De in de Duitse deelstaat Thüringen gelegen stad Weimar is nauw verbonden met de geschiedenis van het moderne Duitsland. Hier brachten ooit de grote Duitse denkers Johann Wolfgang von Goethe, Friedrich Schiller en Friedrich Nietzsche een deel van hun leven door. De stad gaf haar naam aan de Weimarrepubliek, het democratische Duitsland in het interbellum. Weimar was echter ook een broednest van het nationaalsocialisme en de plek waar de nazipartij in 1926 haar tweede rijkspartijdag hield.
Toen de nazi’s eenmaal aan de macht waren, richtten ze in 1937 op de bij de stad gelegen Ettersberg concentratiekamp Buchenwald op, waar tot het einde van de Tweede Wereldoorlog zo’n 56.000 gevangenen onder gruwelijke omstandigheden omkwamen.
In haar boek Weimar: Leven op de rand van de afgrond beschrijft de Duitse-Britse historica Katja Hoyer (1985) de geschiedenis van de stad in de periode 1919-1939. In haar in 2023 verschenen boek Achter de Muur schetste ze met behulp van persoonlijke verhalen een veelzijdig beeld van het dagelijkse leven in de Duitse Democratische Republiek. Voor haar nieuwe boek koos ze een vergelijkbare benadering. Weimar fungeerde in het interbellum volgens haar “als smeltkroes van de Duitse geschiedenis”, waar…
…zowel goede als slechte ideeën [werden] gesmeed en op de proef gesteld. De inwoners waren observators, deelnemers, daders, toeschouwers en slachtoffers van gebeurtenissen die van grote invloed waren op Duitsland, Europa en de rest van de wereld.
Van revolutie naar democratie
Hoyer begint met een beschrijving van wat er zowel in Weimar als landelijk vooraf ging aan de totstandkoming van de Weimarrepubliek. Op 8 november 1918 hadden militairen, arbeiders en vrouwen in Weimar zich aangesloten bij de revolutie die op verschillende locaties in Duitsland was uitgebroken. Ze togen naar de residentie van de groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach, waar de sociaaldemocratische politicus August Baudert hen toesprak en aandrong op troonafstand van de Duitse keizer en de groothertog. Hoewel er volgens Baudert weinig voor nodig was geweest “om een bestorming van het Schloss in gang te zetten”, bleef bloedvergieten uit. Een dag later vluchtte de Duitse keizer Wilhelm II naar Nederland; twee dagen daarna ondertekende Duitsland de wapenstilstand.

De geest van Weimar
“Met zijn pittoreske huizen, groene parken, en illustere verleden, vol dichters, denkers en dromers, zou Weimar de nieuwe democratie een nieuw aanzien geven”, schrijft Hoyer. “Het oude Duitsland was gesmeed in een oorlog tegen Frankrijk; het nieuwe Duitsland zou worden gegrondvest op idealisme.” Ebert, die vijf dagen later tot de eerste president van Duitsland werd gekozen, hield tijdens de eerste samenkomst van het parlement op 6 februari 1919 een toespraak waarin hij opriep om…
…de overgang [te] bewerkstelligen van imperialisme naar idealisme, van wereldoverheersing naar spirituele grootsheid. Ons leven moet weer in het teken staan van de geest van Weimar, de geest van grootse denkers en dichters.
De inwoners van Weimar moesten hun stad opeens delen met een heel leger aan parlementariërs en hun gevolg. Hoyer haalt het voorbeeld aan van een jong meisje dat zo onder de indruk was van het parlementaire gebeuren dat ze dit met haar knuffeldieren thuis nabootste. Op 11 augustus 1919 werd de grondwet ondertekend door Ebert, die tien dagen later werd beëdigd tot president. Halverwege 1920 keerde het parlement terug naar het Reichstaggebouw in Berlijn, maar de republiek zou de naam blijven dragen van de stad waarin de grondwet tot stand was gekomen.
Bauhaus

Gropius en zijn collega’s omarmden massaproductie en strakke vormen zonder overbodige opsmuk. “Hun ‘vorm volgt functie’-ideaal, waarbij de nadruk ligt op functionaliteit en bruikbaarheid, werd een van de invloedrijkste ideeën van de twintigste eeuw”, schrijft Hoyer. “Het is nog steeds bepalend voor de manier waarop we leven, van de platte pakketten van IKEA tot en met de typografie, prefabhuizen en de achterpootloze stoel.” De dominante conservatieve elite van Weimar moest echter niets hebben van het moderne Bauhaus, mede ook door de linkse opvattingen en progressieve levenswijze van docenten en studenten. Door politieke tegenwerking was Bauhaus gedwongen in 1925 Weimar te verlaten en neer te strijken in Dessau.
Hotel Elephant
Terwijl Bauhaus, als symbool van de vooruitstrevende geest van de republiek, werd verjaagd, werd extreemrechts in Weimar geen strobreed in de weg gelegd. Hayer haalt aan hoe hier op 16 en 17 augustus 1924 een bont gezelschap samenkwam voor de Konferenz der Nationalsozialistische Freiheitsbewegung. Adolf Hitler zat op dat moment in Landsberg gevangen vanwege zijn mislukte staatsgreep van 9 november 1923. Zijn medestander, generaal Erich Ludendorff, was vrijgesproken en was de belangrijkste spreker op de bijeenkomst in Weimar. Ondanks zijn aanwezigheid viel de opkomst tegen en lukte het de verzamelde extreemrechtse groeperingen niet een eenheid te smeden. Twee jaar later was Hitler er wel bij toen op 3 en 4 juli 1926 de rijkspartijdag van zijn partij in het Nationaltheater in Weimar werd georganiseerd. De toekomstige dictator logeerde in Hotel Elephant, waar hij de daaropvolgende jaren nog vaak als gast zou terugkeren.

Geweldplegingen en antisemitisme
Tijdens de nazibijeenkomst in 1926 werd de stad opgeschrikt door geweldplegingen van dronken SA-leden, waarbij een politieman zwaar gewond raakte. “Zo gedragen de nationaalsocialisten zich als ze heel even de ruimte krijgen”, waarschuwde het Berliner Tageblatt. Tijdens deze bijeenkomst bleek de Hitlergroet onder de nationaalsocialisten ingeburgerd en werd de bloedvlag voor het eerst onderdeel van het naziceremonieel. Deze vlag was gebruikt tijdens de mislukte putsch en bevatte bloedresten van een van de slachtoffers. Een inwoner die zeer onder de indruk was van de komst van Hitler naar zijn stad was Baldur von Schirach, de latere leider van de Hitlerjugend.
Ook na 1926 speelden Weimar en Thüringen een belangrijke rol bij de opkomst van de NSDAP. De in Weimar wonende antisemitische schrijver Artur Dinter was een belangrijke wegbereider voor Hitler. Hij pleitte er al in 1924 voor dat Joden in Thüringen geen overheidsfunctie mochten bekleden. Hoyer benadrukt dat antisemitisme in conservatieve kringen, zeker in in Weimar, “al geruime tijd bon” was, “ook al waren er van de 35.000 inwoners maar honderd Joods.” Nog belangrijker voor de lokale en regionale opkomst van de NSDAP was nazipoliticus Wilhelm Frick. Hij werd in 1930 benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken en Onderwijs in de deelstaat Thüringen, de eerste naziminister in heel Duitsland.

Indoctrinatie van de jeugd
Hoyer haalt een ervaren SPD-politicus aan die de dag dat Frick werd verkozen “een dag van politieke en culturele schaamte” voor Thüringen noemde. Met ondersteuning van zijn coalitiepartners wist Frick een machtigingswet in te voeren die de controle van het parlement op de uitvoerende macht buiten werking stelde. Hij liet linkse en democratisch gezinde ambtenaren ontslaan en vervangen door nazi’s. Zijn macht reikte zover dat hij kon bepalen welke boeken uit scholen verwijderd moesten worden.
Al in 1931 kwam de deelstaatregering ten val, maar na nieuwe verkiezingen kwam de NSDAP weer in de regering met de niet minder fanatieke nazi Fritz Sauckel als minister van Binnenlandse Zaken. Hij zette de ontmanteling van de democratie en indoctrinatie van de jeugd verder voort, alsof de deelstaat een laboratorium was voor de toekomstige landelijke naziregering.
Vaarwel vooruitgang

Vaarwel vooruitgang, vaarwel vooruitzicht van een nieuwe wereld die de mensheid is voorgespiegeld als compensatie voor die misdadige oorlog. Eindelijk kun je weer een gemakkelijk leventje leiden als een schaap of gans, vetgemest tot de slager langskomt en je bloed opeist.
De graaf was bevriend met de eveneens in Weimar wonende Elisabeth Förster-Nietzsche, die de nalatenschap van haar broer, Friedrich Nietzsche, beheerde. De vriendschap tussen de twee kwam steeds meer onder druk te staan door hun afwijkende politieke opvattingen. Terwijl de zus van de grote filosoof de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini adoreerde, noemde haar vriend hem “een gevaar voor Europa, en al helemaal voor het Europa dat [Nietzsche] voor ogen stond, een Europa voor goede Europeanen.” Met lede ogen zag Kessler na de nazimachtsovername aan hoe de nationaalsocialisten, onder wie zelfs Hitler, de oude dame wilden winnen voor hun zaak en de nalatenschap van haar broer wilden misbruiken voor hun missie.
Grimmige voorbode
Nadat de nazi’s in 1933 in Duitsland aan de macht kwamen, vonden in Thüringen meteen massale arrestaties van politieke tegenstanders plaats. Omdat de gevangenis van Weimar de toestroom van arrestanten niet aan kon, werd in opdracht van Sauckel een schoolgebouw aan de rand van de stad aangewezen. “De gevangenen werden regelmatig mishandeld en konden op geen enkele manier contact opnemen met familieleden of vrienden”, schrijft Hoyer. “Vanaf 8 maart begonnen kranten de geïmproviseerde gevangenis in Weimar-Nohra een ‘concentratiekamp’ te noemen – het eerste in nazi-Duitsland.” Het was een grimmige voorbode van concentratiekamp Buchenwald, dat enkele jaren later op de Ettersberg zou verrijzen.
In haar verhandeling over de machtsjaren van Hitler tot het aanbreken van de oorlog licht Hoyer toe hoe Weimar uitgroeide tot nationaalsocialistische ‘modelstad’. Er zijn naast de bouw van het concentratiekamp veel andere dieptepunten in deze periode te benoemen, maar de vernieling van de speelgoedwinkel van een Joodse eigenaresse tijdens Kristallnacht is er daar zeker een van. De oudere vrouw was geliefd in de stad, mede omdat ze poppen en knuffels repareerde, maar toen een stel SA-ploerten haar winkel sloopte, was er niemand die ingreep.

Dagboeken van Carl Weirich
Naast de graaf en de zus van Nietzsche spelen ook andere inwoners een terugkerende rol in Hoyers boek. Onder hen bijvoorbeeld de sociaaldemocraat Kurt Nehring, die na de machtsovername ondergronds verzet pleegde tegen het naziregime, en het echtpaar Arthur en Rosa Schmidt, de eigenaren Hotel Hohenzollern.
De ‘ster’ is echter boekbinder en boekhandelaar Carl Weirich, die in zijn leven vol persoonlijke verliezen het Duitse keizerrijk, de Weimarrepubliek, de naziperiode en de DDR meemaakte. Zijn dagboeken, die tijdens Hoyers onderzoek nog maar net verworven waren door het Stadtarchiv van Weimar, vormen een schat voor elke historicus. Aan de hand hiervan vertelt Hoyer bijvoorbeeld dat de boekhandelaar in 1923, ten tijde van de hyperinflatie, een fiets kocht voor 2 miljoen mark. In een tijdperk van grote historische gebeurtenissen voelde Weirich, die je zou kunnen zien als ‘doorsnee Duitser’, zich machteloos ten opzichte van wat er in de wereld allemaal gebeurde. “We zijn bezig in ons eigen kleine wereldje en werken in onze winkel en zijn blij als ons werk door de jaren heen met welslagen wordt beloond”, is een veelzeggend citaat dat Hoyer aanhaalt uit de dagboeken.
Waarschuwing

In haar meeslepend geschreven boek beschrijft zij op weergaloze wijze hoe in Weimar geschiedenis werd geschreven en hoe dat de levens van mensen beïnvloedde. De door haar beschreven afbraak van de democratie in Thüringen, die al voor 1933 in gang werd gezet, kan ook tegenwoordig nog fungeren als krachtige waarschuwing voor de ondermijning van democratische waarden.
Ondergang van de Weimarrepubliek
Culturele oorzaken voor de val van de Weimar Republiek
De Weimarrepubliek (1918-1933) – Een mislukt democratisch experiment
In Weimar-Duitsland verdween de bereidheid om naar elkaar te luisterenBlijf op de hoogte van nieuwe artikelen
De ‘derde Duitse staat’ – Het protectoraat Saarland (1947-1956)
Erich Mielke en de geheime rode koffer van de Stasi
Jeugdherinneringen aan naoorlogs Duitsland