De Baskische walvisjacht bij IJsland liep uit op een bloedbad

IJsland 1615: Jacht op walvissen… en Basken
3 minuten leestijd
Hólmavík
Het dorpje Hólmavík waar ruim vierhonderd jaar geleden een moordpartij plaats vond op Baskische walvisvaarders. (CC BY-SA 2.0 de - Christian Bickel - wiki)

In de fjorden van het noordwesten van IJsland ligt aan de voet van de door gletsjers uitgeschuurde rotsen het dorp Hólmavík. Hier zwemmen nog steeds imposante zoogdieren met grote staartvinnen, ondanks het feit dat eeuwenlang brutaal jacht op hen werd gemaakt. Ruim vierhonderd jaar geleden lokte dit weliswaar ook een bloedbad onder de jagers uit, maar dit was niet uit mededogen met de walvissen.

In 1615 was IJsland nog een straatarm eiland, omdat het niet in de Europese handelsnetwerken was opgenomen. Het was een Deense kolonie en de bewoners leefden er op kleine boerderijen in de kuststreken of gingen de zee op om vis te vangen. Enkel voor eigen gebruik, want een handelshaven was er niet. Belangstelling voor politiek of wat er in Europa gebeurde hadden de IJslanders niet. Zo was het hen helemaal ontgaan dat de walvisjacht zich tot een lucratieve markt aan het ontwikkelen was, waarin de toon werd gezet door de Basken. Die waren daar al vroeg mee begonnen in de Golf van Biskaje en raakten daar met hun snelle sloepen zeer bedreven in.

De gewonnen walvisolie werd gebruikt om er lampen op te laten branden, met name voor de verlichting van straten en pleinen van de Europese hoven en adellijke paleizen. Sommige landen huurden zelfs Baskische walvisjagers in vanwege hun goede reputatie. Het liefst maakten ze jacht op Noordkapers, vanwege hun dikke speklaag en trage voortbeweging. Om er zoveel mogelijk te kunnen vangen breidden de Basken hun jachtgebied uit in noordwestelijke richting, tot aan de kust van IJsland.

Walvisjacht in kleine houten boten met handharpoenen was een gevaarlijke onderneming, zelfs bij het jagen op de relatief trage noordkaper.
Walvisjacht in kleine houten boten met handharpoenen was een gevaarlijke onderneming, zelfs bij het jagen op de relatief trage noordkaper.

Toen de Basken daar aan land gingen, waren de IJslanders in eerste instantie verrast. Maar al snel knoopten ze contacten aan met de nieuwkomers en gingen handel met hen drijven om aan levensmiddelen en luxewaren te komen. De transacties vonden in het geheim plaats omdat ze waren verboden door de Deense koning Christiaan IV (1577-1648).

De plaatselijke bestuurder Ari Magnússon verzette zich echter tegen dit handelsverbod. Zijn vader was afkomstig uit een andere streek van IJsland en uitgegroeid tot de machtigste man van de Westfjorden. Alle vier zijn zonen bekleedden daar eveneens een bestuurlijke functie. Van hen was Ari de meest gezaghebbende: hij had veel bezit verworven en leidde een leven als een aristocraat. Hij stond de Basken toe om hun walvisjacht in de kustwateren van de Westfjorden voort te zetten.

Vestfirðir of Westfjorden van IJsland
Vestfirðir ofwel Westfjorden van IJsland (CC BY-SA 3.0 – TUBS – wiki)
Op 5 oktober 1615 nam één Baskische expeditie echter een dramatische wending. De gezagvoerder had besloten om helemaal om de Westfjorden heen naar het noorden te zeilen. Vervolgens verdeelde hij zijn bemanning in drie groepen. Eén daarvan liet hij achter in Ísafjarŏadjúp om aan land jacht te maken op zeehonden, robben en andere dieren om zich te kunnen voeden. De lokale bevolking zag hen echter aan voor vrijbuiters of piraten en ging de strijd met hen aan, waarbij op één na alle veertien Basken gedood werden.

Ari Magnússon keurde deze moordpartij goed, omdat hij weer in de gunst hoopte te komen van de Deense koning, die ondertussen lucht had gekregen van de overtredingen van het handelsverbod. Hij greep de gelegenheid aan om zijn vorst te laten zien dat hij nog altijd loyaal was en bereid tot bestrijding van de illegale walvisjacht en piraterij.

Een bijzonder decreet

In al zijn ijver vaardigde Magnússon een decreet uit dat de IJslanders toestond om iedere Bask te doden die het ook maar waagde om een voet op het eiland te zetten. Een tweede slachtpartij liet niet lang op zich wachten en daar kwamen achttien Basken bij om het leven. Magnússon had voor deze moordpartijen inmiddels een troep van handlangers om zich heen verzameld die allemaal als pachtboer op zijn landerijen werkten. Wie deelname weigerde zou eenvoudigweg zijn land verliezen.

Gedenkplaat voor Ari Magnússon en zijn vrouw Kristín Guðbrandsdóttir
Gedenkplaat voor Ari Magnússon en zijn vrouw Kristín Guðbrandsdóttir, circa 1653

Ari Magnússon was quasi-alleenheerser en niemand durfde hem tegen te spreken. In het geheim gingen de IJslanders zich echter verzetten tegen zijn regime door tientalen Basken te verbergen op hun boerderijen. Als de kust veilig was hielpen ze hen om te ontsnappen.

Begin 1616, na drie maanden onvrijwillig verblijf op het eiland, waren alle nog in leven zijnde Basken erin geslaagd het eiland te verlaten. Het zou nog twee eeuwen duren vooraleer de Basken het weer aandurfden om zich voor de kust van IJsland te vertonen. In 2015 werd het decreet van Ari Magnússon in Hólmawík uiteindelijk officieel opgeheven. Ongestraft Basken doden op IJsland behoort daarmee definitief tot het verleden. De jacht op walvissen hebben de IJslanders al lang geleden van hen afgekeken en zal nog jaren voortgezet worden.

Bronnen

– ARTE TV Invitation au Voyage / Stadt, Land & Kunst 27-6-2025
×