemden in met een tweede openbare ceremonie in Berlijn-Karlshorst. Generaal-majoor Susloparov verdween in een Siberisch kamp. (Westerse opvatting)
  • In Berlijn-Karlshorst was op 8 mei 1945 een herhaling van de capitulatieceremonie in Reims en ondertekening van een volledig capitulatiedocument.12
  • De eerste ondertekening van de capitulatie door de Duitse troepen was op 7 mei 1945 door Jodl in Reims; de tweede ondertekening door Keitel was in Berlijn-Karlshorst.13
  • De tweede ondertekening in Berlijn was noodzakelijk, omdat in Reims niet de hoogste bevelhebber had getekend.14
  • Russen onderscheiden de ‘voorlopige procedure’ in Reims en de ‘definitieve ratificatie’ in Berlijn-Karlshorst.
  • Duitsland capituleerde op 7 mei 1945 aan het westfront en op 8 mei 1945 aan het oostfront.
  • De Duitsers tekenden op 7 mei in Reims een wapenstilstand en op 8 mei in Berlijn de capitulatie.
  • VE-Day heeft te maken heeft met de ondertekening van een ‘capitulatie’ op dinsdag 8 mei in Berlijn. Generalfeldmarschall Keitel ondertekende omstreeks 23.30 uur in het hoofdkwartier van het Rode Leger te Berlijn-Karlshorst echter de Ratificatieakte van de Act of Military Surrender in Reims tegenover het Rode Leger en de westerse geallieerden.
  • Keitel ondertekende 8 mei de onvoorwaardelijke capitulatie van de Wehrmacht, de tweede capitulatie (na Reims) of de Duitse capitulatie. De USSR legde in deze opvatting uit de Koude Oorlogsperiode het accent op een definitieve ‘Duitse capitulatie’ in Berlijn en deed de werkelijke capitulatie in Reims als een ‘voorbereidend protocol’.

Verklaring van Berlijn

Het opperbevel van de vier geallieerde mogendheden ondertekende op 5 juni 1945 in Berlijn-Wendenschloss de (politieke) Verklaring van Berlijn. De regeringen van de VS, de USSR en het VK en de voorlopige regering van de Franse Republiek namen het bevoegd gezag of volledige soevereiniteit over Duitsland over zonder dat land te annexeren.

~ Dr. Jan Brouwer

Overzicht van boeken over de Tweede Wereldoorlog

Noten en Literatuur

Noten

1 – Beevor, 832, beweert abusievelijk dat Montgomery de Duitsers doorstuurde naar het geallieerde hoofdkwartier in Reims.
2 – Giziowski, 401, beweert abusievelijk 18.20 uur.
3 – Id., 401. De capitulatie was geen Duitse overgave.
4 Id., 402. Prins Bernhard vertegenwoordigde Nederland niet.
5 – Jones laat in Nederland de gecapituleerde bevelhebber Blaskowitz op 5 mei om 16.04 uur in Wageningen de capitulatie tekenen van zijn 25ste leger. Dat leger had zich als onderdeel van legergroep Befehlshaber Nordwest op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide echter al overgegeven. Blaskowitz ondertekende op 5 mei om 16.30 uur de door Foulkes opgestelde Orders to German Commanders on Surrender. Die waren vereist door en dienden ter implementatie van het Document van Overgave van de Lüneburger Heide. Onjuist is dat op 5 mei de vrede in Nederland of capitulatie in Wageningen is getekend (134, 201). De niet door de geallieerden erkende Duitse regering kon geen vrede sluiten, zeker niet op 5 mei in Holland (ook niet in Nederland). De auteur heeft wel begrepen dat de op 4 mei 1945 ‘gecapituleerde Duitse troepen’ na 5 mei in Nederland geen krijgsgevangenen waren. Canadezen beschouwden hen als ‘ontwapende Duitse troepen’ die voor zichzelf moesten zorgen. Blaskowitz had vierentwintig uur uitstel gekregen voor het verstrekken van de vaak zeer gedetailleerde informatie. Daardoor trokken Britse en Canadese troepen niet op 6 mei (135), maar op 7 mei 1945 naar het westen van Nederland om de Duitse troepen te ontwapenen en gereed te maken voor terugkeer naar Duitsland (131-135).
6 – Niet Keitel in Berlijn-Karlshorst, zoals Charles River Editors beweren, Chapter 20, maar Jodl in Reims.
7 – Formele ratificatie uitstekend weergegeven door Ellis, 344, maar onjuist 345: ‘final and unconditional surrender’.
8 – Lüdde-Neurath, 58.
9 – NIOD, Amsterdam. Brand, 185, 190-191, 210, 215, 225-226, 312. Atkinson, 627. Ellis, ll. 61. Jones, 120, 126, 136-137, 220, 275, 289. Hij spreekt abusievelijk (136, 137, onderschrift bij foto na p. 148) ook over de formele overgave van Denemarken, Holland en noordwest-Duitsland. Montgomery, 334. Pogue, 475. Charles River Editors, Chapter 20. Germany Surrenders Unconditionally, 1-3. Ambrose, titel en 467.
10 – Jones, 233, 248, 264. Ambrose, 467. Ziggo, titel en passim.
11 – Beevor, 832-833. Brand, 132, 145, 210-211, 214-216, 237, 251, 309, 313-314. Feis, 616. Jones, 262, 275. Müller, 318-319, spreekt zowel over een formele ratificatie van de Act of Military Surrender van Reims als over een tweede ondertekening van de capitulatieoorkonde in Berlijn-Karlshorst. Pogue, 490. Steinert, 204, 206-209. Atkinson, 629.
12 – Dönitz, Memoirs, 464. Stargardt, 541.
13 – Jones, 218, 235, 258, 274.; Liberation Route Europe (LRE).
14 – LRE.

- advertentie -

Literatuur

-Ambrose, Stephen E., Citizin Soldiers. The US Army from the Normandy Beaches tot the Surender of Germany, London 2016.
-Atkinson, Rick, The Guns at Last Light. The War in Western Europe, 1944-1945, New York 2014.
-Beevor, Antony, De Tweede Wereldoorlog, Amsterdam 2012.
-Brand, Tobias, De dag van het einde. Europa – 7 mei 1945, Houten 1995.
-Brouwer, J., Capitulatie Wageningen is een geschiedvervalsing. Blunders van Lou de Jong. http://www.kritischhistoricus.nl/415080040
-Brouwer, J., Capitulatie in Wageningen in mei 1945 is een geschiedvervalsing. https://historiek.net/capitulatie-in-wageningen-in-mei-1945-is-geschiedvervalsing/49371/ …
-Charles River Editors, The End of World War II in Europe: The History of the Final Campaigns that Led to Nazi Germany’s Surrender, n.p. 2015, Chapter 20: The End of the War in Europe.
-Danyel Jürgen , Lars Karl und Jan-Holger Kirsch, Kriegsende Mai 1945 – Legenden über die Kapitulationen am 7. und 8 Mai, www.zeitgeschichte-online.de/thema/kriegsende-mai-1945-legenden-ueber-die-kapitulationen-am-7-und-8-mai
-Doenitz, Grand Admiral Karl, Memoirs . Ten Years and twenty Days, Barnsley 2019.
-Ellis, L. F., Victory in the West (History of The Second World War. United Kingdom Military Series), Volume II. The Defeat of Germany, Uckfield 2004. 339-345.
-Feis, Herbert, Churchill Roosevelt Stalin. The War They Waged and the Peace They Sought, Princeton 1957.
-Germany Surrenders Unconditionally. Facsimiles of the Documents (The National Archives of the United States, 46-4), Washington 1945.
-Giziowski, Richard, The Enigma of General Blaskowitz, London-New York 1997.
-Jones, Michael, After Hitler. The Last Days of the Second World War in Europe, London 2015.
-Memoirs of Field-Marshal the Viscount Montgomery of Alamein, London 1958.
-Müller, Rolf-Dieter, Militärgeschichtlichen Forschungsamt, Das Deutsche Reich und der Zweite Weltkrieg. Band 10.2 Der Zusammenbruch des Deutschen Reiches 1945, München 2008. 318-320
-Pogue, F.C., U.S. Army in World War II. European Theater of Operations. The Supreme Command, 1954, Chapter XXV.
-Stargardt, Nicholas, The German War. A Nation under Arms,1939-45, London 2015, 538-545.
-Steinert, Marlis G., Die 23 Tage der Regierung Dőnitz. Die Agonie des Dritten Reiches, München 1967.
-Turner, Barry, Karl Dönitz. De laatste dagen van het Derde Rijk, Uithoorn 2016.
-Walter Lűdde-Neurath, Unconditional Surrender. A Memoir of the Last Days of the Third Reich and the Dönitz Administration, Barnsley 2010.
-What You Need To Know About VE-Day, http://www.iwm.org.uk/history/what-you-need-to-know-about-ve-day#.VxkeNvy4l44.twitter … via @I_W_M Mythen zijn: Duitse capitulatie; Duitsland tekende de onvoorwaardelijke capitulatie; de Sovjet-Unie viert VE-Day 9 mei door het verschil in tijdzones. Niet helder is de ondertekening door Keitel en andere opperbevelhebbers op 8 mei in Berlijn-Karlshorst van de Ratificatieakte van de capitulatie in Reims.
-Zigo, Paul E., Nazi Germany’s Surrender tot he Allies Ending World War II in Europe. Unconditional Surrender. Witnessing History – May 1945, Bloomington IN 2019
-8 May 1945: Victory in Europe Day and The Defeat of the Axis, http://madefrom.com/history/world-war-two/victory-europe-day-defeat-axis/


Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister


Uit het archief:

Meer tips ➱