Mummificatie: geen Egyptisch verschijnsel maar een wereldwijd fenomeen

Overleven na de dood
4 minuten leestijd
Foto van een wilekeurige (Drents Museum)
Foto van een willekeurige mummie (Drents Museum)

In het Drents Museum was enkele jaren geleden de tentoonstelling Mummies – overleven na de dood te zien, waarin mummies uit verschillende delen van de wereld centraal stonden. Naar aanleiding daarvan verscheen een publicatie waarin onder meer het veenlijk ‘het meisje van Yde’ en de ijsmummie Ötzi worden besproken. De tentoonstelling en het bijbehorende onderzoek lieten zien dat mummificatie geen exclusief Egyptisch verschijnsel is, maar wereldwijd voorkomt.

Meisje van Yde (Drents Museum)
Meisje van Yde (Drents Museum)
Veel mensen denken bij mummies in eerste instantie aan Egypte, maar auteur en samensteller Vincent van Vilsteren schrijft in zijn boek ook over mummies die gevonden zijn in Nederland. Het verschil is daarbij natuurlijk dat de Nederlandse mummies, zoals het bekende meisje van Yde, op natuurlijke wijze zijn gemummificeerd.

Hypermoderne analysemethoden

Mummies komen in verschillende culturen voor en worden al lange tijd internationaal onderzocht. In de negentiende eeuw kwam dit onderzoek goed op gang met het boek History of Egyptian Mummies (1834) van de chirurg Thomas Joseph Pettigrew. Aanvankelijk werden bij dit onderzoek destructieve technieken gebruikt, waarbij mummies werden ‘uitgepakt’, totdat röntgenstraling zijn intrede deed en de lichamen intact konden worden gelaten.

Aanvankelijk was het onderzoek alleen gericht op Egyptische mummies, vertelt van Vilsteren:

…maar dat veranderde snel. Tegenwoordig richt het onderzoek zich zowel op dierlijke als op menselijke mummies uit allerlei culturen en uit verschillende natuurlijke milieus. In de tentoonstelling in het Drents Museum wordt duidelijk hoezeer dat onderzoek tegenwoordig in internationaal en multidisciplinair verband met allerlei hypermoderne analysemethoden plaatsvindt. Door intensieve samenwerking tussen antropologen, anatomen, medici, chemici, natuurkundigen, biologen, genetici en andere specialisten lukt het de geheime wereld van de mummies te ontrafelen. Zo stelt de toepassing van CT-scans, DNA-analyse, isotopenonderzoek en C14-datering ons in staat om informatie te verzamelen over geslacht, leeftijd, grootte, herkomst, ziekten, doodsoorzaak, voeding, ouderdom en ook over de wijze van mummificatie. Heel belangrijk is dat dit onderzoek zo ook een bijdrage levert aan de bestrijding van besmettelijke ziektes zoals tbc. De tegenwoordig best onderzochte mummie bijvoorbeeld is er niet een uit het oude Egypte. Het is de gletsjer-mummie die beter bekend is als Ötzi.(11)

Kwik en syfilis

Ook komen zelfmummificaties van boeddhisten, balsemmethodes, vuurmummificaties en natuurlijke mummificaties aan bod, geïllustreerd met foto’s van uiteenlopende vondsten. Zo is een woestijnvos haast ‘levensecht’ gemummificeerd in de Jordaanse lavagrot Al-Hayya en is er een Chinese man uit circa 1000 v.Chr., wiens lichaam in de kurkdroge en zoute Tarimwoestijn uitzonderlijk goed bewaard is gebleven.

De “dikke dame van Bazel” is eveneens een bijzonder geval. Toen in 1970 de Barfüsserkirche in Bazel gesaneerd werd, vonden de arbeiders veel oude skeletten, maar ook twee oude mummies. Een van hen was een dikke vrouw, die door de klimatologische omstandigheden in de kerk op natuurlijke wijze perfect gemummificeerd bleek te zijn. Onderzoek wees later uit dat de vrouw aan haar eind is gekomen door een kwikvergiftiging. Kwik was een veelgebruikt medicijn tegen syfilis. Waarschijnlijk had de vrouw een overdosis aan dampen binnen gekregen.

Mummies in Friesland

Mummies, overleven na de dood
 
Aardig is het stuk over de vondst in 1765 van elf op natuurlijke wijze gemummificeerde lijken in de Nederduitsch Gereformeerde Kerk (de auteur noemt deze kerk Nederlands hervormd, maar die naam is pas vanaf 1816 in gebruik) van het Friese dorp Wieuwerd:

De mummies waren bijna net zo gaaf als toen ze daar ruim een eeuw daarvoor in hun kisten waren bijgezet. Waarschijnlijk hebben verschillende gunstige factoren zoals de luchtstroom, de luchtvochtigheid en de lage temperatuur in de grafkelder er uiteindelijk voor gezorgd dat de lichamen uitdroogden en zonder speciale behandeling zijn gemummificeerd. Toch zijn sommige mummies beter bewaard gebleven dan andere. De lichamen wegen nu nog maar slechts een paar kilo (…) Door de jaren heen zijn zeven mummies gestolen, een deel door geneeskundestudenten uit Franeker [waar toen een universiteit was, EK] en later in de Franse tijd ook nog door Franse soldaten. Blijkbaar was men in het verleden net zo gefascineerd over dit ‘wonder’ als nu. (172-173)

Mummie uit Peru (Drents Museum)
Mummie uit Peru (Drents Museum)
De mummies die in 2014 in het Drents Museum in Assen te zien waren, kwamen uit uiteenlopende culturen en delen van de wereld, waaronder Egypte, Zuid-Amerika en Europa. De tentoonstelling benadrukte vooral dat mummificatie geen exclusief Egyptisch verschijnsel is, maar wereldwijd voorkomt. De redenen daarvoor verschilden: soms speelde het geloof in een hiernamaals een rol, maar ook het vereren van voorouders of specifieke natuurlijke omstandigheden konden leiden tot het conserveren van lichamen. Duizenden jaren voordat de Egyptenaren hun doden mummificeerden, was ook in Peru en Chili al sprake van het conserveren van lichamen voor de eeuwigheid.

Blikvanger van de tentoonstelling was een boeddhamummie. Deze was voor het eerst buiten China te zien. De mummie lijkt aan de buitenkant op een groot boeddhabeeld. Onderzoek heeft echter aangetoond dat het van binnen een mummie is van een monnik die rond het jaar 1100 leefde.

Boeddhamummie (Drents Museum)
Boeddhamummie (Drents Museum)

Hoe werkt mummificatie?

Mummificatie is in algemene zin het proces waarbij een lichaam na de dood behouden blijft doordat ontbinding wordt tegengegaan. Dit kan spontaan gebeuren, bijvoorbeeld door droogte, kou of zuurstofarme omstandigheden (zoals bij de in onze gebieden bekende veenlijken), maar ook bewust, zoals in het oude Egypte.

Bij de Egyptische mummificatie werden organen verwijderd en droogde men het lichaam met natron (een natuurlijk zoutmengsel). Daarna werd het lijk omwikkeld met linnen en in een graf bijgezet. Het doel was het lichaam te bewaren voor het hiernamaals. In andere culturen bestonden weer andere methoden, variërend van natuurlijke conservering tot het roken van overledenen bij vuurtjes.

×