Zonder Bismarck geen Duitsland. Zonder de machinaties van de ‘IJzeren kanselier’ Otto von Bismarck zou Duitsland in 1870 geen eenheidsstaat geworden zijn en de Pruisische koning nooit de eerste keizer van het Duitse Rijk, Wilhelm I. Tenminste, zo ging het verhaal. Twee historici trekken dit standaardbeeld in twijfel.
Duitse vereniging
Duitsland werd pas in 1870 een eenheidsstaat. Vanaf de middeleeuwen maakte het huidige Duitsland deel uit van het Heilige Roomse Rijk. Een bijzonderheid van het Rijk was dat de keizer weliswaar de eenheid van het rijk belichaamde, maar vanwege de omvang van het grondgebied ook ver weg was. Plaatselijke heersers en de keizer verschilden vaak van mening over wie het laatste woord had. Al was de keizer ook een welkome bondgenoot voor een vorst die ruzie had met een andere vorst, of een stad van vrije burgers die in onmin leefde met de plaatselijke hertog of graaf.

Bismarck wist in de tweede helft van de jaren 1860 de Duitsers door drie oorlogen tegen achtereenvolgens Denemarken, Oostenrijk en Frankrijk de afzonderlijke vorstendommen te verenigen tot één staat. In 1871 werd de koning van Pruisen vervolgens gekroond tot keizer van Duitsland, Wilhelm I.
Het zogenoemde tweede Rijk werd een federale staat. Bismarck werd de eerste rijkskanselier, de feitelijke regeringsleider van het nieuwe Duitse Rijk. Hij bleef in functie tot 1890. De zoon van de eerste keizer overleed al 99 dagen na hem. Zijn opvolger, keizer Wilhelm II, raakte met Bismarck in conflict en ontsloeg hem. Wilhelm II werd de keizer die de Eerste Wereldoorlog begon én verloor en daarmee de troon verspeelde. Was dat ook gebeurd als de nog onervaren keizer Bismarck langer had aangehouden?
Nieuw beeld van Wilhelm I
Lang werd aangenomen dat de eerste keizer net zo lief koning van Pruisen was gebleven. Het was om de ambitieuze Bismarck dat hij de keizerstroon aanvaardde. In Duitsland zijn historici bezig dit beeld te herzien. Twee recente biografieën schetsen een nieuw beeld van keizer Wilhelm I.
De Duitse historicus Jan Markert schreef een politieke biografie, Wilhelm I. Vom Kartätschenprinz zum Reichsgründer. Dit boek schetst de latere keizer als een ambitieus man die doelgericht aan zijn machtsbasis werkte. Wilhelm was de tweede zoon van zijn vader. Omdat zijn broer, Frederik Wilhelm IV, kinderloos bleef, wist hij dat hij de volgende Pruisische koning zou worden. Toch ondermijnde hij alvast het gezag van zijn broer.
Tijdens de revolutie van 1848 vluchtte hij uit Berlijn naar Westfalen, dat eveneens onder Pruisisch gezag stond. Dat was meer dan slechts een persoonlijke blamage. Markert wijst erop dat Wilhelm zijn leven lang in brieven naar deze gebeurtenis verwees, die voor hem traumatisch moet zijn geweest. Vandaar dat hij voortaan werkte aan zijn reputatie, al lijkt hij zijn rol als constitutioneel vorst slechts overtuigend gespeeld te hebben. Eenmaal keizer bemoeide hij zich actief met de buitenlandse politiek. Bismarck, zo stelt Markert, werd vooral kanselier omdat hij de keizer vertelde wat deze wilde horen.

De Nederlandse historicus Frederik Frank Sterkenburgh schreef een cultuurhistorisch boek, Wilhelm I as German Emperor. Staging the Kaiser, over de manier waarop Wilhelm I zich portretteerde als keizer van Duitsland. Ook Sterkenburgh benadrukt dat Wilhelm wist dat hij de volgende Pruisische koning zou worden. Keizer Wilhelm II heeft de reputatie van ‘mediakeizer’, die door tal van bezoeken aan steden in heel Duitsland zijn gezag wist te legitimeren. Eigenlijk keek hij die kunst af van zijn grootvader.
Wilhelm I gold lange tijd als een Pruisisch vorst die vooral in het verleden leefde, waardoor zijn actieve rol onderbelicht bleef. Deels door de zelfpromotie van Bismarck in diens memoires en deels omdat Wilhelm II zijn grootvader bewierookte als ‘plichtsgetrouw’. Na de afschaffing van de monarchie in 1918 bestond er bovendien lange tijd geen aanleiding om het beeld van Wilhelm I te herzien.
Volgens Sterkenburgh fungeerde Bismarck vooral als tegenwicht voor het federale parlement, terwijl keizer Wilhelm I bleef uitgaan van de vorsten als dragers van politiek gezag.

Keizerin Augusta
Beide auteurs presenteerden woensdag 15 oktober hun boeken in Utrecht. Een derde auteur, Susanne Bauer, verdiepte zich in de eerste keizerin van Duitsland, Augusta. Formeel speelde de echtgenote van de keizer geen politieke rol. Augusta onderhield echter per brief contact met honderden politici, ambtenaren, diplomaten en buitenlandse vorsten. Over die correspondentie gaat het boek Die Briefkommunikation der Kaiserin Augusta (1811-1890). Een vorm van bronnenstudie die in de Duitstalige academische wereld gebruikelijker is dan in de Engelstalige.
Augusta was goed op de hoogte en durfde haar mening te geven. Zij was de enige die de keizer, omgeven door hovelingen en bedienden, tegensprak.
Bismarck of Wilhelm I?
In Utrecht reageerden drie andere in Duitsland gespecialiseerde historici op de drie titels: Christopher Clark (bekend vanwege zijn boek Slaapwandelaars over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog), Beatrice de Graaf en Frans Willem Lantink.

Het belang van Bismarck werd onderstreep door Bauer. De keizerin en de kanselier konden elkaar niet uitstaan. Toch erkende Augusta later zijn verdiensten. Zekerheidshalve liet ze de brieven waarin zij zich kritisch over hem uitliet vernietigen. Bismarck blokkeerde de publicatie van haar memoires. Hij was dus wel degelijk iemand om rekening mee te houden.
Augusta en de Oranjes
Augusta was verwant aan het Nederlandse koningshuis en correspondeerde met enkele Oranjes. De Graaf herinnerde aan het voordeel dat Nederland hieraan heeft gehad. In de negentiende eeuw vormde het Nederlandse koningshuis een personele unie met het groot Luxemburg. De Franse keizer Napoleon III toonde belangstelling om dit van Nederland te kopen. De vraag was hoe men dat kon weigeren zonder oorlog te riskeren. De (vrouwelijke) Oranjes schreven Augusta om hielp. Die bewerkte haar echtgenoot, die vervolgens sprak met Bismarck. Zo kwam het uiteindelijk tot een vreedzame oplossing met Frankrijk.
Otto von Bismarck – “IJzeren Kanselier” van Duitsland
Duitse eenwordingsoorlogen (1864-1871)
De mythe van de Wewelsburg – Retraitekasteel voor hoge nazi’s
Dantzig, het Saargebied (en de Volkenbond als hoeder)
De vernietigingseconomie van de nazi’s