De wereld van de geisha’s – traditie, hiërarchie en bijgeloof

3 minuten leestijd
Geiko Kimiha uit Miyagawa-chō, gekleed in een formele zwarte kimono
Geiko Kimiha uit Miyagawa-chō, gekleed in een formele zwarte kimono (CC BY-SA 3.0 - Japanexperterna - wiki)
Aya Koda’s roman Stromen (1955) biedt een zeldzaam inkijkje in het dagelijks leven in een vervallen geishahuis in het naoorlogse Tokio. De Japanse klassieker uit de jaren vijftig is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald. Lex Veldhoen las het boek.

Stromen is een roman, die je een inkijkje biedt in de bijzondere wereld van de geisha’s. En dat door de ogen van een huishoudster. Ze werkt in een vervallen huis waar meerdere geisha’s samenwonen onder leiding van een oudere geisha (okiya), die de jonge vrouwen het vak bijbrengt en hun financiën beheert. De roman werd geschreven in 1955 door de bekende Japanse schrijfster Aya Koda.

Ukiyo-e-rol met een geisha uit Gion, circa 1800-1833.
Ukiyo-e-rol met een geisha uit Gion, circa 1800-1833.
Enerzijds wordt een tipje van de sluier opgelicht van dit ‘cultleven’, waarin talloze tradities en gebruiken een grote rol spelen en de grens tussen verfijnd gastvrouwschap – met dans, zang, spel en muziek – en prostitutie soms flinterdun is. Sommige geisha’s zijn getrouwd of hebben een beschermheer of vaste partner, en kijken neer op geisha’s die zich verlagen tot betaalde seks. Hoewel de grenzen daartussen in het boek enigszins mysterieus blijven, worden de onderlinge, vaak onuitgesproken hiërarchische verhoudingen – vol jaloezie en concurrentie – wel duidelijker.

Daarnaast speelt bijgeloof onder geisha’s een grote rol. Zo zou het driemaal op de handpalm schrijven van het woord ‘water’ een brand bezweren, terwijl aardewerken kikkertjes die met water besprenkeld worden, klanten zouden aantrekken. Op bepaalde dagen ondernemen de geisha’s bedevaarten naar tempels om geluk af te smeken. Het meegebrachte zand wordt vervolgens voor de voordeur uitgestrooid om het ongeluk buiten te houden.

Geisha kan men pas worden na een ‘kwalificatie-examen’ in een van de geisha kantoren. Niet alleen schoonheid bepaalt het succes van een geisha, maar evenzeer haar karakter, houding, stem en gesprekstechniek, en vooral het talent om gasten te vermaken in theehuizen en restaurants. Daarbij hoort bijvoorbeeld het spelen van mahjong en het met een lippenstiftpenseeltje beschilderen van snuisterijendoosjes met kersenbloesems of bergmotieven.

Geisha uit Tokio met een shamisen, circa 1870.
Geisha uit Tokio met een shamisen, circa 1870.

Gesamtkunstwerk

Muziek speelt eveneens een belangrijke rol bij optredens, zoals het tot in perfectie bespelen van het snaarinstrument de shamisen. Andere belangrijke attributen zijn de kimono – vaak prachtig geborduurd, bij plechtige gelegenheden zwart met een familiewapen, en voor jonge, ongetrouwde vrouwen voorzien van lange mouwen – de brede ceintuur (obi), het wit gepoederde gezicht en het zorgvuldig opgestoken haar (shimada), dat door zijn strakke eenvoud de gelaatstrekken accentueert. Dit alles zorgzaam, tot in perfectie uitgevoerd om het optreden tot een Gesamtkunstwerk te maken. Zo’n ‘optreden’ wordt vaak op discrete wijze geregeld en betaald, meestal via de oudste geisha die als tussenpersoon optreedt.

Deze gebruiken en omgangsvormen maken het leven in de geishahuizen tot een wereld op zich; de geisha’s vormen een hechte en tamelijk gesloten gemeenschap. De huishoudster in het boek wordt dan ook niet als een van hen beschouwd, maar als iemand uit een andere wereld – de ‘burgerwereld’; ze is een shiroto.

Stromen - Aya Koda
 
Het fenomeen van de geisha vertoont enige gelijkenis met de Indiase gemeenschappen van devadasi en hyra. Het devadasi-fenomeen kent meerdere, deels overlappende vormen. Zo zijn er vrouwen die in dienst van een tempelgod leven (en een priester vaak seksueel ‘bedienen’), andere trekken in groepen als zangers en dansers rond, die het publiek vermaken met hun kunsten. Een prachtig liefdesverhaal met een devadasi werd opgetekend door de negentiende-eeuwse VOC-medewerker Jacob Haafner. De kleurige hyra, zogenaamde ‘geslachtslozen’ die ook wel ‘eunuchs’ worden genoemd, bezoeken ongevraagd trouwerijen, geboortehuizen en vermaken bijvoorbeeld trein- en buspassagier opdringerig, provoceren hen en vragen om geld. Ze leven veelal in gemeenschappelijke huizen, met een oudere hyra als leidster. Maar beide groepen worden, net als de geisha, steeds marginaler.

Stromen is een intrigerend boek, waarbij je even meegenomen wordt in een totaal andere wereld, een prachtig cultuurverschijnsel, dat deels toch nog door mysteriën omhuld blijft.

×