Halverwege de negentiende eeuw werd Vlaanderen geteisterd door armoede, ziekte en hongersnood. Achter al die lokale ellende school echter een verrassend mondiaal verhaal. Zelfs de mest op het veld en het luciferstokje in de keuken waren verbonden met verre continenten. Dat maakt historicus Maarten Van Ginderachter duidelijk in zijn boek Arm Vlaanderen: een wereldgeschiedenis.
In Arm Vlaanderen worden de schijnwerpers gericht op de crisisjaren rond 1850. Een periode die inspiratie bood voor tal van naturalistische streekromans over kromgebogen boeren, hard labeur en grauwe miserie. Als kind was auteur Maarten Van Ginderachter in de jaren tachtig gefascineerd door de televisie-adaptaties van dergelijke boerendrama’s. Als historicus kwam hij er al snel achter dat die negentiende-eeuwse ellende allerminst een lokaal fenomeen was. In zijn boek toont hij aan dat de Vlaamse miserie wereldwijde tentakels had en hand in hand ging met globalisering.
Halverwege de negentiende eeuw bevond Vlaanderen zich op een breuklijn. De maatschappij vertoonde nog heel wat feodale trekjes en werd gekenmerkt door een nog sterk op landbouw gerichte economie. De komst van de industriële revolutie maakte echter komaf met de restanten van die middeleeuwse samenleving. De bevolking kwam terecht in een globaliserende wereld. Vlaanderen was niet langer een geïsoleerde uithoek van West-Europa maar werd een knooppunt in een vroeg mondiale wereld. Dat ging echter niet zonder slag of stoot.

Skibka)
Internationale rampen
Van pakweg 1845 tot 1850 werd Vlaanderen getroffen door een opeenstapeling van internationale rampen. De aardappel, het belangrijkste voedsel van de armen, werd geteisterd door een plaag die vanuit Amerika via de oceaan was meegelift met de groeiende handel in tabak en katoen. In Ierland leidde dat tot een verwoestende hongersnood. Ook Vlaanderen, dat het Ierland van het continent genoemd werd, kreeg het zwaar te verduren.
Daarbovenop kwam de cholera- epidemie die via handelsroutes uit India kwam overgewaaid en duizenden slachtoffers maakte in de verpauperde arbeidersbuurten van de steden. Tegelijkertijd ondermijnde de opkomst van de katoenindustrie de traditionele vlas- en huisnijverheid van wolbewerkers en wevers. Keuterboeren verloren op die manier niet alleen hun oogst, maar ook hun laatste inkomstenbron.
Alle ellende ten spijt bleef het relatief rustig in Vlaanderen. 1848 was in een groot deel van Europa een jaar van revoluties maar in Vlaanderen bleef het bij enkele sociale rimpelingen. Zelfs de opkomende Vlaamse beweging beperkte haar sociaal engagement tot een romantische, apolitieke fascinatie voor miserie. Historicus Van Ginderachter wijt de relatieve rust aan het vrij sterke netwerk van onderlinge solidariteit dat in de kleinschalige boerengemeenschappen bestond. Ook de steunmaatregelen van een paternalistische overheid hielpen om sociale onrust in te dijken. Migratie, een andere vluchtroute uit armoede, bleef in Vlaanderen relatief beperkt. Schaarse en slecht aflopende pogingen tot kolonisatie, zoals de Vera Paz-kolonie in Guatemala, daargelaten.
Een wereld van verbanden
Vlaanderen stond halfweg de negentiende eeuw midden in een wereld van internationale handel, koloniale machtsstructuren en ecologische verschuivingen. Van Ginderachter legt die mondiale verbanden bloot aan de hand van een reeks internationale handelsstromen. Katoen, guano, hout, potas, tabak, peper, arabische gom, allemaal hadden ze een ingrijpende impact op de basisbehoeften van de laagste sociale klassen in Vlaanderen. De ellende van arm Vlaanderen was dus geen overblijfsel van een archaïsch systeem, maar juist het gevolg van moderne globaliseringsprocessen.

De geur van globalisering
De auteur illustreert zijn analyses met vaak verrassende voorbeelden. Zoals blijkt uit het tot de verbeelding sprekende verhaal van de mest. Halverwege de negentiende eeuw was menselijke en dierlijke mest goud waard. Vanuit de stedelijke beerputten werd de kostbare stadsmest per trekschuit of beerkar naar het platteland vervoerd. Daar bepaalde de ‘beerproever’ de kwaliteit en waarde ervan op basis van geur en smaak. De bevolkingsaangroei en uitputting van de bodem deed echter een nijpend mesttekort ontstaan.

Lucifers, kaakrot en koffie
De globalisering liet zich voelen in alle facetten van het dagelijks leven, van werken en wonen tot voeding en gezondheid. Dat gold voor alle lagen van de bevolking. Zo waren zelfs de lucifers waarmee arme gezinnen hun potje kookten, een product van wereldhandel. De stokjes bevatten Arabische gom uit de Sahel, terwijl het giftige fosfor waarmee ze werden gemaakt de arbeiders in de luciferfabrieken opzadelde met kaakrot en andere aandoeningen. De Vlaamse stad Geraardsbergen was zowat het epicentrum van de Vlaamse luciferproduktie. Daardoor was het ook de ongezondste stad van Vlaanderen waar kinderarbeid en abominabele werkomstandigheden de regel waren.
Zelfs in de vrijetijdsbesteding van de lagere sociale klasse drong de globalisering door. In de negentiende eeuw verschoof het maritiem handelsimperialisme naar een territoriaal kolonialisme waarbij kolonies werden gedegradeerd tot leveranciers van exportgewassen zoals thee, tabak, rijst of koffie. Een schrijnend voorbeeld daarvan is de door Multatuli indringend beschreven uitbuiting van de Javaanse boeren die gedwongen werden koffie te verbouwen. Koffie die dan in de Europese volksbuurten een bakje troost opleverde voor de verpauperde bevolking.
De kracht van het kleine verhaal
De meerwaarde van Arm Vlaanderen: een wereldgeschiedenis zit in de manier waarop het boek onvermoede, wereldwijde verbanden zichtbaar maakt. Van Ginderachter doet dit aan de hand van concrete voorbeelden en biedt de lezer een wereldomspannend verhaal van besmettelijke ziektes die oceanen oversteken, een aardappelplaag uit Amerika, Peruviaanse vogelpoep, Indische indigo, Indonesische koffie en Arabische gom.
Hij doorspekt zijn analyses daarbij met talrijke anekdotes en verrassende details. Priesters die de aardappelplaag wijten aan de ‘zedeloze’ polka, Vlaamse gezinnen voor wie koffie een schaars bakje troost was, de auteur van de Vlaamse Leeuw, Hippoliet Van Peene die in een theaterstuk een wereld schetst met allerlei nieuwe globaliserende fenomenen, landverhuizers die in Guatemala een kolonie stichten… Door al deze, nu eens ontroerende, dan weer ontluisterende of geestige verhalen krijgen abstracte mondiale processen een menselijk gezicht.

Het boek ontdoet de Vlaamse geschiedenis van haar “regionale” kleedje en toont hoe mondiale factoren – import, export, ziekten, technologische veranderingen – lokaal effect sorteerden. Door de verbanden bloot te leggen met internationale gebeurtenissen en evoluties in Amerika, Azië en Afrika schetst Van Ginderachter een rijk portret van de negentiende-eeuwse globalisering. Het resultaat is een bijzonder relevant en rijk boek dat zowel historisch onderlegde lezers als een breder publiek aanspreekt.
‘De arme was gewoon liever lui dan moe’
Hoe we van 30 naar 10.000 spullen gingen: een eeuw overvloed
Hoe Parmentier de Fransen verleidde om aardappels te eten
Leopold I, de niet erg machtige maar wel invloedrijke eerste koning van België
Hoe een verkeerde inschatting van Peter Stuyvesant het lot van Nieuw-Nederland bezegelde
De Dionne-vijfling: uitgebuit als toeristische attractie