Ulm is de eerste grote stad waar de Donau langs stroomt. Een charmante stad ook met een bijzonder verleden en een paar interessante kleine musea.
Ulm werd voor het eerst genoemd in een uit 854 stammend document van keizer Karel de Grote’s kleinzoon Lodewijk de Duitser (806-876), koning van het Oost-Frankische rijk. Meer dan een verzameling hutten rond een keizerlijke palts was het nog niet. Later, als bolwerk van het keizerlijke huis Hohenstaufen, ontwikkelde Ulm zich in de twaalfde eeuw tot een belangrijk handelscentrum. Vanaf 1181 mocht het zich een stad noemen. Sinds de dertiende eeuw was het een vrije rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. Er was dus geen lokale graaf of hertog de baas: Ulm had alleen de Duitse keizer zelf boven zich te dulden.
Wie Ulm binnenkomt zal een ding direct opvallen: de enorme kerk in het midden van de stad. Dat komt vooral door de toren, die tot voor kort de hoogste kerktoren ter wereld was. Helaas voor Ulm nam de Sagrada Família in Barcelona die titel op 29 oktober 2025 over. Dat de munster van Ulm zo’n hoge toren heeft (161,53 meter), kwam vooral door de pretenties van de in gilden georganiseerde, historische bevolking.
De munster van Ulm
De vrije burgers van Ulm verzamelden in de veertiende eeuw geld in om hun stad verrijken met een grote kerk. Die mocht geen kathedraal heten maar een munster. Een kathedraal werd namelijk gebouwd in opdracht van de rooms-katholieke kerk. Als een dergelijk gebouw werd neergezet in opdracht van de bevolking werd het een grote kerk of munster genoemd. In 1377 werd begonnen met de bouw. De kerk moest ruimte bieden aan 20.000 gelovigen, twee keer de stadsbevolking van die tijd. Beetje bij beetje vorderde de bouw. Als het geld op was, lag de bouw weer even stil.

In 1543 kwam de bouw van de munster voortijdig tot stilstand. In dat jaar kozen de burgers van de stad ervoor om zich collectief af te keren van het Vaticaan en lutheraans te worden. Wie het daar niet mee eens was, stond het vrij de stad te verlaten. Ulm kwam er mee weg omdat keizer Karel V meer aan zijn hoofd had en Ulm niet belangrijk genoeg vond om het met geweld weer te doen terugkeren in de armen van de paus. De keizer legde de stad wel een zware boete op en de economische hoogtijdagen waren voorbij.
Pas in 1844 werden de oorspronkelijke bouwplannen weer opgevat en in 1890 kwam de munster definitief klaar. Voor mensen zonder hoogtevrees en enige conditie is die tot 150 meter te beklimmen via een schier eindeloze wenteltrap van 768 treden in een van de smalle arkeltorens van de kerktoren.
De klerenmaker van Ulm

De klok van Ulm
Als je in vroeger tijden als stad indruk wilde maken op de rest van de jou bekende wereld, dan was er naast een grote kerk nog een pronkstuk: een astronomisch uurwerk. De beroemdste astronomische klok is te zien in Praag (bouwjaar ca. 1410), althans als je over de drommen toeristen heen kunt kijken. De astronomische klok van Ulm, in de gevel van het oude stadhuis, is minder bekend maar niet minder intrigerend.
Het complexe uurwerk heeft vijf bewegende delen waarvan vier wijzers en vijftien functies. Maar die functies zijn voor de doorsnee klokkenkijker nauwelijks te ontcijferen. De eenvoudigste zijn de stand van de zon, de stand van de maan, de sterrenbeelden en de tijd. Dat ook. Een driedimensionale maanbol, die half zwart en half goud is, draait in exact 29 dagen, 12 uur, 44 minuten en 2,9 seconden om zijn as om de wassende en krimpende maan te symboliseren. Een wijzer in de vorm van een draak geeft aan wanneer er een zons- of maansverduistering plaatsvindt. En dat allemaal mechanisch.

Erg goed werkte het allemaal niet toen het in elkaar werd gezet, maar in 1581 kwam de Zwitserse klokkenmaker Isaac Habrecht (1544-1620) voorbij. Eerder had hij een astronomische klok in Straatsburg gebouwd. Habrecht wist de Ulmer klok perfect aan de gang te krijgen. Bijna vierenhalve eeuw later tikt ze nog steeds. Vandaag vormt de enige concessie aan de moderne tijd de elektrische motor waarmee de klok wordt opgewonden.
De kinderen van Ulm
Wie door het overzichtelijke centrum van Ulm wandelt, komt regelmatig de naam Scholl tegen. Hans en Sophie Scholl groeiden in Ulm op. In de Tweede Wereldoorlog richtten broer en zus in München Die Weiße Rose op, een geweldloze studentenverzetsgroep tegen het naziregime. Ze verspreidden pamfletten waarin zij opriepen tot het omverwerpen van de totalitaire dictatuur. In februari 1943 werden ze gearresteerd en na een rechtszaak met de guillotine onthoofd. Er zijn in Ulm verschillende gebouwen en monumenten die aan de twee herinneren.
De familie Scholl woonde tot 1943 in een appartement aan de Münsterplatz 33, direct naast de munster. Een monument herinnert eraan. Het pand zelf overleefde de Tweede Wereldoorlog niet. Ulm werd stevig gebombardeerd door de geallieerden. Zo’n 80 pocent van de bebouwing werd vernietigd of beschadigd. Toch zijn er in het centrum nog voldoende oude straatjes en ook de munster kwam er ongeschonden vanaf. Op een paar glas-in-loodramen na. De kunstenaar Hans Gottfried von Stockhausen ontwierp een aantal nieuwe ramen, waaronder het Israëlraam dat verwijst naar de vernietigingskampen Treblinka, Auschwitz en Bergen-Belsen.

Na de oorlog begon Inge Scholl, de zus van Hans en Sophie, samen met haar partner Otl Aichler een hogeschool voor design in Ulm. De academie beleefde vooral in de jaren vijftig en zestig een hoogtepunt. Het gold als een van de voortzettingen van Bauhaus. De leidraad in het designonderwijs was de vraag: hoe zou een nazi het doen? Om vervolgens het tegengestelde te ontwerpen.
Wie ook weinig ophad met nazi’s was de Joodse Albert Einstein. Hij werd in 1879 geboren in Ulm. Veel zal hij er niet van hebben meegekregen, want vijftien maanden later verhuisden zijn ouders naar München. Maar de bredere familie Einstein is onlosmakelijk verbonden met Ulm, waar ze dons verwerkten tot beddengoed. In de oude, pittoreske wijk van de stad, het Fischerviertel, is het museum Die Einsteins te vinden in een voormalig bedrijfspand.
Het is een ingetogen museum waarin de familiegeschiedenis uit de doeken wordt gedaan en als kapstok wordt gebruikt voor een breder verhaal over het lot van de Ulmer Joden. Zo was het voor Joden van 1499 tot 1802 verboden in Ulm te wonen. Na opheffing van het verbod, trokken veel Joodse families van het platteland naar de stad, waaronder de Einsteins.

De musea van Ulm
Naast museum Die Einsteins is er nog een bijzonder museum in de stad: Museum Brot und Kunst. Het privémuseum werd in 1955 opgericht door vader en zoon Willy en Hermann Eiselen die fortuin maakten als toeleveranciers van bakkerijen. Het museum is een leuke combinatie van de geschiedenis van brood en kunst waarin brood een of andere rol speelt. Te zien zijn minder bekende werken van onder andere Pieter Brueghel de Jonge en Salvador Dali.
Een ander privémuseum is de Kunsthalle Weishaupt, gevestigd aan de Hans-und-Sophie-Scholl-Platz. De familie Weishaupt, welvarend geworden als fabrikanten van verwarmingsinstallaties, stelt hierin haar moderne kunstcollectie ten toon. Het museum is door een loopbrug verbonden met het historisch museum van Ulm. Op het moment van dit schrijven wordt dat museum verbouwd en daarom is hèt pronkstuk nu te zien in de kunsthal: der Löwenmensch. Het is een ca. 40.000 (!) jaar oud prehistorisch beeldje uit de IJstijd. Het is gesneden uit de tand van een mammoet en lijkt op een mens met een leeuwenkop.

Een bezoek aan Ulm
Een bezoek aan de historische stad Ulm biedt een unieke en inspirerende mix van geschiedenis, cultuur en kunst. Ondanks een bombardement in de Tweede Wereldoorlog heeft het oude centrum nog genoeg sfeervolle straatjes en monumentale gebouwen, vooral het Visserskwartier vlak achter de oude stadsmuur aan de oever van de Donau kan betoveren. De rivier vormt hier ook de grens tussen de deelstaten Baden-Würtemberg en Beieren en scheidt Ulm van haar Beierse zusterstad Neu-Ulm. Ulm is een mooie, relaxte bestemming voor een paar dagen of een stop-over op weg naar verder gelegen vakantieoorden.
Een tweede leven als garnizoensstad
Tegen de eerste helft van de negentiende eeuw was er nauwelijks nog iets over van de eens machtige rijksstad. Ulm was een slaperige provinciestad geworden met slechts 12.000 inwoners. Tussen 1842 en 1859 ging de stad een nieuwe fase in. Het werd verbouwd tot een machtige garnizoensstad met een ring van 41 verdedigingswerken. De vesting Ulm moest Duitsland verdedigen tegen Franse invasies, die in vroeger tijden veelal via deze regio verliepen. Zowel de grote bouwwerkzaamheden als een nieuwe spoorwegverbinding leidden tot een economische heropleving. In 1913 telde Ulm 60.000 inwoners, waarvan 10.000 militairen die de omringde forten bemanden. In 1933 maakten de nationaalsocialisten een concentratiekamp van het fort Oberer Kuhberg. Nu is dat een museum met twee delen: een over het concentratiekamp en een over het fort.
Bonn of Berlijn, de strijd om de Duitse hoofdstad
Leipzig, stad van handel, muziek en bevrijding
Sophie Scholl – Duitse verzetsstrijdster
De Autobahn als provisorisch vliegveld
‘Mijn naam is haas’ (en ik weet van niets)
Hans Langsdorff en de ondergang van de “Graf Spee”