‘Onreine’ Amsterdamse grachten werden dichtgegooid om cholera te bestrijden

7 minuten leestijd
Zicht op de later gedempte Goudsbloemgracht - Schilderij van Petrus Josephus Lutgers
Zicht op de later gedempte Goudsbloemgracht - Schilderij van Petrus Josephus Lutgers
Visionaire kaartenmakers en stadsarchitecten ontwierpen al honderden jaren geleden nieuwe plannen voor Amstelredamme, die ze vastlegden op kaarten. Zo is de wereldberoemde grachtengordel eerst getekend en ingekleurd als kaart, en daarna daadwerkelijk aangelegd. Het boek Stad van water en licht. Amsterdam, een geschiedenis in kaarten neemt de lezer mee op een fascinerende tocht door de geschiedenis van de hoofdstad vanaf het vroegste begin tot nu. Op Historiek een fragment over de periode dat het water een onwelkome gast meebracht: cholera

Hoe ‘waterstad’ Amsterdam een ‘landstad’ werd

Amsterdam is een stad van water, een watervesting die typerend is voor een zeevarende macht. Het zeeleven en het landleven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat water bracht scheepvaart, handel en uiteindelijk overzeese koloniën en grote rijkdom. Zonder de schatten van verre was er geen Amsterdam; ook de trans-Atlantische slavenhandel vond plaats aan het IJ.

Toch was datzelfde profijtelijke water ook de vijand van de stad. Epidemieën als cholera, tyfus en pokken bedreigden Amsterdam en kwamen via besmet en vervuild water, ongedierte en gebrekkige hygiëne binnen. Stromend water en riolering waren er nauwelijks. Er kwam, aan het eind van de negentiende eeuw, een cholerakaart ter beschikking voor het stadsbestuur en de artsenij die het verloop van een van de verwoestende epidemieën weergaf.

De cholerakaart

De cholerakaart van I. Teixeira de Mattos uit 1867 is intrigerend om naar te kijken. Dat achter het kaartbeeld met kleuren, getallen en symbolen een afstotelijke realiteit schuilgaat, behoeft geen betoog. Een andere reden dat de kaart de nieuwsgierigheid prikkelt is dat het een vroeg voorbeeld is van thematische cartografie.

Cholerakaart van I. Teixeira de Mattos (1867)
Cholerakaart van I. Teixeira de Mattos (1867). Uit: Stad van water en licht
Doorgaans is men zich er niet van bewust, maar de oplettende burger krijgt dagelijks heel veel actuele informatie voorgeschoteld, die middels gestileerde, cartografisch geïnspireerde figuren wordt weergegeven. Tot het midden van de negentiende eeuw waren kaarten slechts bedoeld als verbeelding van een topografische of geografische werkelijkheid. Uiteraard op schaal, en al dan niet voorzien van grafische, gekleurde of figuratieve accenten. Maar geleidelijk aan begon het besef te dagen dat met cartografisch gepresenteerde gegevens informatie op een heel bijzondere manier kon worden verduidelijkt. Een van de vroegste voorbeelden van iets dergelijks is een kaart uit het midden van de negentiende eeuw van de Britse arts John Snow. Ook dat betrof een cholera-uitbraak, maar dan in Londen. Door bij te houden waar precies in de stad de ziektegevallen zich voordeden, kon Snow vervuilde waterbronnen traceren en zo besmettingshaarden van de ziekte nauwkeurig lokaliseren en bestrijden.

Cholerakaart van John Snow
Cholerakaart van John Snow

De kaart van Teixeira de Mattos biedt in de eerste plaats een weergave van (het verloop van) een epidemie. Pas in de tweede plaats is het een kaart van Amsterdam. Daarom is het ook geen probleem dat de stad niet topografisch correct is weergegeven. Het gaat in dit geval helemaal niet om de stad. Los van de epidemie is de cholerakaart uit 1867 ook een belangrijke en vroege schakel in de ontwikkeling van de kaartenmakerij.

Op deze kaart uit 1867 zijn de grote gevolgen daarvan voor het aanzien van de stad weergegeven. Het dempen van de onzindelijke en onreine grachten werd bespoedigd. Dat was niet alleen een negentiende-eeuwse aangelegenheid, tot in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werden grootscheepse dempingen, stadsdoorbraken, afbraak en asfaltering van onder meer de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt en de Lastage serieus door het stadsbestuur overwogen. En ook uitgevoerd.

Het dichtgooien van de grachten is een min of meer vergeten hoofdstuk uit de Amsterdamse stadsgeschiedenis, zelden wordt erover geschreven. Toch bepaalt het meer dan we beseffen hoe de stad van nu eruitziet en hoeveel water er in de loop van de tijd uit het stadsgezicht is verdwenen.

Luchtfoto van Amsterdam met de grachtengordel duidelijk te zien
Luchtfoto van Amsterdam met de grachtengordel duidelijk te zien (CC BY-SA 4.0 – Andrés Barrios – wiki)

Dempen kent meerdere vormen. De eerste is de beoogde gracht vol te storten met zand, vooral duinzand uit de kuststreek bij Velsen en IJmuiden, dat na opening van het Noordzeekanaal in 1876 makkelijk vervoerd kon worden. Een andere methode is het overkluizen van stukken gracht, zodat waterlopen onder het nieuwe weggedeelte gewoon konden doorstromen. Dit gebeurde bij de Nieuwmarkt, ondergronds water stroomt door een duiker van de Kloveniersburgwal naar de Geldersekade. De eeuwenoude sluis die de waterstand moest beheersen, ligt er nog altijd. Sta je aan de noordzijde van de Waag, dan bevindt die zich vlak onder je voeten. Voor het Leidseplein geldt hetzelfde, ook hier stroomt een onderaardse gracht, de Lijnbaansgracht vanaf het Kleine Gartmanplantsoen onder de Stadsschouwburg door naar de Melkweg.

Feitelijk is het Leidseplein een grote brug. Overkluisd water, een verborgen waterwereld onder het plaveisel. Eeuw na eeuw werd het wateroppervlak verkleind.

‘Verbreding’

Vanaf de late negentiende eeuw kwam er vanuit de burgerij steeds meer verzet tegen het dempen. Het gemeentebestuur liet vanaf dat moment het woord los en bedacht listig een andere term, ‘verbreding’. Met dit toverwoord konden met een gerust hart nieuwe stadseilanden aangelegd worden, bijvoorbeeld de drie eilanden waarop het Centraal Station is gebouwd. Ook bruggen werden telkens verbreed, zoals die over de Prins Hendrikkade waar het eens waterrijke Damrak en het Open Havenfront nu zo goed als verdwenen zijn. Het kleine stukje water daar is alles wat aan de stadszijde van het eens zo trotse IJ is overgebleven.

Ontwerp tot het aanleggen eener Breede Aanzienlijke Hoofdstraat... [etc.] Stadsarchief Amsterdam. 1866; kog-aa-3-04-53.
Ontwerp tot het aanleggen eener Breede Aanzienlijke Hoofdstraat… [etc.] Stadsarchief Amsterdam. 1866; kog-aa-3-04-53. Uit: De stad van water en licht

Demping diende niet alleen de gezondheid en de doorstroming van het verkeer, het was ook goedkoper. Onderhoud van walbeschoeiing en bruggen behoorden daarmee tot het verleden.

Bovendien zouden gedempte grachten, zoals het plan was met de Nieuwezijds Voorburgwal, zich kunnen meten met de mondaine Parijse boulevards. Amsterdam keek in dat opzicht naar de Franse hoofdstad, waar doorbraken uit de tweede helft van de negentiende eeuw voor een volkomen nieuwe stad zorgden. Dat gebeurde in niet meer dan zeventien jaar tijd, tussen 1853 en 1870. Wat Parijs kon, kon Amsterdam ook. Dacht men. Maar dat mislukte. De Nieuwezijds Voorburgwal, Vijzelgracht, Spuistraat, Raadhuisstraat, Martelaarsgracht en Rozengracht hebben nooit de allure gekregen van een stadsboulevard. De Nieuwezijds Voorburgwal, een stenen lint aan weerskanten bebouwd, was destijds een cruciale loop in het waterbeheer. De vaarten van toen zijn de in- en uitvalswegen van nu. Over de Rozengracht vaart sinds anderhalve eeuw geen enkele trekschuit of beurtschipper meer.

Rozengracht voor demping
Rozengracht voor demping (CC BY-SA 4.0 – RCE – wiki)

Een smerige stad

Terug naar de eerste helft van de negentiende eeuw. In veel wijken waren de stenen kaden die we vandaag de dag kennen niet aanwezig, er was eerder sprake van een drassige oever waarbij de modderige straat – als je al van een straat kon spreken – vrijwel zonder enige overgang vanaf de gevelrij doorliep naar de gracht. Dit gold onder meer voor een wijk als de Jordaan en in de dicht opeen gebouwde buurten van de Burgwallen en Vlooienburg. De gracht was een stortplek bij uitstek, niet alleen van huishoudelijk afval en duizenden privaten, ook de vele kleine en grotere fabrieken en bedrijven loosden er. Leerlooierijen waren berucht vanwege de stankoverlast, hetzelfde gold voor bierbrouwerijen, inkt-, waskaarsen- en sodafabrieken, zeepziederijen. Er dreef slachtafval en marktvuil door de grachten, zodanig dat er een ‘allesverpestende stank’ ontstond. Dat is nu anders; in de grachten wordt volop gezwommen en de Amsterdam City Swim voor een goed doel – zwemmen tegen de spierziekte als – telt sinds 2014 jaarlijks duizenden deelnemers. Zij trekken al zwemmend een wave door de grachten.

Amsterdam bleef lange tijd echter een smerige stad met een zeer bepekte stadsreiniging, ondanks initiatieven van onder meer arts en weldoener Samuel Sarphati (1813-1866) die zich inspande voor de volksgezondheid. Ook landsadvocaat, schrijver en politicus Jacob van Lennep (1802-1868) deed dat. Hij kwam op het idee duinwater vanuit Vogelenzang naar de stad te brengen met behulp van een ingenieus buizenstelsel van maar liefst drieëntwintig kilometer. Op 12 december 1853 werd de eerste emmer duinwater bij de Haarlemmerpoort gevuld voor de prijs van één cent.

Ontwerp tot waterverversching in de stads grachten te Amsterdam. Cornelis Outshoorn. 1867. Exemplaar: Amsterdam, Stadsarchief, d10100000036. Uit: Stad van water en licht
Ontwerp tot waterverversching in de stads grachten te Amsterdam. Cornelis
Outshoorn. 1867. Exemplaar: Amsterdam, Stadsarchief, d10100000036. Uit: Stad van water en licht

Een gracht zonder water, dat geldt voor de Rozengracht, Elandsgracht en Martelaarsgracht. In de Spuistraat valt nog weinig te spuien, evenals op het Spui zelf. Vrijwel niemand zal onder de bestrating water vermoeden. Ooit was het Begijnhof omsloten door water, als een stadseiland. Of neem de Overtoom, de naam ten spijt is hier niets te vinden van de vroegere bestemming ervan, een vaart die schuiten toegang verschafte tot de stad, ondanks het hoogteverschil. De Vijzelgracht is een drukke, doorgaande verkeersroute voor fietsers, auto’s en trams. Van het oorspronkelijke brede water is geen flard terug te vinden. Het Rokin is deels gedempt, vanaf de Dam tot aan de Langebrugsteeg, waar het standbeeld van koningin Wilhelmina te paard staat. Dat betreft een lengte van ruim vijfhonderd meter.

Stad van water en licht
 
Water en Amsterdam hebben vanaf de vroegste tijd een verbond gesloten, dat eeuwenlang heeft standgehouden. De stad heeft zijn oorsprong, opkomst, ontplooiing, zijn specifieke vorm en schoonheid, zelfs zijn naam te danken aan de samenhang met het water, als de levensbron. Die tegelijk ook een voortdurende strijd om het bestaan betekende tegen de dreiging van overstromingen en de vervuiling van het stadswater. Verdediging en vervoer bepaalden de betekenis van het Amsterdamse water, maar er moest ook overtollig water afgevoerd worden.

Later speelde het stadswater uit esthetisch oogpunt een grote rol. Amsterdam is gegroeid als waterstad. De betekenis van het water is in de loop van de tijden veranderd. Er zijn grachten gegraven en gedempt, er zijn nieuwe grachten aangelegd, eilanden aangeplempt. Dit alles behoort tot de wezenlijke architectuur van de stad.

×